Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant, geboren in 2000, heeft een aanvraag gedaan voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
1.2.
Bij een besluit van 17 februari 2022, na bezwaar gehandhaafd bij een besluit van 27 juli 2022 (bestreden besluit), heeft het CIZ deze aanvraag afgewezen onder verwijzing naar een advies van zijn medisch adviseur. De medisch adviseur heeft – samengevat – het volgende geconcludeerd. Bij appellant is sprake van de grondslagen psychische stoornis, lichamelijke handicap en zintuiglijke handicap. De door appellant beschreven ondersteuningsbehoefte bestaat uit ondersteuning bij zelfvertrouwen, dingen aanleren, omgaan met psychische klachten, hulp en aansturing bij eenvoudige taken, hulp en aansturing bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (adl) en toiletgang, sociale contacten en zoeken naar daginvulling. Deze ondersteuningsbehoefte is planbaar. Er is geen onplanbare ondersteuningsbehoefte beschreven. Appellant kan zijn hulpvraag stellen. Eventueel ernstig nadeel kan worden afgewend middels planbare zorg en zorg op afroep, waarbij deze zorg medisch gezien kan worden afgewacht. Op dit moment worden veel zaken van appellant overgenomen, maar de ambulant begeleider en GZ-psycholoog verwachten op diverse gebieden/competenties nog groei en ontwikkeling bij appellant. Voorgaande betekent dat bij appellant geen sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, zodat appellant niet in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz.
De uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Wat hij daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna besproken.
Het oordeel van de Raad
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het besluit van het CIZ om de aanvraag van appellant voor zorg op grond van de Wlz af te wijzen in stand heeft gelaten. De Raad doet dat aan de hand van de argumenten die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.1. Appellant heeft aangevoerd – samengevat – dat hij door zijn lichamelijke en psychische problemen blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft. Appellant is behandeld voor zijn problemen, maar deze behandeling heeft weinig tot geen resultaat gehad. Appellant heeft een eindstadium bereikt. Appellant heeft aangevoerd dat in zijn situatie sprake is van ernstig nadeel als hij geen 24 uurs zorg krijgt. Appellant heeft onder meer gewezen op de hulp die hij nodig heeft bij de adl, bij het naar buiten gaan en in de nacht. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant gewezen op de verklaring van ambulant begeleider [naam begeleider]. [naam begeleider] heeft te kennen gegeven dat appellant specialistische professionele begeleiding nodig heeft waar hij 24 uur per dag aanspraak op kan maken, maar wel met het doel om te bezien welke hulpmiddelen hij nodig heeft om zelfstandig te wonen.
4.1.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. In artikel 3.2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wlz is – samengevat en voor zover hier van belang – bepaald dat een verzekerde recht heeft op zorg op grond van de Wlz voor zover hij een blijvende behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, onder andere omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen. Het CIZ heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat appellant in staat kan worden geacht om op relevante momenten hulp in te roepen. Wat appellant heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor twijfel aan het standpunt van het CIZ. De verklaring van [naam begeleider] onderschrijft juist dat standpunt. [naam begeleider] heeft begeleiding op het oog die het mogelijk maakt voor appellant om zelfstandig te wonen. De mogelijkheid tot zelfstandig wonen impliceert dat appellant in staat kan worden geacht om op relevante momenten hulp in te roepen. Alhoewel ook voor de Raad duidelijk is dat appellant veel zorg nodig heeft, komt appellant alleen al hierom niet in aanmerking voor zorg op grond van de Wlz.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Artikel 3.2.1, eerste en tweede lid, van de Wlz
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1°. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2°. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3°. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4°. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.