Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBNHO:2023:2689

Rechtbank Noord-Holland
21-03-2023
27-03-2023
C/15/336047 FT RK 23/54
Insolventierecht
Rekestprocedure

Afwijzing verzoek dwangakkoord. Het aanbod aan de schuldeisers is onduidelijk, omdat dit gebaseerd is op zowel een prognoseakkoord als een saneringskrediet.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

VONNIS AFWIJZING DWANGAKKOORD

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

zittingsplaats: Alkmaar

afdeling: Handel, Kanton en Insolventie

zaaknummer: C/15/336047 FT RK 23/54

naam rechter: mr. J. van der Kluit

uitspraakdatum: 21 maart 2023

in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar)
geboren op: [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te: [woonplaats]

schuldhulpverlener: Zaffier.

tegen

schuldeiser: VGZ

hierna te noemen: VGZ

vertegenwoordigd door: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incassokantoor .

1 Samenvatting

Schuldenaar heeft een minnelijke schuldregeling aan zijn schuldeisers aangeboden. Schuldeiser VGZ weigert mee te werken aan die schuldregeling. Schuldenaar wil dat de rechtbank de weigerende schuldeiser beveelt toch in te stemmen met de schuldregeling.

2 Beslissing van de rechtbank

De rechtbank wijst het verzoek af om de weigerende schuldeiser te bevelen om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

3 Redenen voor deze beslissing

3.1.

Argumenten van schuldenaar

  • -

    Schuldenaar heeft een totale schuldenlast van € 6.541,47. De schuld aan de weigerende schuldeiser is € 3.094,34, en dat is 47,30% van de totale schuldenlast. Schuldenaar heeft aangeboden schuldeisers 24,88% van hun vordering te betalen.

  • -

    Schuldenaar heeft belang bij de aangeboden schuldregeling omdat hij op deze manier van zijn schulden verlost kan worden.

  • -

    De andere schuldeisers hebben wel ingestemd met de aangeboden schuldregeling en hebben belang bij de aangeboden schuldregeling omdat deze voor hen tot een beter resultaat leidt dan toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp).

3.2.

Argumenten van de weigerende schuldeiser

 De weigerende schuldeiser heeft het aanbod afgewezen en daarvoor de volgende reden gegeven.
- Schuldenaar heeft in de afgelopen tien jaar al een schuldregeling opgestart

dat niet heeft geleid tot een succesvol minnelijk traject.

.

3.3.

Afweging van de argumenten van partijen door de rechtbank

  • -

    Een schuldeiser heeft recht op betaling. De rechtbank kan daarom alleen in bijzondere gevallen een schuldeiser dwingen om in te stemmen met een schuldregeling. De rechtbank moet daarbij rekening houden met de belangen van schuldenaar en alle schuldeisers.

  • -

    De rechtbank let bij haar beoordeling op het volgende:
    - is het aanbod getoetst door een onafhankelijke en deskundige partij?
    - is het aanbod goed en betrouwbaar gedocumenteerd?
    - is het aanbod het uiterste wat schuldenaar kan aanbieden?
    - biedt toelating tot de wsnp aan de schuldeisers betere vooruitzichten op
    betaling?
    - hoeveel schuldeisers zijn er en hoeveel daarvan weigeren met het aanbod in te stemmen?
    - hoe groot is het aandeel van de weigerende schuldeiser in de totale schuldenlast?

  • -

    De rechtbank zal het verzoek om VGZ te dwingen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling afwijzen. De rechtbank legt dat hierna uit.

  • -

    De rechtbank is van oordeel dat het aanbod dat aan de schuldeisers is gedaan, onduidelijk is.

  • -

    Schuldenaar heeft in zijn verzoekschrift verwezen naar het aanbod zoals zijn schuldhulpverlener dat op 29 november 2022 aan de schuldeisers heeft gedaan.
    In de brief van 29 november 2022 wordt eerst gesteld dat het aangeboden bedrag (24,86% van de vordering) slechts een prognose is, dat jaarlijks een inkomenstoets zal plaatsvinden waarbij het budget wordt herberekend, dat alle inkomsten boven het budget jaarlijks aan de schuldeisers zal worden uitbetaald en dat pas na afloop van de schuldbemiddeling de definitieve afkoopsom kan worden vastgesteld. Vervolgens wordt in diezelfde brief (op pagina 2) gesteld dat er voor is gekozen om een aanbod te doen op basis van een saneringskrediet waardoor de schuldeisers in een keer het aangeboden bedrag tegen finale kwijting zullen ontvangen. Daarbij is verwezen naar de (medische) situatie van schuldenaar en gesteld dat het niet is te verwachten dat schuldenaar gedurende het schuldhulpverleningstraject zal uitstromen naar werk, of als hij werk zou vinden, hiermee boven het huidige inkomen zal uitkomen.

  • -

    De schuldhulpverlener heeft dus in een en dezelfde brief een aanbod gedaan aan de schuldeisers zowel op basis van een prognoseakkoord als op basis van een saneringskrediet. De schuldhulpverlener heeft op de zitting weliswaar gesteld dat het gaat om een aanbod op basis van een saneringskrediet, maar uit het aanbod dat aan de schuldeisers is gedaan hebben zij dat niet duidelijk kunnen afleiden. Daarmee is niet duidelijk met welk aanbod de overige schuldeisers hebben ingestemd, welk aanbod VGZ heeft geweigerd, en met welke regeling VGZ gedwongen zou worden in te stemmen. Dat is voor de rechtbank op zichzelf al voldoende reden om het verzoek af te wijzen om VGZ te dwingen in te stemmen met een schuldregeling.

  • -

    Voor zover er al vanuit gegaan zou kunnen worden dat een aanbod aan de schuldeisers is gedaan op basis van een saneringskrediet, merkt de rechtbank ten overvloede op dat niet is gebleken dat dat het maximaal haalbare is waartoe schuldenaar in staat moet worden geacht. Schuldenaar heeft verwezen naar zijn medische situatie en gesteld dat hij een bijstandsuitkering ontvangt en door de gemeente is vrijgesteld van zijn arbeidsverplichting. Op de zitting heeft hij toegelicht dat hij onder behandeling heeft gestaan voor een depressie en dat hij op een wachtlijst staat voor een vervolgbehandeling. Schuldenaar heeft niet met stukken onderbouwd dat hij nu of in de nabije toekomst (gedurende de looptijd van een schuldregeling) medisch gezien niet in staat is om betaalde arbeid te verrichten waarmee hij meer kan verdienen dan zijn huidige bijstandsuitkering. Het enkele feit dat schuldenaar op dit moment door de gemeente is vrijgesteld van de arbeidsverplichting in het kader van zijn bijstandsuitkering, is daarvoor onvoldoende.

4 Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd

  • -

    verzoekschrift van schuldenaar met bijlagen;

  • -

    aantekeningen van de zitting van 14 maart 2023, waaruit blijkt dat [A.], schuldhulpverlener, schuldenaar ter zitting heeft bijgestaan.

5 Het verzoek tot toelating tot WSNP

Op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal bij afzonderlijk vonnis worden beslist.

6 Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten

Deze uitspraak kan binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.

De griffier De rechter

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.