Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBROT:2021:9059

Rechtbank Rotterdam
20-09-2021
22-09-2021
9356081
Arbeidsrecht
Kort geding

Wedertewerkstelling toegewezen. Geen zwaarwegende belangen die non-actiefstelling rechtvaardigen. Ook rectificatie van eerdere berichtgeving aan collega's

Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1209
VAAN-AR-Updates.nl 2021-1209

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9356081 VV EXPL 21-319

uitspraak: 20 september 2021

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser bij exploot van dagvaarding van 27 juli 2021,

gemachtigde: mr. L. Hennink,

tegen

de naamloze vennootschap

Rotterdamse Electrische Tram N.V.

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.M. Smits.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser] ” en “de RET”.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

  • -

    de dagvaarding met producties;

  • -

    de producties van de RET d.d. 24 augustus 2021;

  • -

    de pleitnota van de RET.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2021. [eiser] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens de RET is [naam 1] verschenen, eveneens bijgestaan door de gemachtigde.

Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gehouden.

Ter zitting hebben partijen verzocht de procedure aan te houden teneinde te trachten alsnog een minnelijke regeling te bereiken. Per e-mailbericht d.d. 2 september 2021 heeft de gemachtigde van [eiser] bericht dat partijen geen overstemming hebben kunnen bereiken.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:

2.1

[eiser] , geboren op [geboortedatum eiser] , is in januari 2011 in dienst getreden bij RET, in de functie van [naam functie 1] . Onder hem vallen ruim 30 werknemers, waaronder circa 26 monteurs.

2.2

Binnen de afdeling Energievoorziening hebben veel personele wisselingen plaatsgevonden zowel aan de top als op de werkvloer. Tot 2016 was [naam 2] leidinggevende van [eiser] en van 2017-2020 was [naam 3] leidinggevende van [eiser] .

2.3

In de functioneringsverslagen van de afgelopen jaren (2014 tot 2020) is het functioneren van [eiser] beoordeeld als normaal/voldoende/ goed tot zeer goed. Ook is genoemd dat [eiser] nader moet ontwikkelen in zijn leiderschapsstijl. Daarnaast investeert [eiser] ook tijd in zijn eigen verdere ontwikkeling en heeft hij een opleiding tot Professioneel Coach gevolgd.

2.4

Op 1 april 2021 is de nieuwe leidinggevende van [eiser] , [naam 1] , (hierna: [naam 1] ) bij RET in dienst getreden als [naam functie 2] . Onder de [naam functie 2] vallen een viertal chefs, waaronder [eiser] .

2.5

Op 5 mei en 11 mei 2021 heeft een gesprek tussen [eiser] en zijn nieuwe leidinggevende plaatsgevonden.

2.6

Het gesprek van 11 mei 2021 wordt door [naam 1] bij brief van 18 mei 2021 bevestigd. Als aanhef boven de brief staat: “Ongewenste omgangsvormen (fysieke en mentale mishandeling) op de afdeling EV”.

2.7

Aanvankelijk heeft [eiser] op de brief van 18 mei 2021 gereageerd door handgeschreven aanmerkingen op te plaatsen. Daarna heeft [eiser] bij brief van 20 juni 2021 gedetailleerd gereageerd op de brief van 18 mei 2021.

2.8

Bij e-mailbericht van 21 juni 2021 deelt [naam 1] [eiser] het volgende mee:

“Je schriftelijke reactie heb ik doorgezet naar HR.

Op maandag 7 juni hebben wij inhoudelijk het eerder verzonden gespreksverslag besproken. Ik heb mijn inhoudelijke interpretatie van het verslag met jou gedeeld en jij hebt daarop jouw visie gegeven. Ik heb het gesprek afgesloten met 3 concrete verbeterpunten die ik van jou verwacht. Hier moet de komende perioden hard aan gewerkt worden.

