RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10282736 \ CV EXPL 23-141
Vonnis (bij vervroeging) van 2 augustus 2023
[eiser01]
,
te [plaats01] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser01] ,
gemachtigde: mr. E. den Hartog,
(bij vervroeging)
tegen
[gedaagde01] B.V.
,
te [plaats02] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde01] ,
gemachtigde: mr. I.C.M. van de Kerkhof.
1
De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 februari 2023
- de akte van [eiser01] met aanvullende producties
- de ter zitting overhandigde en voorgedragen pleitaantekeningen van [eiser01]
- de mondelinge behandeling van 6 juli 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2
De feiten
Tussen partijen staan de volgende relevante feiten vast:
-
op 1 april 2020 is [eiser01] in zijn nieuwe functie als GOV (Government) Business Product Owner bij [gedaagde01] gestart naar aanleiding van de door beide partijen op 19 maart 2023 ondertekende arbeidsovereenkomst. Voor 1 april 2020 bekleedde hij de functie van Chief Technology Officer bij [gedaagde01] ;
-
in de tussen partijen op 19 maart 2023 gesloten arbeidsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
“
Artikel 6a – Bonusregeling
1.
Of nieuw business in aanmerking komt voor deze bonusregeling, wordt enkel en alleen door Werkgever beoordeeld en gekwalificeerd. Ingeval Werknemer zekerheid wil verkrijgen of de door hem ontwikkelde c.q. verworven business voor de bonusregeling in aanmerking komt, kan Werknemer schriftelijk en met voldoende onderbouwing dit vooraf ter beoordeling voorleggen aan Werkgever. In de beoordeling zal worden meegenomen of de door Werknemer voorgelegde business een voortvloeisel is dan wel voortkomt uit bestaande projecten, contacten en relaties die ok bediend worden door anderen binnen [gedaagde01] . Indien dat het geval is, komt de voorgelegde business niet in aanmerking voor de bonusregeling. Werkgever zal binnen 1 week uitsluitsel geven.
2.
Voor Werkgever is een bonusregeling van toepassing voor nieuw door Werknemer vanaf 1 april 2020 ontwikkelde c.q. verworven business voor [gedaagde01] c.s. Bestaande contracten en projecten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
(griffier: hierna BuZa)
in het kader van eKassa of daarmee toekomstige samenhangende en/of daaruit voortkomende en/of daaraan gelieerde contracten en projecten vallen in ieder geval buiten de regeling.
3.
De bonus bedraagt 3% van de gerealiseerde omzet van de nieuwe business, over een periode van 12 maanden na ingang van nieuwe projecten en/of verkochte licenties die Werknemer verwerft voor Werkgever.
4.
Als gerealiseerde omzet wordt beschouwd: de omzet die in het betreffende kalenderjaar is gefactureerd en uiterlijk binnen 60 dagen na ommekomst van de in punt 3 gestelde periode van 12 maanden ook daadwerkelijk betaals is aan Werkgever. Indien niet aan deze voorwaarde is voldaan, komt deze voor de bonusregeling niet in aanmerking.
5.
