[verzoeker] verzoekt - na eiswijziging - om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
I. [verweerder] te veroordelen om aan [verzoeker] binnen een week na de datum van deze beschikking het achterstallige loon ter zake van onbetaalde overuren en reisuren te betalen van € 65.678,58 bruto verminderd met € 3.920,00 netto (betaald aan voorschotten) en vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% conform artikel 7:625 BW althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen percentage en de wettelijke rente;
II. [verweerder] te veroordelen om aan [verzoeker] binnen een week na de datum van deze beschikking € 550,48 netto te betalen ter zake van telefoonkosten;
Subsidiair
III. [verweerder] te veroordelen om aan [verzoeker] binnen een week na de datum van deze beschikking het achterstallige loon te betalen van € 28.078,89 verminderd met € 3.920,00 netto (betaald aan voorschotten) en vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% conform artikel 7:625 BW althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen percentage en de wettelijke rente;
IV. [verweerder] te veroordelen om aan [verzoeker] binnen een week na de datum van deze beschikking € 550,00 te betalen ter zake van telefoonkosten;
Primair en subsidiair
V. [verweerder] te veroordelen om binnen een week na de datum van deze beschikking een billijke vergoeding te betalen aan [verzoeker] van € 15.000,-, althans een door de kantonrechter in goede justitie te betalen bedrag;
VI. [verweerder] te veroordelen om aan [verzoeker] binnen een week na de datum van deze beschikking te betalen een vergoeding wegens onregelmatige opzegging conform artikel 7:672 lid 10 jo. lid 11 Burgerlijk Wetboek, zijnde het loon over de periode van 9 juli tot 7 oktober 2018 vermeerderd met de vakantietoeslag van 8,33% en de wettelijke rente vanaf
10 juli 2018 conform artikel 7:686a lid 1 zoals vermeld onder randnummer 22 van het verzoekschrift;
VII. [verweerder] te veroordelen om aan [verzoeker] binnen een week na de datum van deze beschikking de transitievergoeding te betalen van € 15.293,86 bruto, conform artikel 7:686a lid 1 BW te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2018;
VIII. [verweerder] te veroordelen om aan [verzoeker] binnen een week na de datum van deze beschikking correcte loonstroken te verstrekken over de betaalperioden 2 tot en met 6 en over de eindafrekening op straffe van een dwangsom van € 500,- voor elke dag, of een gedeelte daarvan, dat [verzoeker] de betreffende loonstroken niet heeft ontvangen, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom;
IX. [verweerder] te veroordelen om binnen een week na de datum van deze beschikking te betalen aan [verzoeker] tegen een behoorlijk bewijs van kwijting de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel buitengerechtelijke incassokosten;
X. [verweerder] te veroordelen om binnen een week na de datum van deze beschikking te betalen de kosten van deze procedure, de advocaatkosten daaronder begrepen en tevens nakosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van deze beschikking.