2.1.
Sinds de jaren 60 van de vorige eeuw wordt gas gewonnen uit het zogenaamde Groningenveld. Het Groningenveld bevindt zich onder de gemeenten Appingedam, Bedum, Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Hoogezand-Sappemeer, Loppersum, Menterwolde, Slochteren, Oldambt, Pekela, Ten Boer, Veendam en een stukje Bellingwedde en Haren.
2.2.
Na de vondst van het Groningenveld heeft de toenmalige Minister van Economische Zaken, J.W. de Pous, op 11 juli 1962 een nota aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden waarin hij een overzicht gaf van de betekenis van de aardgasvondsten in de provincie Groningen voor de energievoorziening in het algemeen en de gasvoorziening in het bijzonder. Deze nota (Kamerstukken II, 1961/192, 6767 en overgelegd door EBN als productie 2)1 heeft een systeem van staatsdeelneming in mijnbouwactiviteiten geïntroduceerd. In de Nota De Pous is de basis gelegd voor het tot stand komen van de onder 2.3. beschreven overeenkomst van samenwerking. De nota vermeldt:
(…) dat het voor een goede en verantwoorde afzet van het aardgas noodzakelijk zou zijn, een nauwe coördinatie tussen winning en afzet tot stand te brengen. Een dergelijke eenheid van beleid bij winning en afzet zou het meest ideaal worden geëffectueerd, indien beide takken zouden worden ondergebracht bij één maatschappij. (…)
De concessie voor winning van aardgas in de provincie Groningen wordt verleend aan de N.A.M., doch deze concessie wordt (…) geëxploiteerd voor rekening van de samenwerkende partijen Shell, Esso en Staatsmijnen, die terzake een maatschap zullen aangaan. Deze samenwerkende partijen bepalen dus gezamenlijk het beleid inzake de verdere exploratie en exploitatie binnen de concessie. Alle gewonnen aardgas - voor zover niet nodig binnen het eigen winningsbedrijf van de N.A.M. - wordt verkocht aan de op te richten nieuwe gasmaatschappij, waarin Shell, Esso en Staatsmijnen participeren in de hieronder aan te geven verhouding.
2.3.
Bij akte van 27 maart 1963 hebben de Staat (Staatsmijnen), Bataafse Petroleum Maatschappij N.V. (B.P.M.), Standard Oil Company (New Jersey) en N.V. Nederlandse Aardolie Maatschappij (N.A.M.) een overeenkomst van samenwerking gesloten (hierna: OvS). De OvS is op 4 april 1963 goedgekeurd door de Minister van Economische Zaken.
De OvS bevat onder meer de volgende bepalingen:
Artikel 1. Doel en duur
.
1. Staatsmijnen en N.A.M. gaan hierbij een maatschap aan met als doel, gezamenlijk het beleid te
voeren inzake en het economisch belang te dragen bij de opsporing en ontginning door N.A.M.
van de aardgasvoorkomens in de haar voor de provincie Groningen te verlenen concessie (…).
2. De maatschap treedt niet naar buiten op. (…)
Artikel 2. Inbreng
1. Staatsmijnen zal voor alle werken welke N.A.M. reeds binnen de provincie Groningen terzake
van de opsporing en winning van aardgas tot en met 31 december 1962 tot stand heeft gebracht
met de uitsluitend daarbij behorende zaken, en voor alle door N.A.M. tot genoemde datum ten
behoeve van de opsporing en ontwikkeling van aardgasvoorkomens in Groningen gemaakte
kosten aan N.A.M. vergoeden 40% van f 37.677.000,- (…)
Staatsmijnen zal bovendien voor de werken en daarbij behorende zaken door N.A.M. tot stand
gebracht en voor alle door N.A.M. gemaakte kosten van 31 december 1962 tot aan de datum
van ondertekening van deze overeenkomst aan N.A.M. betalen 40% van een tussen N.A.M. en
Staatsmijnen nader overeen te komen bedrag, berekend op dezelfde grondslag als die, welke is
gebruikt bij de bepaling van het bedrag van f 37.677.000,- hiervoor genoemd.
Alle in dit lid bedoelde werken en zaken worden in de maatschap in eigendom ingebracht.
Artikel 3. Beheer
.
1. Het Beheer van de maatschap wordt opgedragen aan een College van Beheer, bestaande uit
twee door Staatsmijnen en twee door N.A.M. benoemde leden. (…)
Artikel 4. Regeringsvertegenwoordiger
.
