Voorafgaand aan de datum waarop [eiser] en [A] met Donatus overeenstemming hebben bereikt, hebben zij per mail met elkaar gecorrespondeerd.
In de e-mail van 30 september 2017 van [A] , opgesteld in samenspraak met [eiser] en gericht aan de manager Financiën en Control van Donatus, mevrouw drs. [manager] (hierna genoemd: “ [manager] ”) staat vermeld:
“(…) De tekst van jullie “ambitievoorstel” vinden wij zo rekkelijk en vaag omlijnd dat wij ons daar niet wel bij voelen. In welke omstandigheden kan Donatus besluiten de toeslagenregeling te beëindigen? Ook in andere gevallen dan financieel onvermogen? Ook als bijvoorbeeld deze regeling niet meer past in een veranderende visie van de directie van Donatus? (…).”
[manager] antwoordt bij (ongedateerde) brief aan [A] onder andere als volgt:
“Onze accountant is van mening dat als er sprake is van een onvoorwaardelijke verplichting we inderdaad een pensioenvoorziening voor de te verwachte toekomstige indexaties moeten vormen. Dit is een complexe berekening waarbij rekening moet worden gehouden met toekomstige indexaties, rentestijgingen, levensverwachtingen etc. Omdat dit zowel voor u, meneer [eiser] als uw partners geldt kan het bedrag ook aardig oplopen. Dat zou dan komende jaar zichtbaar worden in het jaarverslag. U snapt dat we nog even kritisch aan het bekijken zijn hoe we dit het beste kunnen aanpakken.
De ambitie die door CBA in haar regelingen genoemd wordt heeft ook een redelijk onvoorwaardelijk karakter, maar geeft theoretisch nog wel ruimte en dan is deze berekening volgens de regelgeving niet van toepassing. (…)”
[A] reageert tevens in naam van [eiser] bij e-mail van 1 december 2017 en schrijft onder andere: “(…) De afgelopen jaren hebben wij uitvoerig met Donatus over dit onderwerp gediscussieerd en gecorrespondeerd. Een ding is voor alle betrokkenen niet in discussie geweest: de toeslagenregeling voor [eiser] en mij is de hoogste van
prijs-/loonindex met een max. van 4%. (…)”
In het e-mailbericht van 1 december 2017 van de heer [naam 1] , de huidige directievoorzitter van Donatus, wordt hierop als volgt gereageerd:
“Ik ben verheugd te lezen, dat na alle mails en gesprekken die er over dit onderwerp geweest zijn, er overeenstemming is over het addendum horende bij jullie pensioenreglement uit 2005.
Belangrijk is dat jullie ook onderschrijven dat het geen onvoorwaardelijke toezegging is, maar dat het de ambitie van Donatus is de indexatie jaarlijks conform addendum toe te passen. Zo is deze ook uitgevoerd.
De tekst van het addendum is zo opgesteld, dat het wettelijk juist is. Die ambitie is niet afhankelijk van veranderende inzichten van de directie of remuneratiecommissie, maar heeft betrekking op een eventuele slechte bedrijfseconomische situatie van onze Maatschappij.
Gelukkig verkeert Donatus nog altijd in een zeer gezonde financiële situatie. Indien we de ambitie in enig jaar niet zouden kunnen uitvoeren, dan geldt dat overigens voor alle pensioenovereenkomsten en niet alleen voor onze oud-directeuren. (…)
Daarom ontvang ik van jullie beiden als antwoord graag een akkoord op het addendum.
(…).”