De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 juli 2014;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek tevens houdende akte (voorwaardelijke) vermindering van eis;
- de conclusie van dupliek;
- de akte uitlating van Actium.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald.
De vaststaande feiten
2.1.
Tussen Actium als verhuurder en X als huurder bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de woning, staande en gelegen aan de [Adres] te [woonplaats]. De huurovereenkomst is op 10 juni 2003 schriftelijk aangegaan, met ingang van 11 juni 2003 en is door X ondertekend. De huurovereenkomst vermeldt dat het gehuurde uitsluitend bestemd is om te worden gebruikt als woonruimte ten behoeve van huurder (en leden van zijn gezin) en dat de huur iedere maand bij vooruitbetaling dient te worden voldaan. De laatstelijk verschuldigde huurprijs bedraagt € 451,36 per maand.
2.2.
In de huurovereenkomst is bepaald dat de (toenmalige) bijgevoegde algemene huurvoorwaarden d.d. 13-10-1993 van toepassing zijn op deze huurovereenkomst. In deze "oude" algemene huurvoorwaarden is onder meer vermeld:
Verplichtingen huurder
Artikel 7
1. Huurder zal de huurprijs en de servicekosten bij vooruitbetaling voldoen door storting/overschrijving op (…)
Artikel 8
1. Huurder zal het gehuurde, overeenkomstig artikel 7A:1596 van het Burgerlijk Wetboek als een goed huurder en overeenkomstig de daaraan bij overeenkomst gegeven bestemming gebruiken.
2. Huurder zal ervoor zorgdragen dat aan omwonenden geen overlast wordt veroorzaakt.
(…)
2.3.
Een onderhoudsmonteur van Actium heeft op of omstreeks 10 februari 2014 tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in de woning de aanwezigheid van een hoeveelheid hennep aldaar opgemerkt. Actium heeft hiervan melding gemaakt bij de Politie Drenthe (hierna: de politie). De politie heeft hierna een onderzoek ingesteld, waarbij zij de woning is binnengetreden. In het daarvan opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 februari 2014 is onder meer vermeld:
"(…) Op dinsdag 11 februari 2014 omstreeks 12.00 uur, heb ik verbalisant A telefonisch contact opgenomen met de monteur en hij gaf aan dat hij tijdens de installatie in de kelder/voorraadkast moest zijn. Daar trof hij drie zakken met hennep aan.
(…)
Bij het binnentreden van de woning hebben wij verbalisanten ons bekend gemaakt als zijnde politie. Tevens is daarbij geroepen om zichzelf bekend te maken. Hierop werd geen gehoor gegeven. Het verslag van binnen treden werd afzonderlijk een proces-verbaal van opgemaakt. Wij verbalisanten zijn door de woning gelopen en zoekend rond gekeken om de bewoner aan te treffen, dit zonder resultaat. Tevens op de zolder gekeken welke te bereiken was via een vlizotrap, hier de bewoner niet aangetroffen. Wel zagen wij verbalisanten A en B, een afgetimmerd gedeelte op zolder. Het was afgetimmerd met Gipsplaten met daarop vijverfolie. Tevens troffen wij haken op de balken aan, waar vermoedelijk lampen hingen. Mij is ambtshalve bekend dat hier vermoedelijk een hennepkwekerij heeft gezeten.
(…)
Hierop zag ik verbalisant A dat er drie plastic zakken met henneptoppen in de kast op de grond lag. Deze zakken hadden ongeveer een afmeting van 25 bij 25 centimeter. Tevens zag ik een grote weekendtas liggen op de grond. Deze lag bij de ingang van de kelderkast/voorraadkast. Ik verbalisant A, zag dat deze tas een klein stukje open stond en ik zag dat er plastic zakken met een groene substantie in zat. Ik verbalisant A rook een sterke geur wat bij bekend rook als zijnde hennep. Hierop opende ik de zwarte weekendtas en zag dat meerdere plastic zakken met henneptoppen in zat.