De door de Minister van Economische Zaken benoemde regeringsvertegenwoordiger bij de maatschap wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van het College van Beheer en gekend in de besluiten van het College.
Artikel 5. Bedrijfsvoering door N.A.M.
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 wordt het bedrijf van de opsporing en ontginning van
aardgasvoorkomens binnen de aan N.A.M. voor de provincie Groningen te verlenen concessie
door N.A.M. gevoerd en wel te eigen name.
2. N.A.M. zal haar rechten uit de concessie voor Groningen, voor zover het betreft de
aardgasvoorkomens binnen deze concessie, uitoefenen uitsluitend ten behoeve van de
maatschap; (…)
Artikel 6. Beleid.
1. Behoudens voorzover zulks onverenigbaar ware met de verplichtingen van de concessionaris
en van de bestuurder van de mijn op grond van de Mijnwetgeving, is N.A.M. gebonden aan de
door het College van Beheer terzake van het Groningse aardgaswinningsbedrijf te nemen
besluiten.
2. Het College van Beheer stelt voor elk kalenderjaar vast het plan van exploratie en winning van
het Groningse aardgas (…); het zal N.A.M. de gelegenheid bieden, terzake voorstellen te doen.
(…)
Artikel 7. Kosten en baten
.
1. De uitgaven en opbrengsten van de maatschap worden tussen Staatsmijnen en N.A.M. gedeeld
in de verhouding 40 : 60.
(…)
Artikel 19. Partijvervanging
1. Indien de rechtsvorm van het Staatsmijnbedrijf wordt gewijzigd in een naamloze vennootschap
heeft Staatsmijnen het recht en de plicht zich als partij bij deze gehele overeenkomst te doen
vervangen door bedoelde vennootschap, met dien verstande dat de Staat (Minister van
Economische Zaken) de bevoegdheden aan hem toegekend in de artikelen 4, 9, 13, 21 en 23 als
partij bij deze overeenkomst blijft uitoefenen. (…)
Voorafgaand aan het ondertekenen van de OvS hebben B.P.M., New Jersey en N.A.M. enerzijds en de Minister van Economische Zaken anderzijds gezamenlijk een briefwisseling opgesteld, waaruit de rechtbank het volgende vermeldt.
Brief van B.P.M., New Jersey en N.A.M. aan de Minister van Economische Zaken, van 27 maart 1963:
(…) ondergetekenden (…) stellen (…) het op prijs tegenover Uwe excellentie uitdrukkelijk te verklaren, dat bij het sluiten van deze overeenkomst van samenwerking - wat betreft de interne verhouding tussen de contractanten - de bedoeling heeft voorgezeten, dat de overeenkomst zo zal worden opgevat en ook zal worden uitgevoerd als ware hier sprake van een concessionaris-naamloze vennootschap, waarin de N.V. Nederlandse Aardolie Maatschappij tezamen met de Staatsmijnen als aandeelhouders participeren in dier voege, dat de Staatsmijnen en de N.V. Nederlandse Aardolie Maatschappij geacht moeten worden t.a.v. de concessie en het aardgaswinningsbedrijf in feite in dezelfde positie te verkeren als waren de concessie (…) en het aardgaswinningsbedrijf eigendom van een zodanige naamloze vennootschap.
Brief van de Minister van Economische Zaken aan B.P.M., New Jersey en N.A.M. van 4 april 1963:
Met erkentelijkheid nam ik kennis van de inhoud van Uw brief dd. 27 maart 1963. De daarin gegeven uiteenzetting omtrent de interne verhouding tussen de contractanten wordt ook door mij in overeenstemming met de hoofddirectie van de Staatsmijnen onderschreven.
De bij de OvS aangegane maatschap is Maatschap Groningen.
2.7.
De gaswinning uit het Groningenveld leidt tot compactie van de bodem. Dat veroorzaakt bodemdaling en aardbevingen. Op 16 augustus 2012 vond in de omgeving van Huizinge een aardbeving plaats met een kracht van 3,6 op de schaal van Richter.
De Minister van Economische Zaken schreef op 25 januari 2013, na de aardbeving bij Huizinge, aan de Tweede Kamer (productie 1 van de Staat):
De jaarlijkse productie uit het Groningen-veld is sinds 2000 stapsgewijs toegenomen van 20 tot 30 miljard m3 naar 45 tot 50 miljard m3. Het afgelopen decennium is evenredig met de toenemende productie het aantal aardbevingen per jaar en daarmee ook het aantal krachtige aardbevingen in het Groningen-veld toegenomen.
