3.1. (
i) [appellant] heeft sinds 1 juli 2006 een [V] in gebruik van BVV in het volkstuinpark [A] te Amsterdam, een afdeling van BVV.
(ii) Blijkens het schriftelijke huurcontract tussen partijen zijn op de overeenkomst de bepalingen van de statuten en reglementen van BVV van toepassing. Aan de overeenkomst is onverbrekelijk het lidmaatschap van BVV verbonden.
(iii) Volgens artikel 6 van het van toepassing verklaarde reglement van Nieuwe
Levenskracht is, kort samengevat, ieder lid verplicht per jaar in de maanden maart tot
en met november 10 maal twee uur Algemeen Werk te verrichten. De werkzaamheden
die behoren tot dit werk worden bepaald door de verfraaiingscommissie.
Wanneer het lid zich hieraan onttrekt, wordt dit aangemerkt als een overtreding waarbij een boete wordt opgelegd van € 25,-. Indien het lid door ziekte niet in staat is de werkbeurten te doen, dient hij/zij het bestuur hiervan in kennis te stellen. De
werkbeurten mogen door een vervanger worden uitgevoerd.
(iv) In artikel 8 van de statuten van BVV is bepaald dat het lidmaatschap kan eindigen door opzegging door BVV. Een opzegging kan volgens lid 4 sub a plaatsvinden wanneer het lid in strijd handelt met de statuten, een reglement of een besluit, hetzij op bondsniveau hetzij op afdelingsniveau. Volgens sub c van hetzelfde lid kan opzegging ook plaatsvinden wanneer een lid zijn verplichtingen niet nakomt.
( v) Artikel 5 lid 3 van de overeenkomst luidt - voor zover hier van belang -·als volgt:
“( . .) Huurder zal na beëindiging van de huurovereenkomst het gehuurde ontruimen en als schone tuingrond opleveren, tenzij het bepaalde in artikel 9 van het Huurreglement toepassing vindt. Indien huurder ter zake in gebreke blijft, is de bond gerechtigd het gehuurde voor rekening van huurder in orde te (laten) maken en de opstallen en tuinbeplanting van huurder te laten taxeren overeenkomstig de richtlijnen van de bond en vervolgens te verkopen. Op de opbrengst wordt in mindering gebracht hetgeen de Bond van de gebruiker te vorderen heeft. De alsdan resterende opbrengst zal gedurende twee maanden na de verkoop ter beschikking blijven van gebruiker, waarna de opbrengst vervalt aan de bond.”
(vi) BVV heeft een beslissing van de Tuchtcommissie van BVV van 8 december 2016 in het geding gebracht. Volgens deze beslissing heeft het bestuur van de afdeling [A] een aangifte tegen [appellant] gedaan bij deze commissie in verband met onder meer een bedreiging door [appellant] en haar zoon van een andere tuinierster op het park. In de overwegingen van de commissie wordt melding gemaakt van meerdere incidenten in de afgelopen jaren en ook van achterstand in werkbeurten. De commissie concludeert dat er sprake is van verziekte verhoudingen, maar dat deze door de commissie niet kunnen worden opgelost. De commissie komt tot het oordeel dat [appellant] haar tuin in ieder geval niet onderhoudt op de wijze als voorgeschreven door de bepalingen van het tuinreglement. De commissie beslist tot het opleggen van een geldboete van € 200,- aan [appellant] , maar wel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en onder de bijzondere voorwaarde dat er uiterlijk bij het einde van het tuinseizoen op 1 oktober 2017 geen achterstallig onderhoud van haar tuin zal zijn, een en ander ter beoordeling van de tuin/verfraaiings-commissie van de afdeling [A] .
(vii) BVV heeft bij brief van 5 februari 2017 aan [appellant] een boete van vier keer € 25,-
opgelegd wegens vier achterstallige werkbeurten.
(viii) Bij brief van 18 mei 2017 heeft het bestuur van [A] aan [appellant]
bevestigd dat er een aanvraag bij het bondsbestuur is ingediend om het lidmaatschap
van [appellant] te mogen opzeggen met onmiddellijke ingang vanwege het niet uitvoeren van
werkbeurten (algemeen werk). Naar aanleiding van de aanvraag heeft een gesprek met
[appellant] en haar zoon plaatsgevonden. De uitkomst was dat [appellant] nog een laatste kans kreeg.