Op dinsdag 11 februari 2014 omstreeks 15.39 uur, hield ik verbalisant A, aan:
, X
[geboortedatum]
[geboorteplaats- en land]
Ik deelde hem mede (…) en dat hij werd aangehouden ter zake de Opiumwet voorhanden hebben van hennep genoemd in Lijst II.
Op dinsdag 11 februari 2014 omstreeks 18.08 uur, zijn wij verbalisanten A en B in bijzijn van verdachte X, de doorzoeking gestart.
(…)
In de woonkamer troffen ik verbalisant A het volgende aan:
In de televisiemeubel trof ik een zak met gripzakjes met een groen teken van de hennepblad erop. Tevens trof ik aan een zakje met een witte substantie in de vorm van een bolletje met een doorsnede van ongeveer 1 centimeter. Ik confronteerde verdachte met dit bolletje en vroeg wat dit betrof. De verdachte gaf te kennen dat dit cocaine betrof. Ook lag in dezelfde lade een zakje met kleine zaadjes. De verdachte gaf te kennen dat dit hennepzaadjes betrof. (…) In de woonkamer op de eetkamertafel trof ik verbalisant A witte ronde koektrommel aan. Bij het openen van de koektrommel trof ik meerdere henneptoppen aan in gripzakjes aan.
(…)
Op de zolder heeft eerder (onbekend wanneer) een kwekerij gezeten. Het afgetimmerde gedeelte is nog zichtbaar op zolder. Maar deze kwekerij was letterlijk veegschoon. Dus van aantonen eerdere oogsten was geen sprake. (…)"
2.4.
De politie heeft een (aanvullend) proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2014 opgesteld, waarin zij onder meer meldt:
"(…) Op 11 februari 2014 omstreeks 15.40 uur, heb ik verbalisant A, in de woning aan de Adres te [woonplaats], hennep in beslag genomen, van verdachte A. X. Hennep betrof 7,83333 kilogram henneptoppen, 2.45 kilogram hennepgruis en 0.24 kilogram afgaanse skunk (dit laatste stond vermeld op de plastic zak).
Uit eigen waarneming herkende, ik verbalisant, deze aangetroffen plantendelen qua vorm, kleur en geur, als zijnde delen van een hennepplant. Met hennep wordt bedoeld elke deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waarvan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet en verboden in artikel 3 en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Opiumwet. (…)"
2.5.
Actium heeft X vervolgens bij brief van 28 februari 2014 - kort samengevat - medegedeeld dat zij in verband met de (grote) hoeveelheid aangetroffen hennep in de woning voornemens is om de huurovereenkomst door de rechter te laten ontbinden, maar dat aan X de mogelijkheid wordt gegeven om, ter voorkoming van een gerechtelijke procedure, de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen. Van die mogelijkheid heeft X geen gebruik gemaakt.
2.6.
X is strafrechtelijk veroordeeld voor het voorhanden hebben van de hennep in zijn woning.
Het standpunt van Actium
3.1.
Actium vordert - samengevat - ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde door X, vermeerderd met schadevergoeding voor het gebruik van de woning vanaf de datum van ontbinding, (voorwaardelijk, voor zover de huidige huurvoorwaarden gelden) betaling van een contractuele boete ad € 868,72 met de wettelijke rente daarover, buitengerechtelijke incassokosten, alsmede veroordeling van X in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn betaald.
3.2.
