Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBROT:2023:554

Rechtbank Rotterdam
25-01-2023
01-02-2023
10129761
Arbeidsrecht
Beschikking

Aanzegverplichting geschonden door werkgever; veroordeling tot betaling van één maandsalaris

Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2023-0172
VAAN-AR-Updates.nl 2023-0172

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 10129761 \ VZ VERZ 22-12383

datum uitspraak: 25 januari 2023

Beschikking van de kantonrechter,

in de zaak van:

[verzoeker01] ,

wonende te [woonplaats01] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. A.M.T. Wigger,

tegen

Partner in Rail B.V. ,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ‘ [verzoeker01] ’ en ‘PiR’ worden genoemd

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, met bijlagen, dat op 5 oktober 2022 op de griffie is ontvangen;

  • -

    het deurwaardersexploot van 23 december 2022, waarbij het verzoekschrift is betekend en PiR is opgeroepen voor de mondelinge behandeling op 4 januari 2023 om 11:00 uur.

1.2.

De mondelinge behandeling is op 20 december 2022 aangehouden om de niet verschenen PiR bij deurwaardersexploot te laten oproepen voor de zitting van 4 januari 2023. Op die datum is de mondelinge behandeling vervolgens voortgezet in bijzijn van de in persoon verschenen [verzoeker01] , bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens PiR is toen, ondanks dat zij deugdelijk is opgeroepen, opnieuw niemand verschenen. Van hetgeen ter zitting is besproken heeft de griffier steeds aantekeningen gemaakt.

2 De feiten

[verzoeker01] , geboren op [geboortedatum01] , heeft van 10 januari 2022 tot 10 augustus 2022 op basis van een arbeidsovereenkomst voor de bepaalde tijd van zeven maanden bij PiR gewerkt in de functie van [functie01] . Het loon van [verzoeker01] bedroeg € 2.600,00 bruto per maand.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker01] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, PiR te veroordelen tot betaling van een aanzegvergoeding van € 2.600,00 bruto, te vermeerderen met wettelijke rente, met veroordeling van PiR in de proceskosten.

3.2.

Aan zijn verzoek heeft [verzoeker01] – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd. In strijd met artikel 7:668 lid 1 BW heeft PiR [verzoeker01] niet schriftelijk geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst uiterlijk één maand voordat de arbeidsovereenkomst op 10 augustus 2022 eindigde. Als gevolg van deze schending van de aanzegverplichting, maakt [verzoeker01] op grond van artikel 7:668 lid 3 BW aanspraak op een vergoeding gelijk aan het bedrag van één maandsalaris.

4 Het verweer

PiR heeft geen verweer gevoerd; zij heeft geen verweerschrift ingediend en niemand is namens PiR verschenen bij de mondelinge behandeling.

5 De beoordeling

Verzoekschrift tijdig ingediend

5.1.

Het verzoekschrift van [verzoeker01] is bij de rechtbank binnengekomen op 5 oktober 2022. Het verzoek is daarmee tijdig ingediend, namelijk binnen de in artikel 7:686a lid 4 sub e BW genoemde termijn van drie maanden na de dag waarop de verplichting op grond van artikel 7:668 lid 1 BW is ontstaan. De verplichting is in voornoemde zin ontstaan op de laatste dag dat PiR nog aan de verplichting van artikel 7:668 lid 1 BW had kunnen voldoen, te weten
9 juli 2022 (één maand voorafgaand aan het van rechtswege eindigen van het dienstverband).

Aanzegverplichting

5.2.

Op grond van artikel 7:668 lid 1 BW dient een werkgever een werknemer uiterlijk één maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt schriftelijk te informeren over het al dan niet voortzetten van de overeenkomst en, bij voortzetting, over de voorwaarden waaronder hij de arbeidsovereenkomst wil voortzetten. Deze zogenaamde aanzegverplichting geldt wanneer een arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een bepaalde tijd van zes maanden of langer, waarvan in de onderhavige casus sprake is. Indien een werkgever niet aan deze verplichting voldoet, is hij op grond van artikel 7:668 lid 3 BW een vergoeding aan de werknemer verschuldigd van één maandsalaris.

5.3.

De aanzegverplichting is een op de werkgever rustende verplichting die ertoe dient om werknemers tijdig duidelijkheid te bieden over hun positie. Door uiterlijk één maand voor het verstrijken van de overeengekomen tijd aan te geven of de arbeidsovereenkomst wel of niet verlengd zal worden, kan de werknemer tijdig maatregelen treffen, zoals het op zoek gaan naar ander werk. Nadrukkelijk is vereist dat de werkgever de aanzegging schriftelijk doet. Dit dient als waarborg om discussies achteraf te voorkomen. Een mondelinge aanzegging volstaat dus niet. Dit is door de Hoge Raad in een recent arrest expliciet bevestigd (ECLI:NL:HR:2022:1374).

5.4.

[verzoeker01] heeft onbetwist gesteld dat PiR niet aan de aanzegverplichting heeft voldaan. Het verzoek om PiR te veroordelen tot betaling van één maandsalaris van € 2.600,00 bruto ligt dan ook voor toewijzing gereed, nu dit verzoek de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt.

5.5.

De gevorderde wettelijke rente over bovengenoemde vergoeding zal als verzocht worden toegewezen.

Proceskosten

5.6.

PiR krijgt ongelijk en zal daarom worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kantonrechter stelt de proceskosten aan de kant van [verzoeker01] tot vandaag vast op € 244,00 aan griffierecht, € 100,27 aan betekeningskosten en € 498,00 aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 842,27.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt PiR om aan [verzoeker01] te betalen € 2.600,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige voldoening;

6.2.

veroordeelt PiR in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van [verzoeker01] vastgesteld op € 842,27;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.