Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBNHO:2021:6279

Rechtbank Noord-Holland
07-07-2021
06-08-2021
C/15/308901 / HA ZA 20-678
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Eiseres verwijt 2 ziekenhuizen dat ze groei resttumor in hersenen onvoldoende bewaakt hebben/ haar onvoldoende geïnformeerd hebben over groei. Afwijzing, omdat niet is vast komen te staan dat sprake was van groei die medegedeeld had moeten worden.

Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0658
GZR-Updates.nl 2021-0212

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/308901 / HA ZA 20-678

Vonnis van 7 juli 2021

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. F.J. van Benthem te Etten-Leur,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RODE KRUIS ZIEKENHUIS B.V.,

gevestigd te Beverwijk,

gedaagde,

advocaat mr. M.L. Jinkes de Jong te Zoetermeer,

2. de onderlinge waarborgmaatschappij

CENTRAMED B.A.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat mr. M.L. Jinkes de Jong te Zoetermeer,

3. de stichting

MEANDER MEDISCH CENTRUM,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

advocaat mr. C.J. van Weering te Leiden,

4. de onderlinge waarborgmaatschappij DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ VOOR INSTELLINGEN IN DE GEZONDHEIDSZORG MEDIRISK B.A.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. C.J. van Weering te Leiden.

Partijen zullen hierna [eiseres] , het RKZ, Centramed, Meander en Medirisk genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 12 oktober 2020 met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord met producties van het RKZ en Centramed,

  • -

    de conclusie van antwoord met producties van Meander en Medirisk,

  • -

    het tussenvonnis van 27 januari 2021,

  • -

    de akte overlegging van [eiseres] met de producties 11 en 21-27,

  • -

    de mondelinge behandeling van 26 mei 2021 en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van mr. Van Benthem, mr. Jinkes de Jong en mr. Van Weering.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De zaak in het kort

[eiseres] is in 2001 geopereerd aan een hersentumor. Daarna heeft zij voor controle van de resttumor eerst Meander en daarna het RKZ bezocht. Volgens [eiseres] hebben het RKZ en Meander in strijd met de afspraak de groei van de resttumor ten opzichte van 2002 niet aan haar medegedeeld, waardoor sprake is van een toerekenbare tekortkoming. Het RKZ en Meander betwisten dit: het RKZ en Meander hebben medisch zorgvuldig gehandeld, want er was geen (significante) groei van de tumor zichtbaar en er is niet overeengekomen dat zij elke groei van de resttumor aan [eiseres] zouden meedelen. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiseres] af, omdat niet is vast komen te staan dat sprake was van groei die medegedeeld had moeten worden.

3 Feiten

3.1.

In 2001 kwam [eiseres] met klachten van hoofdpijn in het RKZ. Daar werd door middel van een MRI een tumor, verdacht voor meningeoom, in het hoofd gevonden. [eiseres] werd door het RKZ doorverwezen naar de INI kliniek in Hannover. Daar is zij op 10 december 2001 geopereerd. Na deze operatie is een resttumor achtergebleven.

3.2.

In 2002 heeft [eiseres] het RKZ en de INI kliniek bezocht voor controles. In de periode 2002-2004 heeft [eiseres] de INI kliniek en de UniversitätsKlinikum Freiburg bezocht voor controles. In de periode tussen 2002 en 2004 was er enige groei van de resttumor.

3.3.

In de periode 2004-2007 heeft [eiseres] Meander bezocht voor periodieke controle van de resttumor. Medirisk is de aansprakelijkheidsverzekeraar van Meander.

3.4.

In de periode 2007-2014 heeft [eiseres] het RKZ bezocht voor periodieke controle van de resttumor. Centramed is de aansprakelijkheidsverzekeraar van het RKZ. In november 2014 heeft neuroloog W.D.M. van der Meulen, werkzaam bij het RKZ, de controle verricht. Hij constateerde een groei van de tumor ten opzichte van de beelden uit 2002.

3.5.

[eiseres] is daarna in 2014 behandeld in de INI kliniek. Vervolgens hebben de controles plaatsgevonden in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis.

3.6.

