vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer / rolnummer: C/10/638168 / HA ZA 22-407
Vonnis van 28 december 2022
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
2525 VENTURES B.V.
, handelend onder de naam Litebit.eu,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr. B.D. Bos te Rotterdam,
[gedaagde01]
,
wonende te [woonplaats01] ,
gedaagde,
advocaat mr. W. Suttorp te Rotterdam.
Partijen worden hierna Litebit en [gedaagde01] genoemd.
2.
De feiten
2.1.
Litebit is een cryptocurrency broker, dat wil zeggen dat zij voor klanten cryptocurrency fondsen beheert en klanten in staat stelt om cryptocurrencies te verhandelen via haar handelsplatform.
2.2.
Litebit hanteert algemene voorwaarden in de relatie met haar klanten. In deze algemene voorwaarden is, voor zover relevant, het volgende bepaald:
“
Artikel 12 LiteBit Wallets
Voor uw gemak biedt LiteBit een wallet-functie aan voor opslag en opname van uw cryptocurrency (een "LiteBit Wallet"). Een LiteBit Wallet is een digitale opslag waarin u uw cryptocurrency kunt opslaan.
(…)
LiteBit zorgt ervoor dat alle posities in cryptocurrency die in LiteBit Wallets wordt gehouden in haar boekhouding worden opgenomen. LiteBit houdt deze posities aan voor uw rekening en risico. Alle LiteBit Wallet-adressen zijn eigendom van LiteBit.
Door cryptocurrency te versturen naar een LiteBit Wallet, draagt u het eigendomsrecht van deze cryptocurrency over aan LiteBit. Bij het versturen van cryptocurrency naar uw LiteBit Wallet, krijgt u een vordering jegens LiteBit voor levering van dezelfde hoeveelheid cryptocurrency aan u.”
Artikel 16 Credits
LiteBit biedt de mogelijkheid om LiteBit-credits te kopen om transacties in verband met de Dienst te vergemakkelijken. Door credits te gebruiken kunnen transacties snel en zonder extra transactiekosten worden afgewikkeld. Credits kunnen worden aangekocht met fiatgeld of cryptocurrency.
Uw LiteBit-credits worden weergegeven als een rekeningsaldo dat is gekoppeld aan uw account (het "Credits-saldo"). Het Credits-saldo is geen bankrekening, elektronisch geld of type betaalmiddel. Het werkt als een prepaidsaldo voor het gebruik van de Diensten, en kan alleen worden uitgegeven bij LiteBit. Uw Credits-saldo kan alleen worden gebruikt voor het verkrijgen van cryptocurrency. Uw Credits-saldo is niet overdraagbaar. Uw Credits-saldo, of een deel daarvan, kan op verzoek in euro's worden terugbetaald.
Artikel 26 Beperking van aansprakelijkheid
Binnen de grenzen van het toepasselijk recht is LiteBit alleen aansprakelijk jegens u voor directe schade die het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van deze Gebruikersovereenkomst. Wij zijn niet aansprakelijk voor directe of indirecte schade die ontstaat in verband met deze Gebruikersovereenkomst, de Dienst (of het gebruik hiervan) of materiaal dat hiermee verband houdt.
(…)
Behalve in geval van opzettelijk wangedrag of bewuste roekeloosheid door het management of leidinggevend personeel van LiteBit, is de aansprakelijkheid van LiteBit in alle gevallen beperkt tot het door u voor de Dienst betaalde bedrag in de maand voorafgaand aan het moment dat de oorzaak van de schade zich heeft voorgedaan.”
2.3.
[gedaagde01] was werknemer van Litebit en had vanwege zijn functie toegang tot de cryptocurrency- en de klantenaccounts.
2.4.
Uit intern onderzoek van Litebit begin 2019 is gebleken dat [gedaagde01] cryptocurrencies heeft ontvreemd. Litebit heeft haar bevindingen over de verdwenen cryptocurrency vastgelegd in een onderzoeksrapport ‘Interne Fraude en Diefstal’. In het rapport is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“
Ad 3
.
Bevindingen
(…)
Door [gedaagde01] zijn in 2019 31 accounts verwijderd waarop een transactie of withdrawl heeft plaats gevonden.
16 van de 31 accounts zijn weliswaar gesloten terwijl dit volgens het beleid niet was toegestaan, maar er is geen aanleiding om aan te nemen dat [gedaagde01] aan deze accounts currency of Credits heeft onttrokken. Het activiteitenverloop wijst er in al deze gevallen op dat de klant zelf alle funds van het account heeft verwijderd. In alle gevallen ligt er een verzoek van de klant tot verwijdering van het account aan ten grondslag.
