Werknemer vordert - na vermeerdering van eis - dat de kantonrechter, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij wege van voorlopige voorziening:
I. werkgever zal veroordelen tot betaling van het netto equivalent van het achterstallig (en geïndexeerde) brutoloon over de maanden augustus 2023, september 2023, oktober 2023, november 2023 en december 2023 alsmede de dertiende maand over 2023 en januari 2024, te weten in totaal het netto equivalent van de som van bruto
€ 71.456,918, althans een zodanig nettobedrag als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;
II. werkgever zal veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW over het hiervoor onder I gevorderde bedrag, daarmee zijnde het netto equivalent van een bedrag van € 35.728,46, althans een zodanig percentage aan wettelijke verhoging en dus een zodanig nettobedrag aan wettelijke verhoging als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;
III. werkgever zal veroordelen tot betaling aan werknemer van het inmiddels bekende, geïndexeerde bruto loon over de maanden januari 2023 tot en met juli 2023 te weten een bedrag van € 2.867,06;
IV. werkgever zal veroordelen tot betaling aan werknemer van de door werknemer voorgeschoten kantoorkosten over de periode juli 2023 tot en met januari 2024 van € 432,69, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;
V. werkgever zal veroordelen tot betaling aan werknemer van de door werknemer voorgeschoten kantoorkosten van € 120,40 ter zake van een advocatenpas en
€ 21,98 aan reiskosten.
VI. werkgever zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de onder I, II en III gevorderde bedragen vanaf de dag der opeisbaarheid, althans vanaf de dag der dagvaarding tot en met de dag der algehele voldoening over het gevorderde bedrag;
VII. werkgever zal veroordelen tot het binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis per e-mail verstrekken aan werknemer van (kopieën van) de juiste loonstroken over de maandlonen van januari 2020 tot en met januari 2024, waaronder ook de juiste loonstroken van de dertiende maanden, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag of gedeelte per dag dat werkgever daarmee per loonstrook na het verstrijken van die termijn geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft;
VIII. werkgever zal veroordelen tot het binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis per e-mail verstrekken aan werknemer van (kopieën van) de juiste berekeningen waaruit het per jaar opgebouwde vakantiegeld bestaat over de jaren 2020 tot en met heden, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag of gedeelte per dag dat werkgever daarmee per opgave na het verstrijken van die termijn geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft;
IX. werkgever zal veroordelen tot het binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis per e-mail verstrekken aan werknemer van (kopieën van) de juiste jaaropgaven over de maandlonen van januari 2020 tot en met januari 2024, waaronder ook de juiste loonstroken van de dertiende maanden, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag of gedeelte per dag dat werkgever daarmee per opgave na het verstrijken van die termijn geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft;
X. werkgever zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten conform de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten en het bijbehorende Besluit, zoals berekend volgens de Staffel buitengerechtelijke incassokosten, te weten een bedrag van € 1.375,00, althans een zodanig bedrag dat de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;
XI. werkgever zal veroordelen tot betaling van de kosten en de nakosten van deze procedure.