Het verloop van de procedure
1.1 [verzoeker] heeft overeenkomstig het op 18 juni 2018 ontvangen verzoekschrift onder overlegging van stukken verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,
in het incident:
-
SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen de gefixeerde schadevergoeding van € 1746,48 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de beschikking tot de dag der algehele voldoening;
-
SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen € 1.925,00 bruto aan transitievergoeding ex artikel 7:673 BW, te vermeerderen met de wettelijke rente;
-
SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen € 18.000,00 bruto aan billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW, te vermeerderen met de wettelijke rente;
-
SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen € 3.698,17 bruto, zijnde de eindafrekening (periode 9) zonder inhouding van een gefixeerde schadevergoeding;
-
SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] een deugdelijke bruto-netto salarisspecificatie te verstrekken, waarin de bedragen onder a, b, en c zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag na 2 dagen na de datum van de beschikking dat SOS Brielle niet aan de beschikking voldoet;
-
te verklaren voor recht dat SOS Brielle geen rechten meer kan ontlenen aan het overeengekomen relatiebeding;
-
SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen de buitengerechtelijke kosten;
-
SOS Brielle te veroordelen in de proceskosten.
1.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juli 2018. Beide partijen zijn verschenen, [verzoeker] in persoon, bijgestaan door mr. Romeijn en SOS Brielle bij haar directeur [J.] vergezeld van projectmanager [K.], bijgestaan door mr. Verweel-Nauman. Partijen hebben hun standpunten doen toelichten door de respectievelijke gemachtigden. Van hetgeen op de zitting is besproken heeft de griffier aantekening gemaakt.
5 De verdere beoordeling van het verzoek
5.1
In deze procedure dient beoordeeld te worden of de arbeidsovereenkomst door SOS Brielle onregelmatig is beëindigd, doordat zij [verzoeker] ten onrechte op staande voet heeft ontslagen en zij dus ten onrechte de opzegtermijn niet in acht heeft genomen.
5.2
Als niet betwist staat vast dat [verzoeker], ondanks dat hij daartoe uitdrukkelijk door SOS Brielle was opgeroepen, noch op 30 april noch op 1 mei 2018 op het werk is verschenen.
5.3
Het weigeren om op de werklocatie te verschijnen en aldus om werk te verrichten kan naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel worden gekwalificeerd als een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW.
5.4
[verzoeker] meent dat het niet komen werken in casu gerechtvaardigd was, omdat hij op goede grond deelnam aan een wilde staking. SOS Brielle heeft echter gemotiveerd betwist dat [verzoeker] de werkzaamheden niet heeft verricht wegens zijn deelname aan een staking.
5.5
Van een staking is sprake wanneer een (groep) werknemer(s), die een geschil hebben met hun werkgever over arbeidsvoorwaarden, hun werkzaamheden tijdelijk niet uitvoeren, om aldus de werkgever te bewegen hun eisen alsnog in te willigen. Tot een staking mag niet lichtvaardig worden overgegaan. Het wordt geacht een laatste redmiddel te zijn: andere minder verstrekkende mogelijkheden dienen al door de werknemers zonder succes te zijn benut en hen resten dan ook geen andere middelen meer om het door hen beoogde doel te bereiken. Bovendien dient het stakingsmiddel in verhouding te staan tot de schade die derde daardoor lijden.
5.6
[verzoeker] heeft niet betwist dat zijn collega [achternaam] het WhatsApp bericht van 29 april 2018, als aangehaald in r.o. 2.5, mede namens hem heeft gezonden. Uit dat bericht volgt niet SOS Brielle is medegedeeld dat de daar genoemde werknemers, waaronder [verzoeker] met ingang van 30 april 2018 zullen gaan staken. Daarin is immers alleen aangegeven dat er een maand eerder een gesprek heeft plaats gevonden waarbij is aangegeven dat genoemde werknemers zouden stoppen als het salaris “niet goed zou zijn” en dat zij de volgende dag niet zouden komen werken.
Evenmin is door [verzoeker] betwist dat naar aanleiding van dit bericht tussen SOS Brielle en de werknemers een gesprek heeft plaatsgevonden. SOS Brielle voert aan dat ook uit dat gesprek volgde dat de werknemers het voornemen hadden om te stopen, omdat zij meenden dat zij te weinig verdienden. Die zienswijze van SOS Brielle volgt ook uit de email van [K.] van 29 april 2018 zoals hiervoor in r.o. 2.6 aangehaald. [verzoeker] heeft niet gesteld dat hij deze e-mail niet heeft ontvangen. Het moet dan ook voor [verzoeker] duidelijk zijn geweest dat SOS Brielle meende dat [verzoeker] de arbeidsovereenkomst wenste te beëindigen. Het had dan ook op de weg van [verzoeker] gelegen SOS Brielle te informeren dat hij en zijn collega’s alleen voornemens waren om te gaan staken en niet beoogden de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Dat hij zulks heeft gedaan is echter gesteld noch gebleken.
Voorts is door [verzoeker] niet betwist dat hij 30 april 2018 zijn kledingkast bij Enerco leeg heeft gehaald en de sleutel en toegangspas bij SOS Brielle danwel Enerco heeft ingeleverd en naar huis is gegaan. Ook dit duidt er op dat hij de arbeidsovereenkomst heeft willen beëindigen.
Bij e-mail van 30 april 2018, waarvan de ontvangst door [verzoeker] niet is betwist, is [verzoeker] er op gewezen wat de gevolgen zullen zijn als hij de volgende dag wederom niet op het werk zou verschijnen. Ook deze email heeft [verzoeker] er niet toe kunnen brengen SOS Brielle nader te informeren, noch om op het werk te verschijnen.
