Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBNNE:2017:2486

Rechtbank Noord-Nederland
07-07-2017
07-07-2017
C/18/176638/KG ZA 17-128
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig,Op tegenspraak

Volgt.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/176638 / KG ZA 17-128

Vonnis in kort geding van 7 juli 2017

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOODS 5 HOLDING B.V.,

gevestigd te Haarlem,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOODS 5 ZAANDAM B.V.,

gevestigd te Zaandam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOODS 5 SLIEDRECHT B.V.,

gevestigd te Sliedrecht,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOODS 5 AMERSFOORT B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOODS 5 WEB B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseressen,

advocaat mr. N. de Jongh-Ruyters te Breda,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te Groningen,

gedaagde,

advocaat mr. J.A. Venema te Emmen.

Partijen zullen hierna Loods 5 en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Loods 5

  • -

    de pleitnota van [gedaagde].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Loods 5 biedt in Zaandam (sinds 1999), in Sliedrecht (sinds 2006) en in Amersfoort (sinds 2013) woon- en lifestyleproducten aan van verschillende importeurs, groothandelaren en fabrikanten, bij wijze van het zogenaamde shop-in-shopprincipe.

2.2.

Loods 5 voert sedert 1999 'Loods 5' als handelsnaam.

2.3.

Loods 5 is rechthebbende op onder meer de volgende merken:

- een Benelux-woordmerk voor het teken “LOODS 5” (nr. 0687441), geregistreerd in

de klassen 20, 21, 35, 36, 42 en 43 per 12 juni 2001;

- een Benelux-beeldmerk (nr. 0757675) voor het volgende teken:

2.4.

[gedaagde] exploiteert sedert 2014 een bedrijf onder de naam 'Loods G'. Op haar website is vermeld dat in het bedrijf diverse zaken worden verkocht, zoals vintage, design, kunst, industrieel, lampen, meubels, reclame, curiosa, oude bouwmaterialen.

Op haar website bedient [gedaagde] zich van het volgende teken:

2.5.

Bij e-mail van 7 december 2016 heeft [medewerker], commercieel directeur van Loods 5, aan [gedaagde] verzocht de handelsnaam Loods G en het gebruikte teken in overleg aan te passen.

2.6.

Bij e-mail van 2 februari 2017 heeft de raadsvrouw van Loods 5 [gedaagde] gesommeerd om ieder gebruik van het teken Loods G binnen 14 dagen te staken en gestaakt te houden.

2.7.

Tot de datum van de zitting in deze procedure heeft Loods G het gebruik van het teken Loods G niet gestaakt.

3 Het geschil

3.1.

De vordering van Loods 5 luidt:

1) Loods G te bevelen binnen 5 werkdagen na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden ieder gebruik van Loods G als de (handels)naam en merk, waaronder begrepen ieder gebruik van de domeinnaam www.loodsg.nl, alsmede enige andere aanduiding die slechts in geringe mate van de handelsnaam en/of merken van Loods 5 afwijkt;


meer specifiek wordt onder staken van het gebruik in ieder geval maar niet uitsluitend verstaan:

- het gebruik op zakelijke stukken;

- het gebruik op de website van Loods G;

- het gebruik op de sociale media pagina’s van Loods G (o.a. Facebook, Twitter, Instagram);

- het gebruik in de logo’s van Loods 6;

- het gebruik als handelsnaam en in de domeinnamen van Loods G;

- het wijzigen van de handelsnaam bij de Kamer van Koophandel;

- het opzeggen van de domeinnaam bij SIDN;

- het gebruik in aanduidingen op bedrijfspanden;

- het gebruik in advertenties of brochures.

2) Loods G te bevelen aan Loods 5 te voldoen een dwangsom van € 5.000,00

(zegge: vijfduizend euro) voor iedere individuele overtreding van - enig onderdeel van - het onder sub 1 gevorderde, waarbij iedere individuele overtreding als een aparte overtreding dient te worden beschouwd, te vermeerderen met een dwangsom van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) per dag waarop deze overtreding voortduurt;

3) Loods G te veroordelen tot betaling van de (advocaat)kosten van dit geding ex artikel 1019h Rv te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen tien werkdagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening bij voorraad;

4) De termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv te stellen op zes maand na de datum van het vonnis.

3.2.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de zaak een spoedeisend belang heeft omdat er wordt gesteld dat een voortdurende inbreuk op een subjectief recht wordt gemaakt.

4.2.

Aan de vorderingen heeft Loods 5 kort gezegd ten grondslag gelegd dat [gedaagde] het beeldmerkrecht en het woordmerkrecht alsmede het handelsnaamrecht van Loods 5 geschonden heeft.

4.3.

Ten aanzien van het beeldmerk heeft [gedaagde] ter zitting aangevoerd dat hij het gebruik van het desbetreffende logo reeds heeft gestaakt, zodat daarover geen uitspraak hoeft te worden gedaan. Loods 5 heeft daarop gesteld dat zij geen afstandverklaring van de zijde van [gedaagde] heeft ontvangen, zodat zij wel degelijk belang heeft bij een uitspraak.

4.4.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Loods 5 bij gebreke van een verklaring van [gedaagde] dat hij zich zal onthouden van het gebruik van het logo, belang heeft bij een uitspraak. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.5.

Op grond van artikel 2.20 lid 1 aanhef en sub b BVIE heeft de merkhouder het recht het gebruik van een teken te verbieden in het geval dat teken gelijk is aan of overeenstemt met zijn merk en het in het economisch verkeer wordt gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten als waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar van associatie met het merk.

4.6.

