Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBROT:2019:9676

Rechtbank Rotterdam
10-12-2019
12-12-2019
7891078 VZ VERZ 19-14562
Arbeidsrecht
Eerste aanleg - meervoudig

Artikel 96 Rv. Partijen vragen de kantonrechters zich in meervoudige setting uit te spreken over de uitleg van het begrip ’maandsalaris’ in de IKEA cao.

Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-1310
RBP 2020/9
VAAN-AR-Updates.nl 2019-1310

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7891078 VZ VERZ 19-14562

uitspraak: 10 december 2019

vonnis van de kantonrechters, zitting houdende te Rotterdam, inzake het verzoek ex artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IKEA NEDERLAND B.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Haarlem,

en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTER IKEA SYSTEMS B.V.,

gevestigd te Delft,

verzoeksters,

gemachtigden: mr. Ph.A. Hartman en mr. J. Mulder advocaten te Den Haag,

en

3. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

WERKNEMERSVERENIGING IKEA MEDEWERKERS,

statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Amersfoort,

mede verzoekster,

gemachtigden mr. S.F.H. Jellinghaus en mr. J.M.M. Janssen advocaten te Tilburg.

Partijen worden hierna afzonderlijk ‘IKEA c.s.’(in meervoud) en ‘W.I.M.’ genoemd. Zij worden gezamenlijk aangeduid als ‘partijen’.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kantonrechters hebben kennisgenomen van:

  • -

    het door IKEA c.s. ingediende verzoekschrift met de daarbij gevoegde producties, ter griffie ontvangen op 5 juli 2019;

  • -

    de door W.I.M. overgelegde toelichting verzoekschriftprocedure, met producties, ter griffie ontvangen op 12 augustus 2019;

  • -

    de door IKEA c.s. overgelegde toelichting op het gezamenlijk verzoek, met producties, ter griffie ontvangen op 12 augustus 2019;

  • -

    de reactie van W.I.M. op de toelichting van IKEA c.s., ter griffie ontvangen op 20 september 2019;

  • -

    de reactie door IKEA c.s. op de toelichting van W.I.M., ter griffie ontvangen op 20 september 2019;

  • -

    de pleitnota zijdens W.I.M.;

  • -

    de pleitnotities zijdens IKEA c.s.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2019.

Ter zitting zijn namens IKEA c.s. verschenen, de heer [naam 1] , mevrouw [naam 2] ,

de heer [naam 3] , mevrouw [naam 4] en mevrouw [naam 5] , bijgestaan door de gemachtigden mr. Ph. A. Hartman en mr. J. Mulder.

Namens W.I.M. zijn ter zitting verschenen de heer [naam 6] , mevrouw [naam 7] ,

de heer [naam 8] , de heer [naam 9] , de heer [naam 10] en mevr. [naam 11] , bijgestaan door de gemachtigde mr. J.M.M. Janssen.

De advocaten van beide partijen hebben ter zitting de wederzijdse standpunten toegelicht aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3.

De uitspraak van het vonnis is na aanhouding nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

In deze procedure wordt van de volgende feiten uitgegaan.

2.1.

IKEA c.s. enerzijds en W.I.M. en de FNV anderzijds zijn een collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen, met een looptijd van 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2018. IKEA c.s. zijn vervolgens met W.I.M. een collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen, met een looptijd van 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2020. Beide cao’s bevatten - voor zover in dit verband aan de orde - inhoudelijk gelijkluidende bepalingen en worden gezamenlijk aangeduid als ‘de cao’.

2.2.

De cao luidt - voor zover van belang voor deze procedure - als volgt:

Artikel 1

Definities/Werkingssfeer

(…)

F. Maandsalaris en Uurloon

Maandsalaris: het aantal overeengekomen contracturen in een maand vermenigvuldigd met het uurloon.

Uurloon: het contractueel overeengekomen loon per uur.

(…)
Artikel 3

Aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst

(…) In de arbeidsovereenkomst worden tenminste de volgende onderwerpen vermeld:

  • -

    de aard van de arbeidsovereenkomst;

  • -

    de contracturen per week;

  • -

    de functie, de functieschaal en het maandsalaris of uurloon;

  • -

    de reiskostenvergoeding;

  • -

    de standplaats. (…)

(…)

Artikel 6

13e Maand

A. De medewerker ontvangt in de maand december een 13e maand ter grootte van 8,33 % van de door de medewerker in het lopende tijdvak 1 januari tot en met 31 december ontvangen maandsalarissen vermeerderd met eventuele nabetaling urenafrekening.