(…)
Het is al enkele decennia duidelijk dat de winning van aardgas uit het Groningen-veld gepaard gaat met aardbevingen.
(…)
Specifiek adviseert het SodM (rechtbank: Staattoezicht op de mijnen, art. 126 Mbw) mij daarom om de NAM er toe te bewegen ‹‹de gasproductie uit het Groningse gasveld zo snel mogelijk en zo veel als mogelijk en realistisch is, terug te brengen››. (…)
Een verminderde beschikbaarheid van Groningen-gas heeft ernstige gevolgen voor de Nederlandse samenleving en voor de samenlevingen in de ons omringende landen.
De verkoop van Groningen-gas heeft ook gevolgen voor de Rijksbegroting.
(Hier) komt nog bij dat geen volledig inzicht bestaat in de maximale sterkte van toekomstige aardbevingen in het Groningen-veld. Al met al maakt dit een besluit nu over beperking van de productie niet verantwoord. (…)
Om tot een afgewogen besluit te kunnen komen over eventuele maatregelen om de kans op dergelijke bevingen te verminderen zullen nadere onderzoeken worden uitgevoerd.
In 2013 is vervolgens ruim 53 miljard m3 gas geproduceerd uit het Groningenveld.
2.9.
Na aardbevingen in 2012 heeft [eiser] schade aan de boerderij geconstateerd en dit gemeld aan NAM.
2.9.1.
NAM heeft vervolgens J. Oostdijck van HBS Expertises (hierna: HBS) ingeschakeld. HBS heeft de door NAM als productie 2A, 2B en 2C overgelegde fotorapportage van de boerderij gemaakt. Deze is op 2 april 2013 aan de door [eiser] ingeschakelde aannemer gezonden. Daarbij schreef HBS aan die aannemer:
(…) kijk nog eens een keer goed door je begroting dan kunnen wij het afmaken.
2.9.2.
In opdracht van NAM heeft ook M. Boersma van Dekra Experts B.V. (hierna: Dekra) gerapporteerd over de schade aan de boerderij. Dekra heeft de boerderij bezocht op 14 oktober 2013, 16 december 2013 en 2 april 2014. In haar rapport van 14 mei 2014 (productie 8 van [eiser]) schrijft Dekra onder meer:
Datum aardbeving: Augustus 2012 en later
(…)
Causaliteit:
Een deel van de door schademelder getoonde schade bevindt zich op een locatie waar doorgaans schade ten gevolge van trilling ontstaat. Gelet op het feit dat deze schade van recente aard is en rekening houdend met de afstand tot het epicentrum, acht ik het oorzakelijk verband aangetoond.
(…)
Geconstateerde gebreken:
A = Gebrek/schade welke een
direct gevolg
is van het onderhavige evenement.
B = gebrek/schade,
reeds aanwezig voor, maar is verergerd
t.g.v. het onderhavige evenement.
C = gebrek/schade die
niet in verband
gebracht kan worden met het onderhavige evenement.
Rechtbank: Dekra verwijst vervolgens naar de bij haar rapport gevoegde fotorapportage en classificeert de op de foto's zichtbare gebreken als A, B of C.
(…)
Schadevaststelling:
De geleden schade bepaalde ik als onderstaand. (…)
Nr.
|
A / B / C
|
Schadebedragen
|
|
Schade
|
1
|
A
|
Herstel in eigen beheer
|
EUR
|
8.118,58
|
2
|
A/B
|
Herstel door aannemer
|
EUR
|
48.823,01
|
3
|
|
Verhuiskosten en kosten tijdelijk verblijf elders
|
EUR
|
5.000,00
|
|
|
Totaal, inclusief BTW
|
EUR
|
61.941,59
|
Dekra heeft bij de schadevaststelling gebruik gemaakt van een calculatie door Bedrijfsburo JBG B.V. (productie 11 van NAM).
2.9.3.
Dekra heeft NAM verzocht nader onderzoek te laten doen naar mogelijke tordering van de boerderij. In opdracht van NAM heeft Arcadis Nederland B.V. (hierna: Arcadis) dat onderzoek verricht. Arcadis (mevrouw N. van der Palm) schrijft in haar rapport van 11 maart 2014 (productie 9 van [eiser]) onder meer:
De scheefstand en/of zetting heeft zich in het verleden reeds voorgedaan (…) Deze schade is niet veroorzaakt door trillingen door aardbevingen. (…)
De woningen en de aanbouw zijn vanuit de bouwwijze van de fundering op een wierde (waarschijnlijk verminderde gronddruk) onderhevig aan zetting, hetgeen niet primair wordt veroorzaakt door trillingen door aardbevingen (categorie schade C).
