Structurele afname klachten
In haar brief van 24 maart 2009 heeft ACM aan NLE meegedeeld dat tot handhaving zal worden overgegaan indien het aantal klachten over ongewenste telefonische benadering vanaf maart 2009 niet aanzienlijk en structureel is afgenomen. Hoewel uit een analyse van de klachten volgt dat deze in april, mei en juni 2009 aanzienlijk en structureel zijn afgenomen (zie staafdiagram mondelinge zienswijze van 3 juni 2010), is ACM tot handhaving overgegaan. De rechtbank heeft miskend dat ACM zich jegens NLE niet als voorspelbaar overheidsorgaan heeft gedragen.
Voorts heeft zowel de rechtbank als ACM miskend dat NLE per juli 2009 haar telemarketingactiviteiten volledig heeft gestaakt.
Respecteren recht van verzet
De rechtbank is er ten onrechte aan voorbijgegaan dat de verwerkingstijd van het recht van verzet ten tijde van de vermeende overtredingen niet wettelijk was geregeld. Het was aan marktpartijen om hieraan invulling te geven. NLE maakte gebruik van op inschrijvingen in Infofilter ontdubbelde databestanden. Daarnaast kende NLE van meet af aan de mogelijkheid dat een door de consument tijdens een gesprek gedane verzetmelding door de medewerker van het callcenter werd verwerkt. Vanaf dat moment werd deze consument niet meer door dit callcenter gebeld. Vervolgens ontdubbelde NLE de databestanden weer aan de hand van de door de callcenters teruggeleverde belbestanden, waarop de verzetmeldingen stonden aangeduid.
Onduidelijk is in strijd met welk kenbaar voorschrift NLE ondanks deze drievoudige respectering van het recht van verzet zou hebben gehandeld. ACM heeft nooit kenbaar gemaakt dat zij de wet zo interpreteerde dat daaruit zou moeten worden afgeleid dat het recht van verzet onmiddellijk diende te worden gerespecteerd.
Met ingang van 1 oktober 2009 heeft de consument de keuze tussen twee verzetmeldingen: bij het bellende bedrijf zelf en bij het Besluit Bel-me-niet-register (hierna: het Besluit BMNR). Uit het Besluit BMNR en de toelichting daarop volgt dat het enige tijd kan duren voordat een verzetmelding is verwerkt. Uit het nieuwe Standpunt Telemarketing 2011 (ST 2011) volgt dat ACM dit zo uitlegt dat de verwerking maximaal zes en een halve week kan duren.
Volgens het ST 2011 geldt het verbod om nogmaals te bellen voor de adverteerder op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) onmiddellijk. Deze uitleg is nieuw en voor het eerst kenbaar gemaakt in het ST 2011. Belangrijk is dat deze regel wordt ontleend aan de Wbp en dus niet aan de Tw. Dit betekent dat ACM onderschrijft dat de Tw niets regelt over de verwerkingstijd bij de adverteerder en voorts dat ook volgens ACM de handhaving ten onrechte is gestoeld op de Tw.
ACM heeft in een ander geval (Sell-it CV) wel rekening gehouden met de verwerkingstijd en de gebruikstermijn van vier weken volgens het Besluit BMNR. Dit resulteert in rechtsongelijkheid.
Aanbieden recht van verzet
Anders dan de rechtbank in navolging van ACM heeft overwogen valt in artikel 11.7, vierde lid, Tw (oud) niet te lezen dat de beller steeds in elk gesprek actief aan de abonnee de mogelijkheid moet aanbieden recht van verzet te laten aantekenen. De betrokken zinsnede luidt "…en indien de abonnee bij elke overgebrachte communicatie de mogelijkheid wordt geboden om verzet aan te tekenen tegen het verder gebruik van zijn elektronische contactgegevens". In het amendement, noch in de toelichting daarop wordt gesproken over 'actief', laat staan 'proactief'. De bedoeling van het amendement was te voorzien in een mogelijkheid voor de consument een verzetmelding te laten noteren. Het amendement verplicht bellers niet om die mogelijkheid actief aan te bieden. Dit volgt uitdrukkelijk uit nadere kamerstukken (TK 2002-2003, 28 851, nr. 7, p. 42): "In een dergelijk contact lijkt het mij dat er voldoende mogelijkheden zijn voor de abonnee om eigener beweging aan te geven dat hij dergelijke communicatie niet (meer) op prijs stelt. Het gaat mij vooralsnog te ver om in deze gevallen voor te schrijven dat men bij elk contact de abonnee erop moet wijzen, dat deze verzet kan aantekenen". Verder is in de Memorie van Antwoord bij de invoering van het huidige, strengere artikel 11.7, vierde lid, Tw met zoveel woorden vastgelegd dat voortaan actief de mogelijkheid van verzet moet worden geboden: "Daarnaast wordt het recht van verzet duidelijk in de wetgeving neergezet. Dat betekent dat de telemarketingbedrijven straks meteen tijdens een gesprek actief de mogelijkheid moeten bieden zich af te melden, (…)" (EK 2007-2008, 30 661, C, p. 10).
