2.2.
Op 14 januari 2016 heeft [eiser] zijn iPad tijdens een les uitgeleend aan een leerlinge, [leerling 1] . Toen zij de webbrowser Safari opende, kwam de inbox van het gebruikersaccount [account] van de website "Instabang" in beeld. [leerling 1] heeft hiervan foto's gemaakt. Na de les hebben twee andere leerlingen, [leerling 2] en [leerling 3] , [eiser] erop aangesproken dat de website Instabang op zijn iPad stond. [eiser] heeft de geschiedenis van Safari op 15 januari 2016 gewist.
2.4.
Op 15 februari 2016 hebben de toenmalige rector van [scholengemeenschap] , [rector] , en de afdelingsleider Havo van [scholengemeenschap] , [afdelingsleider] , het incident van 14 januari 2016 met [eiser] besproken. In dit gesprek heeft [eiser] aangegeven de schuld op zich te nemen. [eiser] heeft diezelfde dag telefonisch kenbaar gemaakt dat hij deze verklaring weer intrekt.
2.5.
Bij brief van 24 februari 2016 is [eiser] bij wijze van ordemaatregel voor vier weken geschorst. Aangegeven is dat CVO een onafhankelijk onderzoek wil laten verrichten naar de werkelijke gang van zaken rond het incident van 14 januari 2016. Deze schorsing is vervolgens voor de duur van het onderzoek verlengd. [eiser] heeft zich bij zijn schorsing neergelegd. Per 1 juli 2016 is [eiser] zonder enig afscheid met pensioen gegaan.
2.6.
In opdracht van CVO is door onderzoeksbureau Eduquality te Amsterdam een onderzoek ingesteld naar het incident van 14 januari 2016. Eduquality heeft haar bevindingen neergelegd in een eindrapport van juli 2016. In dat rapport staat onder meer dat de iPad van [eiser] technisch onderzocht is door het digitaal forensisch onderzoeksbureau Schippers-IT en dat dit onderzoeksbureau heeft geconstateerd dat de gewiste geschiedenis van de webbrowser Safari niet meer te herstellen is. Voorts is geconstateerd dat voor het aanmaken van het gebruikersaccount [account] op de website Instabang het niet meer bestaande emailadres [account] @gmail.com is gebruikt. Navraag door Eduquality bij de helpdesk van Instabang heeft verder geleerd dat het account [account] op 11 januari 2016 is aangemaakt vanaf een IP-adres te [woonplaats 1] van provider Ziggo en op 14 januari 2016 is verwijderd.
Op grond van haar bevindingen trekt Eduquality onder meer de volgende conclusies:
De vraag blijft: hoe wisten de jongens ervan al tijdens die rekenles?
Het is in dit onderzoek niet duidelijk geworden hoe het kan dat [leerling 2] en [leerling 3] al tijdens de bewuste rekenles ervan af wisten dat de website Instabang te zien was op de iPad van [eiser] . Ze moeten dat geweten hebben anders konden ze [eiser] er niet op aanspreken aan het eind van diezelfde les. [leerling 2] zegt dat [leerling 1] naar hem toe liep en de iPad liet zien. [leerling 1] zegt dat ze naar niemand is toegelopen en alleen [leerling 4] en de twee meisjes achter haar hebben het scherm gezien waarvan [leerling 4] de foto nam, (…). Andere leerlingen hebben ze pas na die rekenles de foto laten zien. Maar dat is nadat [leerling 2] en [leerling 3] met [eiser] erover spraken. Misschien is het simpel en werd het tijdens de les doorgekletst in de klas en kwam het ook bij [leerling 2] en [leerling 3] terecht. Maar het kan ook dat ze erop een andere manier van wisten, bijvoorbeeld doordat ze iets ermee te maken hadden. In het interview ontkennen ze dit.
(…)
Wel de iPad maar niet het account van [eiser] ?
De onderzoeker heeft de indruk dat het bij het iPad-incident wel ging om de iPad van [eiser] , maar dat [account] niet een account is dat hij zelf heeft aangemaakt op Instabang op 11 januari 2016 om 15.50 uur. Dit leidt ze af uit het feit dat [eiser] zelf heeft aangedrongen op een onderzoek, ook op technisch onderzoek van de iPad. Nadat bekend werd vanaf welk IP-adres het account werd aangemaakt heeft hij navraag gedaan bij Ziggo om na te gaan wat zijn IP-adres thuis was op 11 januari en dat is een ander IP-adres, (…).
