Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBOVE:2023:879

Rechtbank Overijssel
21-02-2023
10-03-2023
10220782 \ EJ VERZ 22-389
Arbeidsrecht
Beschikking

Verzoeker stelt dat hij met verweerster een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, die niet op rechtsgeldige wijze tot een einde is gekomen. Hij maakt in deze procedure aanspraak op betaling van loon, vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente. De kantonrechter wijst de verzoeken af omdat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst behoeft daarom geen bespreking meer.

Rechtspraak.nl
Sdu Nieuws Arbeidsrecht 2023/110
AR-Updates.nl 2023-0335
VAAN-AR-Updates.nl 2023-0335

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 10220782 \ EJ VERZ 22-389

Beschikking van de kantonrechter van 21 februari 2023

in de zaak van

[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,
tevens verwerende partij ten aanzien van het voorwaardelijk tegenverzoek,
verder te noemen [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. E.F. Muller, advocaat te Deventer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. KWALITEITSKEURING DIERLIJKE SECTOR,
gevestigd en kantoorhoudende te Nieuwegein,

verwerende partij,
tevens verzoekende partij ten aanzien van het voorwaardelijk tegenverzoek,
verder te noemen KDS,

gemachtigde: mr. A.C. Lagemaat, advocaat te Amersfoort.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoekschrift met producties (1 t/m 7) ingediend. Dat is ontvangen op 1 december 2022. Het gaat om een voorwaardelijk verzoek tot vernietiging van de opzegging van een arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 7:681van het Burgerlijk Wetboek (BW) met nevenverzoeken. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] aanvullend de producties 8 t/m 11 ingediend.

1.2.

KDS heeft een verweerschrift, tevens houdende een voorwaardelijk tegenverzoek, met producties (1 t/m 17) ingediend.

1.3.

Het verzoek is mondeling behandeld op 24 januari 2023. Beide partijen en hun gemachtigden zijn op de zitting verschenen. De griffier heeft aantekeningen bijgehouden van hetgeen op de zitting is besproken. De pleitnota van mr. Muller en de spreekaantekeningen van mr. Lagemaat zijn in het dossier gevoegd.

1.4.

Ten slotte is bepaald dat de kantonrechter op de verzoeken zal beslissen in een beschikking van heden.

2 Waar het geschil over gaat

2.1.

[verzoeker] stond als zelfstandige (zzp’er) ingeschreven bij uitzendorganisatie Abeos. Abeos heeft hem in contact gebracht met KDS in verband met de werving van kandidaten voor het keuren van vlees in verschillende slachthuizen in Nederland. Dat werk wordt uitgevoerd door zogenaamde Officieel Assistenten en staat onder toezicht van de NVWA. Om als Officieel Assistent te mogen werken moet eerst met goed gevolg een opleidingstraject van 6 maanden worden doorlopen. Dat wordt afgesloten met examens (theorie en praktijk). Na een sollicitatiegesprek met KDS is [verzoeker] aan de opleiding begonnen. Voor aanvang daarvan is tussen [verzoeker] , KDS en Abeos een zogenaamde drie-partijen-overeenkomst gesloten. Daarin wordt [verzoeker] aangeduid als zzp’er en is ten behoeve van hem een vergoeding op factuurbasis opgenomen. Tijdens de opleiding heeft [verzoeker] op die manier betaald gekregen. [verzoeker] is niet geslaagd voor de opleiding. Volgens KDS betekent dat dat de overeenkomst daarmee is geëindigd. [verzoeker] heeft zich echter op het standpunt gesteld dat hij met KDS een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, die niet op rechtsgeldige wijze tot een einde is gekomen. Hij maakt in deze procedure aanspraak op betaling van loon, vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente. KDS vindt daarentegen dat de verzoeken van [verzoeker] moeten worden afgewezen. Volgens haar is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst. Voor het geval er toch een arbeidsovereenkomst zou bestaan, vraagt zij aan de kantonrechter om ontbinding daarvan.

2.2.

