1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
3. [eiser 3],
allen wonende te Groningen,
eisers,
advocaat mr. Y.M. Prins te Groningen,
de vereniging
GRONINGER STUDENTENBOND,
gevestigd te Groningen,
gedaagde,
advocaat mr. C.E. van der Wijk te Groningen.
Eisers zullen hierna afzonderlijk [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] en gezamenlijk eisers genoemd worden. Gedaagde zal hierna de GSb genoemd worden.
2 De feiten
2.1.
De voorzieningenrechter kan bij de beoordeling van het geschil uitgaan van de volgende feiten die tussen partijen niet in geschil zijn.
2.2.
[eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] volgen een studie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij zijn allen lid van Democratische Academie Groningen (hierna: DAG), een studentenbeweging die vertegenwoordigd is in de Universiteitsraad.
2.3.
De GSb is een studentenvakbond.
2.4.
In artikel 3 van de statuten van de GSb staat de volgende doelstelling omschreven:
De vereniging stelt zich ten doel:
a. Het behartigen van die belangen van studerenden aan de Rijksuniversiteit Groningen, Hanzehogeschool Groningen en eventueel andere universiteiten en hogescholen in de regio Groningen en van alle hogere onderwijsvormen, die samenhangen met de studie en de bestudering van problemen die daarmee samengaan.
b. Het behartigen van de culturele en maatschappelijke belangen van studerenden.
2.5.
In artikel 1 van het huishoudelijk regelement van de GSb staat, voor zover hier van belang:
a. Overeenkomstig de Statuten kunnen zij, die ingeschreven staan bij de Rijksuniversiteit Groningen en andere universiteiten en hogescholen in de regio Groningen en van alle hogere onderwijsvormen, die samenhangen met de studie, een verzoek tot inschrijving doen.(…)
2.6.
In artikel 3 van (de door eisers als productie 1 bij de dagvaarding overgelegde versie van) het huishoudelijk reglement van de GSb staat, voor zover hier van belang:
a. Het dagelijks bestuur geeft de Algemene Leden Vergadering inzage in de nieuw aangemelde leden, indien geen der leden bezwaar heeft gemaakt zijn de nieuwe leden toegelaten.
b. Wordt tegen een of meer aangemelde leden bezwaar aangetekend, dan wordt een ballotagecommissie opdracht gegeven om binnen 4 weken met een aanbeveling te komen. De betreffende kandidaat-leden worden in de gelegenheid gesteld zich te verweren tegen de aanbeveling van de ballotagecommissie.
c. Over de toelating van de geballoteerde kandidaat-leden wordt schriftelijk gestemd. Een kandidaat-lid is toegelaten als het aantal voor-stemmen het aantal tegen-stemmen overtreft.
2.7.
De beslissingsbevoegdheid tot het toelaten van nieuwe leden berust bij de GSb bij de Algemene Leden Vergadering (hierna: ALV).
2.8.
Op 29 november 2018 is een algemene ledenvergadering van de GSb gehouden. In de weken voorafgaand aan deze vergadering hebben zich 29 kandidaat-leden bij de GSb aangemeld, waaronder [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] met het verzoek toe te mogen treden als lid van de GSb.
2.9.
In de ALV is bezwaar gemaakt tegen voornoemde kandidaat-leden. Op 11 januari 2019 heeft de GSb een e-mail aan de kandidaat-leden gezonden waarin staat, voor zover hier van belang:
In de algemene ledenvergadering van 29 november 2018 is er, in overeenstemming met Artikel 5 van onze Statuten en Artikel 2 van ons Huishoudelijk Reglement, bezwaar gemaakt tegen een aantal kandidaatleden. Het ontvangen van deze mail betekent dat ook tegen jouw lidmaatschap bezwaar is gemaakt.
Het advies van de ballotagecommissie (Artikel 2 sub b HR) luidt als volgt:
De ballotagecommissie wil allereerst benadrukken dat de Groninger Studentenbond open staat voor iedereen. Wat opvallend is dat er, verspreid over de periode na de vorige ALV, veel leden gelieerd aan Democratische Academie Groningen zijn bijgekomen. Dit is een hoeveelheid die verre past in de tendens van het gebruikelijke kleine aantal nieuwe kandidaatleden.
Er mag geen misbruik gemaakt worden van lidmaatschap van de GSb, daarbij in overweging nemende dat er nog voordat betreffende leden goedgekeurd zijn door de ALV, een motie door enkele van hen werd ingediend, bestaat er een groot vermoeden dat dit wel het geval gaat zijn. leden worden vaak na het bezoeken van activiteiten lid, maar, met uitzondering van een enkeling, is geen van de kandidaatleden eerder gezien op activiteiten van de GSb. De commissie is er daarom van overtuigd dat de motivatie om lid te worden van de GSB niet volledig zuiver is.
