De kantonrechter realiseert zich dat de rechtsoverweging in het tussenvonnis over de wettelijke verhoging bij [eiser01] de indruk gewekt kan hebben dat de wettelijke verhoging nog berekend zou moeten worden over de bonus.
De wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW kan pas verschuldigd zijn over een loonbetaling, als die betaling te laat is gedaan. In het tussenvonnis is niet vastgesteld dat de bonussen te laat betaald werden. De kantonrechter is van oordeel dat er in rechte ook niet van uit kan worden gegaan dat de bonussen te laat betaald werden. Voor zover nodig licht de kantonrechter dit als volgt toe.
Vooropgesteld wordt dat [eiser01] jaarlijks een bonus ontving en dat de uitkering daarvan gespreid ging vanaf het moment dat [eiser01] aanspraak maakte op de omzetbonus in plaats van de reguliere bonus.
Bij toekenning van de reguliere bonus werd er gebruik gemaakt van een discretionaire bevoegdheid. Nergens uit kan een afspraak tussen partijen worden afgeleid dat de reguliere bonus uiterlijk op een bepaald moment in het jaar zou moeten worden uitgekeerd. Dit brengt mee dat er geen moment van opeisbaarheid van de reguliere bonus kan worden aangenomen.
Wat betreft de omzetbonus zijn er geen, althans onvoldoende, aanknopingspunten voor de conclusie dat door [gedaagde01] afgeweken is van artikel 7:624 lid 4 BW, waarin - kort gezegd - is bepaald dat loon dat afhankelijk is van de boekhouding van een werkgever moet worden uitbetaald zodra het bepaalbaar is, maar minstens één keer per jaar. Over de bonussen is [gedaagde01] de wettelijke verhoging dus niet verschuldigd geworden aan [eiser01] .
Indien er al van zou moeten worden uitgegaan dat de omzetbonus niet altijd stipt op tijd betaald is, omdat er tijd is verstreken vanaf het moment dat omzet ontvangen is en de daarvan afhankelijke bonus aan [eiser01] is uitgekeerd, geldt het volgende. [eiser01] heeft voorafgaand aan deze procedure nooit het standpunt tegenover [gedaagde01] ingenomen dat een bonus niet op tijd aan hem betaald werd of hierover een vraag gesteld om het tijdstip helder te krijgen waarop de omzetbonus uiterlijk aan hem zou worden uitgekeerd, terwijl vaststaat dat [eiser01] zelf verantwoordelijk was voor de incasso van declaraties. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om, indien en voor zover de wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 verschuldigd is over een te late bonusbetaling, de wettelijke verhoging te matigen tot nihil.