De scheefstand van de gevel van de schuur is aanzienlijk, maar is ook in de loop van de tijd tot stand gekomen en niet door een enkel evenement, zoals trillingen door aardbevingen. (…)
De lekkage aan de schoorstenen is niet te wijten aan trillingen als gevolg van aardbevingen.
2.9.4.
Omdat [eiser] het niet eens was met de rapporten van Dekra en Arcadis, heeft hij opdracht gegeven aan Vergnes Expertise B.V. (hierna: Vergnes) een onderzoek te doen. Vergnes heeft bij haar onderzoek gBou B.V. (hierna: gBou) ingeschakeld.
2.9.5.
Vergnes rapporteert op 18 december 2014 (productie 12 van [eiser]):
Op locatie namen wij aan de woning, de twee schuren en de garage op zeer veel plaatsen ontstane beschadigingen waar. Vele hiervan zijn in het rapport van Dekra vastgelegd onder andere op een van de gemaakte 228 stuks (!) foto's. Het merendeel van de schades is hierbij als aardbevingsgerelateerd geregistreerd. (…) Veelal wordt er gesproken over zetting/verzakking, echter in onze optiek is er bij het merendeel van de schades sprake van fundamentschade als gevolg van aardbevingstrilling met schade in de bovenbouw als gevolg.
In zijn algemeenheid zijn wij geconfronteerd geweest met een dermate omvangrijk schadebeeld dat het tot op detail benoemen van elke separate schade weinig zinvol is. Het totaalbeeld van alle beschadigingen overziend, rechtvaardigt in onze optiek de conclusie dat de opstallen in zijn geheel aanzienlijk in trilling zijn gebracht met significante schade als gevolg. (…)
Arcadis (…) ziet geen relatie tot trilling door aardbevingen. Wij bestrijden dit met klem. Zowel in woning als in schuren zien wij op grote schaal verse scheurvorming in een pand dat voor het overige en voor het overgrote deel in een goede staat van onderhoud verkeert. Voorts zien wij aanzienlijke vervormingen in metselwerk, verplaatsing van bouwdelen waaronder kozijnen en balkankers in horizontale richting, en scheefstand en verplaatsing in het dakvlak. Naar wij inschatten, zijn de panden actief in trilling gebracht waardoor bouwdelen zich in horizontale richting zijn gaan verplaatsen en ook het fundament beschadigd zal zijn geraakt.
Een in onze optiek kenmerkend beeld van een aardbevingsschade is het feit dat deze in de tijd accumuleert (erger wordt). Dat dit effect aan de orde is, baseren wij onder ander op het feit dat wij de fotorapportage van Dekra op locatie zijn nagelopen. Wij namen waar dat de op de foto vastgelegde schade inmiddels behoorlijk is verergerd.
Vergnes becijfert de herstelkosten, onder verwijzing naar onder meer een offerte van een aannemer, op een bedrag van in elk geval € 612.000,00.
2.9.6.
gBou schrijft in haar rapport van 14 november 2014 (als bijlage bij het rapport van Vergnes gevoegd):
De grotere scheurvorming en/of vervorming is niet gevolg van reguliere zetting. Deze scheurvorming is het gevolg van aantasting van het fundament, (verzakking) en torderingsaspecten. (…)
De schade openbaart zich ook in het dakvlak van de woning. De schoorsteen vertoont scheefstand en (…) dakpannen scheurvorming.
Ook is duidelijk waarneembaar dat de balklaag van de eerste verdiepingsvloer een horizontale verplaatsing heeft ondergaan. Verbindingen zijn ernstig aangetast en de balklaag heeft ook het metselwerk van de zijgevel van de woning gedeformeerd. (…)
Er treedt bovendien verzakking op van vloeren en bestrating.
Het aangetroffen schadebeeld is kenmerkend voor schade als gevolg van aardbevingen. (…)
De scheurvorming die ik heb gezien is van een dusdanige omvang dat er op plaatsen sprake is van constructieve schade. (…)
Het fundament van het woonhuis is door de aardbevingen (horizontale verplaatsing) verzwakt en/of verzakt.