1. Capaciteit van EV Tractie op orde:

o invullen van de openstaande vacatures;

o zieke medewerkers volledig hersteld;

2. Zichtbaar en dienend leiderschap om de afstand naar Productiechefs en Onderhoudsspecialisten te verkleinen:

o bij escalaties vanuit medewerkers deze opvolgen in plaats van deze terugleggen bij deze medewerkers;

o werkplekinspecties conform VCA-eis uitvoeren. Het aantal WPI's die de chef moet uitvoeren is niet helder omschreven. De 3 leidinggevenden moeten voor hun subafdeling totaal 26 WPI's uitvoeren. 26/3 = 8,7. Van [eiser] worden 9 WPI's per jaar verwacht. Hij heeft er al 3 uitgevoerd. Nog 6 te gaan;

o Evalueren van de werkinrichting 'Noord-Zuid' met de Productiechefs en bespreken met de Werkverantwoordelijke EV [naam 4] ;

3. Eigenaarschap en verantwoordelijkheidsgevoel bij medewerkers vergroten

o In gesprek gaan met monteurs tijdens periodieke werkbezoeken. Periodiek is in dit geval 1 werkbezoek per maand [dit is exclusief de nog uit te voeren WPI's).

De bovenstaande punten worden tussentijds geëvalueerd in de twee wekelijkse bila. Uiteindelijk met een eindconclusie in het functioneringsgesprek dat we in oktober 2021 zullen voeren”.

2.9

Op 23 juni 2021 heeft [eiser] gereageerd en bezwaar gemaakt tegen het verbetertraject en aangegeven graag in gesprek te willen gaan.

2.10

Op 2 juli 2021 is [eiser] uitgenodigd voor een gesprek op 6 juli 2021. Dit gesprek is verplaatst naar 12 juli, omdat [eiser] aanwezig wilde (en trouwens ook diende te zijn) bij het afscheid van een werknemer.

2.11

Tijdens het gesprek op 12 juli 2021 is [eiser] op non-actief gezet. Een schriftelijke bevestiging van die maatregel is niet onmiddellijk aan [eiser] verstrekt.

2.12

Via collega’s heeft [eiser] een e-mail van 13 juli 2021 gekregen, afkomstig van [naam 1] , verzonden aan circa 140 werknemers van de RET, met de volgende inhoud:

“Beste mensen,

Langs deze weg wil ik jullie informeren over een vervelende, doch noodzakelijke, ontwikkeling.

Gisterochtend heb ik samen met HR een gesprek gehad met [eiser] , Chef EV.

Redenen voor dit gesprek zijn de ernstige zorgen die er zijn t. a. v. de situatie op de afdeling EV.

Zowel binnen als buiten de afdeling IS hebben collega's hun zorgen geuit naar mij, de OR, Bedrijfsarts en Directie over de gang van zaken op de afdeling.

Om de rust bij EV terug te krijgen en het verder te kunnen ontwikkelen naar een gezonde en succesvolle afdeling waar mensen zich vooral ook prettig voelen, is een andere type leiderschapsstijl nodig: zichtbaar en dienend leiderschap.

Daarom hebben we besloten om [eiser] per direct van zijn functie te halen en hem vrij te stellen van werk. Na [eiser] zijn vakantie wordt er een gesprek gepland over zijn toekomst.

We gaan in de tussentijd op zoek naar een [tijdelijke] vervanger. Ik heb de goede hoop dat na de vakantie, eind augustus, een geschikte kandidaat zal starten.

Tot die tijd neem ik de afdeling samen met [naam 5] en [naam 4] [Productiechefs) waar.

Met vriendelijke groet,

[naam 1]

[naam functie 2] ".

2.13

Bij e-mailbericht van 14 juli 2021 heeft de gemachtigde van [eiser] aan RET om het dossier betreffende de klachten verzocht. De RET heeft hierop niet gereageerd.

2.14

Bij e-mailbericht van 15 juli 2021 heeft de gemachtigde van [eiser] namens hem tegen de non-actief stelling geprotesteerd en aan RET verzocht een rectificatie te sturen aan allen die zijn geïnformeerd, waarin wordt duidelijk gemaakt dat [eiser] zijn functie wel behoudt, bij gebreke waarvan een kort geding strekkende tot wedertewerkstelling in het vooruitzicht is gesteld indien RET aan die eisen niet voldoet, uiterlijk de volgende dag vóór 16.00 uur.

