Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBROT:2021:7247

Rechtbank Rotterdam
08-07-2021
02-08-2021
C/10/619236 / KG ZA 21-422
Verbintenissenrecht
Kort geding

Kort geding, vorderingen uit hoofde van onverschuldigde betaling (factuurfraude) toegewezen. Groepsaansprakelijkheid van alle gedaagden i.v.m. het uitlokken van die betalingen en/of deelname aan criminele organisatie is onvoldoende aannemelijk geworden. Gedeeltelijke opheffing conservatoire beslagen.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/619236 / KG ZA 21-422

Vonnis in kort geding van 8 juli 2021

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INRACO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Den Bosch,

2. rechtspersoon naar vreemd recht

JAGA CANADA CLIMATE SYSTEMS INC.,

gevestigd te Waterloo, Staat Ontario, Canada,

eiseressen in conventie,

verweersters in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. M.A. Hupkes te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijf A] ,

gevestigd te [vestigingsplaats A] ,

gedaagde in conventie,

niet verschenen,

2. [persoon A],

wonende te [woonplaats A] ,

gedaagde in conventie,

niet verschenen,

3. [bedrijf B]

[bedrijf B] ,

gevestigd te [vestigingsplaats B] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. J. Faas te Assen,

4. [persoon B],

wonende te [woonplaats B] ,

gedaagde in conventie,

eiser in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. J. Faas te Groningen,

5. [persoon B1],

wonende te [woonplaats B1] ,

gedaagde in conventie,

eiser in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. J. Faas te Groningen.

Eiseressen worden hierna Jaga c.s. genoemd en afzonderlijk Inraco en Jaga. [bedrijf B] c.s. Gedaagden worden hierna [bedrijf A] , [persoon A] , [bedrijf B] , [persoon B] en [persoon B1] genoemd. Gedaagden 3 tot en met 5 worden [bedrijf B] c.s. genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de (vier exploten van) dagvaarding van 3 juni 2021, met producties en aanvullende producties;

  • -

    de producties van [bedrijf B] c.s., met daarbij de aankondiging van een eis in reconventie;

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 24 juni 2021;

  • -

    de pleitnota van Jaga c.s.

  • -

    de pleitnota van [bedrijf B] c.s.

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

[bedrijf B] houdt zich bezig met internationale handel. Bestuurders van [bedrijf B] zijn [persoon B] en [persoon B1] .

2.2.

Jaga, gevestigd in Canada, houdt zich bezig met de handel in onder meer radiatoren. Inraco, gevestigd in den Bosch, is de moedermaatschappij van Jaga. Bestuurder van zowel Jaga als Inraco is de heer [persoon C] (hierna: [persoon C] ). In Canada staat als bestuurder van Jaga geregistreerd de heer [persoon D] (hierna: [persoon D] ).

2.3.

Tussen Jaga en Inraco vinden incidenteel betalingen plaats. Deze betalingen worden uitgevoerd door een Canadees boekhoudkantoor, [naam boekhoudkantoor] (hierna: [naam boekhoudkantoor] ). De betalingsopdrachten worden, per e-mail, gegeven door [persoon C] , waarna deze worden klaargezet en vervolgens worden goedgekeurd en uitgevoerd.

2.4.

Het e-mailadres van [persoon C] is [naam e-mailadres 1] .

2.5.

Op 1 april 2021 heeft [naam boekhoudkantoor] van de Canadese bankrekening van Jaga een bedrag van € 398.000,- overgemaakt naar de ING-rekening met nummer [rekeningnummer 1] . Volgens de bankgegevens van Jaga (de Electronic Settlement Confirmation en de Transaction Confirmation) betreft het een betaling aan Jaga Nederland op het adres van Inraco met valutadatum 5 april 2021 onder vermelding “INTERCOMPANY TRANSFER”.

2.6.

Op 6 april 2021 is op de bankrekening van [bedrijf B] met nummer [rekeningnummer 1] een bedrag van € 398.000,- bijgeschreven onder de vermelding

Transaction is an intra-company payment. JAGA CANADA CLIMATE SYSTEMS INC - INTERCOMPANY TRANSFER”. Als kenmerk staat vermeld: [kenmerknummer] .

2.7.

Op 7 en 8 april 2021 heeft [bedrijf B] een bedrag van € 10.000,- en een bedrag van € 49.000,- overgemaakt naar [bedrijf B] GmbH.

