3
De feiten
3.1.
[naam01] heeft in december 2021 gereageerd op een vacature bij QLS voor “student chauffeur”. Op 28 december 2021 heeft het sollicitatiegesprek plaatsgevonden tussen [naam01] en [naam06] (planner bij QLS, hierna genoemd: [naam06] ). Op 29 december 2021 heeft [naam01] een dag meegedraaid op proef. Op 3 januari 2022 is [naam01] in dienst getreden bij QLS.
3.2.
[naam01] heeft op 12 januari 2022 via WhatsApp aan [naam07] (planner bij QLS, hierna genoemd: [naam07] ) om zijn contract gevraagd. [naam07] antwoordde hierop:
“Yes contract wordt vervuld door onze administratie! Deze krijg je zo snel mogelijk. Loontarief is uit mijn hoofd 12 euro.”
3.3.
Op 17 januari 2022 heeft [naam01] via een WhatsApp aan [naam07] laten
weten:
“Een beetje goed nieuws denk ik! Volgende week kan ik de maandag erbij doen! (24 jan). Dan 1 week ff NIET de maandag erbij (31 jan). En dan voorlopig weer WEL! Dus in febr, mrt, april, en ik denk: mei ook. Dan in de zomer (jun/jul/aug) wil zij (schoonzus) de maandag voor haarzelf. Maar bevalt het werk bij QLS me goed, dan vanaf 15 sept weer ma/di/do/vr, tot en met okt/nov/dec/jan etc...”
[naam07] reageerde hierop met de tekst:
“Bedankt voor het doorgeven [naam01] , komt helemaal goed.”
3.4.
Op 21 februari 2022 heeft [naam01] een brief geschreven aan [naam07] waarin hij onder andere schrijft dat het eerste salaris dat hij heeft ontvangen tegenvalt en dat hij nog steeds geen arbeidscontract heeft gekregen. Hij geeft aan “het werk op zich te willen blijven doen”, en doet de suggestie om voortaan vanuit zijn eigen bedrijf als ZZP-er facturen te sturen.
3.5.
Op 22 februari 2022 heeft [naam01] in tweevoud een arbeidsovereenkomst aangetroffen bij binnenkomst in het depot van QLS. Hierin is opgenomen dat [naam01] per 3 januari 2022 in dienst is getreden bij QLS voor de duur van zeven maanden. [naam01] heeft deze arbeidsovereenkomst niet ondertekend en ingeleverd. QLS heeft [naam01] hier ook niet meer naar gevraagd.
3.6.
Op 29 juli 2022 heeft [naam01] mondeling van QLS vernomen dat zijn arbeidsovereenkomst op 2 augustus 2022 zou aflopen. [naam01] is vervolgens niet meer ingeroosterd.
3.7.
Bij brief van 2 augustus 2022 heeft QLS aan [naam01] bericht dat zij op 3 januari 2022 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan met [naam01] , en dat in de schriftelijke arbeidsovereenkomst was aangezegd dat de overeenkomst , na het verlopen van de overeengekomen bepaalde tijd, niet zou worden voortgezet.
3.8.
[naam01] heeft zich op 3 augustus 2022 op het standpunt gesteld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en zich beschikbaar gehouden voor arbeid.
3.9.
Via een e-mailbericht van 5 augustus 2022 heeft de gemachtigde van QLS aan [naam01] laten weten dat QLS van mening is dat sprake was van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, maar dat [naam01] wel recht heeft op een vergoeding, omdat QLS het einde van de arbeidsovereenkomst niet tijdig heeft aangezegd.
3.10.
Naar aanleiding van een discussie met CNV Vakmensen heeft QLS besloten om vrijwillig per 1 januari 2022 de “CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen” (hierna: de cao) toe te passen op haar werknemers. Op basis van de cao is het laatstverdiende uurloon van [naam01] € 12,18 bruto per uur.
3.11.
QLS heeft eind augustus 2022 aan [naam01] een aanzegvergoeding betaald ten bedrage van € 800,64 bruto en een transitievergoeding ten bedrage van € 216,84 bruto.
3.12.
