RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
zaak-/rolnummer: 7210102 \ CV EXPL 18-7271
vonnis van de kantonrechter ex art. 254 lid 5 Rv d.d. 7 november 2018
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. H.E. Meerman,
de stichting
STICHTING OMROP FRYSLÂN,
gevestigd te Leeuwarden,
gedaagde,
gemachtigde: mr. P.H.F. Yspeert.
Partijen zullen hierna "[eiser]" en "Omrop Fryslân" worden genoemd.
Motivering
2.1.
Omrop Fryslân is de regionale omroep voor de provincie Fryslân. Zij verzorgt radio- en televisie-uitzendingen.
2.2.
[eiser], geboren op 18 januari 1966, is met ingang van 1 april 2015 in dienst getreden bij Omrop Fryslân, in de functie van hoofdredacteur, tegen een salaris van laatstelijk € 8.001,30 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag, eindejaarsuitkering en overige emolumenten.
2.3.
Per 1 mei 2018 is mevrouw [A] (hierna te noemen: [A]) door de Ried fan Kommissarissen van Omrop Fryslân (hierna: RfK) benoemd tot interim bestuurder, met als primaire opdracht om de eenheid in de organisatie te herstellen.
2.4.
[A] vormt sinds haar benoeming samen met [eiser] het managementteam van Omrop Fryslân.
2.5.
Bij brief van 6 september 2018 heeft [A] [eiser] op non-actief gesteld. Deze brief vermeldt daartoe:
"Hiermee bevestig ik jou voor de duidelijkheid in het kort de mededelingen die ik jou zojuist heb gedaan.
Een vruchtbare samenwerking tussen ons (jij in jouw rol als hoofdredacteur en ik in de mijne als directeur) is helaas niet mogelijk gebleken. Kort samengevat hebben wij tegenovergestelde visies op hoe de organisatie en met name de daarin werkzame personen dient/dienen te worden aangestuurd en op hoe de rolverdeling binnen de organisatie behoort te zijn. Verder is mij gebleken dat jouw manier van werken strijd en weerstand oproept binnen de redactie, waardoor er voortdurend onrust is. Hierdoor en door een aantal incidenten tussen ons, waaronder recent die met betrekking tot de live-uitzending over "De Reuzen" op vrijdag 17 augustus jl., is mijn vertrouwen in jou als hoofdredacteur weg en is onze arbeidsrelatie wat mij betreft onherstelbaar verstoord geraakt. In een tweekoppig MT is dat natuurlijk onwerkbaar en daarom heb ik besloten dat jij zult moeten vertrekken. Mijn bevindingen en beslissing heb ik met de Raad van Commissarissen (RfK) besproken. Die deelt mijn conclusies, ook in de ogen van de RfK is jouw positie binnen Omrop Fryslân onhoudbaar geworden.
(…)
In de gegeven omstandigheden heb ik je verder per direct vrijgesteld van werkzaamheden en gezegd dat jij tot nader order niet in het bedrijf dient te verschijnen. Ik zal daar intern noch extern mededelingen over doen, tenzij jij dat wel doet. Het lijkt me om de onderhandelingen kans van slagen te geven voor alle partijen hoe dan ook beter vooralsnog volledige "radiostilte" aan te houden. Ik verzoek je dan ook vriendelijk doch dringend daaraan mee te werken. (…)"
2.6.
De gemachtigde van [eiser] heeft bij brief aan de gemachtigde van Omrop Fryslân van 10 september 2018 tegen het op non-actief stellen van [eiser] geprotesteerd, betwist dat er, althans wat [eiser] betreft, sprake zou zijn van een vertrouwensbreuk en aangedrongen op een gesprek om de genoemde problemen op te lossen.
2.7.
De gemachtigde van Omrop Fryslân heeft de gemachtigde van [eiser] bij brief van 11 september 2018 medegedeeld dat de op non-actief stelling werg gehandhaafd, waarna op 24 september door Omrop Fryslân een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eiser] is ingediend.
Het standpunt van [eiser]
3.1
legt aan zijn vorderingen - samengevat - het volgende ten grondslag.
3.2.
Aan een beslissing om een werknemer te schorsen dienen hoge eisen te worden gesteld, gelet op het diffamerende karakter van een schorsing. Het is aan Omrop Fryslân om aannemelijk te maken dat zij daadwerkelijk een zwaarwichtig belang bij schorsing van [eiser] heeft, waarvoor de belangen van [eiser] moeten wijken.
3.3.
De schorsing van [eiser] is feitelijk tot stand gekomen naar aanleiding van een misverstand/miscommunicatie over de live-uitzending van Omrop Fryslân over De Reuzen op 17 augustus 2018. [eiser] heeft geen afspraken gemaakt over deze uitzending die hij ten nadele van Omrop Fryslân heeft geschonden. Van voornoemd(e) misverstand/miscommunicatie mag geen gebruik worden gemaakt om een schorsing van [eiser] te rechtvaardigen.
3.4.