2.8.

Bij e-mail van 12 april 2021 is er vanaf het e-mailadres [naam e-mailadres 1] . De volgende e-mail verzonden aan [naam boekhoudkantoor] :

[persoon E] ;

Your points are valid and well taken into consideration. The original loan from Inraco Netherlands to Jaga CND was 2M Eur, of which 1.2M Eur has been paid back to Inraco.

The balance due to Inraco of Eur 800k is been paid out Jaga Netherlands as a loan from Jaga CND (only Eur 398k has been paid from the last transfer to Jaga Netherlands ING bank account), which means Jaga Netherlands loaned 800k Eur from Jaga CND, and originally 800k Eur is till due to Inraco Netherlands from Jaga CND.

I will send across to you the needed form to confirm the tax in Netherlands.

[persoon F] ;

Please prepare a transfer of 402k Eur to Jaga Netherlands ING bank account (this time to it’s multi-currency account number which is different from the last account number used, please see attached instructions).

[persoon G] ;

Can you please prepare the loan agreement between Jaga CND and Jaga Netherlands for the loan amount 800k Eur, using normal market rate interest.

Thanks.

[persoon H]

2.9.

Op 12 april 2021 heeft [naam boekhoudkantoor] van de rekening van Jaga een bedrag van € 402.000,- overgemaakt naar de door [bedrijf A] bij ING aangehouden bankrekening met nummer

[rekeningnummer 2] . Op de transaction confirmation van de bank van Jaga staat vermeld dat de betaling is verricht aan “Jaga Nederland” op het adres van Inraco.

2.10.

Van de hiervoor vermelde betalingen heeft ING de volgende bedragen geblokkeerd: € 288.000,- van de bankrekening van [bedrijf B] en € 65.000,- van de bankrekening van [persoon A] .

2.11.

Bij e-mail van 15 april 2021 heeft [persoon B] aan ING verzocht om de rekening van [bedrijf B] , die van hemzelf en van zijn echtgenote vrij te geven. In deze e-mail schrijft [persoon B] dat [bedrijf B] een overeenkomst heeft gesloten voor de levering van PPE Nitrile Gloves (medische handschoenen), waarvoor Novitrade Jaga Canada als klant naar voren geschoven zou hebben en dat de deal door telefonische en persoonlijke gesprekken tot stand zou zijn gekomen. Bij deze e-mail is een overeenkomst en een factuur gevoegd. Op de overeenkomst staat [bedrijf B] als verkoper vermeld en Novitrade en Jaga als koper, met steeds een gescande paraaf en handtekening van [persoon C] . De factuur is gedateerd op 2 april 2021 en heeft als factuurnummer [factuurnummer] . Daarnaast is er een aan [bedrijf B] gerichte factuur van Novitrade Ltd. van 7 april 2021, waarmee zij € 99.000,- factureert voor Nitrile Gloves.

2.12.

Vanaf 17 april 2021 heeft (de advocaat van) [persoon C] contact gehad met de (fraude-afdeling van) ING.

2.13.

Bij e-mail van 27 mei 2021 heeft ING met betrekking tot de betaling aan [bedrijf B] aan de advocaat van [persoon C] meegedeeld dat [bedrijf B] geen afstand doet van de ontvangen gelden, omdat deze betrekking zouden hebben op een transactie tussen [bedrijf B] en Jaga. Hierbij heeft ING aangeboden de advocaat van [persoon C] in contact te brengen met de advocaat van [bedrijf B] .

2.14.

Op 30 april 2021 heeft [persoon C] , mede namens Inraco, bij politie Oost-Brabant aangifte gedaan van fraude en identiteitsfraude.

2.15.

Na daartoe op 28 mei 2021 verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam hebben Jaga c.s. ten laste van gedaagden conservatoir beslag gelegd. Het beslag strekt tot verhaal van een vordering, die inclusief rente en kosten, voorlopig is begroot op € 990.000,-.

3. Het geschil in conventie en reconventie

3.1.