De kantonrechter komt in deze beschikking tot het oordeel dat er tussen partijen geen arbeidsovereenkomst bestaat. Daarom worden de verzoeken van [verzoeker] afgewezen en hoeft het tegenverzoek van KDS niet verder besproken te worden.

3 De feiten

Het geschil heeft de volgende feiten als achtergrond:

3.1.

KDS stelt medewerkers die de functie van Officieel Assistent uitoefenen beschikbaar aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Enig aandeelhouder van KDS is Stichting Administratiekantoor KDS. Het bestuur van deze stichting wordt benoemd door NVWA. De bedrijfsvoering van KDS en de aansturing daarvan is uitbesteed aan KIWA CMR B.V.

3.2.

De NVWA houdt toezicht op de slachthuizen in Nederland. In dat kader verricht zij keuringswerkzaamheden in slachthuizen. Een dierenarts van NVWA is eindverantwoordelijk voor de keuringswerkzaamheden. De keuringswerkzaamheden worden uitgevoerd door de zogenaamde Officieel Assistenten. Een Officieel Assistent wordt door KDS aan de NVWA ter beschikking gesteld op grond van een overeenkomst tussen KDS en NVWA.

3.3.

Om als Officieel Assistent werkzaam te kunnen zijn moet iemand de zes maanden durende opleiding daartoe hebben gevolgd en zijn geslaagd voor het examen daarvan.

3.4.

De opleiding tot Officieel Assistent wordt verzorgd door SVO (een opleidingsinstituut in de voedingssector) in Houten. KDS verzorgt de coördinatie en planning van de opleiding. Het afnemen van examens is belegd bij een onafhankelijke certificatie instelling te weten Certifex Food B.V. (hierna: Certifex). Praktijkexamens worden afgenomen door examinatoren van Certifex en door de dierenarts van NVWA. KDS heeft geen bemoeienis met het afnemen van de examens. In het examenreglement voor de opleiding is bepaald welke resultaten nodig zijn om te slagen voor het examen. Het theorie-examen en het praktijkexamen moeten beiden worden gehaald om de opleiding met goed gevolg af te ronden. Zowel voor het theoretische als voor het praktische examen is één herkansing mogelijk.

3.5.

Voor de werving van Officieel Assistenten maakt KDS onder meer gebruik van de diensten van een uitzendbureau te weten Abeos Zelfstandige Vakkrachten B.V. (hierna: Abeos). [verzoeker] is via Abeos in contact gekomen met KDS. Dat heeft geleid tot een sollicitatiegesprek tussen KDS, vertegenwoordigd door mevrouw [A] en mevrouw [B] , en [verzoeker] op 28 februari 2022. Vervolgens is [verzoeker] toegelaten tot de opleiding voor Officieel Assistent.

3.6.

Abeos heeft ten behoeve van de samenwerking met [verzoeker] een zogenaamde drie-partijen-overeenkomst opgesteld (hierna te noemen: de overeenkomst). Dit betreft een overeenkomst waarin als partijen zijn betrokken [X] (de naam van de eenmanszaak van [verzoeker] ), rechtsgeldig vertegenwoordigd door [verzoeker] (in de overeenkomst genoemd Zzp’er), KDS (in de overeenkomst genoemd opdrachtgever) en Abeos (in de overeenkomst genoemd bemiddelaar).

3.7.

In de overeenkomst staat onder andere het volgende:

In aanmerking nemende dat

(…) 4. Opdrachtgever na bemiddeling van Bemiddelaar aan Zzp’er de opdracht wenst te verstrekken om buiten dienstverband voor hem werkzaamheden te verrichten onder de voorwaarden zoals overeengekomen in deze overeenkomst (…);

5. Zzp’er vrij is in het al dan niet sluiten van overeenkomsten van opdracht met andere opdrachtgevers;

6. De Overeenkomst door Opdrachtgever en Zzp’er wordt gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW, waarbij Zzp’er de werkzaamheden uitvoert in de zelfstandige uitoefening van zijn beroep / bedrijf en de bepalingen van Titel 7 van Boek 7 BW op de overeenkomst van toepassing zijn behoudens indien en voor zover daarvan door Partijen in de Overeenkomst is afgeweken;