(…)

Artikel 7

Vakantietoeslag (…)

B. Jaarlijks, in de maand mei, ontvangt de medewerker een vakantietoeslag gelijk aan 8 % van de door de medewerker in het lopende tijdvak van 1 juni tot en met 31 mei opgebouwde maandsalarissen, vermeerderd met de eventuele nabetaling urenafrekening. De vakantietoeslag wordt afgerekend tegen het geldende uurloon van de maand mei.

(…)

Artikel 20

Compensatie voor flexibele uren (flexuren)

(…)

F. Afrekening (flex)uren boven de 40 uur

1. Voor alle uren boven de 40 uur (gemiddeld) per week, berekend op jaarbasis, geldt dat ze worden uitbetaald tegen 100 % van het uurloon én 25 % als toeslag op het uurloon. Uren tot aan 40 uur (gemiddeld), berekend op jaarbasis, worden uitbetaald à 100 % van het uurloon en tellen mee voor de berekening van het pensioen, vakantiegeld en de 13e maand.

(…)

Artikel 21

Toeslagen en maaltijdverstrekking

A. Inconveniënte urentoeslag

Voor het werken op inconveniënte uren ontvangt iedere medewerker een toeslag volgens onderstaande matrixen. De toeslag bedraagt een percentage van het uurloon.

Tabel inconveniënte urentoeslag voor medewerkers geldig tot 1 januari 2018

(…)

Artikel 22

Consignatieregeling Technische Dienst

(…)

1. Technische Dienst medewerkers en leidinggevenden ontvangen per dag (24 uur) die zij oproepbaar moeten zijn € 24,66 bruto. Het totaal van het te verdelen bedrag per technisch team per maand wordt binnen ieder technisch team op dusdanige wijze verdeeld dat medewerkers en leidinggevenden van de Technische Dienst een vast bedrag per maand ontvangen.

2. De consignatietoeslag vervalt bij afwezigheid door ziekte of verlof (niet zijnde betaald vakantieverlof) van langer dan één maand op de eerste dag dat deze maand is verstreken.

(…)

Artikel 23

Consignatieregeling IT

(…)

B. Storingsdienst

  1. Elke IT technician draait een storingsdienst van 1 week (maandag t/m vrijdag van 18:00 tot 21:00 uur, zaterdag van 8:00 tot 21:00 uur en op zondag van 9:00 tot 18:00 uur).

  2. Naast de storingsdienst werkt de IT technician in de betreffende week ook zijn of haar normale uren.

  3. De medewerker moet tijdens een storingsdienst:

  • -

    Continu telefonisch bereikbaar zijn,

  • -

    Binnen een uur na de oproep ingelogd zijn op het IKEA netwerk.

4. Indien er een prio 1 situatie ontstaat, zal de dienstdoende IT technician de betreffende store bezoeken om het probleem op te lossen.

5. Een prio 1 situatie wordt altijd bepaald in overleg met één van de volgende personen: teammanager IT technicians, teammanager IT service desk, NL IT manager.

6. De consignatietoeslag voor de storingsdiensten bedraagt van maandag tot en met zaterdag € 2,- bruto per uur en bedraagt op zondag € 2,50 per uur. Dit betekent op weekbasis een consignatie toeslag van € 78,50 per week.

(…)

Artikel 27

Vergoeding telefoonkosten

(…)

D. Vergoedingen

1. De medewerker die -naar het oordeel van de werkgever- thuis telefonisch oproepbaar dient te zijn, kan in aanmerking komen voor een vergoeding van abonnementskosten.

2. De medewerker die -naar het oordeel van de werkgever- zijn functie slechts thuis kan uitoefenen indien hij veelvuldig thuis zakelijke gesprekken voert (bijvoorbeeld telewerkers), ontvangt een (bruto) vergoeding van zijn abonnements- én gesprekskosten.

3. De vergoeding zoals bedoeld onder 27 D.1 wordt verminderd met het bedrag van de privé-gesprekskosten. Hiervoor wordt € 17,43 bruto per maand in rekening gebracht. Indien de medewerker aanwijsbaar méér privé-gesprekskosten heeft, kan de eigen bijdrage op een hoger bedrag worden vastgesteld.