Meerdere scenario's denkbaar
De onderzoeker merkte tijdens de voorgesprekken en tijdens de interviews dat betrokkenen twee scenario's overwogen: scenario A waarbij [eiser] zelf de site Instabang bezocht in zijn vrije tijd en [leerling 1] dat onbedoeld te zien kreeg toen ze de iPad leende en scenario B waarbij de leerlingen bij de start van die rekenles even het account [account] maakten, op het scherm lieten staan en fotografeerden. Er zijn echter ook andere scenario's mogelijk. Ook iemand anders dan een van de geïnterviewden zou het account op Instabang kunnen hebben aangemaakt.
Vooralsnog is niet duidelijk wat er precies is gebeurd
In de interviews blijven de verhalen tegenover elkaar staan. (…).
Wanneer duidelijk was welke locatie/klant van Ziggo hoort bij het IP-adres [IP-adres] zou mogelijk meer helderheid te verschaffen zijn. [eiser] heeft wel Ziggo als provider, maar met een ander IP-adres. De school en de leerlingen [leerling 1] , [leerling 4] en [leerling 3] hebben andere providers. Mogelijk zijn er andere betrokkenen die een rol hebben gespeeld in dit incident.
In haar rapport doet Eduquality onder meer de volgende aanbeveling:
Vraag het IP-adres na
Wanneer duidelijk wordt van wie het IP-adres is waarmee het account [account] is aangemaakt kan waarschijnlijk uitsluitsel volgen over welk scenario het meest waarschijnlijk is. (…). De provider Ziggo vertelde bij navraag door de onderzoeker dat informatie over IP-adressen niet aan derden worden verstrekt, tenzij dit gaat om aanvraag via de politie. (…)
De onderzoeker heeft de ouders van de geïnterviewde leerlingen verzocht door te geven welke internetprovider zij hebben. Inmiddels is antwoord ontvangen van de ouders van [leerling 1] , [leerling 4] en [leerling 3] en die hebben andere providers thuis. Opdrachtgever zou ervoor kunnen kiezen verdere navraag bij ouders van andere leerlingen te doen.
2.7.
Op 23 november 2016 hebben partijen gesproken over het eindrapport van Eduquality. Daarin is door [eiser] onder meer aangegeven dat hij rehabilitatie wenst in de vorm van een bericht aan collega's. CVO heeft te kennen gegeven dat dit niet aan de orde is en dit standpunt bij brief van 30 november 2016 herhaald.
2.9.
[eiser] heeft op 23 januari 2017 Eduquality telefonisch verzocht om hem het in juni 2016 opgestelde conceptrapport toe te sturen. Bij e-mailbericht van 24 januari 2017 heeft Eduquality dit conceptrapport aan [eiser] gezonden. In dit conceptrapport staat onder meer:
Meer dan twee scenario's
Naar de mening van de onderzoeker is er in de afhandeling van het incident te snel van uitgegaan dat er slechts twee scenario's waren, scenario A waarbij [eiser] zelf de site "Instabang" bezocht in zijn vrije tijd en [leerling 1] dat onbedoeld te zien kreeg toen ze de iPad leende en scenario B waarbij de leerlingen bij de start van die rekenles even het account [account] maakten, op het scherm lieten staan en fotografeerden. Wanneer het zo is dat leerlingen [eiser] een hak wilden zetten zijn er ook andere scenario's mogelijk, die in de richting gaan van een gecompliceerde vorm van leraar pesten.
Vooralsnog is niemand als schuldige aan te wijzen
In de interviews blijven de verhalen tegenover elkaar staan. (…)
Wanneer duidelijk was welke locatie/klant van Ziggo hoort bij het IP-adres [IP-adres] zou mogelijk meer helderheid te verschaffen zijn. [eiser] heeft wel Ziggo als provider, maar met een ander IP-adres. De school en de leerlingen [leerling 1] , [leerling 4] en [leerling 3] hebben andere providers. Het lijkt erop dat er andere leerlingen bij betrokken zijn.