7. De overeenkomst voor wat betreft de afspraken van dienstverlening tussen Bemiddelaar en Opdrachtgever en Bemiddelaar en Zzp’er eveneens kwalificeert als overeenkomst van opdracht waarbij Bemiddelaar van Opdrachtgever respectievelijk Zzp’er opdracht krijgt tot het verrichten van enkele diensten;

8. Opdrachtgever en Zzp’er met de Overeenkomst geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW e.v. wensen te sluiten en Zzp’er zich realiseert dat de beschermende bepalingen van het arbeidsrecht op de Overeenkomst geen toepassing vinden; (…)

3.8.

In de overeenkomst is ten behoeve van [verzoeker] een vergoeding opgenomen voor de uitvoering van de opdracht van € 30,00 exclusief BTW per uur. In Bijlage 1 bij de overeenkomst is onder andere opgenomen als begindatum 14-03-2022 en als omschrijving van het project Officieel assistent KDS ZZP 2022.

3.9.

Met ingang van 14 maart 2022 is [verzoeker] gestart met de opleiding tot Officieel Assistent. Dat hield in het volgen van theorielessen en het in de praktijk meelopen met een Officieel Assistent van KDS.

3.10.

Op 19 en 20 september 2022 heeft [verzoeker] voor de eerste keer praktijkexamen gedaan. Hij is daarvoor niet geslaagd. Daarna heeft [verzoeker] op 21 en 22 september 2022 herexamen gedaan. Op de cijferlijst van Certifex van 22 september 2022 staat onderaan als uitslag vermeld “NIET GESLAAGD”. Dit formulier is ondertekend door de examenleider [C] .

3.11.

Op 3 oktober 2022 wordt er op initiatief van [verzoeker] gecommuniceerd via Whatsapp met mevrouw [D] , regiomanager van KDS:

[verzoeker] schrijft: “[D] ik ben vorige week gezakt voor mijn praktijk examen nadien heb ik niets meer vernomen van jullie inzake mijn arbeidsovereenkomst gr [verzoeker].”

[D] reageert: “Goedemiddag [verzoeker] , Ik snap denk ik even niet wat je bedoelt? Groet [D].” Daarop schrijft [verzoeker] : “Ik ben gezakt voor mijn praktijk examen ik mag dus niet keuren maar ik heb niets meer gehoord hoe nu verder groeten [verzoeker] ”

[D] bericht daarop: “Als het goed is heeft [A] ; toevoeging kantonrechter] dat jou uitgelegd, overigens staat dat ook in het contract dat je hebt getekend. Als je niet slaagt voor de examens stop je contract. Dit betekend dat we helaas geen werk voor jou hebben en dus niet verder gaan met de arbeidsovereenkomst.”

[verzoeker] bericht tenslotte: “Er staat niets over in het contract, dat als ik het examen niet haal dat het contract stopt”

4 Het geschil

4.1.

[verzoeker] verzoekt (i), onder de voorwaarde dat met het Whatsapp bericht van 3 oktober 2022 de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 3 oktober 2022, is opgezegd, de opzegging te vernietigen. Verder verzoekt hij (ii) KDS te veroordelen tot doorbetaling van salaris ten bedrage van € 30,00 per uur ingaande 36 uren per week ingaande 26 september 2022 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd en (iii) KDS te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging over het achterstallig salaris en (iv) betaling van wettelijke rente over de gevorderde bedragen. Ten slotte (v) verzoekt hij om veroordeling van KDS in de kosten van deze procedure.

4.2.