QLS heeft op 21 oktober 2022 conform de cao het (achterstallig) loon inclusief emolumenten, alsmede het vakantiesaldo, aan [naam01] uitbetaald, te weten (bruto bedragen): € 731,34 aan nabetaling salaris, € 132,22 aan nachttoeslag, € 266,13 aan zondagtoeslag (100%), € 146,95 aan overwerktoeslag (30%), € 655,26 aan wettelijke vakantie-uren (saldo 49,83), € 236,04 bovenwettelijke vakantie-uren (saldo 17,95) en
€ 58,51 aan vakantiegeld. Ook heeft QLS een nettobedrag van € 478,31 uitgekeerd aan verblijfskostenvergoeding (onbelast).
4
Het verzoek van [naam01]
4.1.
[naam01] verzoekt, samengevat, om bij wijze van voorlopige voorziening,voor de duur van het geding, QLS te veroordelen:
- -
om [naam01] direct tewerk te stellen in zijn gebruikelijke werkzaamheden als chauffeur zonder enige beperking, op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte daarvan dat QLS hiermee in gebreke blijft;
- -
tot betaling van het achterstallige salaris en overige emolumenten met terugwerkende kracht over de periode vanaf 1 augustus 2022 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, van ten minste € 1.127,50 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en niet-genoten vakantiedagen.
4.2.
[naam01] verzoekt (na vermindering van zijn verzoek ter zitting), samengevat, om bij beschikking:
1. a. voor recht te verklaren dat er tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd;
b. de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen;
2. QLS te veroordelen tot het binnen 24 uur na betekening van de beschikking tewerkstellen van [naam01] in zijn gebruikelijke werkzaamheden als chauffeur zonder enige beperking, op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte daarvan dat QLS hiermee in gebreke blijft;
3. a. QLS te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris vanaf 1 augustus 2022, conform de cao (en rekening houdende met toekomstige loonsverhogingen), ten bedrage van ten minste € 1.127,50 bruto, te vermeerderen met de vakantietoeslag vanaf 1 augustus 2022 en de opbouw van wettelijk en bovenwettelijk verlof (conform de cao) vanaf 3 januari 2022, tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig ten einde komt;
b. QLS te veroordelen tot nakoming van de cao-verplichting inzake deelname, aanmelding van het dienstverband van [naam01] bij en betaling van de pensioenpremies ten behoeve van [naam01] aan het pensioenfonds Vervoer, vanaf 3 januari 2022 tot aan het moment dat het dienstverband rechtsgeldig ten einde komt (met melding aan het pensioenfonds Vervoer dat en per wanneer het dienstverband is geëindigd), uitgaande van het juiste cao-uurloon;
c. voor recht te verklaren dat het saldo wettelijke respectievelijk bovenwettelijke vakantie-uren met ingang van 1 augustus 2022 op 49,83 respectievelijk 17,95 uur staat;
4. QLS te veroordelen tot betaling aan [naam01] van de op grond van artikel 7:625 BW verschuldigde wettelijke verhoging van 50% over het onder 3a gevorderde en over het inmiddels betaalde achterstallige salaris vanaf 3 januari 2022 tot aan 1 augustus 2022;
5. QLS te veroordeling tot betaling aan [naam01] van de wettelijke rente over de onder 3a en 4 gevorderde bedragen en over het inmiddels betaalde achterstallige salaris, een en ander vanaf de datum van opeisbaarheid, tot de dag van algehele voldoening;
6. QLS te veroordelen gelijktijdig een correcte bruto-netto specificatie te verstrekken met betrekking tot de onder 3a en 4 genoemde betalingen, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag, of gedeelte daarvan, dat QLS hiermee in gebreke blijft;
7. QLS te veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 169,-;
8. QLS te veroordelen in de proceskosten en de nakosten;
9. de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
Subsidiair (uitsluitend in het geval geoordeeld wordt dat het dienstverband tussen partijen op 2 augustus 2022 is geëindigd):
-
QLS te veroordelen tot betaling aan [naam01] van het restant van de aanzegvergoeding, berekend op basis van het (juiste) cao-loon, van € 326,86 bruto;
-
QLS te veroordelen tot betaling aan [naam01] van het restant van de transitievergoeding, berekend op basis van het (juiste) cao-loon, van € 23,94 bruto;
-
QLS te veroordelen tot betaling aan [naam01] van de op grond van artikel 7:625 BW verschuldigde wettelijke verhoging van 50% over bedragen die inmiddels door QLS zijn betaald, te weten: 1) het achterstallig salaris over de periode vanaf 3 januari 2022 tot aan 1 augustus 2022, zijnde € 731,34 bruto aan loon, € 58,50 bruto aan vakantietoeslag, € 146,95 bruto aan overwerk, € 266,13 bruto aan zondagtoeslag, € 131,22 bruto aan nachttoeslag en € 478,31 netto aan verblijfskostenvergoeding, en 2) de eindafrekening van wettelijke vakantiedagen van € 655,26 bruto en van de bovenwettelijke vakantiedagen van € 236,04 bruto;
-
QLS te veroordelen tot betaling aan [naam01] van de wettelijke rente over de onder 1 tot en met 3 gevorderde bedragen, vanaf de datum van opeisbaarheid (onder 1 en 3) en vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (onder 2), tot aan de dag der algehele voldoening;
-
QLS te veroordelen gelijktijdig te verstrekken een correcte bruto-netto specificatie met betrekking tot de onder sub 1 tot en met 3 genoemde betalingen, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag, of gedeelte daarvan, dat QLS hiermee in gebreke blijft;
-
QLS te veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 52,-;
-
QLS te veroordelen in de proceskosten en de nakosten;
-
de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.3.