(…)

F. De vergoeding telefoonkosten vervalt bij afwezigheid door ziekte of verlof (niet zijnde betaald vakantieverlof) van langer dan één maand per de 1e van de volgende kalendermaand.

Artikel 28

Algemene onkostenvergoeding en BHV-vergoeding

(…)

B. Vergoeding bedrijfshulpverleners (BHV-ers)

Indien de medewerker werkzaamheden verricht als bedrijfshulpverlener, ontvangt de medewerker hiervoor maandelijks een vergoeding van € 30,- bruto, mits hij jaarlijks de door de werkgever beschikbaar gestelde vereiste opleiding volgt én deel uitmaakt van de BHV-groep in de vestiging.

C. Vervallen vergoedingen

De algemene onkostenvergoeding en de BHV-vergoeding vervallen bij afwezigheid door ziekte of verlof (niet zijnde betaald vakantieverlof) van langer dan één maand per de 1e van de volgende kalendermaand.

(…)

Artikel 48

Loondoorbetaling bij langdurige ziekte

A. Loondoorbetaling in het 1e ziektejaar

  1. Bij arbeidsongeschiktheid ontvangt de medewerker gedurende de wettelijke periode als genoemd in artikel 7:629 BW van maximaal 52 weken een aanvulling op de wettelijke loondoorbetaling tot maximaal 100% van het maandsalaris.

  2. De loondoorbetaling en uitkering bij ziekte van parttimers wordt berekend over de werkelijk gewerkte uren in de laatste 13 weken, voorafgaand aan de week waarin de eerste ziektedag valt.

  3. De werkgever vergoedt minimaal het aantal overeengekomen contracturen.

Loondoorbetaling in het 2e ziektejaar

  1. Gedurende het 2e ziektejaar wordt aan de medewerker 70% van het maandsalaris doorbetaald.

  2. Voor de medewerker bestaat de mogelijkheid om in het tweede ziektejaar een aanvulling te krijgen tot 90% van het maandsalaris, indien:

- de medewerker heeft meegewerkt aan de uitvoering van het Deskundigen Oordeel UWV en

- de medewerker op arbeidstherapeutische basis werkt, of

- de medewerker een re-integratietraject of scholing volgt in het kader van specifieke afspraken die zijn gemaakt tussen de medewerker en de werkgever (plan van aanpak/Wet verbetering Poortwachter).

3. De loondoorbetaling en uitkering bij ziekte van parttimers worden berekend over de werkelijk gewerkte uren in de laatste 13 weken, voorafgaand aan de week waarin de eerste ziektedag valt.

4. De werkgever vergoedt minimaal het aantal overeengekomen contracturen. (…)”

3 Het gezamenlijk verzoek

3.1.

Partijen hebben de kantonrechters op de voet van het bepaalde in artikel 96 Rv verzocht:

  1. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Dertiende maand wel moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; of

  2. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Dertiende maand niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

  3. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Vakantietoeslag wel moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; of

  4. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Vakantietoeslag niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

  5. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Flexuren-toeslag wel moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; of

  6. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Flexuren-toeslag niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

  7. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) ORT wel moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; of

  8. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) ORT niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

  9. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Consignatievergoeding wel moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; of

  10. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Consignatievergoeding niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

  11. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Telefoonvergoeding wel moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; of

  12. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Telefoonvergoeding niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

  13. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) BHV vergoeding wel moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub 8 van de cao; of

  14. te verklaren voor recht dat de (gemiddelde) BHV vergoeding niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub 8 van de cao.

Ten aanzien van de onderhavige procedure hebben partijen procesafspraken gemaakt die zij hebben vastgelegd in de proces-overeenkomst. Partijen hebben de rechtbank Rotterdam verzocht, mede gezien het grote financiële belang van de zaak, een meervoudige kamer samen te stellen, bestaande uit mr. W.J.J. Wetzels als voorzitter en twee andere kantonrechters. Daarbij hebben partijen hoger beroep tegen de uitspraak van de kantonrechters uitgesloten. Tevens hebben partijen afgesproken dat iedere partij de eigen kosten zal dragen.

3.2.

Aan hun verzoek hebben partijen - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1.