Mocht blijken dat [appellant] zich niet aan de afspraken inzake onderhoud en algemeen werk
houdt, dan zou het lidmaatschap alsnog worden opgezegd.
(ix) Bij brief van 12 oktober 2017 aan [appellant] bevestigt BVV, met verwijzing naar het niet nakomen van de afspraken die in de brief van 18 mei 2017 zijn vermeld, de opzegging van het lidmaatschap per 1 november 2017 omdat er wederom geen of te weinig werkbeurten door [appellant] zijn uitgevoerd. De brief vermeldt onder meer het volgende:
“(…) Het bestuur van [A] heeft een verzoek neergelegd bij het Bondsbestuur om het lidmaatschap met u op te zeggen. De reden hiervoor is dat u zich niet houdt aan de afspraken die er zijn gemaakt in de laatste kans brief van 18 mei jl.
In deze brief is nadrukkelijk aangegeven dat u zich dient te houden aan het uitvoeren
van het algemeen ·werk en dat uzelf initiatief neemt om hiervoor een afspraak te maken. Het [A] bestuur heeft vastgesteld dat u op 22 juli uw laatste algemeen werkbeurt heeft uitgevoerd en dat u nadien niet meer bent geweest. Zij stellen dan ook vast dat u inmiddels weer 5 ·werkbeurten achter loopt en dat u zonder bericht in augustus en september niet bent verschenen. Zoals voor elke tuinder op [A] geldt moet er maandelijks een werkbeurt ·worden verricht, dus ook door u. Dit alles overziend en in aanmerking nemende dat u naar de overtuiging van het
Bondsbestuur voldoende kansen heeft gehad, heeft het Bondsbestuur besloten u het
lidmaatschap op te zeggen.
Daarom zal het bondsbestuur uw lidmaatschap van de Bond van [V]
definitief beëindigen met ingang
van 1 november 2017
.
Het bestuur van [A] zal eveneens van dit besluit op de
hoogte worden gesteld. ·
Na ontvangst van deze brief dient u binnen 14 dagen aan de secretaris van het [A] op te geven op welke wijze u uw tuin wenst op te leveren; hetzij geheel ontruimd als schone tuingrond, hetzij met beplanting en/of bouwsels.
Als u binnen deze termijn niet reageert, wordt aangenomen dat u voor de laatste
mogelijkheid kiest en ontvangt u van het bestuur, of de betreffende commissies, van
[A] een kennisgeving wanneer taxatie van de beplanting en
de bouwsels zal plaatsvinden.
Als u op die datum verhinderd bent dient u binnen een week een nieuwe afspraak te
maken in overleg met de bouwcommissie.
Als u niet of niet tijdig medewerking verleent aan vorenstaande dan worden de
eventueel aanwezige bouwsels alleen van buitenaf getaxeerd en is die taxatie bindend
evenals die van de tuin beplanting (…)".
( x) [appellant] heeft zich bij brief van haar advocaat van 20 oktober 2017 tegen de opzegging verzet. Aangevoerd wordt dat [appellant] niet vijf maar drie weekbeurten achterloopt en dat er daarnaast in verband met de gevolgen van een verkeersongeval sprake is van overmacht.
·
(xi) Bij brief van 30 oktober 2017 heeft BVV aan de advocaat van [appellant] laten weten dat zij aan de opzegging vasthoudt omdat, kort samengevat, gemaakte afspraken niet zijn nagekomen.
(xii) Op 10 november 2017 heeft BVV een taxatierapport van de opstal aan [appellant] gestuurd en haar verzocht de sleutels uiterlijk op 2 december 2017 op het kantoor van BVV af te geven.
(xiii) Bij brief van 3 januari 2018 heeft de advocaat van BVV [appellant] alsnog aangemaand buiten rechte aan de gevraagde ontruiming te voldoen, bij gebreke waarvan een gerechtelijke procedure zal worden gestart.
(xiv) [appellant] heeft niet aan deze aanmaning voldaan en [V] niet ontruimd.
(xv) Volgens de registratie van BVV stonden 8 werkbeurten open en waren in 2017 wel werkbeurten verricht, maar betroffen dit deels inhaalbeurten voor 2016.
(xvi) Ter zitting van de kantonrechter is gebleken dat [appellant] haar financiële verplichtingen tot dan toe was nagekomen en dat BVV haar stellingen op dat punt niet langer handhaafde.