De ballotagecommissie hoopt op een brede discussie over deze kwestie binnen de ALV.
Voor de kandidaatleden die niet aanwezig waren biedt het Huishoudelijk Regelement in Artikel 2b de mogelijkheid om zich tijdens de algemene ledenvergadering te verweren tegen het advies van de ballotagecommissie. Hiervoor heeft ieder kandidaat lid een minuut. Bij deze verzoekt het bestuur om, indien daartoe de behoefte bestaat, deze kans aan te grijpen. (…).
2.10.
Het verzoek van [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] om toe te treden als lid van de GSb is in haar ALV afgewezen.
3 Het geschil
3.1.
Eisers vorderen, verkort weergegeven, dat de GSb, op straffe van een dwangsom, wordt veroordeeld ieder van hen in te schrijven als lid, één en ander met veroordeling van de GSb in de kosten van de procedure.
3.2.
De GSb voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van eisers in hun vorderingen, althans tot afwijzing van deze vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
4.1.
Eisers hebben ter onderbouwing van hun vorderingen gesteld dat de GSb ieder van hen ten onrechte weigert als lid in de zin van haar statuten. Eisers voldoen naar hun mening aan de in de statuten van de GSb neergelegde voorwaarden om lid te mogen worden, zodat zij ook dienen te worden toegelaten als leden van de GSb. De GSb gaat er volgens eisers vanuit dat zij, als leden van DAG, een coup willen plegen door middel van het behalen van een meerderheid in de ALV van de GSb, maar dat is volgens eisers niet waar en het is volgens eisers onduidelijk waar de GSb dit op baseert. Eisers zijn volgens hen slechts drie bezorgde studenten die via de GSb graag inspraak willen hebben in de standpunten die de GSb inneemt in de lokale en landelijke studentenpolitiek. Eisers vinden dat zij niet behoren te worden uitgesloten enkel en alleen omdat zij gelieerd zijn aan een bepaalde politieke beweging of wegens een bepaalde politieke overtuiging. Eisers vinden dit discriminatoir en daarmee onrechtmatig. De GSb heeft naar de mening van eisers in redelijkheid niet hun aanvraag tot lidmaatschap kunnen weigeren.
4.2.
De GSb heeft zich verweerd en aangevoerd dat haar handelingen niet onrechtmatig zijn. Zij stelt op grond van de vrijheid van vereniging kan de GSb in beginsel zelf kunnen bepalen wie zij als lid toelaat, ook indien eisers aan alle statutaire eisen voor het lidmaatschap voldoen. In dit geval bestaat er volgens haar een grond voor weigering van eisers als lid, omdat eisers, tezamen met 26 aan DAG gelieerde personen zich voorafgaand aan de geplande ALV van november 2018 bij de GSb als kandidaat-lid hebben aangemeld waardoor de gegronde vrees bestaat dat de aanmeldingen van deze personen bedoeld zijn om toegang te krijgen tot de financiële middelen van de GSb. Ter onderbouwing van die vrees voert de GSb aan dat:
- indien deze kandidaat-leden worden toegelaten zij een meerderheid vormen bij de ALV van de GSb waar doorgaans 20 tot 25 leden aanwezig zijn;
- deze kandidaat-leden nog nooit enige betrokkenheid bij de GSb hebben getoond;
- de voorzitter van DAG kort voor de ALV van de GSb heeft gevraagd of DAG haar kosten voor het actievoeren bij GSb mocht declareren;
- de voorzitter van DAG heeft aangegeven dat als de kosten van DAG niet voldaan zouden worden door de GSb of door middel van een door de GSb aangevraagde subsidie, DAG op een andere manier aan die fondsen moet zien te komen;
- eisers een motie hebben ingediend om bij de GSb een actiecommissie in te stellen met een eigen onafhankelijke begroting van € 1.000,00;
- in die motie expliciet is opgenomen dat de voorgestelde actiecommissie zal bestaan uit leden met interesse in of ervaring met activisme;
- leden van de GSb, en ook anderen die de GSb daarover hebben geïnformeerd, rechtstreeks van DAG-leden hebben gehoord dat DAG bezig is met een infiltratie bij de GSb en voornemens is om zich massaal aan te melden met DAG-volgelingen om op die manier de besluitvorming naar de hand van DAG te zetten.