Actium legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Er is een grote (handels)voorraad hennep in de door X gehuurde woning aangetroffen. Dit wijst op het bedrijfsmatig voorhanden hebben van hennep. Daarmee heeft X gehandeld in strijd met de Opiumwet, hetgeen een strafbaar feit oplevert, alsmede heeft hij in strijd gehandeld met de algemene huurvoorwaarden van Actium. Dit levert (reeds) een zodanig ernstige en toerekenbare tekortkoming op aan de zijde van X, dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is. Daarnaast heeft X zich in dezen niet als een goed huurder gedragen en heeft hij gehandeld in strijd met zijn verplichting als huurder om de woning overeenkomstig de daaraan gegeven woonbestemming te gebruiken. X heeft bovendien een huurachterstand ter grootte van vijf maanden laten ontstaan, over de periode van maart tot en met juli 2014, en heeft de huur over de maanden januari en februari 2014 pas op 2 juni 2014 respectievelijk 3 juli 2014 voldaan. Deze huurachterstand en het betalingsgedrag van X vormen een extra reden voor ontbinding en ontruiming, aldus Actium. Op grond van artikel 20 van de thans geldende algemene huurvoorwaarden van Actium is X bovendien een contractuele boete ter hoogte van, in totaal, € 868,72 verschuldigd geworden. Actium heeft haar vordering uit handen gegeven. [X] moet Actium daarom de gemaakte buitengerechtelijke kosten vergoeden. Tevens dient X op basis van de huurvoorwaarden alle daadwerkelijk gemaakte proceskosten aan de zijde van Actium te voldoen, welke tot aan de dagvaarding op een bedrag van € 800,00 worden begroot.
Het standpunt van X
4.1.
X betwist de vorderingen van Actium, waartoe hij - samengevat - het volgende aanvoert.
4.2.
Het enkele feit dat X een voorraad hennep in de woning voorhanden had (ter bewaring voor een derde) vormt onvoldoende grond voor de gevorderde ontbinding en ontruiming. Er heeft zich geen hennepkwekerij in de woning bevonden. De electriciteitsinstallatie is niet gemanipuleerd. Er was dus geen sprake van een onveilige situatie. Ook werd er geen hennep vanuit de woning verkocht. Overlast is door X daarmee niet veroorzaakt. X heeft zich naar eigen zeggen ook niet gedragen in strijd met zijn verplichting om zich als een goed huurder te gedragen. De aanwezigheid van de hoeveelheid hennep in de woning is daarvoor onvoldoende. In andere gevallen waarin huurders in strijd met de wet hebben gehandeld, is Actium, voor zover X bekend, niet tot beëindiging van de huurovereenkomst overgegaan. Tevens dient te worden meegewogen dat de onderhoudsmonteur niet correct heeft gehandeld, door zonder geldige reden de kelderkast te openen en daar rond te snuffelen. Hiermee is een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de privacy van X, welke niet mag worden "beloond" met beëindiging van de huurovereenkomst.
4.3.
De "nieuwe" algemene huurvoorwaarden van Actium, waarop zij zich in dezen (mede) beroept, zijn nooit aan X ter hand gesteld, zodat deze algemene voorwaarden volgens X niet van toepassing zijn. Overigens leveren deze algemene voorwaarden, zouden zij van toepassing zijn, evenmin grond op voor de gevorderde ontbinding en ontruiming. De gevorderde contractuele boete is op deze actuele algemene huurvoorwaarden gebaseerd en dient gezien het voorgaande (ook) te worden afgewezen.
4.4.
X stelt dat hij zijn "lesje heeft geleerd" en dat onderhavig incident tot een waarschuwing door Actium had moeten leiden, waar het bij gelaten had moeten worden. X zal ernstig nadeel ondervinden van beëindiging van de huurovereenkomst, aangezien hij dan geen vervangende woonruimte zal kunnen krijgen. X heeft geen familie of vrienden die hem zouden kunnen opvangen. De gevorderde ontbinding en ontruiming staat in geen verhouding tot de ernst van het handelen van X en zijn belang om de woning te behouden.
4.5.
X erkent dat sprake is geweest van een huurachterstand. Deze huurachterstand was echter een gevolg van het feit dat hij geruime tijd gedetineerd is geweest. Omdat onder meer de sleutel van de woning in beslag was genomen, heeft X gedurende zijn detentie geen acties kunnen ondernemen met betrekking tot de te verrichten huurbetalingen. Zijn post was niet voor hem toegankelijk. Onmiddellijk na afloop van zijn detentie heeft X de huurbetalingen hervat en inmiddels is de gehele huurachterstand voldaan. Gelet op al het voorgaande kan de ontstane huurachterstand geen (extra) reden vormen voor ontbinding en ontruiming.