De handhaving is dus gestoeld op een aantoonbaar onjuiste wetsinterpretatie van ACM. Het oordeel van de rechtbank dat de beller de abonnee per gesprek op de mogelijkheid van verzet dient te wijzen is dan ook onjuist.
Bewijsfout
ACM heeft erkend dat er een ernstige fout zit in de cijfermatige onderbouwing van de boete, doordat in het technisch rapport 15.750 verzetmeldingen van het IVR-systeem over het hoofd zijn gezien, maar zij heeft de beboeting niet aangepast. Hoewel dit aspect uitdrukkelijk onder de aandacht is gebracht, is daarover in de aangevallen uitspraak niets terug te vinden. De uitspraak is aldus gebrekkig gemotiveerd.
Getuigenbewijs
ACM heeft medewerkers en directeuren van de betrokken callcenters gehoord over de wijze waarop zij en NLE omgingen met het aanbieden en respecteren van het recht van verzet. ACM en de rechtbank hebben de afgelegde verklaringen als onbruikbaar terzijde gelegd. De rechtbank volgt ACM in een voor NLE nadelige waardering van het getuigenbewijs, zonder daarvoor een goede motivering te geven. De verklaringen leveren in ieder geval voldoende bewijs op tegen de aanname dat de werkwijze van callcenter SoCall representatief is voor de telemarketingactiviteiten van NLE.
SoCall en statistiek
ACM heeft zich volledig gericht op hetgeen zij bij callcenter SoCall heeft aangetroffen en deze gegevens vervolgens aangewend voor statistisch bewijs, dat iets moet zeggen over de algehele telemarketingactiviteiten van NLE. Met statistisch bewijs moet echter, mede gelet op de onschuldpresumptie, zeer terughoudend worden omgegaan. Dit blijkt ook uit rechtspraak van het EHRM (Hoogendijk/Nederland, 6 januari 2005, 2005/24).
NLE heeft een deskundige het door ACM gepresenteerde statistisch bewijs laten beoordelen. Deze concludeert dat de steekproef van ACM niet representatief is voor de telemarketingactiviteiten van SoCall, laat staan voor de algemene telemarketingactiviteiten van NLE. Zo deed NLE zaken met veertien callcenters, maar ACM heeft slechts de gesprekken van één daarvan – SoCall – onderzocht. SoCall voerde zestien belrondes uit voor NLE, ACM heeft slechts van zes rondes de gesprekken gekopieerd. ACM heeft 763.559 gesprekken meegenomen, maar daarvan op basis van een subjectieve beoordeling 200.610 buiten beschouwing gelaten; van de resterende 562.949 gesprekken nam zij een steekproef van 384, waarvan niet is vast te stellen of deze representatief is. De steekproef is vervolgens teruggebracht tot 255 zonder daarbij de steekproefmarge aan te passen.
De conclusie over de ernst van de overtreding is derhalve gebaseerd op ondeugdelijk statistisch bewijs.
Ongelijkheid en onzorgvuldigheid
Voor zover ACM het aantal klachten heeft betrokken bij het bepalen van de hoogte van de boete stelt NLE dat klachten niet tot bewijs kunnen dienen. De boete is dus te hoog vastgesteld.
"Endorsed" gesprekken
Koude gesprekken zijn gesprekken waarbij een consument uit het niets door NLE werd gebeld; "endorsed" gesprekken zijn gesprekken waarbij consumenten worden benaderd door een andere onderneming, waarvan ze klant zijn, met een aanbieding van NLE. Het ST 2006 vermeldt dat het aanbieden van het recht van verzet alleen van toepassing is op koude telemarketinggesprekken, maar in het boetebesluit stelt ACM in afwijking van het ST 2006 dat dit bij het benaderen van zowel koude als "endorsed" adressen vereist is. De boete is daarmee in strijd met het zorgvuldigheids-, het rechtszekerheids-, het gelijkheids- en het vertrouwensbeginsel. De rechtbank heeft hieraan geen aandacht besteed.
Geen bijzondere zorgplicht
ACM heeft gesteld dat juist van NLE verwacht mag worden dat zij op de hoogte is van de geldende wet- en regelgeving inzake telemarketing, omdat telemarketing een belangrijk onderdeel is van haar bedrijfsvoering. NLE acht dit onjuist, omdat ACM zelf stelt dat dit van een ieder die zich met telemarketing bezighoudt mag worden verwacht. Voor het aannemen van een bijzondere zorgplicht voor NLE ontbreekt iedere grondslag.
Abonnees
De telemarketingsregels van artikel 11.7 Tw (oud) beschermen abonnees die natuurlijke personen zijn. Het is, in het licht van de onschuldpresumptie, noodzakelijk om te onderzoeken of bij de geverifieerde gesprekken sprake is geweest van de abonnee of van een derde. ACM heeft hieraan echter geen aandacht besteed.