Het standpunt van IKEA c.s.

Het begrip maandsalaris is duidelijk in de cao gedefinieerd. In artikel 1 onder F is bepaald dat het maandsalaris bestaat uit het aantal overeengekomen contracturen in een maand vermenigvuldigd met het uurloon. Gelet op artikel 3 van de cao blijkt voorts uit de arbeidsovereenkomst wat het maandsalaris of uurloon is. IKEA c.s. stellen zich op het standpunt dat dit per definitie betekent dat (de hoogte) van het ‘maandsalaris’ en het ‘uurloon’ aanstonds duidelijk moeten zijn voor IKEA c.s. en de betreffende werknemer en dat het ‘maandsalaris’ en het ‘uurloon’ een zodanig ‘vast’ karakter moeten hebben, dat het ook daadwerkelijk mogelijk is om de hoogte van deze bedragen op te nemen in de arbeidsovereenkomst. Volgens IKEA c.s. gaat het in artikel 48 van de cao daarom om het kale maandsalaris/uurloon zoals dat volgt uit de van toepassing zijnde cao-salarisschalen. Het loon dat verschuldigd is op grond van artikel 48, door Ikea c.s. aangeduid als “het artikel 48-Ziekteloon”, geeft de tijdens ziekte op IKEA c.s. rustende loondoorbetalingsverplichting weer.

Daarnaast hebben IKEA c.s. op basis van een zelfstandige grondslag in de cao (anders dan het artikel 48-Ziekteloon) nog andere loondoorbetalingsverplichtingen, door IKEA c.s. gedefinieerd als “het cao-Ziekteloon”. De dertiende maand, de vakantietoeslag en de flexurentoeslag zijn gerelateerd aan het maandsalaris, maar maken daarvan geen onderdeel uit. De onregelmatigheidstoeslag (ORT) heeft het karakter van een toeslag en bedraagt een percentage van het ‘uurloon’ en is niet inbegrepen in het maandsalaris/uurloon. De consignatievergoeding, telefoonvergoeding en BHV-vergoeding zijn op zichzelf staande vergoedingen en zijn op geen enkele manier gerelateerd aan het maandsalaris/uurloon. Deze vergoedingen behoren gedurende één maand tot het cao-Ziekteloon.

IKEA c.s. leggen de cao uit volgens de objectief-grammaticale uitlegnorm. Iedere andere uitleg van de begrippen ‘maandsalaris’ en ‘uurloon’ zouden leiden tot het opbouwen van dubbele aanspraken door werknemers van IKEA c.s. Immers, de aanspraak op - bijvoorbeeld - vakantietoeslag zou dan inbegrepen worden geacht in het ‘maandsalaris’, waarover vervolgens (dubbelop) vakantietoeslag in de zin van artikel 7 van de cao zou worden opgebouwd. Deze dubbele opbouw van vakantietoeslag leidt tot verhoging van het maandsalaris en dat leidt weer tot een verhoging van de vakantietoeslag. Zo ontstaan in wezen oneindig repeterende verhogingen, die door IKEA c.s. worden aangeduid als het “Droste-effect”.


IKEA c.s. stellen zich op het standpunt dat het geschil tussen partijen zich beperkt tot de uitleg van de cao en dat de vraag hoe artikel 48-Ziekteloon en het cao-Ziekteloon zich verhouden tot de wettelijke loondoorbetalingsverplichting bij ziekte, zoals bedoeld in artikel 7:629 BW, niet aan de orde is. Evenwel is artikel 48 cao niet in strijd met de wet omdat het hanteren van een ander loonbegrip voor de maximering van een aanvulling op het wettelijk minimum ziekteloon als bedoeld in artikel 7:629 BW is toegestaan.

3.2.2.

Het standpunt van W.I.M.

Voor een juiste uitleg van de cao-bepalingen kan de wet niet uitgesloten worden. W.I.M. wijst op het dwingendrechtelijk karakter van de wettelijke bepalingen ten aanzien van loonaanspraken tijdens ziekte. Het loonbegrip als bedoeld in artikel 7:629 lid 1 en lid 8 jo. 7:628 lid 3 BW sluit feitelijk geen op geld waardeerbare loonbestanddelen uit bij arbeidsongeschiktheid. Nu de onderhavige toeslagen allemaal op geld waardeerbaar zijn stelt W.I.M. zich op het standpunt dat alle toeslagen mét het kale uurloon opgenomen in artikel 5 cao tezamen het maandsalaris van de IKEA medewerker vormen. Het is niet zo dat zolang het bedrag maar boven het wettelijk minimum van 70 % uitkomt er voldaan wordt aan de wet.

