beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.311.693/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 26 januari 2023
[A]
,
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaten: mrs. I.J.A. Tax en T.F.B. Jansen, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CONVERSIE TEAM B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SEINHUIS B.V.,
beide gevestigd te Katwijk,
VERWEERSTERS,
advocaten: mrs. W.P. Wijers en L. de Visser, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TILKO HOLDING B.V.
gevestigd te Katwijk,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JEKERVELD B.V.,
gevestigd te Maastricht,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. W.P. Wijers en L. de Visser, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
1 Het verloop van het geding
1.1
[A] heeft bij verzoekschrift van 14 juni 2022, zoals aangevuld bij aanvullend verzoekschrift van 21 oktober 2022, de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
-
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Conversie Team en van Seinhuis over de periode vanaf 1 december 2017;
-
als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure
a) Tilko en Jekerveld te schorsen als bestuurders van Conversie Team en een derde persoon te benoemen tot bestuurder van Conversie Team met beslissende stem;
b) de door Tilko en Jekerveld gehouden aandelen in Conversie Team ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder;
c) primair: het besluit van de algemene vergadering van Seinhuis van 9 juni 2020 tot uitgifte van aandelen en wijziging van statuten te schorsen en de stem- en winstrechten verbonden aan de door Tilko en Jekerveld gehouden aandelen in Seinhuis op te schorten; dan wel
subsidiair: de door Tilko en Jekerveld gehouden aandelen in Seinhuis ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder die niet zou moeten stemmen vóór een besluit tot dividenduitkering;
3. Conversie Team te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.2
Conversie Team c.s. hebben bij verweerschrift van 11 augustus 2022 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van [A] af te wijzen en hem te veroordelen in de werkelijke kosten van de procedure, althans een hogere veroordeling dan het liquidatietarief, omdat het enquêteverzoek volgens hen op onredelijke gronden is gedaan. Bij pleidooi hebben zij ook geconcludeerd dat [A] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek.
1.3
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 1 september 2022. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen en wat mrs. Tax en Wijers betreft elk onder overlegging van een van tevoren toegestuurde nadere productie. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Ter zitting hebben partijen eensluidend verzocht de uitspraak aan te houden, opdat zij een minnelijke regeling kunnen beproeven.
1.4
Bij e-mail van 4 oktober 2022 heeft mr. Tax de Ondernemingskamer bericht dat partijen geen regeling hebben kunnen treffen en dat [A] na de mondelinge behandeling bekend is geraakt met informatie die zij van zeer groot belang acht voor de beoordeling van het onderhavige geschil. Zij heeft om die reden verzocht [A] toe te staan een aanvullende toelichting op zijn verzoek in te dienen alvorens beschikking wordt gewezen. Bij e-mail van 5 oktober 2022 is dat verzoek nader toegelicht. Mr. Wijers heeft zich verzet tegen toewijzing van dat verzoek. De Ondernemingskamer heeft het verzoek om een nadere schriftelijke ronde desondanks toegestaan. Op 21 oktober 2022 heeft mr. Tax een aanvulling op het verzoekschrift ingediend, voorzien van nieuwe producties en van een wijziging van het verzoek als hiervoor onder 1.1 vermeld. Daarop hebben Conversie Team c.s. op 4 november 2022 een verweerschrift met aanvullende producties ingediend. Op 17 november 2022 heeft mr. Tax vervolgens zich nog schriftelijk uitgelaten over de producties die bij dat verweerschrift in het geding zijn gebracht.
2 Inleiding en feiten
2.1
Deze zaak gaat over een geschil tussen drie zakenpartners. Twee van hen vinden dat de derde geen aandeelhouder van Conversie Team is. Daarover wordt nu bij het gerechtshof in Den Haag geprocedeerd, nadat de rechtbank hun daarin geen gelijk had gegeven. De derde is erachter gekomen dat een naar zijn zeggen waardevol deel van de onderneming uit de vennootschap is gehaald en wenst daar een onderzoek naar en vraagt de Ondernemingskamer onmiddellijke voorzieningen te treffen.