4.6.
De door Actium gevorderde veroordeling in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten moet worden afgewezen. Ten eerste omdat deze vordering is gebaseerd op de niet van toepassing zijnde "nieuwe" algemene huurvoorwaarden van Actium en ten tweede omdat de werkzaamheden waarvan in dezen ten titel van proceskosten vergoeding wordt gevorderd voornamelijk buitengerechtelijke werkzaamheden betreffen, waarvoor Actium reeds afzonderlijk een vergoeding vordert. Zij kan niet twee keer vergoeding van de kosten van deze werkzaamheden claimen.
De beoordeling van het geschil
Toepasselijkheid algemene voorwaarden Actium
5.1.
De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijkheid van de "oude" algemene huurvoorwaarden van Actium d.d. 13-10-1993 tussen partijen geen punt van geschil vormt.
5.1.1.
Wel is in geschil of de "nieuwe", actuele algemene huurvoorwaarden van toepassing zijn (geworden) op de huurrelatie van partijen. Actium heeft daartoe aangevoerd dat zij deze huurvoorwaarden aan al haar huurders, waaronder ook X, ter hand heeft gesteld door middel van toezending daarvan bij brief van 24 september 2012 en daarbij tevens heeft aangegeven dat de tussen partijen toen geldende huurvoorwaarden per 1 januari 2013 zullen wijzigen en dat alsdan de meegezonden "nieuwe" algemene huurvoorwaarden van toepassing worden. X heeft volgens Actium de toepasselijkheid van de "nieuwe" algemene huurvoorwaarden aanvaard, door niet te protesteren tegen de brief van 24 september 2012 en de bijgevoegde huurvoorwaarden. X heeft betwist dat hij de "nieuwe" algemene huurvoorwaarden van Actium heeft ontvangen. De betreffende brief zegt hem naar eigen zeggen niets en daaruit blijkt overigens ook niet dat de "nieuwe" algemene huurvoorwaarden door Actium zijn meegezonden.
5.1.2.
De kantonrechter is van oordeel dat Actium - hetgeen mede in het licht van het verweer van X op haar weg had gelegen - onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld, waaruit kan blijken dat de "nieuwe" algemene huurvoorwaarden door X zijn ontvangen. Weliswaar heeft Actium een aan X gerichte en geadresseerde brief van 24 september 2012 in het geding gebracht, waarin wordt gemeld dat de huurvoorwaarden per 1 januari 2013 zullen wijzigen en dat een exemplaar daarvan is bijgevoegd, maar daaruit volgt zonder voldoende feitelijke toelichting, die ontbreekt, nog niet dat X deze brief én de betreffende huurvoorwaarden ook daadwerkelijk heeft ontvangen.
5.1.3.
Nu Actium ten aanzien van dit geschilpunt onvoldoende heeft gesteld, is verdere bewijslevering ter zake niet aan de orde. Aldus moet het ervoor worden gehouden dat de "nieuwe" algemene huurvoorwaarden van Actium niet van toepassing zijn (geworden) op de huurrelatie tussen partijen en dat nog steeds de "oude" huurvoorwaarden gelden.
5.2.
De door de politie in haar processen-verbaal vermelde bevindingen inzake de in de woning aangetroffen feitelijke situatie zijn door X niet betwist. Deze bevindingen kunnen derhalve voor juist worden gehouden. Op grond daarvan kan er vanuit worden gegaan dat de hiervoor onder 2.4. genoemde hoeveelheid hennep in de door X van Actium gehuurde woning is aangetroffen.
