Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:CRVB:2024:1490

Centrale Raad van Beroep
18-07-2024
25-07-2024
23/648 WMO15
Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep

Afwijzing aanvraag tot uitbreiding van de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat extra tijd nodig is. Appellante heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat een maatwerkvoorziening had moeten worden verstrekt voor hulp bij het doen van boodschappen. Het college heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat voldoende tijd is verstrekt voor de wasverzorging. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit terecht in stand gelaten, het gaat om een verstreken periode.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

23/648 WMO15

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 10 februari 2023, 22/2228 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)

Datum uitspraak: 18 juli 2024

SAMENVATTING

Deze uitspraak gaat over de vraag of het college de aanvraag tot uitbreiding van de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning terecht heeft afgewezen. De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat extra tijd nodig is. Appellante heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat een maatwerkvoorziening had moeten worden verstrekt voor hulp bij het doen van boodschappen. Het college heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat voldoende tijd is verstrekt voor de wasverzorging. Aangezien het gaat om een verstreken periode, heeft de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 6 juni 2024. Appellante is – met voorafgaand bericht – niet verschenen. Het college heeft zich via een videoverbinding laten vertegenwoordigen door G.K.L. Vos.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

1.1.

Appellante, geboren in 1948, is bekend met de ziekte van Ménière, het syndroom van Sjögren, evenwichtsproblemen, artrose en fybromyalgie. Daarnaast heeft zij een beperkte visus, een beperkt gehoor en geen gevoel in de vingers. Zij ontving in het verleden huishoudelijke ondersteuning voor 6 uur per week.

1.2.

Het college heeft bij besluit van 30 juni 2021 aan appellante op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022 een maatwerkvoorziening verstrekt voor huishoudelijke ondersteuning in de vorm van zorg in natura voor 273 minuten per week.

1.3.

Appellante heeft een aanvraag gedaan voor uitbreiding van de huishoudelijke ondersteuning. Bij besluit van 18 maart 2022, gehandhaafd bij besluit van 31 mei 2022 (bestreden besluit), heeft het college deze aanvraag afgewezen. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de verstrekte omvang van de huishoudelijke ondersteuning van 273 minuten per week volstaat. De verstrekte tijd is als volgt opgebouwd: 125 minuten basismodule schoon en leefbaar huis, 30 minuten overname regie, 60 minuten wegens beperkingen/belemmeringen appellante (veel extra inzet), 18 minuten extra kamer in gebruik, 5 minuten extra kamer niet in gebruik en 35 minuten overname was eenpersoonshuishouden. Bepaalde problemen kan appellante met algemene voorzieningen of anderszins zelf oplossen.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat en voor zover hier van belang, het volgende overwogen. In wat appellante heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen reden om te oordelen dat de verstrekte tijd voor het resultaatgebied schoon en leefbaar huis – te weten 125 minuten, vermeerderd met 60 minuten (beperkingen/belemmeringen van appellante), 18 minuten (extra kamer in gebruik) en 5 minuten (extra kamer niet in gebruik) – moet worden opgehoogd. Het bestreden besluit is ten aanzien van de wasverzorging echter niet deugdelijk gemotiveerd. Gelet op de verklaring van appellante dat zij vanwege haar eczeemklachten extra was heeft, had het op de weg van het college gelegen te onderbouwen waarom daarvoor – bovenop de verstrekte 35 minuten per week – geen extra tijd is verstrekt. Het college heeft terecht een maatwerkvoorziening voor hulp bij het doen van boodschappen geweigerd, aangezien appellante op eigen kracht – met behulp van een vrijwilliger – boodschappen kan (laten) doen. Tot slot heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat geen extra tijd nodig is vanwege de bij appellante aanwezige ziekte van Ménière. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand gelaten, omdat het bestreden besluit betrekking heeft op de verstrekking van een maatwerkvoorziening in natura voor een periode die al verstreken is.

Het standpunt van appellante

3. Appellante is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Wat zij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna uiteengezet en besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of het oordeel van de rechtbank juist is aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4.1.

Appellante heeft aangevoerd dat zij de door het college gehanteerde normtijden niet begrijpt. De Raad stelt vast dat tijdens de zitting bij de rechtbank duidelijk is geworden dat de normtijden zijn gebaseerd op het HHM Normenkader 2019, maar dat een verwijzing naar het HHM Normenkader 2019 ontbreekt in het bestreden besluit, de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente [woonplaats] 2020 (de Verordening) en de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente [woonplaats] 2020 (de Nadere regels). De door het college gehanteerde normtijden kunnen dus worden begrepen door raadpleging van het HHM Normenkader 2019 en dit was al opgehelderd tijdens de procedure in eerste aanleg. De beroepsgrond slaagt daarom niet. Ter voorkoming van onduidelijkheid in de toekomst verdient het aanbeveling dat het college in de gemeentelijke regelgeving en in de besluitvorming verwijst naar het HHM Normenkader 2019.

4.2.

De beroepsgrond dat extra tijd voor de huishoudelijke ondersteuning moet worden verstrekt omdat de gezondheidsklachten van appellante zijn toegenomen, slaagt niet. Het college heeft, aanvullend op de basismodule schoon en leefbaar huis van 125 minuten per week, 60 minuten meer tijd verstrekt vanwege de beperkingen en belemmeringen van appellante. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verstrekte omvang van de huishoudelijke ondersteuning niet toereikend is. Indien de gezondheidsklachten van appellante verder toenemen staat het haar vrij een nieuwe aanvraag in te dienen.

4.3.

De beroepsgrond dat het college een maatwerkvoorziening voor hulp bij het doen van de boodschappen had moeten verstrekken, omdat van appellante niet kan worden gevergd dat zij hiervoor een vrijwilliger inschakelt, wordt niet gevolgd. Gebleken is dat de praktijkondersteuner van de huisarts van appellante geen goede reden ziet om niet te proberen een vrijwilliger voor de boodschappen in te zetten. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat dit niet van haar gevergd kan worden.

4.4.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het college niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat 35 minuten per week voor de wasverzorging voldoende is. De rechtbank heeft deze beroepsgrond afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven. De Raad voegt daar nog het volgende aan toe. Ter zitting heeft het college aangevoerd dat telefonisch contact is gezocht met de organisatie die de huishoudelijke ondersteuning aan appellante verleent. Uit dit contact zou zijn gebleken dat de huishoudelijke hulp geen tijd tekort komt bij het verrichten van de wasverzorging. Aangezien het college dit standpunt niet met appellante heeft besproken, is het onderzoek niet volledig en zorgvuldig geweest. Het is aan het college om te bezien welke betekenis dit heeft voor de huidige en de toekomstige huishoudelijke ondersteuning van appellante.

Conclusie en gevolgen

5. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

6. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum als voorzitter en K.H. Sanders en J.J. Janssen als leden, in tegenwoordigheid van N. El Khabazi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2024.

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(getekend) N. El Khabazi

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.