[naam01] heeft aan zijn primaire verzoeken het volgende ten grondslag gelegd. Hij ging en gaat ervan uit dat hij voor onbepaalde tijd in dienst is bij QLS. De mededeling dat het dienstverband van [naam01] per 3 augustus 2022 is geëindigd is, voor zover deze mededeling als een opzegging kan worden gezien, in strijd met artikel 7:681 BW. [naam01] verzoekt daarom om deze opzegging te vernietigen en voor recht te verklaren dat sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Gelet hierop wil [naam01] weer tewerkgesteld worden en moet zijn loon vanaf 1 augustus 2022 conform de cao betaald worden. [naam01] maakt daarnaast aanspraak op de wettelijke verhoging en wettelijke rente.
Aan zijn subsidiaire verzoeken heeft [naam01] ten grondslag gelegd dat, in het geval het dienstverband toch is geëindigd op 2 augustus 2022, QLS veroordeeld moet worden om het restant van de aanzeg- en transitievergoeding te betalen conform het juiste cao-loon, en om daarnaast over de inmiddels betaalde bedragen aan achterstallig loon, toeslagen en vakantiedagen de wettelijke verhoging en wettelijke rente te betalen.
4.4.
QLS heeft zich op het standpunt gesteld dat de primaire verzoeken van [naam01] moeten worden afgewezen, omdat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarnaast voert QLS aan dat zij heeft besloten per 1 januari 2022 vrijwillig de cao toe te passen en dat zij op 21 oktober 2022 het achterstallige cao-loon, inclusief emolumenten, aan [naam01] heeft uitbetaald. QLS verweert zich niet tegen de vordering van [naam01] met betrekking tot het restant van de aanzegvergoeding en transitievergoeding. De eindafrekening wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, zoals berekend conform de toepasselijke cao, heeft QLS inmiddels voldaan. Er is volgens QLS geen grond om haar te veroordelen de wettelijke verhoging, wettelijke rente dan wel buitengerechtelijke incassokosten te voldoen. QLS mocht veronderstellen dat de arbeidsovereenkomst per 3 augustus 2022 was geëindigd, zodat [naam01] geen recht heeft op loondoorbetaling vanaf 3 augustus 2022. Subsidiair doet QLS een beroep op matiging van de wettelijke verhoging, omdat zij het achterstallig loon inmiddels heeft voldaan. QLS betwist voorts dat [naam01] buitengerechtelijke incassokosten heeft moeten maken en gemaakt heeft.
6
De beoordeling
6.1.
In deze beschikking zal een finale beslissing worden gegeven ten aanzien van de verzoeken van [naam01] , zodat er geen reden (meer) is om, met toepassing van artikel 223 Rv, een voorlopige voorziening te treffen voor de loondoorbetaling en het toelaten van [naam01] tot zijn werkzaamheden. Een voorlopige voorziening op grond van voornoemd artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding en het geding eindigt met deze beschikking. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal daarom worden afgewezen.
Overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd?
6.2.
