RECHTBANK ROTTERDAM
Zaaknummer: 10146144 VZ VERZ 22-12882
Uitspraak: 9 december 2022 (bij vervroeging)
Beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
[verzoeker01] ,
wonende te [woonplaats01] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. I.B. Jansse,
de besloten vennootschap
Benka Projects B.V.,
gevestigd te Vlaardingen,
verweerster,
die niet heeft gereageerd.
Partijen zullen hierna “ [verzoeker01] ” en “Benka” worden genoemd.
1
De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het verzoekschrift van 14 oktober 2022, met producties;
- -
het KvK-uittreksel van 16 november 2022;
- -
het oproepingsexploot van 18 november 2022;
- -
het herstel-exploot van 28 november 2022;
- -
het e-mailbericht van 30 november 2022 van [verzoeker01] .
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 november 2022. [verzoeker01] is in persoon verschenen, vergezeld van zijn bewindvoerder de heer [naam bewindvoerder] Hamer en bijgestaan door de gemachtigde. Namens Benka is niemand verschenen. [verzoeker01] heeft vervolgens Benka per oproepings- en herstelexploot opgeroepen voor de voortgezette mondelinge behandeling van 30 november 2022 om 12:00 uur. [verzoeker01] is in persoon verschenen, vergezeld van zijn bewindvoerder en een maatschappelijke medewerker en bijgestaan door de gemachtigde. Namens Benka is ook op 30 november 2022 niemand verschenen.
De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.
2
Het verzoek en de grondslag
[verzoeker01] heeft verzocht – bij beschikking – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
- -
de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst op zo’n kortst mogelijke termijn te ontbinden;
- -
Benka te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding aan [verzoeker01] van € 1.215,14 bruto;
- -
Benka te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding aan [verzoeker01] van € 15.000,-;
- -
Benka te veroordelen tot betaling van het achterstallig salaris van [verzoeker01] van € 15.618,60 bruto, te vermeerderen met het salaris vanaf 1 oktober 2022 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging;
- -
Benka te veroordelen tot betaling van de achterstallige vakantiebijslag van [verzoeker01] van € 1.296,34 bruto, te vermeerderen met de vakantiebijslag vanaf 1 oktober 2022 tot het moment dat dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd;
- -
Benka te veroordelen in de proceskosten.
2.1
Aan zijn verzoek heeft [verzoeker01] - kort en zakelijk weergeven - het volgende ten grondslag gelegd.
2.1.1
[verzoeker01] , geboren op [geboortedatum01] 1959, is met ingang van 1 januari 2022 in dienst getreden bij Benka, op basis van een arbeidsovereenkomst van één jaar. Daarvoor was [verzoeker01] werkzaam voor Benka Tech B.V. die failliet is gegaan, waarvan de activiteiten door Benka zijn voortgezet. Het overeengekomen salaris bedroeg € 1.700,- bruto per maand.
2.1.2
Vanaf het begin van het dienstverband tot op heden heeft [verzoeker01] geen salaris ontvangen. [verzoeker01] heeft vele malen expliciet om uitbetaling van zijn salaris moeten verzoeken, maar tot op heden is dit uitgebleven, ondanks het feit dat de heer [naam01] van Benka meerdere malen heeft aangegeven dit in orde te maken. De advocaat van [verzoeker01] heeft op 8 september 2022 aanspraak gemaakt op uitbetaling van het salaris over de maanden januari tot en met augustus 2022. Het gehanteerde brutosalaris voldoet niet aan het wettelijke minimumloon. [verzoeker01] maakt aanspraak op het wettelijk minimumloon van € 1.725,- bruto per 1 januari 2022 en € 1.756,20 bruto per 1 juli 2022.
2.1.3
Aan dit verzoek legt [verzoeker01] ten grondslag – kort weergegeven – dat Benka sinds januari 2022 (indiensttreding) structureel tekort schiet in de betaling van het loon en dat van [verzoeker01] daarom niet meer gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Verder stelt [verzoeker01] dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van Benka, zodat [verzoeker01] aanspraak heeft op een transitievergoeding en een billijke vergoeding. [verzoeker01] begroot het achterstallige salaris op een bedrag van € 15.618,60 en de achterstallige vakantiebijslag op € 1.296,34.
3
De beoordeling van het verzoek
3.1
Gebleken is dat Benka op correcte wijze is opgeroepen voor de mondelinge behandelingen. Namens Benka is niemand ter zitting verschenen en er is geen bericht van verhindering van haar ontvangen. Ook heeft Benka de stellingen van [verzoeker01] niet betwist. Dit betekent dat de door [verzoeker01] aangevoerde feiten en omstandigheden als onweersproken zijn komen vast te staan, zodat daar in deze procedure verder vanuit zal worden gegaan.
3.2
Ingevolge artikel 7:671c lid 1 BW kan de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer worden ontbonden op grond van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve of na korte tijd behoort te eindigen. Benka verzet zich niet tegen de gevraagde ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het staat vast dat Benka vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst geen salaris aan [verzoeker01] heeft uitbetaald. Het structureel niet of te laat betalen van het loon door Benka is een omstandigheid die van dien aard is dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Van [verzoeker01] kan niet worden gevergd dat hij de arbeidsovereenkomst voortzet en zijn werk blijft verrichten, terwijl hij daarvoor structureel maandenlang in het geheel niet wordt betaald.