Ook na ontvangst van de ontslagbrief van 1 mei 2018 heeft [verzoeker] kennelijk geen contact met SOS Brielle opgenomen en aangegeven dat er van zijn kant geen sprake was dat hij de arbeidsovereenkomst heeft willen beëindigen, maar dat hij alleen heeft willen staken. Dit zou in het geval dat SOS Brielle ten onrechte zou hebben gemeend dat [verzoeker] beoogd had de arbeidsovereenkomst per direct te willen eindigen voor de hand hebben gelegen.
5.7
Gelet op het vorenstaande heeft [verzoeker] dan ook onvoldoende onderbouwd dat hij op 30 april en 1 mei 2018 gebruik gemaakt heeft van zijn stakingsrecht.
5.8
Door [verzoeker] is overigens ook onvoldoende onderbouwd dat hem een stakingsrecht toekwam. Hij heeft weliswaar aangevoerd dat hij een hoger salaris toekwam dan door SOS Brielle werd uitbetaald, maar hij heeft dit standpunt gelet op het gemotiveerde verweer van SOS Brielle, niet afdoende onderbouwd, hetgeen op zijn weg zou hebben gelegen. Hij heeft immers niet meer aangevoerd dan dat de salariëring niet klopte, omdat de toeslagen zijn verlaagd en er zouden uren niet zijn uitbetaald. SOS Brielle heeft echter aangevoerd dat de verlaging van de toeslagen het gevolg is van de overgang van een full-continurooster naar een vijfdaagse werkweek en dit conform de van toepassing zijnde CAO was, als ook dat zij, omdat dit een fors verschil met zich bracht, een overgangsperiode had ingelast waarin dat verschil door werkgever en werknemer gelijkelijk werd gedeeld. Voorts heeft SOS Brielle betwist dat zij minder uren heeft uitbetaald dan [verzoeker] had gewerkt.
5.9
Verder heeft [verzoeker] niet aangevoerd, laat staan onderbouwd dat de gestelde staking een laatste redmiddel was, omdat alle andere mogelijkheden om beter arbeidsvoorwaarden af te dwingen reeds zonder succes waren benut. Hij heeft immers niet meer aangevoerd dan dat er reeds eerder een gesprek tussen de betreffende werknemers en SOS Brielle over de arbeidsvoorwaarden heeft plaatsgevonden, maar dat dit niet heeft geleid tot verhoging van het loon.
5.10
Dit leidt tot het oordeel dat SOS Brielle door [verzoeker] op staande voet te ontslaan de arbeidsovereenkomst niet onregelmatig heeft beëindigd.
5.11
SOS Brielle is jegens [verzoeker] dan ook niet schadeplichtig. De vordering tot toekenning aan [verzoeker] van de vordering tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding ad € 1.746,48 bruto wordt dan ook afgewezen.
5.12
Nu er in rechte van moet worden uitgegaan dat [verzoeker] door op 30 april en 1 mei 2018 niet op het werk te verschijnen ernstig verwijtbaar heeft gehandeld is SOS Brielle gelet op het bepaalde in artikel 7: 673 lid 7 sub c BW geen transitievergoeding verschuldigd. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van een situatie als bedoeld in het achtste lid van voornoemd artikel, zodat de kantonrechter geen aanleiding ziet aan [verzoeker] desondanks (gedeeltelijk) een transitievergoeding toe te kennen. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.
5.13
Voorts is van een ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van SOS Brielle evenmin sprake, zodat de vordering ter zake van de billijke vergoeding ad € 18.000,00 eveneens wordt afgewezen.
5.14
Artikel 7:677 lid 2 BW bepaalt dat de partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd is indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. In het derde lid wordt de omvang van die vergoeding nader uitgewerkt.
5.15
Tussen partijen is niet in geschil dat [verzoeker] een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was aangegaan en korter dan 5 jaar in dienst is geweest, zodat de opzegtermijn één maand zou zijn geweest. Artikel 7:677 lid 3 sub a BW bepaalt dat in dat geval de vergoeding gelijk is aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. SOS Brielle heeft [verzoeker] een vergoeding in rekening gebracht van € 1.788,38. Gelet op de door [verzoeker] overgelegde loonspecificaties is dit bedrag lager dan zijn het bruto basisloon omgerekend per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag.
5.16
Het voorgaande brengt met zich dat de vordering tot volledige uitbetaling van de eindafrekening zonder inhouding van een gefixeerde schadevergoeding dient te worden afgewezen.
5.17
Hetzelfde heeft te gelden voor de vordering om SOS Brielle te veroordelen om aan [verzoeker] een schriftelijke en deugdelijke bruto-netto salarisspecificatie te verstrekken.
5.18
De vordering ter zake van de verklaring voor recht dat SOS Brielle geen rechten meer kan ontlenen aan het overeengekomen relatiebeding wordt als onvoldoende onderbouwd eveneens afgewezen. De enkele omstandigheid dat [verzoeker] door SOS Brielle op staande voet is ontslagen noopt zonder nadere toelichting die ontbreekt niet tot toewijzing van deze vordering.
5.19
Gelet op het vorenstaande wordt ook de vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten afgewezen, nog daargelaten dat dit deel van de vordering in het geheel niet is onderbouwd.
5.20
[verzoeker] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Gelet op de samenhang met de andere 5 zaken die tegelijkertijd zijn behandeld, wordt het salaris vastgesteld op € 150,00 per punt.
6 De beslissing
De kantonrechter:
het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening
wijst af de vorderingen van [verzoeker].
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van SOS Brielle vastgesteld op € 300,00 aan salaris voor haar gemachtigde;
verklaart deze beschikking voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
898