In conventie vorderen Jaga c.s., samengevat:

I. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 800.000,-, te

vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 april 2021, althans om [bedrijf B] c.s. te veroordelen tot betaling van € 398.000 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 12 april 2021 en om gedaagden 1 en 2 te veroordelen tot betaling van € 402.000 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 april 2021;

II. gedaagden te bevelen binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Jaga c.s. toe te sturen, op het e-mailadres:

[naam e-mailadres 2] , pdf-bestanden betreffende hun bankmutaties [de voorzieningenrechter begrijpt van ING] over de periode 1 januari 2021 tot en met 31 mei 2021, zulks op straffe van een dwangsom;

III. gedaagden te bevelen te dulden dat ING de onder II. bedoelde gegevens zelf aan Jaga c.s. verstrekt, indien gedaagden niet zelf binnen vijf dagen aan de betreffende veroordeling hebben voldaan;

een en ander met veroordeling van gedaagden in de proceskosten, waaronder de beslagkosten en de nakosten.

3.2.

Aan deze vordering leggen Jaga c.s. het volgende ten grondslag.

Jaga is het slachtoffer geworden van zogenoemde CEO-fraude, waarbij derden door middel van valse e-mails afkomstig van een niet bij [persoon C] in gebruik e-mailadres met de extensie .cl. betalingen hebben uitgelokt van in totaal € 800.000,-. De betalingen zijn ontvangen door [bedrijf A] en [bedrijf B] , die geweigerd hebben de door hen ontvangen bedragen terug te betalen. [bedrijf A] , [bedrijf B] en hun respectieve bestuurders zijn op grond van artikel 6:166 BW hoofdelijk aansprakelijk voor de door Jaga c.s. geleden schade, aangezien het er gelet op hun weigerachtige houding voor gehouden moet worden dat zij deel uitmaken van een criminele organisatie. Subsidiair geldt dat sprake is van onverschuldigde betaling, zodat gedaagden om die reden gehouden zijn de ontvangen bedragen terug te betalen aan Jaga c.s.

Aangezien een misdrijf aan de orde is, zijn gedaagden gehouden om inzicht te verschaffen in hun bankmutaties over de periode van 1 januari tot 31 mei 2021.

3.3.

[bedrijf B] c.s. voeren gemotiveerd verweer en concluderen tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van Jaga c.s. in de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.4.

In voorwaardelijke reconventie vorderen [bedrijf B] c.s. – onder de voorwaarde dat de vordering in conventie wordt afgewezen – opheffing van de ten laste van [bedrijf B] c.s. gelegde conservatoire beslagen, althans een veroordeling van Jaga c.s. om deze beslagen op te heffen, op straffe van een dwangsom, met hoofdelijke veroordeling van Jaga c.s. in de proceskosten.

3.5.

Aan deze vordering en aan hun verweer in conventie leggen [bedrijf B] c.s. het volgende ten grondslag.

[persoon B1] is op 10 december 2020 benaderd door de Engelse vennootschap Novitrade Ltd. in verband met de aankoop van een grote hoeveelheid medische handschoenen voor drie opdrachtgevers, onder wie Jaga. Op 7 maart 2021 is de overeenkomst tot stand gekomen tussen [bedrijf B] enerzijds en Novitrade en Jaga anderzijds voor de eerste levering van 15.000 dozen à 300 stuks. Op 2 april 2021 heeft [bedrijf B] per post een factuur verzonden aan Jaga, met als kenmerk [factuurnummer] . Van het vervolgens van Jaga ontvangen bedrag heeft [bedrijf B] (via [bedrijf B] GmbH) de factuur van haar Turkse leverancier (deels) voldaan.

De vordering waarvoor de beslagen zijn gelegd is ondeugdelijk. De betaling van Jaga vloeit voort uit de factuur van [bedrijf B] en niet uit de nadien verstuurde e-mail van 12 april 2021, waarin de bankrekening van [bedrijf B] niet eens staat vermeld. [persoon B] en [persoon B1] hebben naar eer en geweten gehandeld en meenden na maandenlange onderhandelingen een geschikte deal te hebben getroffen. Hen valt geen verwijt te maken, zodat de vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid ondeugdelijk is.

Door de blokkade van haar bankrekening kan [bedrijf B] de factuur van haar leverancier niet voldoen. [persoon B] en [persoon B1] kunnen geen privébetalingen meer verrichten. [bedrijf B] c.s. hebben daarom een groot belang bij opheffing van de beslagen.

3.6.

Jaga c.s. voeren gemotiveerd verweer en concluderen tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van [bedrijf B] c.s. in de proceskosten.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie

4.1.