2.15

Bij brief van 15 juli 2021 heeft [naam 1] het volgende aan [eiser] laten weten:
“Maandag 12 juli 2021 hebben wij samen met elkaar gesproken. Bij dit gesprek was ook personeelsadviseur [naam 6] aanwezig. Dit schrijven betreft een schriftelijke (verkorte) vastlegging van hetgeen besproken is.

Ik heb het gesprek geopend met de boodschap dat besloten is dat je niet langer de functie van [naam functie 1] zal uitvoeren. Dit besluit gaat in met ingang van maandag 12 juli 2021. Zoals toegelicht is deze beslissing genomen omdat er grote zorgen zijn over de continuering van de bedrijfsvoering van de afdeling energievoorziening.

Tijdens het gesprek heb jij gevraagd of ik nog inhoudelijk ga reageren op jouw eerder verstuurde mails/brieven. Ik heb aangegeven dat ik hier nu niet verder over wil discussiëren omdat mijn prioriteit/ volle aandacht nu gericht is op de afdeling Energievoorziening.

We hebben afgesproken om na jouw vakantie (16 juli tot 6 augustus 2021) verder in gesprek te gaan over een eventuele andere rol binnen de RET. Voor de periode tot aan dit vervolggesprek geldt dat je vanaf heden vrijgesteld bent van het verrichten van werkzaamheden. Je ontvangt nog nader bericht over wanneer wij met elkaar verder in gesprek zullen gaan. Gebruik de komende week vooral ook om rustig over alles na te denken en ik hoop dat je - ondanks dit besluit – een fijne vakantie zal hebben. Blijf gezond en we spreken elkaar nadien”.

2.16

Op 22 juli 2021 heeft de gemachtigde van de RET gereageerd en te kennen gegeven dat aan de feitelijke gang van zaken niets verandert. Er is vermeld dat partijen na de vakanties verder met elkaar in gesprek gaan.

2.17

Op 24 augustus 2021 heeft RET de functie van Technisch Specialist aan [eiser] aangeboden.

3. Het geschil

3.1

[eiser] vordert in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. RET te veroordelen om [eiser] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis in staat te stellen om zijn werkzaamheden, alsmede het daarbij behorende verantwoordelijkheden- en bevoegdhedenpakket te verrichten op een wijze zoals [eiser] dat in ieder geval tot 12 juli 2021 deed en om [eiser] daarin te faciliteren en te ondersteunen, althans om een zodanige voorziening te treffen als de kantonrechter in goede justitie gerade acht;

RET te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de navolgende tekst per e-mail aan alle e-mailadressen vermeld op de e-mail van [naam 1] van 13 juli 2021, 15.42 uur, welke als productie 10 bij de dagvaarding is gevoegd, een en ander ter rectificatie dan wel nuancering van eerdere berichtgeving omtrent de positie van [eiser] :

"Ik heb u eerder medegedeeld dat [eiser] van zijn functie is gezet en dat hij is vrij gesteld van werk. Dit is een onjuiste mededeling geweest, waarvoor ik mijn excuses aanbied. Om aan alle onduidelijkheid in deze een einde te maken, wil ik benadrukken, dat [eiser] met onmiddellijke ingang zijn eigen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zal oppakken zoals hij dat immer deed.

Met het vorenstaande vertrouw ik erop eventuele onduidelijkheden te hebben

weggenomen.

Met vriendelijke groet,

[naam 1] ";

c. Indien door de RET niet wordt voldaan aan het onder a en b gevorderde RET te

veroordelen tot betaling van een dwangsom aan [eiser] van een dwangsom van € 25.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de RET in gebreke blijft om aan dit vonnis te voldoen, alsmede voor iedere dag (een deel van een dag voor een gehele dag rekenend) dat het verzuim voortduurt;

d. RET te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2

RET heeft verweer gevoerd tegen de vordering van [eiser] .

