Overwegingen
1. Eiser exploiteert de eenmanszaak [naam eenmanszaak] , gespecialiseerd in esigaretten, toebehoren en e-liquids (de winkel). Op 17 mei 2019 heeft een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) geconstateerd dat voor de entreedeur van de winkel een swingbord stond waarop aan beide zijden het logo van e-sigaretspeciaalzaak [naam eenmanszaak] was aangebracht. Boven het logo stond de tekst “Stoppen met roken begint hier!” en onder het logo een opsomming van producten e-Sigaret, e-Liquids en Gadgets. Eenzelfde soort affiche had de inspecteur ook aangetroffen op het station [naam treinstation] . De bevindingen van de inspecteur zijn neergelegd in een rapport van bevindingen van 5 juni 2019 (het rapport). Op basis daarvan heeft verweerder de bij het bestreden besluit gehandhaafde boete opgelegd.
2. Het bestreden besluit rust op de grond dat sprake is van verboden reclame voor elektronische sigaretten en navulverpakkingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet (de Tabakswet). De op een affiche van een e-sigarettenspeciaalzaak afgebeelde tekst “Stoppen met roken begint hier!” is aan te merken als een wervende tekst en de opsomming “e-Sigaret, e-Liquids en Gadgets” is aan te merken als generieke reclame. Beide teksten zijn aan te merken als een vorm van een commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van elektronische dampwaar en daarmee aanverwante producten tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft.
3. Eiser voert in beroep aan dat geen sprake was van overtreding van het reclameverbod. Volgens hem is de tekst “Stoppen met roken begint hier!” geen commerciële mededeling, maar een algemene mededeling die niet met zich brengt dat bekendheid wordt gegeven aan een tabaksproduct of aanverwant product of dat deze worden aangeprezen. Daarnaast maakt de op het affiche aangebrachte opsomming van rookartikelen integraal deel uit van het bedrijfslogo en dient slechts ter informatie, zodat dit evenmin kan worden aangemerkt als een commerciële mededeling. Ook de omstandigheid dat de gemeente [naam gemeente] geen bezwaren heeft geuit duidt er volgens eiser op dat geen sprake is van een overtreding van het reclameverbod.
Voorts voert eiser aan dat verweerder in strijd handelt met het gelijkheidsbeginsel door hem een boete op te leggen terwijl in een ander identiek geval is volstaan met een waarschuwing. In die zaak heeft verweerder de tekst “Happy to vape” alsmede de tekst “ga over van roken naar dampen” niet aangemerkt als verboden reclame. In dit geval suggereert de tekst “Stoppen met roken begint hier!” ook het overstappen van roken naar dampen, zodat verweerder nader had moeten motiveren waarom beide zaken niet vergelijkbaar zijn.
De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.
4. In artikel 1, eerste lid, van de Tabakswet wordt onder reclame verstaan: elke handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te bevorderen en elke vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft, met inbegrip van reclame waarmee, zonder het tabaksproduct of aanverwant product rechtstreeks te noemen, wordt getracht het reclameverbod te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct of aanverwant product
Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Tabakswet is elke vorm van reclame of sponsoring verboden.
5. De beroepsgrond dat de affiches niet zijn aan te merken als reclame van tabaksproducten en aanverwante producten slaagt niet. De tekst ‘Stoppen met roken begint hier’ is een wervende tekst en nodigt mensen uit de winkel te bezoeken. Daarmee wordt bekendheid gegeven aan de e-sigarettenwinkel van eiser en in combinatie met het logo en in het bijzonder de opsomming “e-Sigaret, e-Liquids en Gadgets” worden personen gewezen op de verkoop van aanverwante producten. Gelet hierop stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat het affiche tot doel heeft de verkoop van aanverwante producten te bevorderen. Het affiche is daarnaast ook aan te merken als een vorm van een commerciële mededeling die het bekendheid geven aan, of het aanprijzen van aanverwante producten tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft. Door vermelding op het affiche van aanverwante producten wordt publiekelijk bekendheid gegeven aan die producten die in de winkel van eiser te koop worden aangeboden. Dat de opsomming onderdeel uitmaakt van het logo van de winkel doet daar niet aan af. Elke vorm van commerciële mededeling is immers op grond van artikel 5, eerste lid, van de Tabakswet verboden. Dat de gemeente geen bezwaren heeft geuit tegen het affiche of het logo kan niet tot een ander oordeel leiden. Niet de gemeente, maar verweerder handhaaft de Tabakswet, zodat uit het uitblijven van bezwaren van de gemeente niet volgt dat de affiches geen verboden reclame zouden inhouden.
6. Hieruit volgt dat eiser artikel 5, eerste lid, van de Tabakswet heeft overtreden, zodat verweerder op grond van artikel 11b, eerste lid, van de Tabakswet in beginsel bevoegd was om eiser een bestuurlijke boete op te leggen.
7. Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen. Eiser stelt weliswaar dat verweerder in het geval van de onderneming [naam onderneming] ermee heeft volstaan om een waarschuwing te geven, maar dit is onvoldoende om het als feit aannemelijk te achten. Daardoor is niet gebleken dat verweerder gelijke gevallen ten onrechte ongelijk heeft behandeld.
Ook indien aan [naam onderneming] wel een waarschuwing zou zijn gegeven, strekt het gelijkheidsbeginsel in het kader van het opleggen van bestuurlijke boetes niet zover dat de bevoegdheid tot het opleggen ervan onrechtmatig is uitgeoefend alleen omdat een eventuele andere overtreder niet is beboet. Dat kan anders zijn als sprake is van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen die duidt op willekeur in de handhavingspraktijk (vergelijk de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 14 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:401, r.o. 7.2). Van willekeur in de handhavingspraktijk van verweerder is echter niet gebleken. Uit het interventiebeleid tabak en rookwaren volgt immers dat een boete wordt opgelegd bij overtreding van artikel 5, eerste lid, van de Tabakswet. Nu daarvan sprake is, heeft verweerder eiser conform zijn beleid een boete opgelegd. Indien ervan uit zou worden gegaan dat verweerder in het geval van [naam onderneming] ten onrechte heeft volstaan met een waarschuwing strekt het gelijkheidsbeginsel voorts niet zover dat verweerder gehouden is om een in het verleden gemaakte fout te herhalen.
Van strijd van het bestreden besluit met andere door eiser gestelde algemene beginselen van behoorlijk bestuur is niet gebleken.
In hetgeen eiser in beroep aanvoert is geen grond gelegen voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om eiser een bestuurlijke boete op te leggen.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.