KDS voert verweer. Volgens haar moeten de verzoeken worden afgewezen. Daartoe stelt zij zich primair op het standpunt dat er een overeenkomst van opdracht is gesloten tussen [verzoeker] en Abeos op grond waarvan Abeos [verzoeker] ter beschikking heeft gesteld aan KDS als inlener, die op haar beurt [verzoeker] , zodra hij de opleiding tot Officieel Assistent zou hebben afgerond, zou hebben doorgeleend aan de NVWA. Aangezien de met [verzoeker] gesloten overeenkomst op 22 september 2022 van rechtswege is geëindigd dan wel op die datum met onmiddellijke ingang is opgezegd dan wel ontbonden, moeten de verzoeken volgens KDS worden afgewezen. Subidiair stelt KDS dat er geen arbeidsovereenkomst tussen partijen is gesloten, maar tussen Abeos en [verzoeker] . Tenslotte stelt KDS, voor het geval dat er sprake mocht zijn van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, is die overeenkomst van rechtswege of door opzegging geëindigd. En, voor zover die nog niet geëindigd is, kan [verzoeker] geen aanspraak meer maken op betaling van loon, aldus KDS.

4.3.

KDS doet daarnaast een voorwaardelijk tegenverzoek. Zij verzoekt, voor zover de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] na 22 september 2022 zou blijken voort te duren, deze arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens de ongeschiktheid van [verzoeker] tot het verrichten van de bedongen arbeid dan wel wegens andere omstandigheden die zodanig zijn dat van KDS in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, en om bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de duur van deze procedure.

5. De beoordeling

Is er sprake van een arbeidsovereenkomst?

5.1.

Volgens [verzoeker] heeft de drie-partijen-overeenkomst alleen betrekking op de periode na het doorlopen van de opleiding. Het zou in die overeenkomst gaan om een opdracht aan de Officieel Assistent en daarvan was in de opleidingsfase nog geen sprake. Volgens [verzoeker] moet de rechtsverhouding tussen [verzoeker] en KDS in de periode voorafgaand aan het bereiken van de status van Officieel Assistent worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. [verzoeker] stelt dat die arbeidsovereenkomst op 3 oktober 2022 is opgezegd door middel van het Whatsapp bericht van een medewerkster van KDS. Volgens [verzoeker] is die opzegging niet aan te merken als een rechtsgeldige opzegging. Dat heeft geleid tot zijn verzoek aan de kantonrechter om die opzegging te vernietigen en zijn verzoek om KDS te veroordelen tot doorbetaling van loon.

5.2.

Om te beoordelen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst zal de kantonrechter eerst in gaan op de vraag wat partijen met elkaar zijn overeengekomen. Daarbij gaat het erom wat partijen hebben afgesproken en wat zij ten aanzien daarvan over en weer in de gegeven omstandigheden van elkaar mochten verwachten. Vervolgens zal worden vastgesteld of de overeenkomst kwalificeert als een arbeidsovereenkomst. (vergelijk ECLI:NL:HR:2020:1746).

5.3.

De afspraken van partijen zijn schriftelijk vastgelegd in de hiervoor reeds genoemde drie-partijen-overeenkomst. In die overeenkomst is een partijbedoeling verwoord, namelijk de bedoeling om een overeenkomst van opdracht te sluiten tussen [verzoeker] en KDS (en overigens ook tussen [verzoeker] en Abeos). Deze schriftelijke partijbedoeling is niet zonder meer doorslaggevend voor de kwalificatie van de rechtsverhouding van partijen. Naast de afspraken die schriftelijk zijn vastgelegd is van belang op welke manier partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan die afspraken. Daarover overweegt de kantonrechter het volgende.

De afspraken van partijen en de uitvoering daarvan

5.4.

De kantonrechter stelt vast dat bij de overeenkomst drie partijen zijn betrokken, namelijk [verzoeker] (als zzp’er) KDS en Abeos. KDS heeft onbetwist aangevoerd dat [verzoeker] al bekend was met Abeos, voordat hij met KDS in contact kwam. Hij was namelijk al eerder als zelfstandig opdrachtnemer door Abeos tewerkgesteld. Abeos heeft hem benaderd voor de werkzaamheden van Officieel Assistent. Hoewel [verzoeker] betwist dat hij er zelf op heeft aangedrongen dat hij de werkzaamheden van een Officieel Assistent uitsluitend als zzp’er zou willen uitvoeren, overtuigt die betwisting de kantonrechter geenszins. KDS heeft namelijk verklaringen overgelegd van [E] (flexconsultant bij Abeos) en mevrouw [A] (P&O consultant bij Kiwa CMR en coördinator van de opleiding tot Officieel Assistent) en deze mensen verklaren dat [verzoeker] uitdrukkelijk zelf heeft aangegeven dat hij alleen op zzp basis wilde werken. Eveneens is dit op te maken uit de bij de verklaring van [E] gevoegde “Interactiekaart" met betrekking tot de sollicitatie van [verzoeker] op 11 juni 2022. In het kader van die sollicitatie heeft hij bericht dat hij op dat moment in opleiding is, als zzp’er, en dat hij dat wil blijven. Het is dus in overeenstemming met de voormelde verklaringen dat [verzoeker] in de drie-partijen-overeenkomst is aangeduid als zzp’er. [verzoeker] heeft die overeenkomst ook als zodanig op 9 maart 2022 ondertekend.