Gelet op de woonplaats van Jaga (in Canada) heeft deze zaak internationale aanknopingspunten. Ambtshalve stelt de voorzieningenrechter vast dat hij internationaal bevoegd is tot kennisname van de vorderingen, reeds omdat deze bevoegdheid tussen partijen niet ter discussie staat.

4.2.

Na uitroeping van de zaak heeft de voorzieningenrechter geconstateerd dat [bedrijf A] en [persoon A] , hoewel daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet zijn verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het tegen hen gevraagde verstek zal worden verleend.

4.3.

Niet is gesteld of aannemelijk geworden dat Inraco schade heeft geleden ten gevolge van de door Jaga verrichte betalingen of dat zij terzake van gedaagden iets te vorderen heeft. Inraco wordt daarom in haar vorderingen niet ontvankelijk verklaard. De proceskosten voor dit deel van het geding worden begroot op nihil, aangezien niet gebleken is dat gedaagden ter zake van de vordering van Inraco zelfstandige kosten hebben gemaakt.

4.4.

Bij de verdere beoordeling moet onderscheid worden gemaakt tussen de vorderingen tegen [bedrijf A] en [persoon A] en die tegen [bedrijf B] c.s.

[bedrijf B] c.s.

4.5.

Volgens vaste jurisprudentie is bij de toewijzing van een geldvordering in kort geding terughoudendheid op zijn plaats. Bij de beoordeling speelt een rol of de vordering voldoende aannemelijk is, of een onmiddellijke voorziening vereist is en of er een restitutierisico is.

4.6.

Vast staat dat van de bankrekening van Jaga een bedrag van € 398.000,- is overgemaakt naar de bankrekening van [bedrijf B] . Tussen partijen staat er discussie of deze betaling is uitgelokt door oplichting, dan wel dat deze voortvloeit uit een tussen [bedrijf B] en Jaga gesloten overeenkomst. Tegenover de stelling van Jaga dat onbekende derden door middel van een valse e-mail de betaling aan [bedrijf B] hebben uitgelokt heeft [bedrijf B] aangevoerd dat de betaling van Jaga voortvloeit uit de tussen [bedrijf B] , Novitrade en Jaga gesloten koopovereenkomst en gebaseerd is op de factuur van [bedrijf B] , die volgens haar verklaring per post zou zijn verzonden. Jaga heeft vervolgens de echtheid van de koopovereenkomst, de handtekening van [persoon C] en de factuur betwist.

4.7.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op grond van de door Jaga overgelegde bescheiden voldoende aannemelijk dat de betaling aan [bedrijf B] is uitgelokt door oplichting, zij het dat onvoldoende aannemelijk is dat deze is uitgelokt door [bedrijf B] c.s. Hiertoe is het volgende redengevend.

4.8.

Uit de stukken volgt dat de opdracht voor de betaling aan [bedrijf B] is gegeven tussen 1 en 5 april 2021. Anders dan Jaga heeft gesteld, kan deze betaling dus geen gevolg zijn van de nadien verzonden e-mail van 12 april 2021. Daar staat tegenover dat in die e-mail,

afkomstig van het e-mailadres met de extensie .cl, melding wordt gemaakt van een betaling van € 800.000,- van Jaga aan de niet-bestaande vennootschap Jaga Netherlands, bestaande uit een reeds verrichte betaling van € 398.000,- en een nog te betalen bedrag van € 402.000,- dat later is betaald aan [bedrijf A] . Beide betalingen zijn vanaf de bankrekening van Jaga verricht aan “Jaga Nederland” op het adres van Inraco, met als omschrijving intercompany transfer. Deze omschrijving komt ook terug op het bankafschrift van [bedrijf B] . De twee betalingen zijn aan elkaar gelieerd en gelet op het afwijkende e-mailadres, de omschrijving intercompany transfer, het feit dat Jaga Nederland een niet bestaande vennootschap is en dat deze betalingen terecht zijn gekomen bij derden ( [bedrijf A] en [bedrijf B] ) is voldoende aannemelijk dat deze bedragen onverschuldigd zijn betaald. Uit de aanvullende (slecht leesbare) producties van Jaga lijkt ook te volgen dat de betaling aan [bedrijf B] is verricht naar aanleiding van een e-mail van 1 april 2021 8:52 AM vanaf het e-mailadres met de extensie .cl. Op zichzelf is juist dat ook in die e-mail de bankrekening van [bedrijf B] niet staat vermeld, maar gelet op de vervolgens verrichte betaling aan Jaga Nederland met voormelde omschrijving is aannemelijk dat het bankrekeningnummer heeft gestaan in de bijlage bij die e-mail.

