RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
zaak/rolnr.: 9383315 CV EXPL 21-2757
de vennootschap onder firma De Buitenhorst V.O.F.,
gevestigd en kantoorhoudende te Schaijk,
eiseres, verder te noemen: “De Buitenhorst”,
gemachtigde: mr. [naam 1] , werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand,
de besloten vennootschap JaLipe B.V., handelende onder de naam De Besparingsconsulent,
statutair gevestigd te ’s-Hertogenbosch, kantoorhoudende te (5271 KM) Sint-Michielsgestel,
gedaagde, verder te noemen: “JaLipe”,
vertegenwoordigd door: de heer [naam 2] .
2 Het geschil
2.1.
De Buitenhorst vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
primair:
JaLipe te veroordelen tot betaling van € 1.932,17, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.680,15 vanaf 20 maart 2021, althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag dat alles is betaald;
subsidiair:
JaLipe te veroordelen tot betaling van een naar redelijkheid vast te stellen bedrag aan hoofdsom en een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel incassokosten;
zowel primair als subsidiair:
JaLipe te veroordelen in de proceskosten.
2.2.
JaLipe concludeert tot afwijzing van de vordering, dan wel deze te matigen, met veroordeling van beide partijen in de door henzelf gemaakt proceskosten.
3 De beoordeling
3.1.
De Buitenhorst legt – samengevat – het volgende aan haar vordering ten grondslag. Partijen hebben op 5 februari 2018 een overeenkomst gesloten voor de bemiddeling voor het afsluiten van een voordeliger energiecontract, voor een periode van 31 december 2018 tot en met 31 december 2022. Hierbij is een 8% besparing afgesproken. JaLipe is tekort gekomen in de nakoming van deze overeenkomst. JaLipe dient daarom een bedrag van € 1.680,15 te betalen aan schadevergoeding, te vermeerderen met rente en kosten, aldus De Buitenhorst.
3.2.
JaLipe voert – samengevat – als het verweer dat er geen overeenkomst is gesloten met De Buitenhorst, waarvoor JaLipe aansprakelijk kan worden gehouden. Voor het geval dat de kantonrechter van oordeel is dat er wel sprake is van een rechtsgeldig gesloten overeenkomst voert JaLipe als verweer aan dat De Buitenhorst haar schade had kunnen beperken, omdat er alternatieven zijn geboden.
3.3.
Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen partijen.
3.4
De Buitenhorst heeft ter onderbouwing van de door haar gestelde overeenkomst onder meer gewezen op:
- een door De Buitenhorst ondertekende overeenkomst/volmacht van 5 februari 2018 aan De Besparingsconsulent tot, kort gezegd, het afsluiten van een nieuwe leveringsovereenkomst voor energie tegen de gegarandeerde besparing van minimaal 8%;
- het daarna door haar ontvangen schrijven, waarin onder meer is vermeld “Wij hebben de machtiging voor het realiseren van de besparing in goede orde ontvangen. Namens De Besparingsconsulent heten wij u welkom en danken we u voor het in ons gestelde vertrouwen! Wij zijn bezig met de voorbereiding en zullen de afspraken conform de machtiging zorgvuldig uitvoeren”;
- het uittreksel uit de Kamer van Koophandel, waaruit volgt dat de handelsnaam van JaLipe is “De Besparingsconsulent”;
- de mailwisseling in juni, november en december 2018 tussen De Buitenhorst en [e-mailadres 1] en [e-mailadres 2] met betrekking tot een nieuw energiecontract.
JaLipe weerspreekt niet dat “De Besparingsconsulent” de handelsnaam van JaLipe was en dat De Buitenhorst op 5 februari 2018 een overeenkomst/volmacht heeft ondertekend. Zij voert aan dat het enkele feit dat op briefpapier van “De Besparingsconsulent” een overeenkomst/volmacht is uitgegaan dat nog niet betekent dat die overeenkomst tot de verantwoordelijkheid van JaLipe B.V. gerekend kan worden en wijst daarbij op het ontbreken van het Kamer van Koophandelnummer en een handtekening van Jalipe op de overeenkomst/volmacht. Gelet echter op het feit dat De Buitenhorst onbetwist ook een schrijven heeft ontvangen, zoals hiervoor weergegeven, waarin de ontvangst van de overeenkomst/volmacht (machtiging) wordt bevestigd en Jalipe niet betwist dat dat schrijven van haar afkomstig is en tevens gezien het feit dat JaLipe niet betwist dat in 2018 tussen partijen emailcorrespondentie is gevoerd over de uitvoering van de overeenkomst heeft JaLipe onvoldoende onderbouwd dat zij de overeenkomst niet heeft gesloten en wordt haar verweer daarom gepasseerd. De kantonrechter gaat er hierna dan ook van uit dat een overeenkomst zoals gesteld door De Buitenhorst tussen partijen is gesloten.
