Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBROT:2023:3308

Rechtbank Rotterdam
14-04-2023
24-04-2023
10010124
Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Terugbetaling van teveel ontvangen salaris, geen bgk en geen proceskosten ivm rauwelijks dagvaarden

Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2023-0526
VAAN-AR-Updates.nl 2023-0526

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10010124 \ CV EXPL 22-22448

datum uitspraak: 14 april 2023

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Renewi Nederland B.V. ,

te Eindhoven,

eiseres,

gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.,

tegen

[gedaagde01] ,

te [plaats02] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

1. De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • -

    de dagvaarding van 13 juli 2022, met producties;

  • -

    het antwoord van gedaagde, met één productie;

  • -

    de akte van eiseres van 12 oktober 2022, met producties.

1.2.

Op 12 oktober 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was [naam01] namens eiseres aanwezig en gedaagde in persoon.

1.3

Na de mondelinge behandeling hebben partijen nog de volgende stukken ingediend:

- de akte van eiseres van 21 november 2022, met producties;

- de akte van gedaagde van 1 december 2022, met producties;

- de akte van eiseres van 10 maart 2023, naar aanleiding van de rolbeslissing van

17 februari 2023.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1

Eiseres heeft salaris over de gehele maand oktober 2021 aan gedaagde uitbetaald. Gedaagde heeft zijn arbeidsovereenkomst met eiseres tijdens de proeftijd opgezegd en heeft dus niet de gehele maand oktober 2021 bij eiseres gewerkt. Eiseres vordert daarom terugbetaling van het onverschuldigde deel aan salaris (een bedrag van € 687,16). Ondanks verzoeken en aanmaningen is gedaagde niet tot terugbetaling overgegaan. Eiseres was genoodzaakt om de vordering uit handen te geven en buitengerechtelijke incassokosten te maken en om gedaagde uiteindelijk te dagvaarden. De kosten die eiseres hiervoor heeft gemaakt, moeten door gedaagde worden betaald.

2.2

Gedaagde is het hier niet mee eens. Hij geeft aan dat hij niet op de hoogte was dat er teveel salaris aan hem was uitbetaald. Hij heeft niet tot 15 oktober 2021 gewerkt, maar nog vijf dagen extra. Dat is mondeling met zijn teamleider besproken. Verder is gedaagde het niet eens met alle kosten die erbij zijn gekomen. Gedaagde heeft geen brieven of betalingsherinneringen van eiseres ontvangen, ook niet van de incassogemachtigde van eiseres. De dagvaarding was het eerste wat gedaagde heeft ontvangen.

de hoofdsom

2.3

Partijen zijn het erover eens dat er over de gehele maand oktober 2021 salaris aan gedaagde is uitbetaald, terwijl gedaagde niet de gehele maand oktober 2021 heeft gewerkt. Partijen verschillen echter van mening over de exacte datum van uitdiensttreding en daarmee over de hoogte van het bedrag dat door gedaagde aan eiseres terugbetaald moet worden.

2.4

Volgens eiseres heeft gedaagde tot en met 15 oktober 2021 gewerkt. Zij verwijst daarbij naar de door haar overgelegde stukken waarin die datum als uitdiensttreding staat vermeld.

2.5

Gedaagde heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij na 15 oktober 2021 nog vijf dagen extra heeft gewerkt. Dat was mondeling met zijn teamleider besproken en per mail aan hem bevestigd.

2.6

De kantonrechter heeft gedaagde in de gelegenheid gesteld om zijn stelling dat hij na 15 oktober 2021 nog extra dagen heeft gewerkt nader te onderbouwen. Gedaagde heeft na de mondelinge behandeling een mailbericht van 20 oktober 2021 HR Support NL overgelegd, waarin het volgende staat: “Geachte Heer [gedaagde01] , Bij deze bevestigen wij u uit dienst treding per 22-10-2021. Hierbij is er mondeling overeengekomen dat u uw proeftijd nog af werkt”.

2.7

Vervolgens heeft de kantonrechter eiseres in de gelegenheid gesteld om onder meer te reageren op de door gedaagde overgelegde mailbericht van 20 oktober 2021. Eiseres heeft aangegeven dat zij na grondig onderzoek dit mailbericht niet in haar administratie heeft aangetroffen. Zij betwist dat dit mailbericht door haar aan gedaagde is gezonden. De voormalig teamleider betwist dat een afspraak is gemaakt dat gedaagde in de proeftijd nog zou doorwerken.