4.9.

Het verweer van [bedrijf B] c.s. dat de betaling aan haar voortvloeit uit een tussen [bedrijf B] en Jaga gesloten overeenkomst en de daaraan verbonden factuur, maakt het voorgaande niet anders. Weliswaar komt het betalingskenmerk [factuurnummer] overeen met het op de factuur vermelde factuurnummer, maar dat is gelet op al het voorgaande onvoldoende om aan te nemen dat Jaga heeft beoogd om die factuur te voldoen. In dit verband overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.10.

Het verweer van [bedrijf B] bestaat enkel uit papieren bescheiden waarmee gesuggereerd wordt dat zij en Novitrade een overeenkomst hebben gesloten met Jaga, maar daadwerkelijke betrokkenheid van Jaga is niet aannemelijk geworden. [bedrijf B] c.s. hebben niet betwist dat de handtekening onder de overeenkomst niet overeenkomt met die van [persoon C] en zij hebben ook niet gesteld hoe de onderhandelingen met en de ondertekening door Jaga zijn verlopen. Zij hebben geen handschoenen geleverd en ook geen details gegeven over de (toekomstige) aflevering van een handschoenen aan een adres in Canada. De verklaring van [bedrijf B] c.s. over eenmalig telefonisch contact met [persoon D] is buitengewoon vaag. Voorts is opmerkelijk dat [bedrijf B] c.s. na de blokkade van ING geen contact heeft opgenomen met Jaga, maar enkel met ING. De stelling dat de betaling aan [bedrijf B] voortvloeit uit de factuur van 2 april 2021 is voorts ongeloofwaardig. [bedrijf B] c.s. hebben verklaard dat de factuur op 2 april 2021 per post is verzonden aan Jaga in Canada. Deze factuur kon dus niet bekend zijn bij Jaga toen de betreffende betaling op 1 april 2021 werd klaargezet. [bedrijf B] c.s. hebben geen inzicht gegeven in de wijze waarop [bedrijf B] haar factuurnummers samenstelt. Dat het factuurnummer [factuurnummer] een door de bank gegenereerd giraal betalingskenmerk betreft, zoals Jaga heeft gesteld, kan in dit kort geding niet worden vastgesteld. Als dat wel zo blijkt te zijn, is gegeven dat de factuur het resultaat is van oplichting. Dat kan nu niet met zekerheid worden vastgesteld. Minst genomen hebben [bedrijf B] c.s. onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij er redelijkerwijs op konden vertrouwen dat [bedrijf B] zaken deed met Jaga.

4.11.

Jaga heeft evenwel onvoldoende feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit volgt dat [bedrijf B] c.s. de partij is, of samenwerkt met de partij, die de betalingen door middel van de e-mails van het valse e-mailadres heeft uitgelokt. De stukken en het verhandelde ter zitting laten de mogelijkheid open dat [bedrijf B] in de (onterechte) veronderstelling verkeerde dat zij zaken deed met Jaga en dat de oplichting door een andere partij is uitgevoerd, waarbij [bedrijf B] is gebruikt. Gelet hierop is onvoldoende grond om aan te nemen dat [bedrijf B] c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die Jaga heeft geleden door de onder valse voorwendselen uitgelokte betaling van € 800.000,00. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat de stellingen van [bedrijf B] c.s. de nodige vragen oproepen, en dat zij er goed aan doen om deze vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

4.12.

In het verlengde hiervan heeft Jaga ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [persoon B] en [persoon B1] als bestuurder aansprakelijk zijn voor de door Jaga verrichte betaling. Jaga heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit volgt dat dat [persoon B] en/of [persoon B1] de betaling aan [bedrijf B] hebben uitgelokt, of dat hen persoonlijk een groot verwijt valt te maken dat de bankrekening van [bedrijf B] is gebruikt door een criminele organisatie. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat het – er anders dan bij de betaling aan [bedrijf A] – niet zonder meer aannemelijk is dat na de betaling aan [bedrijf B] is begonnen met het wegsluizen van het geld. De op het bankafschrift van [bedrijf B] vermelde betalingen aan [bedrijf B] GmbH kunnen overeenkomen met de betaling van de handschoenen. Daar staat overigens tegenover dat ING de bankrekening van [bedrijf B] heeft geblokkeerd, zodat verdere betalingen ook niet mogelijk waren.