Op 6 januari 2015 heeft [eiseres] het RKZ en Meander aansprakelijk gesteld vanwege medisch onzorgvuldig handelen. Het RKZ en Meander hebben die aansprakelijkheid afgewezen.

4 Het geschil

4.1.

[eiseres] vordert samengevat – primair een verklaring voor recht dat het RKZ en Meander toerekenbaar tekortgeschoten zijn in de uitvoering van de behandelingsovereenkomst, dat zij aansprakelijk zijn voor de schade van [eiseres] als gevolg hiervan en een verwijzing naar de schadestaatprocedure. Subsidiair vordert [eiseres] benoeming van een deskundige die in kaart zou moeten brengen hoe de behandeling van [eiseres] zou zijn verlopen en met welk resultaat als het RKZ en Meander de groei zouden hebben bewaakt en direct aan haar zouden hebben doorgegeven.

4.2.

[eiseres] legt – kort gezegd – het volgende aan haar vordering ten grondslag. De hulpvraag van [eiseres] was: vertel mij als er groei/en of verandering van de tumor te zien is vergeleken met de scan van begin 2002 in Duitsland. Bij groei wilde ze de tumor namelijk laten behandelen met Gamma-knife bestraling in Duitsland. De artsen van het RKZ en Meander hebbende de groei van de tumor tien jaar lang niet opgemerkt. Door het handelen van het RKZ en Meander is een delay ontstaan in de diagnose en behandeling. Hierdoor heeft [eiseres] de kans verloren op een tijdige behandeling, zijn meer restklachten ontstaan en is zij aangetast in haar zelfbeschikkingsrecht.

4.3.

Het RKZ en Meander concluderen beide tot afwijzing van de vordering en voeren hiertoe – kort gezegd – het volgende aan. [eiseres] heeft nooit gevraagd de groei van de resttumor te vergelijken met de situatie in 2002. Er is gehandeld volgens het voorgeschreven ‘wait and scan’-beleid. Partijen zijn geen resultaatsverbintenis overeengekomen in die zin dat het RKZ en Meander enkel een scan moesten maken en aan de hand daarvan elke groei moesten meedelen aan [eiseres] . Ook al was dat overeengekomen, dan was geen sprake was van groei die medegedeeld had moeten worden. De groei in de periode 2004-2014 was dermate klein dat sprake kon zijn van meetfouten (er werd handmatig gemeten) en hield in elk geval geen significante groei in die mededeling vereiste.

Bovendien heeft [eiseres] geen schade geleden en is niet gebleken dat anders gehandeld zou zijn als het RKZ of Meander de minimale groei wel hadden medegedeeld (causaal verband).

5 De beoordeling

5.1.

Kern van het geschil is of het RKZ en Meander toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst met [eiseres] .

5.2.

Niet in geschil is dat het RKZ en Meander hebben gehandeld volgens de geldende medisch professionele standaard. Zij hebben lege artis gehandeld. Dit blijkt ook uit het advies van de eigen medisch adviseur van [eiseres] , de heer J.H.G.J. Goossen (hierna: Goossen). Zo stelt hij:

“Uitgaande van de richtlijn “intracranieel meningeoom” uit 2014 diende (…) ná de operatie in 2001 een “wait and scan beleid” te worden toegepast, waarbij een jaarlijkse MRI-controle volstond. Volgens de richtlijn dient bij groei op de MRI-scan sterk overwogen te worden om te behandelen tenzij de maximale diameter minder dan 2,5 centimeter bedraagt en patiënt geen symptomen heeft. (…)
Gelet op het beloop, in de zin van geen klachten vóór 2014 en een geringe groei van het meningeoom, kan er niet gesteld worden, dat er bij cliënte in 2014 te laat werd ingegrepen, gelet op de richtlijn ter zake de behandeling van een intracranieel meningeoom.” (productie 10 bij dagvaarding).

5.3.

Het geschil ziet dan ook op de vraag of het RKZ en/of Meander een communicatie/informatieplicht hebben geschonden tegenover [eiseres] . In dit verband heeft [eiseres] specifiek gesteld dat het RKZ en Meander de opdracht hadden om de groei in de gaten te houden en elke groei van de tumor (t.o.v. de scan uit 2002) aan haar te mede te delen. Aan de vraag of een dergelijke extra opdracht/instructie is overeengekomen, komt de rechtbank echter niet toe gelet op het volgende.