5.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft X zich met het - in strijd met de Opiumwet - voorhanden hebben van voormelde, aanzienlijke hoeveelheid hennep in de woning gehandeld in strijd met zijn wettelijke - artikel 7:214 BW - alsmede zijn contractuele - artikel 8 van de "oude" huurvoorwaarden - verplichting om zich als een goed huurder te gedragen. Daarnaast verdraagt het aanwezig hebben van een dergelijke hoeveelheid verdovende middelen in de woning zich niet met de (woon)bestemming van het gehuurde. Hiermee heeft X gehandeld in strijd met zijn wettelijke - artikel 7:213 BW - en contractuele verplichting om het gehuurde (slechts) overeenkomstig de bestemming als woonruimte te gebruiken (vgl. gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 december 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5991). In dezen weegt ook mee dat genoegzaam is gebleken dat X de hennep om bedrijfsmatige redenen onder zich had, namelijk zoals hij zelf stelt ten behoeve een - niet bij name door hem genoemde - coffeeshop. Aldus is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een ernstige, toerekenbare tekortkoming van X in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder uit hoofde van de huurovereenkomst met Actium.
5.4.
Uit artikel 6:265 lid 1 BW volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming
van zijn verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid geeft om de huurovereenkomst te (doen) ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt, waarbij het aan de tekortschietende partij is om zich voldoende gemotiveerd op deze uitzondering te beroepen. Hierbij dienen alle omstandigheden van het geval te worden meegewogen (vgl. HR 22 juni 2007: ECLI:NL:HR:2007:BA4122).
5.5.
Gelet op de hiervoor vastgestelde ernstige tekortkoming van X in de nakoming
van zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst, is ontbinding van de
huurovereenkomst in beginsel gerechtvaardigd, ook wanneer rekening wordt gehouden met het woonbelang van X. Er is in dezen naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een tekortkoming van geringe betekenis of van bijzondere aard. Daartoe wordt het volgende overwogen.
5.6.
Waar X zich heeft beklaagd over een, naar zijn mening, ontoelaatbare schending van zijn privacy, zal dat verweer worden gepasseerd. Ook al zou een medewerker van Actium de hennep hebben ontdekt bij "rondsnuffelen" in de woning van X, dan kan die omstandigheid niet aan ontbinding en ontruiming aan de weg staan, Het X toekomende recht op bescherming van zijn privacy en zijn woning is niet onbeperkt. Een dergelijke beperking is onder meer mogelijk in verband met het voorkomen en opsporen van strafbare feiten mits deze beperking bij wet is voorzien. De politie, die krachtens de wet belast is met de opsporing van strafbare feiten, was vanwege de verdenking van de aanwezigheid van hennep in de door X gehuurde woning naar het oordeel van de kantonrechter gerechtigd om daartoe - in het verlengde van de melding door Actium - de woning van X te doorzoeken. Het recht van X op bescherming van zijn privacy en zijn woning diende in dit geval te wijken voor het maatschappelijke belang bij de opsporing van een strafbaar feit.
5.7.
X kan zich er overigens niet met succes op beroepen dat hij niet van het (strenge) beleid van Actium bij het aantreffen van een hennep in een huurwoning op de hoogte was. X had zich moeten realiseren dat het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid hennep in de woning zoals hier is aangetroffen niet acceptabel voor Actium zou zijn.
5.8.
De door X aangevoerde (persoonlijke) omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel. X heeft erop gewezen dat hij op straat komt te staan bij ontbinding en ontruiming. Net zoals iedere andere huurder wiens huurovereenkomst op verlangen van de verhuurder door de kantonrechter wordt ontbonden in verband met de aanwezigheid van (een) hennep(kwekerij) in de woning, zal X op zoek moeten gaan naar andere woonruimte. X heeft niet onderbouwd dat zijn situatie in bijzondere mate afwijkt. Ook heeft X zijn stelling dat het niet mogelijk voor hem is om vervangende woonruimte - vast of tijdelijk - te vinden niet onderbouwd. Door zijn keuze voor het voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid hennep in de woning heeft X de gevolgen daarvan over zichzelf afgeroepen.