W.I.M. legt de cao naar objectieve maatstaven uit, een puur taalkundige uitleg (of grammaticale uitleg) van de cao-bepalingen is ontoereikend. In de cao is nagelaten nader te definiëren wat bedoeld wordt met het contractueel overeengekomen uurloon als uitleg van het maandsalaris in artikel 1 sub f cao. Uit de tekst van de cao blijkt niet dat de cao-partijen de bedoeling hebben gehad bepaalde loonbestanddelen uit te sluiten bij arbeidsongeschiktheid.

Het naar tijdruimte vastgestelde loon betreft loon dat niet afhankelijk is van de inzet van de werknemer, maar louter en alleen afhangt van het verstrijken van de bepaalde periode. Omdat de medewerker aanspraak maakt op de dertiende maand zodra het tijdvak is verstreken maakt dit onderdeel uit van het naar tijdruimte vastgestelde loon. Voor de grondslag voor de berekening van de vakantietoeslag dient artikel 6 Wet Minimumloon (WML) als leidraad en daarin zijn toeslagen als zodanig niet uitgezonderd als grondslag voor de berekening daarvan. Gedurende arbeidsongeschiktheid dient de vakantietoeslag dan ook te worden doorbetaald als naar tijdruimte vastgesteld loon. Indien regelmatig tegen een vergoeding overwerk wordt verricht is de vergoeding deel gaan uitmaken van het loon en dient een gemiddelde flexurentoeslag te worden betaald tijdens ziekte. Van het naar tijdruimte vastgestelde loon maakt de ORT onderdeel uit, nu de medewerkers in de cao de verplichting wordt opgelegd om (structureel) tijdens koopavonden en zaterdagen te werken. De consignatietoeslag wordt teruggebracht tot een vast bedrag per maand (een structurele toeslag) daarmee is sprake van naar tijdsruimte vastgesteld loon. De telefoonvergoeding dient gedurende arbeidsongeschiktheid doorbetaald te worden aangezien de werknemer ten aanzien van het abonnement deze kosten blijft maken. De BHV-vergoeding is een structurele vergoeding per maand ongeacht of de werknemer daadwerkelijk BHV werkzaamheden verricht, zodat dit naar tijdruimte vastgesteld loon is en derhalve uitgekeerd moet worden gedurende arbeidsongeschiktheid.

Voor zover IKEA c.s. ten aanzien van arbeidsongeschiktheid hebben bedoeld uitzonderingen te maken voor grondslagen die behoren tot de loonberekening, moet worden aangenomen dat de cao op dat punt nietig is gezien het bepaalde in artikel 7:629 lid 9 BW.

3.2.3.

De overige stellingen van partijen die als hier herhaald en ingelast worden beschouwd, zullen voor zover nodig worden besproken in het kader van de beoordeling van het verzoek.

4 De beoordeling

4.1.

Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of de verschillende toeslagen en vergoedingen moeten worden beschouwd als een vast inkomensbestanddeel waarmee bij de doorbetaling van het salaris tijdens ziekte rekening moet worden gehouden, zoals W.I.M. heeft bepleit en IKEA c.s. heeft betwist.

4.2.

Het gaat in deze zaak om de uitleg van artikel 48 van de cao. Vooropgesteld wordt dat bij de uitleg van een cao, de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van die cao, in beginsel van doorslaggevende betekenis zijn. Bij de uitleg kan onder meer acht worden geslagen op elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Het komt niet aan op de bedoeling van cao-partijen, voor zover die bedoeling niet uit de cao-bepalingen kenbaar is (vaste rechtspraak, zie laatstelijk HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2687). Ook de bewoordingen van de eventueel bij de cao behorende schriftelijke toelichting moet bij de uitleg van de cao worden betrokken (vgl. HR 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2376, NJ 2003/110). Indien de bedoeling van partijen bij de cao naar objectieve maatstaven volgt uit de cao-bepalingen en de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting, en dus voor de individuele werknemers en werkgevers die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn geweest, kenbaar is, kan ook daaraan bij de uitleg betekenis worden toegekend (vgl. HR 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4366, NJ 2003/111).