Geen tekortkoming in de informatieplicht

5.4.

De rechtbank volgt [eiseres] niet in haar standpunt dat de groei van de resttumor (enkel) gecheckt moest worden in vergelijking met de beelden van begin 2002 en de resultaten daarvan aan haar hadden moeten worden medegedeeld. Ten eerste omdat zij niet heeft aangetoond dat een vergelijking van de periodiek gemaakt scans met die van 2002 is overeengekomen. In het voorlopig getuigenverhoor om het bewijs van haar stelling te leveren heeft [eiseres] zichzelf laten horen en haar echtgenoot. Uit die afgelegde verklaringen volgt niet het bewijs van haar stelling. Er is geen aanvullend bewijs dat zodanig sterk is en zodanig essentiële punten bevatten dat haar verklaring voldoende geloofwaardig maakt. De verklaring van haar echtgenoot is onvoldoende objectief om als bedoelde aanvullend bewijs te dienen. Ten tweede omdat tussen partijen vaststaat dat tussen 2002 en 2004 al sprake was van enige groei van de resttumor (zie hierboven onder 3.2).

5.5.

De rechtbank volgt Meander en Medirisk in hun standpunt dat in de periode van controle bij Meander (2004-2007) geen meetbare groei te zien is in de beelden van de resttumor. Uit de overgelegde medische stukken blijkt weliswaar dat mogelijk sprake is van een langzame groei (zie de rapporten van Goossen en radioloog T.H. Lauw), maar die was dermate klein dat het ook zou kunnen gaan om meetfouten en er was geen reden om af te wijken van het ‘wait and scan’ beleid. Uit het rapport van Lauw blijkt ook dat sprake kan zijn van meetfouten en dat ingrijpen niet alleen wordt beslist op basis van de scans:

“Bij de meting van een afwijking treden er altijd kleine meet fouten op. (…) De beslissing om tot actie (neurochirurgie) over te gaan wordt bij een (recidief) meningeoom genomen aan de hand van de kliniek van patiënt gesteund dor de beeldvorming. Alleen aan de hand van de beeldvorming kan ik vanuit mijn vakgebied niet aangeven wanneer er in de periode 2004-2014 eerder tot actie overgegaan moest worden”

Bovendien blijkt uit het bericht van radioloog Quekel (productie 3 bij conclusie van antwoord van Meander en Medirisk):

“Er is geen significante wijziging opgetreden in grootte (een kleine variatie in meting in de orde van grootte van +/- 1 mm in acht genomen), is in deze tijdsperiode geen progressie van het recidief opgetreden.”

5.6.

Voor de periode van controle bij het RKZ (2007-2012) geldt hetzelfde. De groei van de resttumor in de periode vóór 2012 was niet meer dan millimeters en kon steeds een meetfout zijn, omdat de scan handmatig gemeten werd (zoals Van der Meulen ter zitting heeft verklaard). Daarbij komt dat in de periode 2012 tot juni 2014 geen MRI-scans zijn gemaakt. In die periode is de tumor waarschijnlijk gaan groeien. Zo heeft Van der Meulen ook verklaard ter zitting. Dat is volgens hem ook de reden dat er in 2014 een duidelijke groei is te zien. Dat er ook pas sprake is van significante groei vanaf 2012 wordt ondersteund door de weergave van de afmetingen van de resttumor zoals vermeld in het rapport van Lauw.

5.7.

Daar voegt de rechtbank nog aan toe dat uit het medisch dossier blijkt dat de klachten die wezen op groei van de tumor zich pas manifesteerden in 2014. [eiseres] heeft aangevoerd dat zij al vóór 2014 klachten had die duidden op groei van de resttumor. Zij heeft echter niet inzichtelijk gemaakt dat die klachten te maken hadden met de resttumor en niet met (de medicatie van) haar epileptische insulten. Uit de brief van de huisarts van 18 juni 2014 blijkt dat [eiseres] sinds dat jaar klachten had die mogelijk te relateren waren aan de resttumor. Uit medisch dossier blijkt niet dat zij eerder dergelijke klachten had of heeft geuit.

