2.1.
[eiser] vordert in de dagvaarding – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen;
a. om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] te betalen het achterstallige loon over de maanden augustus 2023 en september 2023, in totaal een bedrag van € 4.277,60 bruto;
b. om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] te betalen het vakantiegeld van € 2.052,- bruto;
c. om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] te betalen de wettelijke verhoging over het achterstallige vakantiegeld en over het loon van augustus 2023, gelijk aan een bedrag van € 2.095,40 bruto en de wettelijke verhoging over het loon van september 2023;
d. om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] te betalen de wettelijke rente over het onder a. tot en met c. gevorderde vanaf de datum van verschuldigdheid tot aan de dag van volledige betaling;
e. om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] te verstrekken deugdelijke salarisspecificaties over de maanden augustus 2023 en september 2023 en een deugdelijke specificatie van het vakantiegeld, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere schending daarvan en € 100,- voor iedere dag en/of dagdeel dat [gedaagden] , geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft met de nakoming daarvan met een maximum dwangsom van € 2.500,- per schending;
f. om aan [eiser] maandelijks te betalen, uiterlijk twee dagen voor het einde van de betreffende kalendermaand, het brutoloon van € 2.138,80 per maand vanaf 1 oktober 2023 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere schending daarvan en € 100,- per dag en/of dagdeel dat [gedaagden] geheel en/of gedeeltelijk in gebreke blijft met de nakoming daarvan met een maximum van € 2.500,- per schending van de maandelijkse loonbetalingsverplichting;
g. om aan [eiser] te verstrekken deugdelijke salarisspecificaties, uiterlijk binnen twee dagen voor het einde van de betreffende kalendermaand, vanaf oktober 2023 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere schending daarvan en € 100,- voor iedere dag en/of dagdeel dat [gedaagden] , geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft met de nakoming daarvan met een maximumdwangsom van € 2.500,- per schending;
h. om de re-integratieverplichtingen jegens [eiser] na te komen, inhoudende in ieder geval nakoming van de volgende re-integratieverplichtingen:
- om binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis een arbo-dienst en/of bedrijfsarts in te schakelen in verband met de re-integratie- en verzuimbegeleiding ten behoeve van [eiser] ;
- om binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis ten behoeve van [eiser] een consult bij de bedrijfsarts c.q. arbo-arts te laten plaatsvinden om de actuele medische situatie, beperkingen en functiemogelijkheden van [eiser] te laten vaststellen;
- bij voortduring van de ziekte [eiser] uiterlijk na 42 weken vanaf de eerste ziekmelding (2 juni 2023) [eiser] als zieke werknemer aan te melden bij het UWV;
i. om ingeval van het niet uitvoeren van het onder h. gevorderde, [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen, tot betaling van een dwangsom van € 500,- bij het ingebreke blijven daarvan en € 100,- voor iedere dag dat [gedaagden] geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft met de nakoming daarvan met een maximumdwangsom van € 5.000,- per schending;
j. om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, tot aan de dag van volledige betaling;
k. om [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, inclusief nakosten.