Partijen zijn het erover eens dat zij op 3 januari 2022 een arbeidsovereenkomst met elkaar hebben gesloten. Deze arbeidsovereenkomst is in elk geval mondeling overeengekomen, en partijen hebben daaraan vervolgens uitvoering gegeven. De door QLS op 22 februari 2022 aan [naam01] gegeven schriftelijke arbeidsovereenkomst is door [naam01] nooit ondertekend of teruggegeven. Volgens [naam01] is tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd overeengekomen.
6.3.
QLS betwist gemotiveerd dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, want volgens QLS is er een arbeidsovereenkomst voor de duur van zeven maanden overeengekomen, namelijk van 3 januari 2022 tot 3 augustus 2022. Ter onderbouwing van haar betwisting heeft QLS ten eerste een schriftelijke verklaring overgelegd van [naam06] . Hij verklaart hierin, samengevat, dat zijn werk onder meer bestaat uit het voeren van sollicitatiegesprekken, dat hij in dat kader ongeveer 300-400 werknemers heeft aangenomen voor QLS, en dat hij een volmacht heeft van de directie om arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te sluiten en nog nooit een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft gesloten namens QLS. [naam06] verklaart voorts dat hij het sollicitatiegesprek met [naam01] heeft gevoerd en dat hij zich dat gesprek nog goed kan herinneren. Volgens [naam06] heeft hij aan [naam01] uitgelegd dat de eerste arbeidsovereenkomst voor zeven maanden zou zijn en (als alles goed gaat) de tweede voor twaalf maanden. [naam01] heeft dit aanbod volgens [naam06] geaccepteerd, waarna er een afspraak is ingepland voor een meeloopdag. Het zou volgens [naam06] kunnen dat [naam01] heeft gezegd dat hij voor langere tijd bij QLS wilde werken, maar hij zou ook een tweede contract aangeboden krijgen als de samenwerking goed verliep. [naam06] heeft daarnaast toegelicht dat QLS, vanwege de drukke decemberperiode en omdat [naam01] snel aan de slag kon, vergeten is om de arbeidsovereenkomst direct voorafgaand aan zijn indiensttreding aan te bieden.
6.4.
QLS heeft daarnaast aangevoerd dat het niet zo is dat [naam01] bij zijn sollicitatie duidelijk had aangegeven dat hij een jaar moest werken vanwege zijn gemis aan inkomsten. Uit de sollicitatiebrief blijkt dit onvoldoende, omdat hierin staat ‘bevalt het goed dan zou ik het voor een aantal jaren willen doen’. Hieruit blijkt volgens QLS dat [naam01] ook zelf eerst een korte periode wilde werken om te kijken of het zou bevallen, voordat hij voor langere periode bij QLS in dienst wilde treden. Het verdient volgens QLS geen schoonheidsprijs dat zij is vergeten om voorafgaand aan de indiensttreding van QLS een arbeidsovereenkomst ter ondertekening aan te bieden, maar dat doet er volgens QLS niet aan af dat mondeling wel overeenstemming was bereikt over de essentialia van de overeenkomst, waaronder de contractduur en het loon.
6.5.
QLS heeft voorts ter onderbouwing van haar betwisting naar voren gebracht dat op de salarisspecificaties staat “contract: bepaald”, zodat hieruit ook blijkt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Daarnaast heeft QLS de schriftelijke arbeidsovereenkomst overgelegd die zij op 22 februari 2022 aan [naam01] heeft aangeboden, waarin is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst een looptijd heeft van zeven maanden, met ingangsdatum van 3 januari 2022. Volgens QLS heeft [naam01] geen bezwaar gemaakt tegen de inhoud van de salarisspecificatie en de schriftelijke arbeidsovereenkomst, zodat ook daaruit blijkt dat hij niet van onbepaalde tijd uitging.
6.6.
QLS voert daarnaast aan dat uit de WhatsApp-berichten tussen [naam01] en een vriendin niet volgt dat [naam01] in de veronderstelling was dat hij een arbeidsovereenkomst was aangegaan voor onbepaalde tijd, omdat [naam01] het heeft over een contractduur van één jaar. Ook wijst QLS erop dat [naam01] zich pas nadat hij was bericht over het einde van de arbeidsovereenkomst en had geïnformeerd bij zijn jurist/arbeidsrechtsspecialist op het standpunt heeft gesteld dat sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, zodat daaruit volgens QLS blijkt dat hij hier in eerste instantie ook niet vanuit ging.
6.7.