5.10.
De slotsom is dat de vorderingen van Actium strekkende tot ontbinding en ontruiming kunnen worden toegewezen. Voor toewijzing van deze vorderingen bestaat in het voorliggende geval naar het oordeel van de kantonrechter reden te meer, gelet op de aanzienlijke huurachterstand die X in de loop van 2014 heeft laten ontstaan. Een huurachterstand van, zoals hier, vijf maanden, is in het algemeen (als zelfstandige grond) al ruim voldoende om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. X was ook gedurende zijn periode van detentie gehouden om te waarborgen dat de huur tijdig aan Actium zou worden voldaan en waar nodig gerichte actie daarin te ondernemen. Dat zulks kennelijk niet is gebeurd, komt in de gegeven omstandigheden voor rekening en risico van X.
5.11.
De termijn voor ontruiming voor de woning zal worden bepaald op (uiterlijk) veertien dagen na betekening van dit vonnis.
5.12.
De (onweersproken) vordering van Actium die betrekking heeft op betaling van een vergoeding voor het gebruik van de woning vanaf heden tot aan de dag van ontruiming is eveneens toewijsbaar.
5.13.
De (louter) op basis van de "nieuwe" algemene voorwaarden gevorderde contractuele boete ligt, gezien de niet-toepasselijkheid van deze voorwaarden, voor afwijzing gereed.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.14.
De gevorderde incassokosten zijn door Actium voldoende onderbouwd en overeenkomstig het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar.
5.15.
[X] wordt als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten veroordeeld.
5.16.
Actium vordert betaling van de daadwerkelijk gemaakte kosten van haar gemachtigde (advocaat), waartoe zij verwijst naar zowel de "oude" (artikel 16 lid 1) als de "nieuwe" algemene huurvoorwaarden (artikel 18.4). Actium heeft de door haar gemachtigde verrichte werkzaamheden gespecificeerd sub 4.3. van de dagvaarding. Deze werkzaamheden betreffen naar het oordeel van de kantonrechter allereerst grotendeels buitengerechtelijke werkzaamheden, waarvoor de hiervoor genoemde buitengerechtelijke incassokosten reeds een vergoeding behelzen. Voor het overige betreft het werkzaamheden waarvoor de normale proceskostenvergoeding in civiele zaken een vergoeding insluit. Er zijn geen redenen gebleken om daarvan in dezen af te wijken in de door Actium voorgestane zin.
5.17.
De proceskosten aan de zijde van Actium worden aldus begroot als volgt:
- dagvaardingskosten € 95,77
- vast recht € 462,00
- salaris gemachtigde € 350,00 (2 punten x € 175,00)
------------
€ 907,77.
5.18.
De gevorderde nakosten zijn ten slotte toewijsbaar zoals hierna te melden, tot het maximale tarief dat daarvoor in kantonzaken wordt gehanteerd.
BESLISSING
De kantonrechter:
1. ontbindt met ingang van heden de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats];
2. veroordeelt X om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning met alles en iedereen te verlaten en te ontruimen en ontruimd en verlaten te houden, ter vrije beschikking aan Actium te stellen en de sleutels van de woning af te geven aan Actium;
3. veroordeelt X tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 396,96;
4. veroordeelt X tot betaling van een bedrag van € 451,36 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat hij de woning vanaf heden in gebruik heeft tot aan de ontruiming, onder voorbehoud van (wettelijk) toegestane huurverhogingen;
5. veroordeelt X tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van Actium begroot op € 907,77 en veroordeelt X in de nakosten, vastgesteld op
€ 100,00, beide te vermeerderen met de wettelijke rente daarover indien deze kosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving door Actium zijn voldaan, tot aan de dag der voldoening van deze kosten;
6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
7. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. C.J.R. de Locht en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2015.