De schorsing van [eiser] is slechts als maatregel vooruitlopend op ontslag genomen. Voor een ontslag moet Omrop Fryslân een redelijke grond als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 BW hebben hebben. Van een dergelijke grond voor ontslag is hier geen sprake. Er is in de ogen van [eiser] geen sprake van een verstoorde arbeidsverhouding. Daarvan is slechts sprake in de visie van [A]. [eiser] ontkent niet dat [A] en hij niet altijd op één lijn zitten, maar zij zijn tijdens hun korte periode van samenwerken van vier maanden goed in staat geweest om dit op te lossen en gezamenlijk een goede weg daarin te vinden, ook in het belang van de gehele organisatie. Voor zover er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, kan die worden opgelost. Vast staat dat partijen daartoe tot op heden nog geen enkele poging hebben ondernomen. De schorsing draagt in ieder geval niet bij aan het herstel van de gestelde verstoorde arbeidsverhouding.
Het standpunt van Omrop Fryslân
4.1.
De arbeidsverhouding tussen [eiser] en [A] is zodanig verstoord dat van Omrop Fryslân niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Haar directeur en haar hoofdredacteur vormen tezamen het managementteam en moeten in het belang van Omrop Fryslân en haar medewerkers naar behoren kunnen samenwerken. Indien daarvan - zoals in dit geval - geen sprake meer is, moet de arbeidsovereenkomst van [eiser] worden ontbonden.
4.2.
Ervan uitgaande dat de arbeidsovereenkomst van [eiser] zal worden ontbonden, ligt de vordering tot wedertewerkstelling voor afwijzing gereed. Het zou niet goed zijn voor de organisatie om [eiser] voor de duur van de opzegtermijn zijn functie weer te laten uitoefenen. Indien het ontbindingsverzoek van Omrop Fryslân zou worden afgewezen, ligt toewijzing van de vordering tot wedertewerkstelling evenmin in de rede. Alvorens [eiser] bij afwijzing van het ontbindingsverzoek weer aan de slag kan gaan, zal [A] zich in overleg met de RfK eerst op de dan ontstane situatie en haar positie moeten beraden. Anders zal de chaos niet te overzien zijn, zo stelt Omrop Fryslân.
5.1.
Het spoedeisend belang is met de aard van de vorderingen - die strekken tot opheffing van de non-actiefstelling en wedertewerkstelling van [eiser] - gegeven.
5.2.
De kantonrechter stelt voorop, dat de vordering van [eiser] tot wedertewerkstelling bij Omrop Fryslân dient te worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:611 BW inzake het goed werkgeverschap. De toewijsbaarheid van een dergelijke vordering hangt af van de aard van de dienstbetrekking, van de overeengekomen arbeid en van de bijzondere omstandigheden van het geval (zie HR 12 mei 1989, NJ 1989, 801). Uitgangspunt daarbij is dat uit het oogpunt van goed werkgeverschap van een werkgever gevergd mag worden dat hij een werknemer - tegen diens wil - slechts de mogelijkheid mag onthouden om de overeengekomen arbeid te verrichten indien de werkgever daarvoor een redelijke grond heeft, die voldoende zwaarwegend is, gelet op het in beginsel als zwaarwegend aan te merken belang van een werknemer om de overeengekomen arbeid te verrichten. In dat licht bezien is de beslissing van een werkgever om een werknemer op non-actief te stellen in beginsel diffamerend voor de betrokken werknemer (vgl. ook gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 augustus 2014, ECLI:GHARL:2014:6359).
5.3.
De kantonrechter overweegt dat bij beschikking van heden de arbeidsovereenkomst tussen Omrop Fryslân en [eiser] met ingang van 1 januari 2019 wordt ontbonden vanwege het bestaan van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding tussen [eiser] en [A] als leden van het managementteam van Omrop Fryslân. De vraag die vervolgens ter beoordeling voorligt, is of de non-actiefstelling van [eiser] gedurende de (korte) verdere looptijd van het dienstverband tot 1 januari 2019 moet worden opgeheven. Deze vraag dient naar het oordeel van de kantonrechter ontkennend te worden beantwoord, waartoe het volgende wordt overwogen. Nu in de ontbindingsprocedure is geoordeeld dat sprake is van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding zal een terugkeer van [eiser] als hoofdredacteur voor de duur van enkele weken die gespannen verhoudingen in het managementteam niet doen verdwijnen en mogelijk zelfs verergeren. Onder die omstandigheden is een terugkeer van [eiser] niet in het belang van de organisatie van Omrop Fryslân, waar de komende tijd gewerkt dient te worden aan het herstellen van een gezond bedrijfsklimaat. [eiser] heeft voorts geen bijzondere omstandigheden gesteld die maken dat hij er ondanks deze stand van zaken groot belang bij heeft om tot aan de einddatum van het dienstverband zijn werkzaamheden feitelijk te hervatten. Omrop Fryslân heeft naar het oordeel van de kantonrechter dan ook een voldoende zwaarwichtig belang bij het handhaven van de huidige situatie van de non-actiefstelling van [eiser] tot aan 1 januari 2019, de einddatum van het dienstverband. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van [eiser] om zijn werkzaamheden tot aan die datum te kunnen hervatten. De vordering van [eiser] tot opheffing van zijn schorsing en wedertewerkstelling zal dan ook worden afgewezen.
5.4.
[eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van Omrop Fryslân worden vastgesteld op
€ 800,00 aan salaris gemachtigde.
BESLISSING
De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:
1. wijst de vorderingen van [eiser] af;
2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Omrop Fryslân vastgesteld op € 800,00.
Aldus gewezen door mr. E.Th.M. Zwart-Sneek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2018 in tegenwoordigheid van mr. M. Postma als griffier.