4.13.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van Jaga op [bedrijf B] uit hoofde van onverschuldigde betaling in zeer hoge mate aannemelijk is. [bedrijf B] heeft geen recht op het geld en het belang van Jaga om haar geld terug te krijgen is evident. De vordering tot betaling van € 398.000,- is daarmee tegenover [bedrijf B] in kort geding toewijsbaar. Hierbij geldt dat betalingen van [bedrijf A] en/of [persoon A] aan Jaga op dit bedrag in mindering strekken wanneer deze het bedrag van € 402.000,00 overtreffen. De vorderingen tegen [persoon B] en [persoon B1] zijn onvoldoende aannemelijk voor toewijzing in kort geding en deze worden dus afgewezen.

4.14.

Met betrekking tot de gevorderde exhibitie overweegt de voorzieningenrechter dat Jaga met het oog op mogelijk verhaal een rechtmatig belang heeft om na te gaan wat [bedrijf B] met de betaling van € 398.000,- heeft gedaan, waarvan € 288.000, - door ING is geblokkeerd. Uit de door [bedrijf B] c.s. overgelegde bankafschriften volgt dat een bedrag van € 59.000,-, kennelijk via [bedrijf B] GmbH is voldaan aan een Turkse vennootschap. Gelet op het door [bedrijf B] c.s. gevoerde verweer, valt niet in te zien welk bezwaar [bedrijf B] c.s. kunnen hebben tegen overlegging van verdere (originele) bankafschriften. Gelet op het feit dat de betaling van Jaga aan [bedrijf B] heeft plaatsgevonden na 5 april 2021 wordt de exhibitie toegewezen vanaf 5 april 2021 tot en met 31 mei 2021, de dag van de beslaglegging. Voor het geval [bedrijf B] niet in staat of bereid is hieraan te voldoen, zal de voorzieningenrechter bepalen dat [bedrijf B] c.s. moeten dulden dat ING deze gegevens aan Jaga verstrekt.

de vorderingen tegen [bedrijf A] en [persoon A]

4.15.

De vorderingen tegen [bedrijf A] en [persoon A] komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat zij met inachtneming van het navolgende worden toegewezen.

4.16.

Hoewel de hoofdelijke veroordeling van alle gedaagden tot betaling van € 800.000,- wordt afgewezen, dienen betalingen die Jaga van [bedrijf B] ontvangt in mindering te strekken op de betalingsverplichting van [bedrijf A] en [persoon A] .

4.17.

Aangezien de betaling aan [bedrijf A] is verricht op 12 april 2021, zal de gevorderde exhibitie worden toegewezen vanaf die datum tot aan de dag van de beslaglegging. Jaga heeft niet aannemelijk gemaakt welk rechtmatig belang zij heeft bij inzage in de bankmutaties over de voorliggende periode.

Slotsom en proceskosten

4.18.

Jaga vordert gedaagden te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar ten aanzien van [bedrijf A] , [persoon A] en [bedrijf B] . De beslagkosten worden begroot op € 1.390,53, waarvan € 757,53 voor verschotten (3x) en € 633,00 voor salaris advocaat.

4.19.

[bedrijf A] en [persoon A] worden in hun verhouding tot Jaga als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Jaga worden begroot op:

- betekening dagvaarding € 171,62 (2x € 85,81)

- griffierecht € 1.680,00 (2/5 x € 4.200,00)

- salaris advocaat € 262,40 (2/5 x € 656,00)

Totaal € 2.114,02

4.20.

De vorderingen tegen [persoon B] en [persoon B1] worden afgewezen. Daarmee zijn [bedrijf B] c.s. in hun onderlinge verhouding tot Jaga over en weer in het ongelijk gesteld. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat de proceskosten voor het overige worden gecompenseerd, in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.

5. De beoordeling in reconventie

5.1.

De beslissing in conventie brengt mee dat in voorwaardelijke reconventie enkel moet worden beslist over de opheffing van de door Jaga c.s. ten laste van [persoon B] en [persoon B1] gelegde conservatoire beslagen. De voorwaarde verbonden aan de reconventionele vordering van [bedrijf B] is niet vervuld, aangezien de vordering tegen haar wordt toegewezen.

5.2.