2.2
Conversie Team is op 17 september 2015 opgericht door Tilko en Jekerveld. Bij oprichting hebben Tilko en Jekerveld 70% respectievelijk 30% van de aandelen genomen. Inmiddels houdt [A] 30% van de aandelen en houden Tilko en Jekerveld elk 35% van de aandelen in Conversie Team. Tilko en Jekerveld vormen het bestuur van Conversie Team. [B] is bestuurder van Tilko. [C] is enig aandeelhouder en bestuurder van Jekerveld.
2.3
Conversie Team is een houdstermaatschappij met deelnemingen in ondernemingen die kantoorpanden verbouwen tot woonruimten.
2.4
Het eerste project van Conversie Team startte met de aankoop in 2015 van een kantoorpand aan het Merweplein te Nieuwegein. [A] heeft voor die aankoop € 1 miljoen ter beschikking gesteld. De ontwikkeling van dat pand werd ondergebracht in Merweplein 5 B.V., een 100% dochtervennootschap van Conversie Team. Bij de oprichting van Conversie Team zijn partijen overeengekomen dat [A] niet direct – ter voorkoming van overtreding van een anti-speculatiebeding dat de verkoper had bedongen – maar op termijn 30% van de aandelen geleverd zou krijgen; dit is vastgelegd in een overeenkomst van 5 oktober 2015.
2.5
Op 2 augustus 2016 is namens [A] verzocht om levering van 30% van de aandelen in Conversie Team. Dat verzoek is niet gehonoreerd. In mei 2017 heeft [A] dat verzoek tweemaal herhaald. In december 2017 hebben partijen daarover gecorrespondeerd, wat heeft geleid tot een overeenkomst van 22 januari 2018 waarbij [A] aan Conversie Team tot eind 2019 een optie heeft verleend de hem toekomende aandelen in te kopen voor een bedrag van € 700.000 (hierna: de Optieovereenkomst).
2.6
Op 21 maart 2018 heeft notaris Bussink in opdracht van [A] een conceptakte levering aandelen gestuurd aan [B] en [C] . Zij hebben daar niet op gereageerd.
2.7
Op 26 maart 2018 heeft de algemene vergadering van Conversie Team, buiten medeweten van [A] , ingestemd met het voorstel van het bestuur tot het uitkeren (in de vorm van een reservering dan wel van verrekening met leningen) van een interim dividend van € 3,5 miljoen. Ook heeft de algemene vergadering de overdracht van 5% van het aandelenkapitaal in Conversie Team door Tilko aan Jekerveld goedgekeurd, met als gevolg dat Tilko 65% en Jekerveld 35% van die aandelen is gaan houden. De notulen van deze vergadering heeft [A] in december 2020 ontvangen.
2.8
Seinhuis is een van de deelnemingen van Conversie Team; Conversie Team heeft op 23 april 2018 alle aandelen van Seinhuis verkregen en is sinds 24 oktober 2019 haar enig bestuurder. In Seinhuis is Project Randstad ondergebracht, inhoudende de ontwikkeling van drie woontorens in Almere met deels sociale woningbouw (270 woningen), deels vrije verhuur (525 woningen) en kantoorruimten. Eveneens op 23 april 2018 zijn de statuten van Conversie Team gewijzigd.
2.9
Namens [A] heeft mr. Tax bij brief van 25 mei 2020 Tilko, Jekerveld en Conversie Team onder meer verzocht om informatie en Tilko gesommeerd tot levering van 30% van de aandelen in Conversie Team en tot uitkering van een bedrag van € 1.150.000 (blijkens het verzoekschrift is 30% van € 3,5 miljoen bedoeld) ten titel van dividenduitkering.