3.4.
De Buitenhorst stelt dat deze overeenkomst inhoudt dat tussen partijen een resultaatverbintenis is overeengekomen, op basis waarvan JaLipe zou bemiddelen voor het afsluiten van een voordeliger energiecontract voor De Buitenhorst, tegen een (minimaal) gegarandeerde besparing van 8%. JaLipe voert hier geen verweer tegen, waardoor de kantonrechter hier van uit gaat. Tussen partijen staat eveneens vast dat dit resultaat niet is gehaald. Er is dus sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst aan de zijde van JaLipe, waarbij sprake is van verzuim aan de zijde van JaLipe.
3.5.
De Buitenhorst vordert op grond hiervan schadevergoeding. Voor zover JaLipe aanvoert dat zij niet gehouden is schadevergoeding te betalen omdat zij De Buitenhorst nooit heeft gefactureerd en er geen sprake is geweest van betaalverkeer tussen partijen kan de kantonrechter haar hierin niet volgen. JaLipe heeft in het kader van de overeenkomst onbetwist opgetreden als intermediair en haar inkomsten/vergoeding genoot zij vanuit de energieleverancier na een succesvolle overstap en niet vanuit, in dit geval, De Buitenhorst. Het enkele feit dat er geen factuurrelatie is maakt niet dat JaLipe gelet op de gestelde tekortkoming en het verzuim niet schadeplichtig zou zijn.
3.6
De Buitenhorst heeft de schade berekend op € 1.680,15. Deze berekening wordt niet door JaLipe weersproken, waardoor de kantonrechter dit bedrag als uitgangspunt neemt bij de begroting van de schade. JaLipe heeft in dit kader aangevoerd dat De Buitenhorst de schade had kunnen beperken door mee te gaan in de alternatieve voorstellen die JaLipe heeft gedaan (o.a. Greenchoice), die weliswaar geen 8%, maar wel enige besparing zouden opleveren. De Buitenhorst betwist niet dat die voorstellen zijn gedaan.
JaLipe heeft in dit geval niet duidelijk gesteld wat dan precies de besparing zou zijn geweest, maar heeft wel naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat De Buitenhorst haar schade had kunnen beperken door één van die voorstellen te aanvaarden. Gelet op deze schadebeperkingsplicht begroot de kantonrechter de toewijsbare schade in dit geval op € 1.250,-.
3.6.
De wettelijke rente zal, als niet weersproken door JaLipe, worden toegewezen over dit bedrag van € 1.250,- vanaf 20 maart 2021 tot aan de dag van volledige betaling.
3.7.
De Buitenhorst vordert een bedrag van € 252,02 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat De Buitenhorst voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De kantonrechter wijst in dit geval een bedrag aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toe tot het wettelijke tarief dat hoort bij het aan hoofdsom toegewezen bedrag, te weten € 187,50 (exclusief btw).
3.8.
JaLipe zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van De Buitenhorst berekend op € 971,67, bestaande uit € 507,- griffierecht, € 90,67 explootkosten (inclusief informatiekosten) en € 374,- gemachtigdensalaris (twee keer een punt van € 187,- voor de dagvaarding en repliek. Voor de akte van De Buitenhorst wordt geen salaris toegekend, omdat deze geen bijzondere inhoud heeft.
4 De beslissing
veroordeelt JaLipe om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan De Buitenhorst te betalen een bedrag van € 1.437,50, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.250,- vanaf 20 maart 2021 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt JaLipe in de kosten van dit geding, aan de zijde van De Buitenhorst tot op heden begroot op € 971,67, daarin begrepen een bedrag van € 374,- als salaris voor de gemachtigde van De Buitenhorst;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2022.