Bij 15 accounts zijn opvallende activiteiten waargenomen die sterk doen vermoeden dat [gedaagde01] de resterende cryptocurrency van de Litebit wallet naar een externe wallet heeft verplaatst en/of de resterende Credits heeft omgezet in cryptocurrency en vervolgens naar een externe wallet heeft verplaatst. De cryptocurrency zijn hiermee buiten het bereik van de eigenaar en van Litebit gekomen. Het betreft in totaal 32 transacties/withdrawls.
De eerste opvallende onttrekking heeft plaats gevonden op 3 april 2019.”
2.5.
Op 17 juli 2019 is [gedaagde01] tijdens een gesprek met de onderzoeksresultaten geconfronteerd. Hij heeft tijdens dit gesprek erkend dat hij cryptocurrencies heeft ontvreemd. Direct na het gesprek is [gedaagde01] op staande voet ontslagen.
2.6.
Litebit heeft in oktober 2019 naar aanleiding van nieuwe informatie het interne onderzoek heropend. De uit dit onderzoek blijkende bevinden heeft Litebit vastgelegd in het rapport ‘Aanvulling op Onderzoeksrapport’. In het rapport is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“Bevindingen
Er blijkt in het aanvullende onderzoek dat er, bovenop de in het primaire onderzoek geconstateerde accounts, nog eens bij 31 accounts credits of cryptocurrency zijn weggenomen. Het gaat om 161 nieuwe transacties. Dit brengt het totaal van getroffen accounts op 46. Het totaal aantal transacties betreft 193. De totale waarde (incl. transacties uit primaire onderzoek) van alle fraudeleuze transacties betreft € 152.842,14. Voor een specificatie van alle getroffen accounts en frauduleuze transacties zie het transactieoverzicht.”
2.7.
De politierechter heeft bij mondeling vonnis van 12 oktober 2020 (onder meer) diefstal door [gedaagde01] in de periode van 3 april tot en met 5 november 2019 bewezen geacht. Aan [gedaagde01] is bij een later vonnis een ontnemingsmaatregel ex artikel 36e Sr opgelegd, die inhoudt dat hij gehouden is tot het betalen van € 152.842,14 aan de Staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.8.
[gedaagde01] is bij brief van 22 maart 2022 gesommeerd om binnen 14 dagen de door Litebit geleden schade te betalen. Naar aanleiding van deze brief is door Litebit geen betaling ontvangen.
3. Het geschil
3.1.
Litebit vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om [gedaagde01] te veroordelen om aan Litebit te betalen:
I. een hoofdsom van € 152.842,14, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf
3 april 2019, althans vanaf 17 juli 2019;
II. een schadevergoeding ex artikel 6:96 lid 2 sub b BW van € 5.000,- te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 31 oktober 2019;
III. de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.303,42 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
IV. de (na)kosten van deze procedure.
3.2.
Litebit legt aan de vorderingen - kort samengevat - het volgende ten grondslag. Het ontvreemden van de cryptocurrency door [gedaagde01] is een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 BW. [gedaagde01] heeft in totaal € 152.842,14 aan het vermogen van Litebit onttrokken en is gehouden deze vermogensschade te vergoeden.
Nadat op 17 juli 2019 de diefstal door [gedaagde01] is ontdekt, heeft een aantal medewerkers van Litebit veel uren besteed aan het onderzoeken van de diefstal en de omvang daarvan. De medewerkers hebben deze uren niet kunnen besteden aan hun reguliere werkzaamheden. Het salaris dat Litebit hen over deze uren heeft moeten betalen, kwalificeert als schade in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub b BW. De omvang van deze schade wordt begroot op een bedrag van € 5.000,-.
Litebit heeft door middel van eerst gesprekken met [gedaagde01] , vervolgens het aanvragen van het faillissement van [gedaagde01] en uiteindelijk sommatie van [gedaagde01] getracht betaling van de schade door [gedaagde01] te bewerkstelligen. Er is geen betaling ontvangen. De buitengerechtelijke incassokosten worden conform de BIK staffel begroot op € 2.303,42.
3.3.
[gedaagde01] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Litebit, met veroordeling van Litebit bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4.
De beoordeling
I. Onrechtmatige daad en schade
4.1.
Litebit heeft haar vordering tot voldoening van de schade onderbouwd met haar interne onderzoeksrapporten. Hieruit volgt dat [gedaagde01] cryptocurrency heeft ontvreemd door middel van 193 frauduleuze transacties binnen 46 klantenaccounts. De totale waarde van alle fraudeleuze transacties betreft € 152.842,14. [gedaagde01] heeft deze gang van zaken en de gestelde totale waarde van de frauduleuze transacties niet betwist, zodat dit als vaststaand wordt aangenomen. Dit leidt tot het oordeel dat [gedaagde01] onrechtmatig jegens Litebit heeft gehandeld als bedoeld in artikel 6:162 BW. [gedaagde01] is daarmee in beginsel aansprakelijk voor de schade die Litebit daardoor lijdt.