4.3.

In dit geval is geen sprake van een bij de cao behorende schriftelijke toelichting, zodat hierop geen acht kan worden geslagen. Partijen hebben wel de gehele cao overgelegd, zodat eventuele samenhang tussen de bewoordingen van artikel 48 en de overige bepalingen van de cao kan worden meegenomen.

4.4.

Hoewel partijen in de door hen gewisselde stukken en ter gelegenheid van de mondelinge behandeling uitvoerig zijn ingegaan op de vraag hoe de cao-bepalingen zich verhouden tot het salaris dat IKEA c.s. ingevolge de wet aan de medewerkers is verschuldigd, valt dit buiten het bereik van deze procedure. Aan de kantonrechters is immers louter de vraag voorgelegd of en zo ja welke loonbestanddelen behoren tot het artikel 48-Ziekteloon.

Het voorgaande laat onverlet dat als ondergrens steeds geldt het wettelijk minimum van 70% van het laatst verdiende loon, zoals bepaald in artikel 7:629 lid 1 BW. Dit zal er in voorkomend geval toe kunnen leiden dat IKEA c.s. gehouden zijn het zogenoemde cao-ziekteloon aan te vullen.

Boven die wettelijke - dat wil zeggen de op grond van artikel 7:629 lid 1 BW verschuldigde - 70% geldt contractsvrijheid, zoals IKEA c.s. terecht hebben aangevoerd. Voor zover in de cao de aanspraak van de zieke werknemer op bepaalde - hierna te bespreken - toeslagen in tijd (in dit geval steeds een maand) zonder in strijd te komen met artikel 7:629 lid 1 BW wordt beperkt, is derhalve van strijd met de wet en daarmee van een nietige bepaling geen sprake.

4.5.

In het hierna volgende zal worden ingegaan op de verschillende toeslagen en vergoeding die partijen in het kader van de onderhavige procedure ter beoordeling aan de kantonrechters hebben voorgelegd, waarbij beoordeeld zal worden in hoeverre die toeslagen en vergoedingen behoren tot het maandsalaris als bedoeld in artikel 48 van de cao.

Vakantietoeslag en dertiende maand

4.6.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is gebleken dat tussen partijen niet langer in geschil is dat de vakantietoeslag (artikel 7 cao) en de dertiende maand (artikel 6 cao) weliswaar ook verschuldigd zijn tijdens ziekte van de werknemer, maar niet moet worden begrepen onder het maandsalaris zoals bedoeld in artikel 48 sub A en B cao. Partijen zijn het erover eens dat ook de arbeidsongeschikte werknemer in de maand mei recht heeft op uitbetaling van de vakantietoeslag en aan het einde van het jaar recht heeft op uitbetaling van de dertiende maanduitkering. Die elementen behoren echter niet tot het maandsalaris als bedoeld in artikel 48 van de cao, omdat anders een dubbeltelling zou ontstaan.

Telefoonvergoeding

4.7.

Naar objectieve maatstaven bezien kunnen er geen aanknopingspunten worden gevonden voor de door W.I.M. bepleite uitleg dat de telefoonvergoeding onderdeel uitmaakt van het maandsalaris. De uitleg die W.I.M. voorstaat strookt niet met de tekst van artikel 27 van de cao, waarin immers is opgenomen dat de vergoeding na (kort gezegd) één maand arbeidsongeschiktheid vervalt. Het verweer dat het gerechtvaardigd is dat de kosten door IKEA c.s. vergoed blijven worden omdat een telefoonabonnement niet van de ene op de andere dag kan worden stopgezet, gaat het aan de kantonrechters voorgelegde geschil te buiten. Immers, partijen hebben de kantonrechters gevraagd zich te buigen over de uitleg van het begrip “maandsalaris” in de zin van artikel 48 van de cao en niet of het gerechtvaardigd is dat IKEA c.s. de telefoonvergoeding in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid doorbetalen. Daar de telefoonvergoeding als een onkostenvergoeding moet worden gezien, is van een gewoon loonbegrip geen sprake en geldt ten aanzien hiervan contractsvrijheid. Dit betekent dat naar het oordeel van de kantonrechters de telefoonvergoeding (artikel 27 cao) niet moet worden begrepen onder het maandsalaris zoals bedoeld in artikel 48 sub A en B cao.

