wanneer hij, na het tijdstip van dertig jaren vóór het in werking treden van deze wet, gedurende dertig achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest;
wanneer hij, na het tijdstip van tien jaren vóór het in werking treden van deze wet, gedurende tien achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest en tevens gedurende dien tijd is onderhouden door het Rijk, eene provincie, eene gemeente of een waterschap;
wanneer de rechthebbende daaraan de bestemming openbaren weg heeft gegeven.
Uit de rechtspraak volgt dat degene die zich op de openbaarheid van de weg beroept, die openbaarheid aannemelijk dient te maken.
Zoals hiervoor reeds is weergegeven is de in geding zijnde weg in eigendom bij belanghebbende en anderen. Vaststaat dat deze rechthebbenden aan deze weg niet de bestemming openbare weg hebben gegeven.
Ten aanzien van het gestelde onder sub II van artikel 4, eerste lid van de Wegenwet, is namens eiseres gesteld dat de weg gedurende vele jaren is onderhouden. Zo is er straatverlichting aangebracht en er staan er verkeersborden bij het uitrijden van de weg. Het enkele feit dat de weg lange tijd (deels) onverhard is geweest, betekent niet dat geen sprake was van onderhoud van de weg, aldus eiseres.
De rechtbank is van oordeel dat door eiseres onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de weg door het Rijk, een provincie, de gemeente of een waterschap is onderhouden. Ter zitting is van de zijde van verweerder toegelicht dat de gemeente daar inderdaad op enig moment straatverlichting heeft aangelegd, hetgeen te maken had met het feit dat toentertijd in de directe omgeving een discotheek was en veel gebruik werd gemaakt van die weg als ‘vrijerslaantje’.
Bij het verlaten van het tussen de Oldenzaalsestraat en de Dr. Schaepmanstraat gelegen terrein nadert men een openbare weg. Ten behoeve van de verkeersveiligheid is op de Dr. Schaepmanstraat een verkeersbord geplaatst waarbij weggebruikers worden gewezen op de geldende verplichte rijrichting, zo heeft verweerder gesteld.
Gelet op de ter zitting gegeven toelichting over de aangebrachte straatverlichting en het geplaatste verkeersbord is de rechtbank van oordeel dat op grond hiervan niet kan worden gesteld dat de weg tenminste tien jaar is onderhouden door de gemeente.
Derhalve resteert de vraag of de weg voor een ieder gedurende dertig achtereenvolgende jaren toegankelijk is geweest.
Eiseres is van mening dat de weg al dertig jaar voor een ieder toegankelijk is geweest. Hiertoe is aangevoerd dat in maart 1920 ten overstaan van notaris Ten Doesschate een veilingakte is gepasseerd waarin verschillende percelen zijn toegewezen aan verschillende personen. De veilingakte vermeldt bij verschillende percelen dat die onder andere een (halve) weg omvatten. Daarnaast is in het archief van de gemeente Hengelo een oude kaart gevonden van rond 1920 waarop de weg staat aangegeven. Uit een artikel in de uitgave “Hengelo toen&nu” van oktober 2012 blijkt dat de weg in de jaren 50 van de vorige eeuw bestond en voor een ieder toegankelijk was. Ook uit luchtfoto’s uit 1976 en 1983 blijkt het bestaan van de weg.
Tot slot heeft eiseres bij brief van 31 oktober 2013 een lijst overgelegd met daarin opgenomen personen die verklaren dat zij reeds meer dan 30 jaar gebruik maken van de weg.
De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde aktes en foto’s inderdaad naar voren komt dat de weg er al lang ligt. Dit zegt evenwel nog niets over de openbaarheid van de weg.
Uit de overgelegde notariële akte alsmede uit de kadastrale gegevens blijkt dat de percelen Oldenzaalsestraat 201 en 203 met erfdienstbaarheid van weg zijn belast. Het gegeven dat sprake is van erfdienstbaarheid van weg levert naar het oordeel van de rechtbank al een contra-indicatie op voor het openbare karakter van de weg.
De overgelegde handtekeningenlijst biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs voor de beantwoording van de vraag of de weg gedurende dertig jaar voor een ieder toegankelijk is geweest. De daarin opgenomen gegevens zijn te onbepaald ten aanzien van de duur van het gebruik, de relatie tot het gebruik en de leeftijd van de ondertekenaars. Daarnaast dient te worden opgemerkt dat in ieder geval één van de ondertekenaars, de heer Van Benthem, het recht van erfdienstbaarheid heeft.
Gelet op bovenstaande heeft verweerder terecht aangenomen dat geen sprake is van een openbare weg, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder 1, van de Wegenwet.
Op grond hiervan heeft verweerder op juiste gronden het verzoek om handhaving afgewezen.
Het beroep van eiseres is dan ook ongegrond.
Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.