4.2.
[gedaagde01] heeft betwist dat Litebit als gevolg van dit onrechtmatig handelen schade heeft geleden. [gedaagde01] voert ter onderbouwing daarvan aan dat Litebit geen eigenaar was van de ontvreemde cryptocurrency en dat op geen enkele wijze is onderbouwd dat er vermogen aan Litebit zou zijn onttrokken. Volgens [gedaagde01] is bovendien niet gebleken dat Litebit door haar klanten aansprakelijk is gesteld en schade aan hen heeft moeten vergoeden. Voor zover dit wel is gebeurd, had Litebit ter beperking van haar aansprakelijkheid een beroep moeten doen op artikel 26 van de algemene voorwaarden, aldus [gedaagde01] .
4.3.
In reactie op dit verweer heeft Litebit in de brief van 3 november 2022 aan de rechtbank en tijdens de mondelinge behandeling het volgende aangevoerd.
[gedaagde01] heeft cryptocurrency van de Litebit wallet naar een externe wallet verplaatst en/of credits omgezet in cryptocurrency en deze vervolgens naar een externe wallet verplaatst.
Cryptocurrency wordt door een klant altijd gehouden in een Litebit wallet. De crypto is eigendom van Litebit en de klant heeft op grond van artikel 12 van de algemene voorwaarden een contractuele vordering op Litebit voor levering van dezelfde hoeveelheid cryptocurrency. Teneinde die contractuele vordering van de klant te kunnen nakomen heeft Litebit na het ontdekken van de diefstal een hoeveelheid cryptocurrency met dezelfde samenstelling en omvang als de ontvreemde crypto’s teruggeplaatst in de accounts van de betreffende klanten.
Credits zijn feitelijk een prepaid saldo dat kan worden gebruikt bij de aankoop van crypto’s. Door het gebruik van credits kan er sneller worden gehandeld omdat de klant voorafgaand aan de koop niet eerst de koopprijs aan Litebit hoeft over te maken. De koop kan direct na instructie worden uitgevoerd waarbij betaling plaatsvindt door middel van credits. Gelet op het bepaalde in artikel 16 van de algemene voorwaarden was Litebit - teneinde aan haar verplichtingen jegens haar klanten te (kunnen blijven) voldoen - genoodzaakt het credit-saldo te herstellen door in de getroffen accounts credits terug te plaatsen met dezelfde hoeveelheid en waarde als de credits die [gedaagde01] ten behoeve van zijn diefstal heeft verbruikt.
Litebit heeft door middel van een bij de brief van 3 november 2022 overgelegd document geïllustreerd hoe het herstel van de waarde van accounts heeft plaatsgevonden.
4.4.
[gedaagde01] heeft de hiervoor beschreven door Litebit gestelde feitelijke situatie en werkwijze ten aanzien van (het herstel van) de Litebit-wallets en het credit-saldo niet weersproken. Gelet op het bepaalde in de artikelen 12 en 16 van de algemene voorwaarden is de rechtbank met Litebit van oordeel dat zij gehouden was om de uit de accounts van de klanten gestolen cryptocurrencies en credits uit eigen middelen aan te vullen zodat zij aan haar verplichtingen jegens haar klanten kon blijven voldoen. Hieruit volgt dat het Litebit is die vermogensschade heeft geleden en niet haar klanten. Het beroep van [gedaagde01] op de uit artikel 26 van de algemene voorwaarden voortvloeiende schadebeperkingsplicht gaat dan ook niet op. Dat artikel ziet immers op een beperking van de aansprakelijkheid voor schade van klanten.
4.5.
[gedaagde01] heeft ook nog aangevoerd dat hij de vordering van Litebit door middel van een betalingsregeling al bevrijdend afbetaalt aan het CJIB, zodat geen (opeisbare) vordering van Litebit jegens [gedaagde01] resteert. Uit het dossier volgt dat aan [gedaagde01] op de voet van artikel 36e Sr de verplichting is opgelegd om € 152.842,14 te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Voorts is niet in geschil dat [gedaagde01] een betalingsregeling met het CJIB heeft gesloten om dit bedrag in termijnen af te betalen en dat hij inmiddels al een deel heeft betaald. Dit gegeven laat echter onverlet dat [gedaagde01] in een civielrechtelijk procedure kan worden veroordeeld tot betaling van de door Litebit geleden schade. Teneinde te voorkomen dat [gedaagde01] , zoals hij vreest, twee maal een bedrag van € 152.842,14 moet betalen, is artikel 6:6:26 Wetboek van Strafvordering geschreven.