Ingevolge artikel 705 lid 2 Rv wordt een conservatoir beslag opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt. Daarnaast kan een beslag worden opgeheven op grond van een zelfstandige, belangenafweging.

5.3.

Aan het ten laste van [persoon B] en [persoon B1] gelegde beslag hebben Jaga c.s. ten grondslag gelegd dat [persoon B] en [persoon B1] deel uitmaken van een criminele organisatie en/of dat zij in hun hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk zijn omdat ze hebben toegelaten dat de bankrekening van [bedrijf B] is gebruikt om CEO-fraude te plegen.

5.4.

Gelet op het door [persoon B] en [persoon B] in conventie gevoerde verweer, valt niet uit te sluiten dat zij in de veronderstelling verkeerden dat er een overeenkomst bestond tussen [bedrijf B] en Jaga. Hiertegenover hebben Jaga c.s. geen concrete feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit volgt dat [persoon B] en/of [persoon B1] de betaling aan [bedrijf B] hebben uitgelokt, of dat zij de bankrekening van [bedrijf B] hebben laten gebruiken door een criminele organisatie. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat het gelet op het door ING geblokkeerde bedrag en de overgelegde bankafschriften niet naar uitziet dat [persoon B] en/of [persoon B1] de betaling van Jaga in kleine porties hebben weggeboekt van die bankrekening. Voorts hebben de ten laste van hen gelegde beslagen maar in beperkte mate doel getroffen. Tegenover de gemotiveerde betwisting door [persoon B1] hebben Jaga c.s. ook niet met stukken onderbouwd dat [persoon B1] gelet op een gedeeld adres een bekende moet zijn van [persoon A] , laat staan dat daaruit volgt welke rol hij heeft gehad bij het uitlokken en faciliteren van de betalingen door Jaga.

5.5.

Op grond van voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vorderingen waarvoor Jaga c.s. ten laste van [persoon B] en [persoon B1] beslag hebben gelegd, summierlijk ondeugdelijk zijn. De ten laste van [persoon B] en [persoon B1] gelegde beslagen worden daarom opgeheven. Overigens staat de opheffing van de beslagen los van de door ING ingestelde blokkade.

5.6.

Jaga c.s. worden als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van [persoon B] en [persoon B1] worden begroot op € 508,00 aan salaris advocaat.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

6.1.

verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden [bedrijf A] en [persoon A] ,

6.2.

verklaart Inraco in haar vorderingen niet ontvankelijk,

6.3.

veroordeelt [bedrijf A] en [persoon A] hoofdelijk aan Jaga te betalen een bedrag van € 800.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 april 2021 tot de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat betalingen van [bedrijf B] aan Jaga op voormeld bedrag in mindering strekken,

6.4.

veroordeelt [bedrijf B] aan Jaga te betalen een bedrag van € 398.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 april 2021 tot de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat betalingen van [bedrijf A] en/of [persoon A] aan Jaga op dit bedrag in mindering strekken indien en voor zover deze het bedrag van € 402.000,00 overtreffen,

6.5.

veroordeelt [bedrijf A] binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Jaga op het e-mailadres [naam e-mailadres 2] inzage te verschaffen in haar bankmutaties over de periode 12 april 2021 tot en met 31 mei 2021;

6.6.

veroordeelt [bedrijf B] binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Jaga op het e-mailadres [naam e-mailadres 2] inzage te verschaffen in haar bankmutaties over de periode 5 april 2021 tot en met 31 mei 2021;

6.7.

beveelt gedaagden – wanneer zij in gebreke blijven de onder 6.5 en 6.6. bedoelde gegevens te verstrekken – te dulden dat ING Bank N.V. deze gegevens verstrekt aan Jaga,

6.8.

veroordeelt [bedrijf A] , [persoon A] en [bedrijf B] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.390,53,

6.9.

veroordeelt [bedrijf A] en [persoon A] in de proceskosten, aan de zijde van Jaga tot op heden begroot op € 2.114,02, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

6.10.

veroordeelt [bedrijf A] en [persoon A] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [bedrijf A] en [persoon A] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

6.11.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.12.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

6.13.

heft op de door Jaga c.s. ten laste van [persoon B] en [persoon B1] gelegde conservatoire beslagen,

6.14.

veroordeelt Jaga c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [bedrijf B] c.s. tot op heden begroot op € 508,00,

6.15.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.16.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2021.

3077/676

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.