3.3
Het verzoek van [verzoeker01] zal dan ook worden toegewezen. De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met ingang van 10 december 2022.
3.4
In het geval van een ontbinding van een arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer is in artikel 7:673 lid 1 onder b BW bepaald dat een transitievergoeding is verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De kantonrechter is van oordeel dat hiervan sprake is. Alleen al het maandenlang niet betalen van het loon en ondanks dat [verzoeker01] feitelijk zijn werk is blijven verrichten, levert evident ernstig verwijtbaar handelen of nalaten op van Benka. De gevorderde transitievergoeding van € 1.215,14,- bruto zal derhalve worden toegewezen.
3.5
In artikel 7:671c lid 3 aanhef en sub b BW is hetzelfde criterium genoemd voor een billijke vergoeding die kan worden toegekend. De kantonrechter is van oordeel dat Benka ten opzichte van [verzoeker01] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en ziet dan ook aanleiding om aan [verzoeker01] een billijke vergoeding van € 5.000,- bruto toe te kennen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat niet kan worden uitgesloten dat [verzoeker01] een zekere tijd geconfronteerd zal worden met een inkomensachteruitgang. De kantonrechter acht het echter ook niet realistisch dat de arbeidsovereenkomst van [verzoeker01] zou worden verlengd, althans voor een langere periode zou worden voortgezet, aangezien er sprake is van een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd en er aanwijzingen zijn van betalingsnood aan de zijde van Benka. Verder houdt de kantonrechter bij de bepaling van deze billijke vergoeding rekening met de uitzonderlijke omstandigheid dat [verzoeker01] maandenlang geen loon heeft gehad en met het feit dat met deze billijke vergoeding ook kan worden tegengegaan dat Benka zich op deze ernstig verwijtbare wijze gedraagt. Met deze vergoeding wordt [verzoeker01] naar het oordeel van de kantonrechter ook voldoende gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Benka.
3.6
De kantonrechter moet [verzoeker01] op grond van artikel 7:686a lid 7 BW in beginsel in de gelegenheid stellen om zijn verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te trekken, omdat aan [verzoeker01] een lagere billijke vergoeding wordt toegekend dan door hem is verzocht. Toch zal die gelegenheid tot intrekking niet worden geboden. De gemachtigde van [verzoeker01] heeft namelijk op de zitting aangegeven dat [verzoeker01] zo snel mogelijk een uitspraak van de kantonrechter wil ontvangen teneinde op zo kort mogelijke termijn een uitkering te kunnen aanvragen zodat hij enige bron van inkomsten heeft. Gezien die omstandigheden neemt de kantonrechter aan dat [verzoeker01] afziet van zijn recht op intrekking van het verzoek.
3.7
Voorts heeft [verzoeker01] recht op uitbetaling van het salaris vanaf januari 2022 tot einde dienstverband. Het gevorderde bedrag van € 15.618,60 bruto zal worden toegewezen, alsmede het salaris vanaf 1 oktober 2022 tot 10 december 2022, waarbij [verzoeker01] aanspraak heeft op een salaris van € 1.756,20 bruto per maand. Ook de achterstallige vakantiebijslag van € 1.296,34 bruto zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW zal tevens worden toegewezen, omdat Benka te laat is met betalen van het maandelijkse salaris.
3.8
De wettelijke rente over de transitievergoeding is op grond van artikel 7:686a lid 1 BW verschuldigd vanaf een maand nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 10 januari 2023. De wettelijke rente over de billijke vergoeding is toewijsbaar twee weken na datum beschikking. De gevorderde wettelijke rente over het achterstallige salaris en de achterstallige vakantiebijslag is toewijsbaar vanaf de dag dat de bedragen zijn verschuldigd.
3.9
De proceskosten van [verzoeker01] komen voor rekening van Benka, omdat hij ongelijk krijgt en omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Benka. Nu [verzoeker01] procedeert op basis van een toevoeging blijven de verschotten beperkt tot het verschuldigde griffierecht.
4
De beslissing
ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 10 december 2022;
veroordeelt Benka om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoeker01] te betalen binnen
7 dagen na beschikking:
- de transitievergoeding van € 1.215,14 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 10 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- een billijke vergoeding van € 5.000,- bruto, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de veertiende dag na dagtekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
- het achterstallig salaris van € 15.618,60 bruto alsmede het salaris vanaf 1 oktober 2022 tot 10 december 2022, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW en vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag dat de bedragen zijn verschuldigd tot de dag der algehele voldoening;
- het achterstallige vakantiebijslag van € 1.296,34 bruto alsmede de vakantiebijslag vanaf 1 oktober 2022 tot 10 december 2022, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW en vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag dat de bedragen zijn verschuldigd tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt Benka in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker01] vastgesteld op € 86,00 aan verschotten en € 498,00 aan salaris voor de gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan die gemachtigde dient te worden voldaan;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.I. Mentink, kantonrechter, en heden in het openbaar uitgesproken.
821