4.3.
De GSb is van mening dat zij de aanmeldingen van eisers gezien het voorgaande kon en kan weigeren. Dat geldt temeer omdat de vereniging waartoe eisers behoren volgens de GSb een vereniging is met politieke aspiraties die zeer activistisch is en die dat activisme ook inzet met betrekking tot verschillende onderwerpen. De GSb voert aan dat zij een onafhankelijke vereniging is die de belangen van studerenden in de regio Groningen wenst te behartigen en zij die onafhankelijke positie wenst te behouden. Dat kan volgens de GSb niet als de koers van de GSb bepaald wordt door (leden van) DAG. De GSb is bang om op die manier haar eigen identiteit en daarmee haar leden kwijt te raken. Door eisers als lid van de GSb te weigeren, worden eisers volgens de GSb bovendien niet belemmerd in de uitoefening hun politieke of activistische aspiraties. Eisers kunnen zich immers via DAG aanmelden bij de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), alwaar zij hun stem op de door hen gewenste wijze kunnen laten horen, aldus de GSb.
4.4.
Het inhoudelijke verweer van de GSb houdt in de kern in dat zij vanwege het grondwettelijke recht van vrijheid van vereniging zelf mag beslissen wie zij als lid tot de vereniging toelaat en eisers geen recht hebben om te worden toegelaten tot lid van de GSb enkel omdat zij aan de vereisten van de statuten voldoen. Dit verweer slaagt naar het oordeel van de voorzieningenrechter. Een vereniging kan ingevolge het recht van vrijheid van vereniging in beginsel niet worden verplicht om personen als lid toe te laten. Ook als een kandidaat-lid voldoet aan de kwalitatieve eisen van lidmaatschap zoals neergelegd in de statuten, brengt dit niet zonder meer mee dat hij het lidmaatschap kan afdwingen. Het persoonlijk karakter van het lidmaatschap van een vereniging verzet zich hiertegen. Een besluit van (het daartoe bevoegde orgaan van) de vereniging blijft nodig. Daarbij kan een vereniging vervolgens, met inachtneming van de bij statuten of reglement gestelde normen, in beginsel naar eigen inzicht beslissen, met dien verstande dat daarmee niet onrechtmatig mag worden gehandeld ten aanzien van het kandidaat-lid.
4.5.
Eisers stellen dat van dat laatste in dit geval sprake is geweest. Daartoe voeren zij aan dat zij louter vanwege hun politieke opvattingen zijn als lid zijn geweigerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat in dit kort geding onvoldoende gebleken. De GSb heeft aan het besluit om eisers als lid te weigeren ten grondslag gelegd, kort gezegd, bang te zijn dat leden van DAG met hun aanmelding beogen ‘een coup te plegen’, in die zin dat de besluitvorming binnen de GSb naar de hand van DAG wordt gezet, onder meer teneinde door DAG nagestreefde buitenparlementaire acties te kunnen financieren.
4.6.
Eisers hebben op zichzelf niet weersproken dat, als sprake daadwerkelijk zou zijn geweest van een dergelijke couppoging, de weigering van hen als lid rechtmatig zou zijn. Ook de voorzieningenrechter gaat daar van uit. Eisers hebben evenwel aangevoerd dat de aan het afwijzingsbesluit ten grondslag gelegde vrees ongegrond is. Om daaromtrent uitsluitsel te verkrijgen is bewijslevering nodig waarvoor dit kort geding zich niet leent. De voorzieningenrechter is evenwel voorshands van oordeel dat de GSb voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar angst niet van elke grond ontbloot is. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de onder 4.2. weergegeven punten in onderling verband en samenhang bezien een sterke aanwijzing vormen voor de gevreesde coup, de feitelijke juistheid van die afzonderlijke punten niet is weersproken en voorshands geen andere plausibele uitleg aannemelijk is geworden voor de opmerkelijke aanmelding van 29 DAG-leden/sympathisanten bij de GSb in korte tijd.
4.7.
Uit het voorgaande volgt dat voorshands niet kan worden geoordeeld dat de GSb onrechtmatig jegens eisers heeft gehandeld of handelt door hen als lid te weigeren. Dit brengt met zich dat de vorderingen van eisers, die uitgaan van het tegendeel, zullen worden afgewezen.
4.8.
Eisers zullen als de in het ongelijk te stellen partijen worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Deze kosten worden aan de zijde van de GSb tot op heden begroot op:
- griffierecht € 639,00
- salaris advocaat € 980,00
Totaal € 1.619,00