5.9

De rechtbank volgt [eiseres] ook niet in haar standpunt dat in het medisch dossier vermeld had moeten worden dat er géén klachten waren (dus dat er altijd iets vermeld moet worden over de aan/afwezigheid van klachten). Als er geen aanleiding is om iets over klachten op te nemen in het medisch dossier, betekent dit namelijk niet dat een afwezigheid van klachten opgenomen moet worden.

5.8.

De conclusie is dat [eiseres] wel gesteld, maar niet onderbouwd heeft dat sprake is geweest van significante groei van de resttumor in de periode 2004 tot 2012 die medegedeeld had moeten worden. Nu er geen significante groei was hoefden het RKZ en Meander dat ook niet mede te delen en dan is ook geen sprake van een toerekenbare tekortkoming.

Geen causaal verband

5.9.

Ten overvloede voegt de rechtbank daar aan toe dat zelfs als er een toerekenbare tekortkoming was geweest, geen sprake is van een causaal verband tussen deze tekortkoming en de gestelde schade. Het is namelijk niet vast komen te staan dat als de groei van de resttumor wel eerder was geconstateerd en medegedeeld:

  1. anders was gehandeld of een ander beleid was gevolgd;

  2. [eiseres] eerder of anders was behandeld;

  3. [eiseres] geen of minder restklachten had gehad.

De gemotiveerde betwisting door het RKZ en Meander van de stelling van [eiseres] wordt ondersteund door de opvatting van de eigen medisch adviseur van [eiseres] . Hij vermeldt in zijn advies het volgende:

“Al met al is het aannemelijk dat tot 2014 toen cliënte nog klachtenvrij was, er geen indicatie aanwezig was voor een interventie, ook al omdat de omvang van het meningeoom in de jaren vóór 2014 in doorsnee kleiner was dan 2,5 cm. Tot 2014 had de toename van het restmeningeoom geen consequentie in de zin van een operatie-indicatie. Tot vóór 2014 was er bij cliënte ook geen sprake van hoofdpijnklachten, althans deze worden in de brieven van de controlerend specialisten niet vermeld. (…)
Van medische schade is in deze periode geen sprake.”

Ook uit de door [eiseres] overgelegde stukken van de kliniek uit Erfurt van 14 november 2014 blijkt niet dat er eerder ingegrepen had moeten worden. Op dat moment wordt immers een gegroeide resttumor gemeten van 31x18 mm, die vervolgens met behulp van de voorgestelde Cyberknife methode is behandeld.

[eiseres] heeft haar standpunt op dit onderdeel niet nader onderbouwd (ook niet desgevraagd tijdens de mondelinge behandeling van de zaak).

Geen schending zelfbeschikkingsrecht

5.10.

Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak heeft [eiseres] als nieuw verwijt aangevoerd dat het RKZ en Meander haar zelfbeschikkingsrecht hebben geschonden doordat haar de keuze is ontnomen om eerder te kiezen voor een behandeling vanwege groei van de tumor (zoals zij eerst ter zitting heeft aangevoerd).

Zoals hiervoor overwogen, was er geen sprake van significante groei die tot een andere behandeling zou hebben geleid en hebben het RKZ en Meander daarom geen informatieplicht geschonden.

Conclusie

5.11.

Gelet op het voorgaande zullen de vorderingen worden afgewezen.

Proceskosten

5.12.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5.12.1.

De kosten zowel aan de zijde van Meander en Medirisk als aan de zijde van het RKZ en Centramed worden begroot op (waaronder 1 punt salaris advocaat voor het bijwonen van het voorlopig getuigenverhoor op 20 februari 2020):

- griffierecht € 2.042,00

- salaris advocaat 1.689,00 (2,0 punten × tarief € 563,00)

Totaal € 3.731,00

5.13.

Alleen Meander en Medirisk hebben nakosten gevorderd, zodat deze kosten alleen voor deze twee gedaagden worden toegewezen.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Meander en Medirisk tot op heden begroot op € 3.731,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

6.3.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van het RKZ en Centramed tot op heden begroot op € 3.731,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

6.4.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten van Meander en Medirisk, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

6.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr.drs. J. Blokland, mr. L.J. Saarloos en mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2021.1

1 type: IV coll: JG/LJS/JB

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.