3.1.
[verzoeker01] verzoekt – verkort weergegeven – veroordeling bij voorlopige voorziening voor de duur van het geding, tot doorbetaling van het salaris met emolumenten vanaf november 2022 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de wettelijke en andere verhogingen, en wedertewerkstelling zodra de bedrijfsarts [verzoeker01] arbeidsgeschikt heeft gemeld, op straffe van een dwangsom; en voorts:
-
primair
vernietiging van het ontslag op staande voet, veroordeling tot wedertewerkstelling
zodra de bedrijfsarts [verzoeker01] arbeidsgeschikt acht, op straffe van een dwangsom, en
veroordeling van Promelca tot betaling van het salaris met emolumenten vanaf november
2022 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd,
vermeerderd met de wettelijke en andere verhogingen, en de wettelijke rente;
-
subsidiair
veroordeling van Promelca tot betaling aan [verzoeker01] van een vergoeding
vanwege onregelmatige opzegging van € 2.773,22 bruto, de transitievergoeding van
€ 5.787,12 bruto en een billijke vergoeding van € 15.000,- bruto, alle te vermeerderen
met de wettelijke rente;
-
meer subsidiair
veroordeling van Promelca tot betaling van de transitievergoeding van
€ 5.787,12 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- veroordeling van Promelca tot betaling van € 664,10 aan buitengerechtelijke incassokosten,
vermeerderd met de wettelijke rente;
3.2.
[verzoeker01] baseert zijn verzoeken – samengevat weergegeven – op het volgende. Het ontslag op staande voet is nietig, nu het niet onverwijld is gegeven en er geen sprake is van een dringende reden. Er is meteen gegrepen naar het zwaarste middel. [verzoeker01] verliet weliswaar na de cursus het terrein en kwam pas later terug om uit te klokken, maar de tussentijd besteedde hij aan zijn opleiding zoals die overeengekomen was in de scholingsovereenkomst. Als [verzoeker01] toch berust in het ontslag verzoekt hij om een aantal vergoedingen, waaronder in elk geval een billijke vergoeding.
3.4.
Promelca baseert haar verzoeken – samengevat weergegeven – op het volgende. Er is primair sprake van verwijtbaar handelen van [verzoeker01] (artikel 7:669 lid 3 sub e BW). Subsidiair is er sprake van een verstoorde arbeidsverhouding (artikel 7:669 lid 3 sub g BW), Van Promelca kan niet worden verlangd dat de arbeidsovereenkomst voortduurt. [verzoeker01] heeft een aantal malen, samen met een collega, toen de cursusleider de cursusmiddag had beëindigd, het terrein verlaten zonder uit te klokken (anders dan de andere cursusdeelnemers die wel uitklokten) en kwam later terug om 17.00 uur of een paar minuten daarna, en klokte toen pas uit. Dit komt neer op frauduleus handelen. Het in- en uitklokken dient zorgvuldig te gebeuren. Niet alleen omdat Promelca tijdens een incident dient te weten wie zich op het bedrijfsterrein bevindt, maar ook hangen de salarisbetaling en de vergoeding van reiskosten en overuren samen met dit systeem. Promelca moet ervan uit kunnen gaan dat werknemers uitklokken als ze het terrein verlaten. Het frauderen met de kloktijden vormt de dringende reden voor het ontslag van [verzoeker01] . [verzoeker01] heeft tot drie keer toe een andere verklaring gegeven over de gebeurtenissen, wat Promelca sterkt in haar overtuiging dat er sprake is van frauduleus handelen. Omdat [verzoeker01] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, kan hij geen aanspraak maken op de transitievergoeding of een billijke vergoeding.