5.5.

De kantonrechter gaat er verder vanuit dat [verzoeker] ook bekend was met het werken als zelfstandig ondernemer, aangezien hij al sinds juli 2019 met zijn eenmanszaak staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. KDS heeft in deze procedure het CV van [verzoeker] overgelegd, zoals hij dat bij Abeos heeft neergelegd. Daaruit volgt dat hij al sinds januari 2021 als zelfstandige via Abeos werkzaamheden verrichtte in de pluimvee sector.

5.6.

[verzoeker] heeft er op gewezen dat in de overeenkomst van partijen niets is opgenomen over de opleidingsperiode. [verzoeker] verbindt daaraan de conclusie dat de overeenkomst in het geheel nog geen gelding had zolang hij in opleiding was en hij verbindt daaraan ook de conclusie dat de overeenkomst nooit gelding heeft gekregen, omdat hij niet is geslaagd voor het examen van de opleiding en hij nooit als Officieel Assistent heeft gewerkt. De kantonrechter deelt die gevolgtrekkingen niet. De kantonrechter is van oordeel dat de overeenkomst ziet op zowel de opleidingsperiode als de periode daarna, ook al bevat de schriftelijke overeenkomst wat dat eerste deel betreft geen specifieke bepalingen. Voor dat oordeel is van belang (i) dat de overeenkomst is ingegaan op de dag dat de opleiding tot Officieel Assistent is gestart; dat is op 14 maart 2022. Daarnaast (ii) is van belang dat het voltooien van de opleiding noodzakelijk is om de werkzaamheden van een Officieel Assistent te mogen uitvoeren. Het deel van de opleiding kan daarom niet los worden gezien van de periode daarna. Na het voltooien van de opleiding is het immers de bedoeling van partijen dat [verzoeker] zelfstandig de werkzaamheden van een Officieel Assistent kan uitvoeren in opdracht van KDS. En ten derde (iii) is van belang dat [verzoeker] van het begin af aan (dus vanaf 14 maart 2022) op factuur basis door KDS betaald is voor de uren die hij besteedde aan de opleidingsactiviteiten Tijdens de hele opleidingsperiode gaf [verzoeker] de uren waarop hij deelnam aan de opleiding door aan Abeos. Abeos bracht die uren via facturen in rekening bij KDS. Dat gebeurde tegen het uurtarief van € 30,00 vermeerderd met BTW, zoals dat is opgenomen in artikel 4 onder 1. van de overeenkomst. KDS betaalde vervolgens aan Abeos en Abeos betaalde tenslotte aan [verzoeker] . De aldus gevolgde werkwijze is opgenomen in artikel 4 onder 4. van de overeenkomst. Hieruit volgt dat er tijdens de opleidingsperiode al uitvoering werd gegeven aan de overeenkomst.

Kwalificatie: geen arbeidsovereenkomst maar overeenkomst van opdracht

5.7.