3.3

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling van de vordering

4.1

Het spoedeisend belang volgt uit de stellingen van [eiser] . In het algemeen geldt dat een non-actiefstelling of vrijstelling van werkzaamheden tegen de zin van de werknemer een zeer ingrijpende maatregel is die vaak een diffamerend karakter heeft. Een werknemer heeft er, zeker in de situatie dat (de uitkomst van) een ontbindingsprocedure op zich laat wachten, belang bij dat hij zo snel mogelijk zijn werkzaamheden weer kan oppakken, zulks ook met het oog op het bijhouden van kennis en het onderhouden van vaardigheden en contacten om zijn arbeidsmarktpositie te handhaven.

4.2

In dit kort geding dient, mede op basis van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

4.3

De toewijsbaarheid van een vordering van een werknemer om in de gelegenheid gesteld te worden de bedongen arbeid te verrichten, dient beoordeeld te worden aan de hand van de algemene maatstaf van artikel 7:611 BW, die inhoudt dat een werkgever zich jegens de werknemer als een goed werkgever dient te gedragen. In algemene zin brengt deze maatstaf voor een dergelijke vordering mee dat de toewijsbaarheid daarvan afhangt van de aard van de dienstbetrekking, de overeengekomen arbeid en de omstandigheden van het geval. Uitgangspunt is dat van een goed werkgever gevergd mag worden dat hij de werknemer tegen diens wil slechts de mogelijkheid onthoudt om de overeengekomen arbeid te verrichten indien hij daarvoor een redelijke grond heeft en die grond voldoende zwaar weegt, gelet op het in beginsel zwaarwegend te achten belang van de werknemer om de bedongen arbeid te kunnen blijven verrichten. Een ingrijpende maatregel als een op non-actiefstelling mag slechts worden genomen als toelating van de werknemer op het werk aan de goede gang van zaken bij de werkgever grote schade zou toebrengen of indien vanwege andere zwaarwegende redenen, waartegen de belangen van de werknemer niet opwegen, in redelijkheid van de werkgever niet gevergd kan worden dat hij de werknemer nog langer op het werk duldt, ondanks het in beginsel diffamerende karakter van die maatregel.

4.4

De vraag die partijen in dit kort geding (onder meer) verdeeld houdt, is of RET een redelijke en voldoende zwaarwegende grond had om [eiser] vanaf 12 juli 2021 niet meer toe te laten tot de bedongen werkzaamheden en de op non-actiefstelling te handhaven in afwachting van de uitspraak in een eventuele ontslagprocedure, die overigens ten tijde van de mondelinge behandeling van dit kort geding nog niet aanhangig was gemaakt.

4.5

RET stelt zich op het standpunt dat dat het geval is. Volgens [eiser] staat de afdeling EV – kort gezegd – ‘in brand’ en is een goede aansturing essentieel. [eiser] is hiervoor niet de juiste persoon en RET heeft zich dan ook genoodzaakt gezien om [eiser] uit zijn functie te ontheffen. Concreet liggen voor de RET onderstaande feiten ten grondslag aan de genomen maatregel:

  1. Het gebrek aan zelfreflectie dat [eiser] toont.

  2. De bedrijfsarts die zijn zorgen uitte dat medewerkers van de afdeling van de [eiser] op consultgesprekken spreken over een angstcultuur die op de afdeling heerst.

  3. Diverse medewerkers die rechtstreeks hun beklag hebben gedaan bij [naam 1] over [eiser] .

  4. Een exitgesprek met een werkvoorbereider die aangaf dat hij vanwege [eiser] had besloten om bij de RET te vertrekken.

  5. Een gesprek met de Installatieverantwoordelijke die aangeeft al enkele jaren zorgen te hebben over hoe [eiser] zijn afdeling aanstuurt. Deze wijze heeft gezorgd voor een hoog verloop aan medewerkers en diverse incidenten in de bedrijfsvoering

  6. Een hoog verloop op de afdeling waarbij monteurs, werkvoorbereiders en leidinggevende direct en indirect vanwege [eiser] zijn betrokken

In deze situatie kan volgens RET in redelijkheid niet van haar worden verwacht dat zij [eiser] weer tot het werk toelaat.