De administratie van Werkgever zal jaarlijks de nodige rapportage opmaken die ter bewijs zal dienen voor het bepalen van de hoogte van de variabele beloning.´
[eiser01] heeft op 23 januari 2020 het volgende e-mailbericht aan dhr. [naam01] gestuurd:
“(…) Ik heb even met Sales en Developement naar je input gekeken en ik heb mijn opmerkingen in het groen bijgevoegd met de onderbouwing vanuit de offerte en de emailwisselingen. Project is opgesplitst in twee delen: deel 1 as is en deel 2 PCI compliant als dit later moet worden toegevoegd op basis van de requirements van Geldmaat en G4S. Hoop dat de project scope voor Geldmaat deel 1 nu past bij je beeldvorming zoals die door de tijd gedurende 2019 aangepast en veranderd is. (…)”;
[gedaagde01] heeft op 24 februari 2020 een inkooporder met [nummer01] van [bedrijf] ontvangen;
op 19 maart 2020 heeft een call plaatsgevonden tussen [eiser01] en de heer [naam02] waarbij onder meer is gesproken over de bonusregeling;
op 27 maart 2020 heeft [eiser01] om 11:58 uur het volgende bericht gestuurd aan (medewerkers van) [gedaagde01] :
“(…) Beste Dame en Heren, Hierbij het Geldmaat Business Requirements overdrachtsdocument voor de interne organisatie zoals besproken vorige week met [naam03] . Kunnen jullie dit Geldmaat project aub meenemen in de interne [gedaagde01] overlegstructuren en via het interne proces het project op de development agenda plaatsen. Mochten er nog vragen zijn over de business requirements dan hoor ik die uiteraard graag. Jullie kunnen mij intern vragen blijven stellen. Voor [bedrijf] is het belangrijk dat zij zo snel als mogelijk een [gedaagde01] contactpersoon krijgen die het aanspreekpunt gaat vormen voor dit Geldmaat project. (…)”
eventueel verklaring [naam02] opnemen over de call op 19 maart 2020
Door [naam01] (werkzaam bij [bedrijf] ) is op 1 juli 2020 aan dhr. [naam02] en dhr. [naam04] het volgende e-mailbericht gestuurd:
“Heren Ik heb akkoord van [naam05] . (…)”
op 21 februari 2022 om 10:42 uur heeft [naam03] ( [gedaagde01] ) aan [eiser01] een
e-mailbericht gestuurd waarin onder meer het volgende is vermeld:
“(…)
-
Zie bijgaande bonusregeling zoals is opgenomen in jouw arbeidsovereenkomst die per 1 april 2020 is ingegaan.
Het geldmaat project is in februari 2020 officieel via een inkooporder bevestigd en gestart. Dit project valt niet binnen de overeengekomen voorwaarden van de bonusregeling. De regeling heeft namelijk betrekking op nieuwverworven business per 1 april 2020. Daar is hier geen sprake van.
-
Het verzoek tot deze bonusuitkering kan niet worden gehonoreerd, want dit project valt buiten de bonusregeling die met jou is overeengekomen. (…)”
hierop reageert [eiser01] als volgt op 21 februari 2022 om 21:04 uur:
(…) Het project Geldmaat is door mij binnengehaald en als project met [project] gestart in april 2020. Ik heb op 28 maart 2020 nog de business requirements op papier gezet voor Geldmaat voor de interne organisatie als overdracht. Op 7 april 2020 heb ik je nog gemaild [naam03] , dat de interne overdracht smooth verliep (zie Geldmaat bijlagen). De inkooporder (bijlage Inkooporder [nummer01] ) was nodig omdat [naam06] alles vooruit wilde laten betalen door de klant [bedrijf] . In dit geval was dit nodig om de unattended terminal hardware tijdig te kunnen bestellen bij ingenico voor levering in mei 2020, dat staat expliciet ook vermeld in de order. In de bijlage die je meestuurt, lees ik iets anders. Ik lees hier dat het gaat om nieuw c.q. verworven business die gekoppeld is aan gefactureerde omzet. De bonus gaat dus over gerealiseerde omzet binnen 12 maanden. Het Geldmaat project is dus wel degelijk gestart na 1 april 2020 en valt onder de bonusregeling van 3%. (…)”
de heer [naam02] heeft op 2 november 2020 de volgende verklaring afgelegd over de call die hij op 19 maart 2020 met [eiser01] heeft gehad:
“ [eiser01] en ik hebben besproken in de call dat op de vraag van [eiser01] of hij dan aanspraak kon maken op geldmaat en de PSP koppeling omzat van BuZa, heb ik geantwoord dat die projecten daar buiten vielen omdat de werkzaamheden voor die projecten al eerder zijn aangevangen, dus dat deze regeling alleen voor nieuwe verworven omzet/projecten zou gelden. In eerste aan leg was hij het daar niet mee eens en ik heb hem toen uitgelegd dat hij voor die werkzaamheden feitelijk al betaald was op basis van de oude overeenkomsten/hoger salaris die hij daarvoor reeds ontvangen had. Deze call heeft plaatsgevonden in de periode voorafgaand aan de totstandkoming van de nieuwe arbeidsovereenkomst met [eiser01] . De call heeft op 19 Maart plaatsgevonden, voorafgaande aan mijn ondertekening, welke vervolgens door [eiser01] een dag later is getekend geretourneerd.”