4.6.
Gelet op het voorgaande wordt de vordering van Litebit tot betaling van € 152.842,14 toegewezen.
4.7.
Litebit heeft wettelijke rente over dit bedrag gevorderd. Litebit vordert primair de wettelijke rente vanaf 3 april 2019 en subsidiair vanaf 17 juli 2019. Litebit was op 3 april 2019 nog niet op de hoogte van de diefstal. Litebit heeft na ontdekking daarvan [gedaagde01] op 17 juli 2019 met de fraude geconfronteerd en daar richting hem gevolgen aan verbonden. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om de wettelijke rente toe te wijzen vanaf 17 juli 2019.
4.8.
Litebit heeft daarnaast op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW een bedrag voor de kosten van het vaststellen van schade en aansprakelijkheid gevorderd. Het betreft een vergoeding voor de kosten van het intern onderzoek dat heeft geleid tot de onderzoeksrapporten.
4.9.
[gedaagde01] heeft de vordering betwist. Volgens [gedaagde01] is de vordering onvoldoende onderbouwd en is het bovendien onredelijk om kosten te vorderen voor onderzoek naar accounts waaruit geen cryptocurrencies zijn ontvreemd.
4.10.
Naar aanleiding van dit verweer van [gedaagde01] heeft Litebit als productie 14 bij haar brief van 3 november 2022 een overzicht van de door 3 van haar medewerkers aan het onderzoek bestede uren overgelegd. Dit overzicht sluit op een bedrag van € 9.232,92. Op de zitting heeft Litebit uitgelegd dat zij bij haar vordering aan de lage kant is gaan zitten omdat het kostenoverzicht bij gebreke van urenoverzichten een inschatting is en zij van mening is dat de gevorderde € 5.000,- hoe dan ook te verantwoorden is.
4.11.
De rechtbank is van oordeel dat Litebit haar vordering voldoende heeft onderbouwd. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het voor de hand ligt dat Litebit onderzoek heeft moeten doen naar de aard en omvang van de schade nadat zij de diefstal had ontdekt en dat dit onderzoek door eigen medewerkers uiteraard tijd kost die niet aan ander werk kan worden besteed. Dat daadwerkelijk het nodige onderzoek is gedaan blijkt ook uit de door Litebit in het geding gebrachte rapporten. De urenstaten heeft [gedaagde01] inhoudelijk niet betwist. Het ligt voor de hand dat Litebit ook kosten heeft gemaakt voor onderzoek naar accounts waarvan later bleek dat daaruit geen cryptocurrencies waren gestolen. Immers, voordat het onderzoeksresultaat bekend was, was nog niet duidelijk of uit het betreffende account vermogen was onttrokken. Het hierop betrekking hebbende verweer van [gedaagde01] wordt dan ook gepasseerd. Als hij het maken van deze kosten had willen voorkomen, had hij zelf vanaf het begin volledige openheid van zaken moeten geven. Dit heeft hij aantoonbaar niet gedaan.
4.12.
Gelet op het voorgaande wordt de vordering tot betaling van € 5.000,- toegewezen.
4.13.
De gevorderde wettelijke rente over de vordering vanaf 31 oktober 2019 is niet betwist en wordt toegewezen.
III. Buitengerechtelijke incassokosten
4.14.
Litebit vordert ten slotte een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 2.303,42.
4.15.
[gedaagde01] heeft de vordering betwist en voert daartoe aan dat de als productie 10 overgelegde sommatie niet kwalificeert als een correcte 14-dagenbrief.
4.16.
De gevorderde vergoeding komt niet voor toewijzing in aanmerking omdat in de aanmaning aan [gedaagde01] een onjuiste betalingstermijn is vermeld, namelijk betaling ‘binnen veertien (14) dagen nadat deze brief bij u is bezorgd’. Het is op grond van artikel 6:96 lid 6 BW vereist om in de aanmaning een betalingstermijn te geven van 14 dagen ingaande de dag na ontvangst van de aanmaning. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.
4.17.
[gedaagde01] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Litebit worden begroot op:
- dagvaarding € 105,31
- griffierecht € 5.737,00
- salaris advocaat €
3.414,00
(2 punten × € 1.707,00)
Totaal € 9.256,31
4.18.
Bij de proceskostenveroordeling kan nog een bedrag komen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
5.
De beslissing
De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan Litebit € 152.842,14 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 17 juli 2019 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde01] om aan Litebit € 5.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 31 oktober 2019 tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de zijde van Litebit tot op heden begroot op € 9.256,31,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2022.
[3070/1582]