Gelet op de gemotiveerde betwisting van QLS rust op [naam01] de bewijslast van zijn stelling dat tussen partijen mondeling een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is overeengekomen, want hij beroept zich met zijn verzoeken om weer tewerkgesteld te worden en om loondoorbetaling op de rechtsgevolgen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (zie Hoge Raad 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6939). [naam01] wordt niet gevolgd in zijn stelling dat het overtreden van de informatieverplichtingen van artikel 7:655 BW en van artikel 4 van de cao tot gevolg heeft dat op QLS de bewijslast van de duur van de arbeidsovereenkomst rust. Deze artikelen zijn erop gericht de werknemer te informeren over de wezenlijke kenmerken van de arbeidsovereenkomst, maar verbinden daaraan niet de bewijsrechtelijke consequentie dat, bij gebrek aan dergelijke informatieverstrekking door de werkgever, ervan uitgegaan moet worden dat er dan sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:179).
6.8.
De kantonrechter is van oordeel dat [naam01] zijn stellingen onvoldoende (nader) heeft onderbouwd, gelet op het uitvoerige en gemotiveerde verweer van QLS. Zij overweegt daartoe als volgt. [naam01] heeft ter onderbouwing ten eerste gewezen op de vacaturetekst waarin geen contractduur is opgenomen. Dat in de vacaturetekst geen contractduur is opgenomen, leidt echter niet automatisch tot de conclusie dat QLS een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft aangeboden. De contractduur is immers iets wat partijen nog in het sollicitatiegesprek overeen kunnen komen. Dat in de nieuwe vacatures wel een contractduur staat maakt dit niet anders.
6.9.
Voorts heeft [naam01] gewezen op zijn sollicitatiebrief waarin hij heeft geschreven dat hij zocht naar een dienstverband voor ‘een aantal jaren’ en op het sollicitatiegesprek waarin hij heeft laten doorschemeren dat een dienstverband van ‘meerdere jaren’ tot de mogelijkheden behoorde. Volgens [naam01] heeft hij ook aan QLS uitgelegd dat hij minimaal een jaar wilde/moest werken om er weer bovenop te komen na tegenslagen. De kantonrechter is van oordeel dat het meedelen door [naam01] dat hij meerdere jaren/een langere tijd voor QLS wilde werken, niet bewijst dat hij met QLS daadwerkelijk een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is overeengekomen. Die wens is op zichzelf niet doorslaggevend. Ergens zal uit moeten blijken dat partijen dit met elkaar zijn overeengekomen. [naam01] onderbouwt dat echter niet voldoende, gelet op de al genoemde verklaring van [naam06] , de salarisspecificaties met daarin de tekst ‘contract: bepaald’, en de tekst van de schriftelijke arbeidsovereenkomst die QLS op 22 februari 2022 aan [naam01] heeft voorgelegd met daarin een contractduur van zeven maanden en ingangsdatum van 3 januari 2022. [naam01] kan niet gevolgd worden in zijn stelling dat van de salarisspecificaties niet kan worden uitgegaan, omdat hierin geen einddatum is opgenomen. Dat geen einddatum is opgenomen wijst op zichzelf niet op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, zeker gezien de tekst op de specificaties dat het ging om een ‘contract: bepaald’. Het feit dat QLS in een later stadium een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft voorgelegd, weerspreekt samen met de verklaring van [naam06] , de salarisspecificaties en de overige omstandigheden (waaronder het Whatsapp-verkeer) het standpunt van [naam01] dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is overeengekomen.
6.10.
Dat [naam01] via een formulier bij indiensttreding en via WhatsApp-berichten later aan [naam07] zijn beschikbare dagen voor een heel jaar heeft opgegeven onderbouwt evenmin dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou zijn overeengekomen. Hieruit kan eventueel worden afgeleid dat [naam01] ervan uitging dat hij langer dan zeven maanden bij QLS in dienst was, maar daaruit blijkt nog niet dat hij uitging van een overeenkomst voor onbepaalde tijd.. Ook als het klopt dat er andere werknemers zijn die geen schriftelijke arbeidsovereenkomst hebben, onderbouwt dat nog niet het standpunt van [naam01] dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou zijn aangegaan.
6.11.
De conclusie is dus dat [naam01] , gelet op de gemotiveerde betwisting van QLS, nader had moeten onderbouwen dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen partijen is overeengekomen. Dat heeft hij onvoldoende gedaan. Gelet hierop zal worden uitgegaan van een arbeidsovereenkomst voor de bepaalde duur van zeven maanden vanaf 3 januari 2022.