3
Het geschil
3.1.
[eiser01] vordert [gedaagde01] te veroordelen tot betaling aan [eiser01] van een bedrag van € 21.480,75, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW alsmede vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2021 en veroordeling van [gedaagde01] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening.
3.2.
[eiser01] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij op grond van artikel 6a lid 2 en 3 van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst een bonus tegoed heeft van
€ 21.480,75 voor het project Geldmaat. Allereerst licht [eiser01] toe dat de bonusregeling onder meer is overeengekomen om het lagere salaris van de nieuwe functie te kunnen compenseren en dat over deze regeling nauwelijks is onderhandeld. [eiser01] stelt dat project Geldmaat onder de bonusregeling valt van voornoemd artikel om de volgende redenen. Project Geldmaat is niet expliciet uitgezonderd van de bonusregeling zoals dat wel uitdrukkelijk is gedaan met een aantal andere projecten en contracten. Dat impliceert dat Geldmaat wel onder deze regeling valt. [eiser01] betwist dat in het telefoongesprek met dhr. [naam02] voorafgaand aan de overeenkomst door [naam02] is gezegd dat Geldmaat niet onder de bonusregeling valt. Daarnaast omvat de bonusregeling vage termen als ‘business’, ‘projecten’, ‘contacten’ en ‘relaties’, die niet nader zijn gespecificeerd. Dit maakt dat de hele regeling onduidelijk is. Bovendien duidt lid 1 van voornoemd artikel op willekeur nu is opgenomen dat enkel en alleen door de werkgever wordt beoordeeld en gekwalificeerd of nieuwe business in aanmerking komt voor de bonusregeling. Er is geen objectieve grondslag opgenomen wanneer bepaald wordt of een project/business wel of niet onder de bonusregeling valt. [gedaagde01] meet zichzelf hiermee een discretionaire bevoegdheid toe en dit dient te worden getoetst aan de norm van goed werkgeverschap. Naar het oordeel van [eiser01] mocht hij er gelet op deze norm op vertrouwen dat hij een bonus zou krijgen voor de business die hij had ontwikkeld. Verder stelt [eiser01] dat uit de door hem ingebrachte producties 14 en 15 volgt dat er nog allerlei punten openstaan in de onderhandelingen en dat Geldmaat daarom nog geen bestaande business of bestaand project was. Ook na 1 april 2020 moest nog van alles ontwikkeld worden. Kort gezegd valt het project Geldmaat volgens [eiser01] wel onder de bonusregeling omdat het project pas na 1 april 2020 daadwerkelijk is gaan lopen en er akkoord op is gegeven door de opdrachtgever.
3.3.