2.8

In het kader van hoor en wederhoor is de kantonrechter verplicht om eiseres de gelegenheid te geven te reageren op de overgelegde stukken van gedaagde. Indien dit niet gebeurt, zou dit tot gevolg hebben dat de door gedaagde overgelegde mailbericht niet in deze procedure kan worden meegenomen. Gedaagde is dus niet in zijn belangen geschaad, zodat zijn bezwaar niet terecht is.

2.9

De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde met het enkel overleggen van een mailbericht van 20 oktober 2021 – door eiseres betwist dat het door haar aan gedaagde is verzonden – onvoldoende heeft weersproken dat hij zijn werkzaamheden tot en met 15 oktober 2021 heeft verricht. Gedaagde heeft verder geen andere feiten of andere omstandigheden aangevoerd of bijvoorbeeld werkroosters overgelegd waaruit blijkt dat hij na 15 oktober 2021 daadwerkelijk nog werkzaamheden voor eiseres heeft verricht. Derhalve zal worden uitgegaan dat gedaagde tot en met 15 oktober 2021 heeft gewerkt en dat hij tot die datum recht heeft op betaling van het salaris. Hetgeen meer is uitbetaald, dient gedaagde aan eiseres terug te betalen.

2.10

Aan eiseres is de gelegenheid geboden om uitleg te geven hoe zij aan de hoofdsom van € 687,16 komt. Bij akte van 21 november 2022 heeft zij toegelicht hoe deze hoofdsom is opgebouwd. Gedaagde heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat hiervan zal worden uitgegaan. Het gevorderde bedrag van € 687,16 zal dan ook worden toegewezen.

de rente

2.11

De wettelijke rente van € 6,77 berekend tot en met 6 juli 2022 wordt toegewezen, omdat eiseres genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald.

de buitengerechtelijke kosten

2.12

Eiseres maakt aanspraak op de buitengerechtelijke kosten. Artikel 6:96 lid 6 BW vereist voor toewijzing van deze vordering dat gedaagde door eiseres kosteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen vanaf de dag na aanmaning, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling (hierna: de veertiendagenbrief). De veertiendagenbrief heeft pas werking als deze de schuldenaar ook daadwerkelijk bereikt (artikel 3:37 lid 3 BW). Het is aan eiseres om te bewijzen dat gedaagde de veertiendagenbrief heeft ontvangen en aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW is voldaan. Eiseres stelt op 3 januari 2022 de veertiendagenbrief aan gedaagde te hebben gestuurd. Doordat gedaagde de ontvangst hiervan betwist en niet is gebleken dat deze brief ook daadwerkelijk per aangetekende post of per aangetekende email is verzonden, kan niet worden vastgesteld dat deze brief door gedaagde is ontvangen en dus aan het vereiste van artikel 3:37 lid 3 BW is voldaan. Het enkele feit dat de door eiseres bedoelde brieven door haar (gemachtigde) zijn gezonden aan het juiste adres van gedaagde ( [adres01] in [plaats01] tot 1 maart 2022) wil nog niet zeggen dat deze gedaagde daadwerkelijk hebben bereikt. Nu eiseres hierover geen concreet bewijsaanbod heeft gedaan, wordt zij daarom niet tot het leveren van bewijs toegelaten. Er is niet voldaan aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW, zodat de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

2.13

Gedaagde is per 1 maart 2022 verhuisd naar zijn huidige adres in [plaats02] . De na 1 maart 2022 verzonden brieven naar het oude adres hebben gedaagde in ieder geval niet bereikt. Gedaagde was in oktober 2021 al uit dienst en van hem kan - 5 maanden na uitdiensttreding - niet worden verwacht dat hij nog een adreswijziging aan zijn ex-werkgever doorgeeft. Hoewel er in de sommatiebrieven staat vermeld dat het ook per e-mail is verzonden naar het emailadres van gedaagde, zijn de emails niet overgelegd. Ook hiermee staat dus niet vast dat deze mailberichten gedaagde hebben bereikt.

de proceskosten

2.14

Over de proceskosten geldt dat op grond van de wet de in het ongelijk gestelde partij moet worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu gedaagde ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding niet de hoofdsom had betaald, is hij terecht gedagvaard en komen deze kosten in beginsel voor zijn rekening. Dit kan anders zijn als hij rauwelijks – dus zonder eerdere aankondiging – is gedagvaard. Zoals hierboven is overwogen hebben geen van alle aanmaningen gedaagde bereikt. Dit betekent dat gedaagde rauwelijks is gedagvaard, zodat de kantonrechter aanleiding ziet om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 693,93, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 687,16 vanaf 7 juli 2022 tot de dag van volledige betaling;

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken.

821

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.