RECHTBANK UTRECHT
Sector kanton
Locatie Amersfoort
zaaknummer: 609579 AE VERZ 09-5 MVV
beschikking d.d. 15 september 2009
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verder ook te noemen [verzoeker],
verzoekende partij
gemachtigde: mr. E.J. de Groot,
tegen:
de vereniging van eigenaars
Vereniging van Eigenaars '[verweerder]',
gevestigd te Baarn,
verder ook te noemen VVE [verweerder],
verwerende partij,
gemachtigde: mr. B. Cornelissen.
Verloop van de procedure
[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend.
Alle andere stemgerechtigden en de VVE zijn, conform het bepaalde in artikel 5:130 lid 3 BW bij name opgeroepen om op het verzoek te worden gehoord.
De VVE heeft een verweerschrift ingediend.
Het verzoek is ter zitting van 11 maart 2009 behandeld. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. Ter zitting hebben partijen verzocht om aanhouding van de zaak.
De behandeling van de zaak is voortgezet ter zitting van 2 september 2009.
Daarvan is aantekening gehouden.
Hierna is uitspraak bepaald.
De feiten
1.
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.
1.1
[verzoeker] is eigenaar van het appartementsrecht plaatselijk bekend als [verweerder] [nummer] te [woonplaats] (hierna: de woning). [verzoeker] heeft de woning sinds april 2005 in eigen gebruik.
1.2
Op 27 november 2008 heeft een vergadering plaatsgevonden van de algemene ledenvergadering van de VVE. In die vergadering heeft de VVE besloten op grond van het bepaalde in artikel 27 lid 1 van het splitsingreglement [verzoeker] het gebruik van de woning te ontzeggen. [verzoeker] was, hoewel hij daartoe bij brief van 6 november 2008 was uitgenodigd, niet ter vergadering aanwezig. In de brief van 2 december 2008 is [verzoeker] van het besluit op de hoogte gesteld.
Het verzoek
2.
[verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht het besluit tot ontzegging van het gebruik van zijn woning te vernietigen op grond van artikel 5:130 BW.
[verzoeker] heeft ter onderbouwing van zijn verzoek, samengevat en zakelijk weergeven, gesteld dat hij ruzie heeft met de voorzitter van de VVE. De voorzitter belt steeds maar de politie in verband met het gedrag van [verzoeker], terwijl zijn buren geen moeite met dat gedrag hebben. Bovendien is voor de vergadering van 27 november 2008 door het bestuur van de VVE onaanvaardbare druk op de overige stemgerechtigden uitgeoefend om te stemmen voor het besluit om [verzoeker] het gebruik van zijn woning te ontzeggen.
Bovendien is het besluit disproportioneel omdat de VVE niet eerst gebruik heeft gemaakt van een minder vergaande maatregel, zoals het opleggen van een boete of het opstarten van mediation. De gevolgen voor [verzoeker] zijn zeer groot: hij komt niet in aanmerking voor een huurwoning en kan geen andere woning kopen.
De privé-problemen van [verzoeker] zijn grotendeels opgelost en bovendien heeft hij weer werk. Het besluit is derhalve genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist op grond van artikel 2:15 BW, aldus begrijpt de kantonrechter [verzoeker].
Het verweer
3.
De VVE heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer komt, voor zover voor de beoordeling nodig, hierna aan de orde.
De beoordeling
4.
Artikel 2:15 lid 1 BW dat bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is - voor zover hier van belang - wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist.
Artikel 2:8 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkander moeten gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
De woorden “als zodanig” in artikel 2:8 lid 1 BW brengen met zich mede dat het antwoord op de vraag of de vergadering bij afweging van (ook) alle bij het besluit betrokken belangen van het betrokken lid in redelijkheid en naar billijkheid tot die besluiten heeft kunnen komen niet los kan worden gezien van de tussen de vergadering en dat lid bestaande relatie.
5.
De kantonrechter is van oordeel dat de VVE bij afweging van de bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit van 27 november 2008 heeft kunnen komen. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.
6.
De VVE heeft aan haar besluit - samengevat - mede de door [verzoeker] veroorzaakte overlast ten grondslag gelegd. Die overlast omvat geluidsoverlast door harde muziek, geschreeuw en gevloek vanuit de woning en in het gebouw, vernielingen van de voordeur en een ruit/raam van de woning, huisraad en een auto en onbehoorlijk en bedreigend gedrag jegens medebewoners van het gebouw en voorbijgangers.