6.12.
Nu er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, is deze na het verstrijken daarvan, van rechtswege, per 3 augustus 2022 geëindigd. De verzochte verklaring voor recht zal worden afgewezen. De door [naam01] verzochte vernietiging van de opzegging zal ook worden afgewezen, omdat de eis van opzegging niet tussen partijen is overeengekomen, en opzegging bij een overeenkomst voor bepaalde duur ook anderszins niet is vereist. De overeenkomst is van rechtswege geëindigd. Het is overigens de de vraag of de brief van 2 augustus 2022 (of het hieraan voorafgaande gesprek tussen partijen) wel als een opzegging is te beschouwen. Ook dit deel van het verzoek van [naam01] zal worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor het verzoek tot wedertewerkstelling en het verzoek het salaris met emolumenten vanaf 1 augustus 23022 door te betalen.
6.13.
QLS heeft zich niet verweerd tegen het verzoek van [naam01] om QLS te veroordelen de cao-verplichting na te komen inzake deelname aan het pensioenfonds, aanmelding van het dienstverband en betaling van de pensioenpremies, met ingang van 3 januari 2022 tot aan het einde van het dienstverband. QLS heeft niet gesteld deze meldingen al te hebben gedaan. Gelet op het grote belang dat [naam01] heeft bij het goed melden bij het pensioenfonds, zal dit deel van het verzoek worden toegewezen.
6.14.
Op 21 oktober 2022 heeft QLS een betaling gedaan terzake -onder andere- wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren, waarbij op de specificatie het saldo van beide is vermeld. Dit betreft exact het saldo zoals door [naam01] opgenomen in het primaire verzoek onder 3c. Nu QLS al een opgave conform het verzoek heeft verstrekt, heeft [naam01] geen belang meer bij de verzochte verklaring voor recht inzake het saldo van het aantal uren. Dit verzoek wordt daarom afgewezen.
6.15.
Het primaire verzoek van [naam01] onder 3a omtrent de betaling van een bedrag aan opgebouwd wettelijk en bovenwettelijk verlof vanaf 3 januari 2022 wordt afgewezen, omdat QLS deze achterstallige bedragen inmiddels heeft voldaan.
6.16.
Voor wat betreft de verzochte wettelijke verhoging over inmiddels betaald achterstallig salaris van 3 januari 2022 tot 1 augustus 2022, de wettelijke rente, de verzochte bruto-netto specificatie, de buitengerechtelijke kosten, en de proceskosten wordt verwezen naar het onderstaande.
6.17.
QLS heeft aan [naam01] een aanzegvergoeding betaald, omdat zij [naam01] niet op tijd heeft geïnformeerd over het niet voortzetten van de tijdelijke arbeidsovereenkomst. Ook heeft QLS een transitievergoeding betaald. Volgens [naam01] had QLS deze vergoedingen moeten betalen conform het cao-loon. QLS heeft dit erkend en geen verweer gevoerd tegen de door [naam01] verzochte betaling van het restant van de aanzegvergoeding en transitievergoeding, zodat deze zullen worden toegewezen. De hierover gevorderde wettelijke rente zal op grond van de wet en als onvoldoende weersproken worden toegewezen.
Primaire en subsidiaire verzoeken: wettelijke verhoging en wettelijke rente; buitengerechtelijke kosten
6.18.
[naam01] heeft daarnaast verzocht om QLS te veroordelen om de wettelijke verhoging te betalen over het te laat betaalde achterstallige salaris over de periode van 3 januari 2022 tot 1 augustus 2022 en over de eindafrekening van diverse vermelde componenten. QLS heeft deze bedragen pas op 21 oktober 2022 uitbetaald (volgens de salarisspecificatie in totaal € 2.226,45 bruto en € 478,31 netto). De kantonrechter is van oordeel dat [naam01] op grond van artikel 7:625 BW terecht aanspraak maakt op de wettelijke verhoging, omdat QLS een deel van zijn loon te laat heeft betaald. Er is echter aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 10%, omdat de wettelijke verhoging een prikkel is voor de werkgever om het loon tijdig te betalen, en niet zozeer bedoeld is als schadevergoeding wegens de te late betaling van het loon. Het loon dat [naam01] nog van QLS te goed had betreft het verschil tussen het cao-loon en het door QLS uitbetaalde loon. Het is dus niet zo dat QLS helemaal geen loon heeft uitbetaald aan [naam01] , maar zij heeft te weinig loon uitbetaald. Dit is inmiddels binnen een redelijke termijn hersteld. In die situatie ziet de kantonrechter aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 10%. Dit betekent dat QLS zal worden veroordeeld om ten titel van wettelijke verhoging de bedragen van € 222,65 bruto en € 47,83 netto aan [naam01] te betalen. De hierover gevorderde wettelijke rente zal op grond van de wet en als onvoldoende weersproken worden toegewezen.
