2.9.
In afwachting van de deskundigenberichten over de oorzaak van de schade aan de boerderij en de daarmee gemoeide herstelkosten, houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.
Ten aanzien van het geschil tussen [eiser] en NAM en EBN
deskundigenonderzoek
1. beveelt onderzoeken door deskundigen ter beantwoording van de volgende vragen:
I. Boven- en ondergronds onderzoek
-
Wat is de algehele bouwkundige toestand van de boerderij van [eiser] , uitgesplitst per gebouwdeel?
-
Kunt u de door [eiser] genoemde schades (die niet reeds door Dekra in het Dekra-rapport van 14 mei 2014, productie 8 bij dagvaarding, als aardbevingsgerelateerd zijn beoordeeld) per gebouw en per gevel/bouwdeel in beeld brengen, mede op basis van een 3D-scan?
-
Wat is de oorzaak of wat zijn oorzaken van de diverse schade ? Wilt u in uw onderzoek in ieder geval de volgende punten betrekken:
-
alle omgevingsfactoren die trillingen kunnen veroorzaken, zoals verkeer, windbelasting/storm en aardbevingen;
-
de bodemgesteldheid, inclusief de grondwaterstand en eventuele grondverbetering; en
-
de wijze waarop de boerderij van [eiser] is gefundeerd.
-
Indien u concludeert dat sprake is van meerdere oorzaken van de schades, kunt u toelichten in welke mate (uitgedrukt in percentages) de verschillende oorzaken aan het ontstaan van de schades hebben bijgedragen?
-
Kunt u aangeven of en zo ja in welke mate (uitgedrukt in percentages) en op welke termijn de diverse schades ook zouden zijn ontstaan indien er geen sprake zou zijn van aardbevingen ten gevolge van de gaswinning in het Groningenveld?
-
Geeft uw onderzoek overigens nog aanleiding tot opmerkingen?
II. Onderzoek herstelkosten
-
Welk bedrag is per post volgens u gemoeid met herstel van de geconstateerde schade?
-
Wat zijn – indien nodig - de kosten van ontruiming van de opstallen, tijdelijke woon- en opslagruimte en nieuwe aanleg van tuin en afrastering van de weilanden ?
-
Geeft uw onderzoek overigens nog aanleiding tot opmerkingen?
deskundigen
2. benoemt tot deskundige:
de heer Ing. P.B.J.M. Elferink,
De Horsterhof 15,
7542 NC Enschede,
de heer Flip Hoefsloot, Principal Consultant, verbonden aan Fugro N.V.,
Veurse Achterweg 10,
2264 SG, Leidschendam,
de heer N. Zeldenrust, verbonden aan Notebomers Bouwgroep,
De Wieren 18,
9866 AK Lutjegast,
het voorschot
3. bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundigen het volgende:
- -
de deskundigen dienen ieder binnen twee weken na ontvangst van het procesdossier een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten
- -
na ontvangst van de opgave zal de procedure binnen twee weken verwezen worden na de rol, om partijen de gelegenheid te geven zich bij akte uit te laten over de deskundigenkosten
- -
indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundigen reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag
- -
indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,
4. bepaalt dat NAM en EBN het voorschot ter griffie zullen deponeren, welk bedrag na ontvangst van een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak moet worden voldaan aan de griffier.
5. draagt de griffier op om de deskundigen onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
5. bepaalt dat NAM het procesdossier binnen twee weken na uitspraak van dit vonnis in afschrift aan de deskundigen dient te doen toekomen,
6. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
7. wijst de deskundigen er op dat:
- -
de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- -
de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- -
de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- -
indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
8. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundigen dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundigen toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundigen ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
9. draagt de deskundigen op om uiterlijk drie maanden na ontvangst van de in kennisstelling van de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
10. wijst de deskundigen er op dat:
- -
uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- -
de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
11. bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het conceptrapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren,
12. draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- -
indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor artikel 2.11. van het landelijk procesreglement of
- -
na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht:
- -
voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiser] op een termijn van vier weken, waarna NAM en EBN op de rol van vier weken daarna een antwoordconclusie na deskundigenonderzoek kunnen nemen,
13. verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
Ten aanzien van alle partijen
14. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. van Weringh, mr. M.E. van Rossum en mr. J. Wichers en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2017.