BHV-vergoeding en consignatievergoeding

4.8.

Partijen zijn het erover eens dat de BHV-vergoeding niet afhankelijk is gesteld van het maandsalaris, noch dat daadwerkelijk BHV-werkzaamheden moeten zijn verricht. Daarbij komt dat is overeengekomen dat de vergoeding na (kort gezegd) één maand ziekte vervalt. Naar het oordeel van de kantonrechters moet de BHV-vergoeding (artikel 28 cao) dan ook niet worden begrepen onder het maandsalaris zoals bedoeld in artikel 48 sub A en B cao.

4.9.

Partijen zijn het erover eens dat medewerkers van de Technische Dienst gedurende (kort gezegd) de eerste maand ziekte aanspraak houden op consignatievergoeding en dat deze aanspraak daarna vervalt. Een dergelijke bepaling is niet opgenomen in artikel 23 cao (consignatievergoeding IT). Gelet op de tekst van de cao-bepalingen zijn expliciet bedoelde consignatievergoedingen buiten het maandsalaris gehouden, er is immers uitdrukkelijk vastgelegd wanneer de vergoeding vervalt. In het geval van artikel 23 cao is dat (kennelijk) direct bij afwezigheid door ziekte of verlof; in het geval van artikel 22 cao na een maand afwezigheid door ziekte of verlof. Het verschil in het tijdstip waarop de vergoedingen eindigen geeft reeds aan dat die vergoedingen niet behoren tot het maandsalaris zoals bedoeld in artikel 48 van de cao. Voor zover W.I.M. heeft bedoeld aan te voeren dat de consignatievergoeding tot de bedongen arbeid behoort, wordt overwogen dat dit verweer het bereik van het geschil te buiten gaat. Naar het oordeel van de kantonrechters moet de consignatievergoeding (artikel 22 en 23 cao) dan ook niet worden begrepen onder het maandsalaris zoals bedoeld in artikel 48 sub A en B cao.

ORT en flexurentoeslag

4.10.

Aangezien de ORT volgens artikel 21 cao een percentage van het uurloon bedraagt terwijl het maandsalaris volgens artikel 1 cao wordt berekend aan de hand van het aantal overeengekomen contracturen in een maand vermenigvuldigd met het uurloon, kan W.I.M. niet gevolgd worden in haar stelling dat de ORT deel uitmaakt van het maandsalaris. IKEA c.s. zijn de ORT wel náást het maandsalaris verschuldigd. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben IKEA c.s. ook erkend dat zij de ORT wel aan de zieke medewerker verschuldigd zijn uit hoofde van het cao-Ziekteloon. Naar het oordeel van de kantonrechters moet de ORT (artikel 21 cao) niet worden begrepen onder het maandsalaris zoals bedoeld in artikel 48 sub A en B cao.

4.11.

Het voorgaande geldt eveneens ten aanzien van de flexurentoeslag die ingevolge artikel 20 cao ook wordt berekend als een percentage van het uurloon. Naar het oordeel van de kantonrechters moet de flexurentoeslag (artikel 20 cao) derhalve niet worden begrepen onder het maandsalaris zoals bedoeld in artikel 48 sub A en B cao.

Proceskosten

4.12.

Overeenkomstig het verzoek en de tussen partijen gemaakte afspraken zullen de kosten van de procedure gecompenseerd worden in die zin dat partijen ieder de eigen kosten dragen.

5 De beslissing

De kantonrechters, rechtsprekend ex artikel 96 Rv:

verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Dertiende maand uitkering niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Vakantietoeslag niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Flexuren-toeslag niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

verklaren voor recht dat de (gemiddelde) ORT niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Consignatievergoeding niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

verklaren voor recht dat de (gemiddelde) Telefoonvergoeding niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub B van de cao; en

verklaren voor recht dat de (gemiddelde) BHV vergoeding niet moet worden begrepen onder het maandsalaris, zoals bedoeld in artikel 48 sub A en sub 8 van de cao;

compenseren de kosten van de procedure in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels, mr. A.J.M. van Breevoort en

mr. E.I. Mentink en uitgesproken door mr. W.J.J. Wetzels ter openbare terechtzitting.

28356

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.