6.19.
[naam01] heeft voorts verzocht om QLS te veroordelen de wettelijke rente aan hem te betalen over het betaalde achterstallige loon met de genoemde componenten. Dit verzoek zal eveneens worden toegewezen, omdat QLS te laat betaald heeft.
6.20.
Tegen de verstrekking van een correcte bruto-netto specificatie heeft QLS geen verweer gevoerd, zodat dit verzoek zal worden toegewezen. De kantonrechter ziet onvoldoende grond om hieraan een dwangsom te verbinden.
6.21.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform het primaire verzoek, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. Dat [naam01] lid is van CNV maakt dit niet anders.
6.22.
Hoewel partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat QLS voor het grootste deel ongelijk krijgt en daarom zal worden veroordeeld de proceskosten te betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [naam01] tot vandaag vast op € 244,- aan griffierecht en € 747,- aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 991,-. Voor kosten die [naam01] maakt na deze uitspraak moet QLS een bedrag betalen van € 124,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
6.23.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Het (voorwaardelijk) tegenverzoek
6.24.
Omdat de arbeidsovereenkomst van [naam01] is geëindigd, is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder QLS het zelfstandig tegenverzoek heeft ingediend, zodat op dit verzoek niet beslist hoeft te worden.
7
De beslissing
De kantonrechter:
in de voorlopige voorziening:
7.1.
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
7.2.
veroordeelt QLS tot nakoming van de cao-verplichting inzake deelname, aanmelding van het dienstverband van [naam01] bij en betaling van de pensioenpremies ten behoeve van [naam01] aan het pensioenfonds Vervoer, vanaf 3 januari 2022 tot 3 augustus 2022 (met melding aan het pensioenfonds Vervoer dat en per wanneer het dienstverband is geëindigd), uitgaande van het juiste cao-uurloon;
7.3.
veroordeelt QLS om aan [naam01] te betalen € 326,86 bruto aan restant aanzegvergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;
7.4.
veroordeelt QLS om aan [naam01] te betalen € 23,94 bruto aan restant transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 3 september 2022 tot aan de dag van algehele voldoening;
7.5.
veroordeelt QLS om aan [naam01] te betalen € 222,65 bruto en € 47,83 netto aan wettelijke verhoging (zijnde 10%), te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;
7.6.
veroordeelt QLS om aan [naam01] te betalen de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW te berekenen vanaf de dag van opeisbaarheid tot 21 oktober 2022 over € 731,34 aan nabetaling salaris, € 132,22 aan nachttoeslag, € 266,13 aan zondagtoeslag, € 146,95 aan overwerktoeslag, € 655,26 aan wettelijke vakantie-uren, € 236,04 bovenwettelijke vakantie-uren (saldo 17,95), € 58,51 aan vakantiegeld en € 478,31 netto aan verblijfskostenvergoeding, alsmede over bovengenoemde wettelijke verhoging;
7.7.
veroordeelt QLS om een correcte bruto-netto specificatie te verstrekken aan [naam01] van de betaling van de onder 7.3. tot en met 7.6. toegewezen bedragen;
7.8.
veroordeelt QLS om aan [naam01] te betalen € 169,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
7.9.
veroordeelt QLS in de proceskosten, aan de kant van [naam01] tot vandaag vastgesteld op € 991,-;
7.10.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
7.11.
wijst al het andere verzochte af;
in het (voorwaardelijk) tegenverzoek:
7.12.
verstaat dat aan de voorwaarde niet is voldaan, zodat op dit verzoek niet beslist hoeft te worden.
Deze beschikking is gegeven door mr. drs. E. van Schouten en in het openbaar uitgesproken.
31688