De kantonrechter is van oordeel dat de overeenkomst van partijen kwalificeert als een overeenkomst van opdracht en niet als een arbeidsovereenkomst. Daarvoor is het volgende redengevend. Op 14 maart 2022 is de overeenkomst ingegaan en is [verzoeker] feitelijk gestart met de opleiding tot Officieel Assistent. Dat hield in dat hij theorielessen heeft gevolgd en theorie-examens heeft afgelegd. Daarnaast werd hij in de praktijk opgeleid door mee te lopen met gediplomeerde ervaren Officieel Assistenten. De praktijkexamens vonden plaats in september 2022. Al die activiteiten vonden plaats in het kader van opleiding en kwalificeren niet als arbeid in de zin van artikel 7:610 BW. Van een voor KDS productieve arbeidsprestatie, waarvan KDS direct kon profiteren, was immers geen sprake. Ook van een gezagsrelatie was in de opleidingsperiode geen sprake. [verzoeker] was dan wel verplicht om de opleiding te volgen, maar op de inhoud van de in dat kader door [verzoeker] te verrichten werkzaamheden kon KDS geen enkele invloed uitoefenen. Verder zijn partijen voor de periode na de opleiding overeengekomen dat [verzoeker] zich mag laten vervangen, dat KDS niet het recht heeft om een vervanger te weigeren anders dan op grond van objectieve kwalificaties. Ook is niet betwist dat de na de opleiding te verrichten werkzaamheden van Officieel Assistent geheel zelfstandig zouden worden uitgevoerd, waarbij bovendien geldt dat KDS [verzoeker] slechts ter beschikking zou stellen aan NVWA en dat haar geen aansturingsbevoegdheid zou toekomen ten aanzien van de werkzaamheden. Verder is er geen vaste arbeidsomvang overeengekomen. En [verzoeker] is niet verplicht om gevolg te geven aan een verzoek van KDS om de werkzaamheden van een Officieel Assistent te verrichten voor de NVWA. Ook is overeengekomen dat gedurende de periode dat geen werkzaamheden worden verricht, zoals tijdens ziekte en verlof, geen vergoeding verschuldigd is. En tenslotte is overeengekomen, zoals hiervoor onder 5.6. al is overwogen, dat de betalingen aan [verzoeker] zouden plaatsvinden op basis van facturatie. Daaraan is vanaf de aanvang van de overeenkomst uitvoering gegeven. Daarbij is ook BTW berekend. En niet is betwist dat er ook nooit loonbelasting en werknemerspremies voor [verzoeker] zijn afgedragen.

Op grond van het vorenstaande wordt geoordeeld dat de tussen partijen gemaakte afspraken

en de wijze waarop daar tot 22 september 2022 uitvoering aan is gegeven, niet passen bij een arbeidsovereenkomst. Dat sprake is van het verrichten van arbeid gedurende zekere tijd, van een gezagsverhouding en van het betalen van loon, zoals artikel 7:610 BW voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst vereist, kan niet geoordeeld worden.

5.8.

Het oordeel dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, leidt ertoe dat de verzoeken van [verzoeker] niet toewijsbaar zijn. Maar ook los van de vraag naar de kwalificatie van de overeenkomst, zijn de verzoeken van [verzoeker] niet toewijsbaar. Daartoe wordt -zij het dus geheel ten overvloede- het navolgende overwogen.

Het einde van de overeenkomst

5.9.

De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] niet is geslaagd voor het examen van de opleiding tot Officieel Assistent. Weliswaar betwist [verzoeker] dat, maar de kantonrechter gaat aan die betwisting voorbij. Het blijkt immers klip en klaar uit de cijferlijst van Certifex met daarop de vermelding “Niet geslaagd”. Dat het examenreglement niet aan [verzoeker] zou zijn toegestuurd, doet daar niet aan af. [verzoeker] betwist verder dat de examenuitslag aan hem bekend is gemaakt, maar ook aan die betwisting gaat de kantonrechter voorbij. Die betwisting is namelijk niet geloofwaardig. De examenleider heeft namelijk verklaard (productie 9 van KDS) dat aan het eind van een praktijkexamen dag al mondeling wordt meegedeeld aan de kandidaat of het examen is gehaald. Verder heeft mevrouw [A] verklaard dat zij op 22 september 2022 in de middag met [verzoeker] een telefoongesprek heeft gevoerd over de uitslag van het examen en de consequentie daarvan. Weliswaar betwist [verzoeker] ook dat dit gesprek heeft plaatsgevonden, maar KDS heeft ter onderbouwing van het genoemde telefoongesprek een uitdraai uit de belgeschiedenis van [A] overgelegd waaruit volgt dat zij ongeveer drie minuten telefonisch contact heeft gehad met het telefoonnummer van [verzoeker] . Dat maakt de ontkenning van [verzoeker] minder geloofwaardig. Bovendien heeft [verzoeker] zelf op 22 september 2022 geprobeerd om via een contactformulier op de website van KIWA opnieuw zich aan te melden voor een opleiding tot Officieel Assistent. Die handeling is niet logisch als [verzoeker] geslaagd zou zijn voor het examen. Overigens volgt uit de Whatsapp conversatie die [verzoeker] op 3 oktober 2022 heeft gevoerd met de regio manager van KDS dat hij wist dat hij was gezakt voor zijn praktijkexamen (zie hiervoor onder 3.11). Bovendien heeft [verzoeker] ter ondersteuning van zijn stelling dat de overeenkomst nooit gelding heeft gekregen, juist wél het standpunt ingenomen dat hij niet geslaagd is voor het examen(zie hiervoor r.o. 5.6.).