Van inbreuk in deze zin is sprake als het teken en het merk zodanig overeenstemmen dat daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren of diensten (directe of indirecte) verwarring kan ontstaan. Bij de beoordeling van de vraag of daarvan sprake is, moet in aanmerking worden genomen dat het verwarringsgevaar globaal dient te worden beoordeeld volgens de indruk die het teken en het merk bij de gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten achterlaat, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, met name de onderlinge samenhang tussen de overeenstemming van merk en teken en de soortgelijkheid van de betrokken waren of diensten. De globale beoordeling van het verwarringsgevaar dient te berusten op de totaalindruk die door de merken wordt opgeroepen, waarbij in het bijzonder rekening dient te worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Voorts dient rekening te worden gehouden met het onderscheidend vermogen van het merk. Verwarringsgevaar moet eerder worden aangenomen naar mate de waren en/of diensten (soort)gelijker zijn.

4.7.

De in geding zijnde tekens van Loods 5 en [gedaagde] zijn de volgende:

4.8.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat zowel de afzonderlijke elementen als de totaalindruk van de beeldmerken zodanig verschillen dat het beroep op de onder 4.5. bedoelde bepaling niet kan worden gehonoreerd. Er is sprake van niet op elkaar gelijkende lettertypes, een andere plaatsing van de gebruikte woordtekens en een andere tekening op de gebruikte logo's. Bovendien verschillen deze aanzienlijk in de gebruikte vormen. Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat, anders dan Loods 5 heeft gesteld, de gelijkenis tussen het cijfer '5' en de letter 'G' slechts beperkt is.

4.9.

Ten aanzien van het woordmerk 'Loods 5' en de gestelde schending van het woordmerkrecht van Loods 5 door [gedaagde] door het gebruik van het woord 'Loods G' is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat het bestanddeel ‘Loods’ in diverse combinaties met cijfers en letters veelvuldig worden gebruikt voor de verkoop van diverse zaken. Daarmee is onvoldoende gesteld om aan te nemen dat het onderscheidend vermogen van dat bestanddeel meer dan gering is.

4.10.

Bij de beoordeling van het beeldmerk en het woordmerk betrekt de voorzieningenrechter ook dat de waren die door partijen worden verkocht, maar in een geringe mate als soortgelijk kunnen worden aangemerkt. Partijen hebben een overlap in de goederen die zij verkopen in die zin dat zij beide ook meubels en accessoires verkopen. De meubels en accessoires die Loods 5 verkoopt kunnen worden omschreven met bewoordingen als stijlvol, (grotendeels) nieuw en design. De verkoop door Loods G heeft een ander karakter. Loods 5 heeft de verschillen ter terechtzitting nadrukkelijk naar voren gebracht. Zij heeft de verkoop door Loods G beschreven als het "uitventen van rommel en rotzooi" en heeft ter illustratie daarvan een krantenartikel overgelegd waarin [gedaagde] over zichzelf zegt "de een houdt duiven, ik heb oude rotzooi". [gedaagde] heeft ter terechtzitting dit beeld van Loods G bevestigd; hij spreekt van een kringloopwinkel.

4.11.

In het licht van het bovenstaande heeft Loods 5 naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gesteld om aan te nemen dat sprake is van verwarringsgevaar bij het publiek in de zin van art. 2.20 lid 1 aanhef en sub b BVIE. Reeds gelet hierop kunnen de vorderingen niet op grond van deze bepaling worden toegewezen.

4.12.

Loods 5 baseert haar vorderingen ook op art. 2.20 lid 1 sub c en d BVIE. Deze bepalingen geven het recht om het gebruik van een teken te verbieden als door dat gebruik zonder geldige reden een ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.

4.13.

De stelling van Loods 5 in dit verband strekt ertoe dat [gedaagde] door het gebruik van het teken 'Loods G' probeert in het kielzog te varen van de merken van Loods 5 om te profiteren van de aantrekkingskracht, de reputatie en het prestige van die merken en om zonder financiële vergoeding profijt te halen uit de commerciële inspanningen die Loods 5 heeft geleverd om het imago van de merken te creëren en te onderhouden. Deze stellingen zijn verstrekkend, op geen enkele wijze onderbouwd en worden door [gedaagde] betwist.

Gelet hierop is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een situatie waar art. 2.20 lid 1 sub c en d BVIE het oog op hebben.

4.14.

Voor zover de vorderingen van Loods 5 zijn gestoeld op het BVIE worden ze dan ook afgewezen.

4.15.

Daarmee ligt de vraag voor of de vorderingen kunnen worden toegewezen op basis van art. 5 en art. 5a van de Handelsnaamwet (Hnw).

4.16.

Op grond van het bepaalde in artikel 5 Hnw is het verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, al door een ander rechtmatig werd gevoerd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard van de beide ondernemingen en de plaats waar zij zijn gevestigd, bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen is te duchten.

4.17.

Gelet op de aard van de ondernemingen, waarbij de voorzieningenrechter gewicht toekent aan het hierboven beschreven verschil tussen de waren, is het niet aannemelijk dat er bij het publiek verwarring tussen beide ondernemingen te duchten is. Ook kan de website van Loods G weliswaar vanuit het hele land worden geraadpleegd, maar is niet voldoende gebleken dat daarmee wordt beoogd klanten uit het hele land te werven. Het voeren van de domeinnaam 'loods g' draagt dan ook niet wezenlijk bij aan de bekendheid van de handelsnaam buiten het eigen verzorgingsgebied. Ook in dit opzicht is het niet aannemelijk dat er bij het publiek verwarring tussen beide ondernemingen te duchten is.

4.18.

Gelet op het vorenstaande worden de gevraagde voorzieningen afgewezen.

4.19.

Loods 5 zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht € 287,00

- salaris advocaat 6.000,00

Totaal € 6.287,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Loods 5 in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 6.287,00;

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.1

1 coll: js

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.