[gedaagde01] voert verweer. Zij betwist dat [eiser01] een bonus tegoed heeft. Project Geldmaat valt haar inziens niet onder de bonusregeling, onder meer omdat het project Geldmaat geen nieuw ontwikkelde dan wel nieuw verworven business betreft per
1 april 2020. Dit wordt door haar als volgt onderbouwd. Uit de door [eiser01] verstuurde e-mailberichten van 14 oktober 2019 en 23 januari 2020 volgt dat hij zich vanaf 2019 bezighield met het ontwikkelen dan wel verwerven van het project Geldmaat, dus ruim voor 1 april 2020 en dat het project dus al in 2019 is gestart. Daarnaast voert zij aan dat de inkooporder voor dit project op 24 februari 2020 is ontvangen. Dit vormt een bevestiging dat het project in de daaraan voorafgaande periode is ontwikkeld/verworven. Ook heeft [eiser01] het project Geldmaat op 27 maart 2020 intern overgedragen middels een uitgebreid overdrachtsdocument. In het door [eiser01] op 31 maart 2020 gestuurde e-mailbericht staat dat [gedaagde01] de opdracht (tot het leveren van 550 iSelfs) had geaccepteerd, wat onderdeel vormde van de uitvoering van project Geldmaat. Dit duidt erop dat de fase van ontwikkeling/verwerving op 31 maart 2020 al was afgesloten. Bovendien is de bonusregeling gekoppeld aan de nieuwe functie van [eiser01] die hij per 1 april 2020 bekleed binnen het domein overheden. In de nieuwe functie had hij dus ook niets meer met het project Geldmaat van doen. Uit onder meer het door hem verstuurde e-mailbericht van 27 maart 2020 waarin het overdrachtsdocument is opgenomen blijkt dat hij alles intern heeft overgedragen. De bonusregeling kan dan ook niet zien op werkzaamheden die hij voorafgaand aan 1 april 2020 heeft verricht tot dit project in zijn oude functie. Bovendien bestond er in zijn oude functie, voor 1 april 2020, geen bonusregeling.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4
De beoordeling
4.1.
De vraag die voorligt is of het project Geldmaat onder de bonusregeling valt zoals vermeld in artikel 6a lid 2 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst die op
19 maart 2020 door beide partijen is ondertekend. Als voornoemde vraag bevestigend wordt beantwoord dient vervolgens beoordeeld te worden wat de hoogte van de bonus moet zijn.
4.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter valt project Geldmaat niet onder de bonusregeling en zal de vordering daarom worden afgewezen. Daartoe is het volgende redengevend.
Is er onderhandeld over de bonusregeling?
4.3.
Hoewel door [eiser01] is gesteld dat nauwelijks over de arbeidsovereenkomst en de bonusregeling in het bijzonder is onderhandeld, erkent [eiser01] wel dat de functie, het bijbehorende salaris en de bonusregeling zijn besproken. Dat de bonusregeling onder meer is afgesproken zodat er voor [eiser01] een mogelijkheid was om zijn lagere salaris in de nieuwe functie ten opzichte van zijn oude salaris te kunnen compenseren is door [gedaagde01] niet betwist en staat ook niet ter discussie. Ter zitting heeft [eiser01] kenbaar gemaakt dat hij weliswaar de arbeidsovereenkomst heeft getekend maar gezien zijn ziekte destijds onvoldoende aandacht heeft gehad voor de kern van de inhoud, onder meer de inhoud van artikel 6a lid 1. Dat door [gedaagde01] wordt bepaald of nieuwe business voor de bonusregeling in aanmerking komt, maakt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat sprake is van strijd met goed werkgeverschap. [eiser01] is immers in de gelegenheid gesteld zich over de inhoud van de arbeidsovereenkomst uit te laten. Hij heeft hierover onder meer met dhr. [naam02] een gesprek gevoerd waarbij tevens is besproken welke projecten wel of niet onder de bonusregeling vielen. Ter zitting is gebleken dat partijen van mening verschillen over de inhoud van het gesprek in die zin of is gezegd dat project Geldmaat wel of niet onder de bonusregeling valt. Echter is niet betwist door partijen dat project Geldmaat is genoemd tijdens het gesprek tussen [eiser01] en dhr. [naam02] . Gelet op het voorgaande concludeert de kantonrechter dat door partijen is onderhandeld over de inhoud van de arbeidsovereenkomst. Dat [eiser01] door zijn ziekte destijds mogelijk onvoldoende aandacht heeft gehad voor de inhoud van bepaalde onderdelen hiervan, meer specifiek artikel 6a lid 1, dan wel zich onvoldoende bewust is geweest van de consequenties van bepaalde onderdelen van de arbeidsovereenkomst komt voor zijn rekening en risico en kan [gedaagde01] niet worden tegengeworpen.