De door de VVE overgelegde lijst van overlast over het jaar 2008 is omvangrijk. De op die lijst genoemde overlast komt bovendien voor een groot deel overeen met het door de politie verstrekte overzicht van overlastmeldingen (productie 4 bij het verweerschrift). Niet weersproken is dat [verzoeker] ook in de jaren 2006 en 2007 vergelijkbare overlast is veroorzaakt.
De kantonrechter is van oordeel dat de medebewoners een overlast van een dergelijke omvang niet behoeven te accepteren. Dat de lichamelijke en/of psychische gesteldheid van [verzoeker] zijn gedrag veroorzaken doet daar niet aan af. Dat de gestelde overlast zou zijn “opgeklopt” door de voorzitter van de VVE zoals - kort gezegd - [verzoeker] stelt is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat het bestuur van de VVE druk heeft uitgeoefend op de VVE om het ontzeggingsbesluit te nemen.
De kantonrechter is voorts van oordeel dat de VVE de belangen van [verzoeker] bij haar besluitvorming voldoende heeft meegewogen, ook al viel de besluitvorming uiteindelijk in het nadeel van [verzoeker] uit. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat de VVE [verzoeker] al bij aangetekende brieven van 21 januari en 8 mei 2008 heeft gesommeerd zijn overlast gevend gedrag te staken en de door hem aangerichte vernielingen aan voordeur en raam te herstellen en dat deze brieven zijn gevolgd door twee officiële waarschuwingen, bij aangetekende brieven van 29 mei en 26 augustus 2008 en een laatste aangetekende brief van 29 oktober 2008. [verzoeker] is er in die brieven herhaaldelijk op gewezen dat wanneer zijn gedrag niet zou verbeteren, de VVE de procedure tot ontzegging van het gebruik van zijn woning zou starten. Uit de brieven en de notulen van de vergaderingen van de VVE in 2008 blijkt dat de VVE zich wel degelijk voldoende rekenschap heeft gegeven van de ingrijpende gevolgen voor [verzoeker] van de ontzegging.
7.
Wat betreft de door de VVE aan haar besluit ten grondslag gelegde (afwegingen terzake de) betalingsachterstand overweegt de kantonrechter als volgt.
Niet weersproken is dat sinds medio 2006 een aanzienlijke achterstand in de betaling van de door [verzoeker] verschuldigde voorschotbijdragen in de servicekosten is ontstaan en dat de VVE [verzoeker] herhaaldelijk heeft gesommeerd de voorschotbijdragen te voldoen.
De kantonrechter is van oordeel dat de VVE, mede in het licht van het hiervoor genoemde gedrag van [verzoeker], in redelijkheid en billijkheid de betalingsachterstand aan haar besluit ten grondslag heeft kunnen leggen.
8.
De kantonrechter deelt niet de stelling van [verzoeker] dat de VVE te snel naar het middel van de ontzegging van het gebruik heeft gegrepen. De VVE (en haar bestuur) hebben, zo blijkt uit de gedingstukken, herhaaldelijk en al dan niet met behulp van de politie, getracht [verzoeker] te bewegen tot verbetering van zijn gedrag en tot nakoming van zijn verplichtingen. De kantonrechter vermag niet inzien hoe een boetebepaling of mediation wel tot resultaat hadden kunnen leiden. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat de VVE en [verzoeker] ter zitting van 11 maart 2009 een aantal zeer specifieke afspraken hebben gemaakt - onder meer - over door [verzoeker] het nemen stappen tot verbetering van zijn gedrag, tot herstel van de relatie met zijn medebewoners, tot vervanging van zijn voordeur, en tot herstel van zijn raam en het schilderwerk en tot voldoening van zijn betalingsachterstand, maar dat [verzoeker] zich aan geen enkele afspraak heeft gehouden, dan wel geen enkele afspraak binnen de daartoe gestelde termijn is nagekomen.
9.
Het verzoek tot vernietiging van het besluit van 27 november 2008 zal op grond van het voorgaande worden afgewezen. De kantonrechter ziet aanleiding de [verzoeker] te veroordelen in de proceskosten.
Beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af;
- veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten aan de zijde van de VVE, tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 600,- ( 3 punten à € 200,-) aan salaris gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.F. van Vugt, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 september 2009.