4.6

[eiser] meent dat er voor de non-actiefstelling geen enkele redelijke grond bestaat. Dat volgt alleen al uit het feit dat de kritiek op zijn functioneren, geuit door zijn nieuwe leidinggevende op 21 juni 2021, leidt tot de schriftelijke mededeling dat een verbetertraject wordt gestart met een looptijd van 4 maanden en op 2 juli 2021 al wordt getracht een afspraak te maken voor een gesprek waarin [eiser] op non-actief zal worden gesteld. Ook de verbeterpunten kunnen geen reden zijn voor een non-actiefstelling. Het ziekteverzuim en personeelstekort zijn immers problemen die [eiser] niet kan oplossen. Dat is een structureel probleem bij RET. [eiser] is een werknemer die langer dan een decennium ten minste goed en vaak veel beter dan goed heeft gefunctioneerd blijkens de functioneringsverslagen. Zijn leidinggevenden waren zeer tevreden over hem, totdat zijn nieuwe leidinggevende per
1 april 2021 bij RET in dienst is getreden. [naam 1] heeft nauwelijks rondgekeken bij RET en neemt dan een dramatische en ingrijpende maatregel voor [eiser] . Hij zet hem niet alleen op non-actief, maar brandt hem ook volledig af door de e-mail van 13 juli 2021 aan maar liefst 140 geadresseerden te versturen en in die e-mail bovendien onnodig grievende bewoordingen te gebruiken. [eiser] vordert daarom niet alleen wedertewerkstelling, maar ook dat RET wordt veroordeeld om haar e-mail aan personeelsleden en derden te rectificeren. Van zwaarwegende belangen die de non-actiefstelling rechtvaardigen is niet gebleken, aldus nog steeds [eiser] .

4.7

Uit de overgelegde functioneringsverslagen blijkt naar het oordeel van de kantonrechter dat het functioneren van [eiser] tot 2020 altijd ‘voldoende’ tot ‘goed’ is beoordeeld. Tot het moment van indiensttreding van [naam 1] bij RET is niet gebleken dat [eiser] eerder door zijn voormalige leidinggevenden (schriftelijk) op onvoldoende functioneren is aangesproken. Het goed werkgeverschap brengt mee dat de werknemer, in een situatie waarin de werkgever in de persoon van een nieuwe leidinggevende van mening is dat de werknemer onvoldoende functioneert, met hem in gesprek gaat, de punten waarop de werknemer onvoldoende presteert bespreekt, eventueel een verbeterplan opstelt en in ieder geval dit schriftelijk vast legt, zodat de werknemer duidelijk weet wat er van hem wordt verwacht en in welk opzicht hij zijn functioneren dient te verbeteren. Weliswaar heeft [naam 1] op 21 juni 2021 drie verbeterpunten genoemd en daarbij vermeld - na twee wekelijkse evaluatie - in oktober 2021 een eindconclusie te willen trekken in een functioneringsgesprek, maar zover is het niet gekomen.

4.8

[eiser] is niet in de gelegenheid gesteld - nog afgezien van de vraag of de door [naam 1] genoemde verbeterpunten juist zijn en hij op die punten invloed kan uitoefenen - aan deze verbeterpunten te werken, vanwege de non-actiefstelling op 12 juli 2021. Het is de kantonrechter niet duidelijk geworden wat er tussen het gesprek van 21 juni 2021 en 11 juli 2021 is gebeurd en wat voor RET precies reden is geweest om [eiser] direct op 12 juli 2021 op non-actief te stellen. Ter zitting is door RET slechts aangegeven dat het noodzakelijk was, omdat de afdeling EV “in brand” staat. Hoe die “brand” is ontstaan, wie die “brand” heeft veroorzaakt en welke rol [eiser] daarin heeft gespeeld, is echter niet duidelijk geworden. In dit verband is van belang dat RET niet alleen heeft verzuimd om de non-actiefstelling en de redenen daarvoor onmiddellijk aan [eiser] schriftelijk te bevestigen, maar bovendien komt betekenis toe aan het feit dat RET de vragen over die non-actiefstelling die de advocaat van [eiser] heeft gesteld onbeantwoord heeft gelaten. Pas in haar pleitnota heeft RET te kennen gegeven welke feiten ten grondslag liggen aan de genomen maatregel. Die feiten heeft RET slechts onderbouwd met één anonieme e-mail van 2 juli 2021 aan de P&O-adviseur en met een overzicht, kennelijk van de hand van [naam 1] , waaruit zou moeten blijken dat niet alleen verschillende medewerkers van de afdeling EV, maar ook medewerkers van andere afdelingen klachten hebben geuit over “stijl en leidinggeven” van [eiser] . Uit dat laatste overzicht blijkt echter niet wie er geklaagd heeft, wat de inhoud van de klacht was en wanneer het voorval zich zou hebben voorgedaan. [eiser] heeft een en ander betwist en derhalve kan de kantonrechter in het kader van dit kort geding de juistheid van de stelling van RET dat direct ingrijpen noodzakelijk was niet vaststellen