Valt Project Geldmaat onder de bonusregeling?
4.4.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan het project Geldmaat niet gezien worden als ontwikkelde dan wel verworven business voor [gedaagde01] vanaf 1 april 2020. Daartoe acht de kantonrechter het volgende van belang.
4.5.
Vast staat dat de bonusregeling is gekoppeld aan de nieuwe functie die [eiser01] is gaan bekleden per 1 april 2020 en die betrekking heeft op het domein overheid. De kantonrechter is van oordeel dat de bonusregeling alleen daarom al niet op project Geldmaat van toepassing kan zijn omdat dit project buiten het domein overheid viel. Project Geldmaat betrof namelijk een samenwerking tussen banken. Daar komt bij dat het niet mogelijk is om een bonusregeling met terugwerkende kracht toe te passen in een periode waarin [eiser01] een andere functie vervulde. In de oude functie was namelijk geen bonusregeling afgesproken. Bovendien zijn de werkzaamheden van [eiser01] voor project Geldmaat geëindigd met zijn e-mailberichten van 27 maart 2020 waarin hij een uitgebreide interne overdracht heeft gedaan. Dat hij in de eerste weken van april 2020 nog verschillende vragen van collega’s over het project heeft beantwoord maakt dit niet anders.
Het is naar het oordeel van de kantonrechter ook niet relevant wat er precies is gezegd tijdens het gesprek dat [eiser01] en [naam02] met elkaar hebben gehad op 19 maart 2020. Weliswaar is project Geldmaat niet expliciet uitgesloten in de bonusregeling, maar dit was naar het oordeel van de kantonrechter ook niet nodig omdat [eiser01] in een ander domein ging werken in een andere functie met daarbij andere werkzaamheden en verantwoordelijkheden. De kantonrechter volgt het standpunt van [gedaagde01] dat het project Geldmaat weliswaar niet uitdrukkelijk is uitgesloten in de bonusregeling, maar dat de woorden “in ieder geval” ruimte houden voor meer uitsluitingen en de in de regeling opgenomen uitzonderingen dus niet limitatief zijn.
4.6.
Daarnaast volgt uit de door partijen overgelegde e-mailberichten dat [eiser01] zich al vanaf het jaar 2019 bezig heeft gehouden met het project Geldmaat en hij onderdeel is geweest van het team dat dit project op heeft gezet. Hoewel door [eiser01] wordt gesteld dat de bevestiging van [naam05] pas heeft plaatsgevonden na 1 april 2020 is de kantonrechter het eens met [gedaagde01] dat deze enkele bevestiging niet maakt dat het project niet eerder in gang is gezet en gestart. Bovendien is er op 24 februari 2020 een inkooporder verstuurd van [bedrijf] aan [gedaagde01] . Dit duidt erop dat het project in ieder geval voor 1 april 2020 is verworven dan wel als nieuwe business dient te worden gekwalificeerd. Door [eiser01] is onvoldoende onderbouwd betwist dat dit slechts een pro forma factuur betrof en dat hierna meerdere facturen zijn gevolgd. Dat onderdelen van het project nog meer vorm moesten krijgen of (verder) ontwikkeld moesten worden maakt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat het project Geldmaat heeft te gelden als
‘nieuw door Werknemer vanaf 1 april 2020 ontwikkelde c.q. verworven business’
, zoals in de bonusregeling omschreven.
4.7.
Al hetgeen partijen verder hebben aangevoerd en hiervoor onbesproken is gelaten leidt niet tot een andersluidende beslissing.
4.8.
[eiser01] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten en de nakosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde01] vastgesteld op een bedrag van € 1.190,00, bestaande uit 2 punten x
€ 529,00 aan salaris gemachtigde en € 132,00 aan nakosten.
5
De beslissing
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser01] af,
5.2.
veroordeelt [eiser01] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde01] tot dit vonnis vastgesteld op € 1.190,00,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2023.