5.10.

Volgens KDS betekende de examenuitslag op 22 september 2022 dat de overeenkomst met [verzoeker] op die datum eindigde. KDS heeft daartoe aangevoerd dat zij met [verzoeker] al bij aanvang van de overeenkomst, mondeling, een ontbindende voorwaarde is overeengekomen. Die voorwaarde hield in dat de overeenkomst zou eindigen als het examen niet werd gehaald. [verzoeker] heeft betwist dat met hem een dergelijke ontbindende voorwaarde is overeengekomen. Die enkele betwisting is echter onvoldoende in het licht van de verschillende verklaringen, die daarover door KDS zijn overgelegd. Het gaat dan om de verklaringen van [E] (flexconsultant van Abeos), mevrouw [A] (P&O consultant bij Kiwa CMR en coördinator van de opleiding tot Officieel Assistent en aanwezig bij het sollicitatiegesprek met [verzoeker] op 28 februari 2022), mevrouw [B] (P&O medewerker van Kiwa CMR en aanwezig bij het sollicitatiegesprek met [verzoeker] op 28 februari 2022) en mevrouw [F] (flexconsultant bij Abeos). Uit al die verklaringen volgt dat voorafgaand aan het opleidingstraject expliciet is besproken dat het contract bij KDS zou eindigen als het examen niet werd gehaald. Ook blijkt daaruit dat [verzoeker] dat ook heel goed heeft begrepen. Zo heeft hij (blijkens de verklaring van [F] ) tussentijds in juni 2022 al een keer gesolliciteerd op een andere functie bij Abeos, omdat hij eraan twijfelde of hij het examen voor de opleiding van Officieel Assistent wel zou halen.

Slotconclusie, afwijzing van het verzoek van [verzoeker]

5.11.

De kantonrechter komt na voorgaande overwegingen tot de conclusie dat er geen sprake is of is geweest van een arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en KDS. Bovendien is de overeenkomst die er wel is geweest, namelijk een overeenkomst van opdracht, inmiddels geëindigd, omdat [verzoeker] het examen van de opleiding tot Officieel Assistent niet heeft gehaald. Bij deze stand van zaken zijn de verzoeken van [verzoeker] niet toewijsbaar.

5.12.

De kantonrechter komt niet toe aan een beoordeling van het voorwaardelijke tegenverzoek van KDS. Aan de voorwaarde daarvoor – het bestaan van een arbeidsovereenkomst – is immers niet voldaan.

Proceskosten

5.13.

[verzoeker] is in deze procedure in het ongelijk gesteld. [verzoeker] wordt daarom veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Deze kosten worden aan de kant van KDS begroot op een bedrag van € 793,00 voor salaris gemachtigde.

6 De beslissing

De kantonrechter,

6.1.

wijst de verzoeken van [verzoeker] af;

6.2.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van KDS tot aan deze procedure worden begroot op € 793,00 voor salaris gemachtigde;

6.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.C.M. Manders, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2023. (ap)

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.