4.9

Het voorgaande leidt de kantonrechter tot de slotsom dat niet aannemelijk is geworden dat RET een redelijke en voldoende zwaarwegende grond had om [eiser] vanaf 12 juli 2021 niet meer toe te laten tot de bedongen werkzaamheden te verrichten. Dat betekent dat de door [eiser] gevorderde wedertewerkstelling dient te worden toegewezen. Voor toewijzing van de wedertewerkstelling binnen 24 uur na betekening van dit vonnis zoals gevorderd door [eiser] ziet de kantonrechter echter geen aanleiding. Duidelijk is immers dat RET de terugkeer van [eiser] dient voor te bereiden, dat is ook in het belang van [eiser] zelf. Om die reden zal de kantonrechter de wedertewerkstelling gelasten uiterlijk op termijn van één week te rekenen vanaf de betekening van dit vonnis

4.10

Oplegging van een dwangsom is passend en geboden. De gevorderde dwangsom zal worden opgelegd en deze zal worden gematigd en gemaximeerd, zoals hierna in het dictum van deze uitspraak vermeld, waarbij geldt dat RET die dwangsom verbeurt in het geval zij geen gevolg geeft aan de veroordeling om [eiser] weer te werk te stellen, uiterlijk binnen één week na de betekening van dit vonnis.

4.11

Ten aanzien van de vordering tot rectificatie is de kantonrechter eveneens van oordeel dat deze dient te worden toegewezen. Ter zitting is door [naam 1] uitdrukkelijk erkend dat hij de e-mail met deze bewoordingen niet had moeten versturen. Nu door RET geen verder inhoudelijk verweer is gevoerd tegen de inhoud van de voorgestelde tekst, zal de vordering tot rectificatie eveneens worden toegewezen, zoals hierna vermeld.

4.12

RET zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5. De beslissing

De kantonrechter,

rechtdoende in kort geding:

- veroordeelt RET om [eiser] binnen één week na betekening van dit vonnis in staat te stellen zijn werkzaamheden, alsmede het daarbij behorende verantwoordelijkheden- en bevoegdhedenpakket te verrichten op een wijze zoals [eiser] dat in ieder geval tot 12 juli 2021 deed en om [eiser] daarin te faciliteren en te ondersteunen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor elke dag of gedeelte daarvan dat RET in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 25.000,-;

- veroordeelt RET om eveneens binnen één week na betekening van dit vonnis de navolgende tekst per e-mail aan alle e-mailadressen vermeld in de e-mail van [naam 1] van 13 juli 2021, 15.42 uur te sturen, onder oplegging van een dwangsom van € 250,00 per dag dat zij hieraan niet voldoet, met een maximum van € 10.000,- door middel van rectificatie dan wel nuancering van eerdere berichtgeving omtrent de positie van [eiser] :

"Ik heb u eerder medegedeeld dat [eiser] van zijn functie is gezet en dat hij

is vrij gesteld van werk. Dit is een onjuiste mededeling geweest, waarvoor ik mijn

excuses aanbied. Om aan alle onduidelijkheid in deze een einde te maken, wil ik

benadrukken, dat [eiser] met onmiddellijke ingang zijn eigen taken,

verantwoordelijkheden en bevoegdheden zal oppakken zoals hij dat immer deed.

Met het vorenstaande vertrouw ik erop eventuele onduidelijkheden te hebben

weggenomen.

Met vriendelijke groet,

[naam 1] ";

veroordeelt de RET in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 209,82 aan verschotten en € 747,- aan salaris voor zijn gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

821

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.