Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:CRVB:2024:319

Centrale Raad van Beroep
19-02-2024
22-02-2024
21/2387 WMO15
Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep

Appellant heeft laten weten dat hij een GGZ-indicatie heeft gekregen op grond van de Wlz en de melding van 31 mei 2021 is afgesloten. De Raad oordeelt dat appellant geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. Hoger beroep niet-ontvankelijk.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

21/2387 WMO15

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 mei 2021, 19/3537 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf (college)

Datum uitspraak: 19 februari 2023

SAMENVATTING

Het hoger beroep is niet-ontvankelijk, omdat appellant geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.G.P. Voragen, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter zitting aan de orde gesteld op 8 januari 2024. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1.1.

Appellant, geboren in 1993, is bekend met concentratieproblemen, depressies en persoonlijkheidsproblematiek, en heeft last van angsten, onrust, impulsiviteit en moeilijke emotieregulatie. Het college heeft bij besluit van 21 september 2016 aan appellant op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening individuele begeleiding verstrekt in de vorm van zorg in natura. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt, omdat aan hem geen pgb is verstrekt waarmee hij ondersteuning bij zijn begeleider kan inkopen.

1.2.

Het college heeft bij beslissing op bezwaar van 26 november 2019 (bestreden besluit) het bezwaar ongegrond verklaard. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat nader onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van appellant noodzakelijk is, maar dat dit onderzoek niet kan worden uitgevoerd. Appellant is door het CIZ geïndiceerd voor zorg op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz), maar heeft niet het volledige indicatiebesluit overgelegd. Hierdoor kan het recht op een maatwerkvoorziening niet worden vastgesteld.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft daartoe, voor zover van belang, overwogen dat uit het onvolledige indicatiebesluit niet kan worden opgemaakt wat de omvang van de geïndiceerde Wlz-zorg is. Nu appellant geen inzicht heeft geboden in de op grond van de Wlz geïndiceerde zorg, heeft het college terecht het standpunt ingenomen dat zijn ondersteuningsbehoefte op grond van de Wmo 2015 niet valt vast te stellen.

De standpunten van partijen

3.1.

Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens.

3.2.

Het college heeft in het verweerschrift vermeld dat appellant zich op 31 mei 2021 opnieuw heeft gemeld voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Ook in het onderzoek naar aanleiding hiervan heeft appellant niet de volledige Wlz-indicatie overgelegd. Uiteindelijk heeft appellant laten weten dat hij een GGZ-indicatie heeft gekregen op grond van de Wlz en is de melding van 31 mei 2021 afgesloten.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad komt tot het oordeel dat appellant geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4.1.

Volgens vaste rechtspraak is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade is geleden.1

4.2.

De afsluiting van de melding van 31 mei 2021 na het bericht van appellant dat hij op grond van de Wlz een GGZ-indicatie heeft gekregen maakt dat appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit waarmee op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening individuele begeleiding in de vorm van zorg in natura was verstrekt voor een periode in het verleden. Uit wat appellant heeft aangevoerd kan niet worden afgeleid dat hij schade heeft geleden. Het dossier bevat daarvoor overigens ook geen aanknopingspunten.

Conclusie en gevolgen

4.3.

Uit het bovenstaande volgt dat appellant geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. Het hoger beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

5. Omdat het hoger beroep niet-ontvankelijk is krijgt appellant geen vergoeding van proceskosten en griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en H.J. de Mooij en J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2024.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) C.K. Teunissen

1 Zie onder meer de uitspraak van de Raad van 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:887.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.