2.10
Op 9 juni 2020 heeft Conversie Team als enig aandeelhouder van Seinhuis besloten tot statutenwijziging van Seinhuis om te komen tot soortaandelen (aandelen A en aandelen B) en tot uitgifte van aandelen B aan Tilko en Jekerveld.
2.11
Op 4 september 2020 heeft [A] Tilko, Jekerveld en Conversie Team gedagvaard en onder meer gevorderd Tilko te veroordelen 30% van de aandelen in Conversie Team aan hem te leveren.
2.12
Bij vonnis van 25 maart 2021 heeft rechtbank Den Haag in die zaak Tilko veroordeeld om binnen één week na betekening van dat vonnis 30% van de aandelen in Conversie Team te leveren aan [A] , bij gebreke waarvan het vonnis op de voet van artikel 3:300 BW in de plaats zou treden van de voor levering benodigde akte. Partijen hebben hoger beroep ingesteld.
2.13
Op 16 april 2021 is uitvoering gegeven aan de besluiten van de algemene vergadering van Seinhuis van 9 juni 2020 (2.10). De statutenwijziging van Seinhuis leidde tot een zogenoemde tracking stock. Daarbij zijn aan de nieuw geïntroduceerde aandelen B de financiële rechten verbonden in verband met Project Randstad, Toren C. In Toren C worden woningen voor de vrije huur gerealiseerd. De 100 oorspronkelijk uitgegeven aandelen zijn omgezet in aandelen A waaraan de financiële rechten zijn verbonden in verband met Project Randstad, Torens A en B. In Torens A en B worden sociale huurwoningen gerealiseerd. Bij akte van 16 april 2021 zijn 100 aandelen B uitgegeven, 50 aan Tilko en 50 aan Jekerveld, tegen nominale waarde (één cent per aandeel; hierna: de emissie).
2.14
Op 22 april 2021 is het vonnis van 25 maart 2021 aan Tilko en Conversie Team betekend nadat een discussie over de in de akte op te nemen voorwaarden van levering was verzand. Vervolgens is die discussie zonder resultaat voortgezet. Notaris Bussink heeft partijen uitgenodigd om op 28 april 2021 de aandelen over te dragen, maar toen is alleen [A] verschenen. Daarvan heeft de notaris op 6 mei 2021 een akte van non-comparitie verleden.
2.15
Eveneens op 6 mei 2021 heeft [A] de aandelen in Conversie Team die hij krachtens het vonnis van 25 maart 2021 geleverd heeft gekregen, verpand aan [D] , waarbij geen vergader- en stemrechten op de aandelen zijn toegekend.
2.16
[A] heeft het bestuur van Conversie Team op 11 mei 2021 verzocht een aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen met als agendapunt inzage door [A] in bepaalde stukken, waaronder een opgave van de door Conversie Team gehouden aandelen in deelnemingen. Mr. Wijers heeft bij e-mail van 18 mei 2021 bericht dat Conversie Team zich op het standpunt stelt dat [A] geen aandeelhouder is en om die reden het verzoek afwijst.
2.17
In de periode van augustus 2021 tot en met april 2022 hebben partijen via mediation geprobeerd tot een minnelijke oplossing te komen, hetgeen niet is gelukt. Bij brief van 2 mei 2022 heeft [A] zijn bezwaren tegen de gang van zaken van Conversie Team en Seinhuis kenbaar gemaakt.
2.18
De gedeponeerde jaarrekening 2020 van Conversie Team vermeldt: “vastgesteld op 11 mei 2022”.
2.19
Op de aandeelhoudersvergadering van Conversie Team van 15 september 2022 over Project Randstad is geen melding gemaakt van de statutenwijziging en de emissie.
2.20
Op de aandeelhoudersvergadering van Conversie Team van 18 oktober 2022 is namens Tilko en Jekerveld verklaard dat aan de uitgifteprijs van de aandelen B tegen nominale waarde van € 0,01 geen waardering ten grondslag heeft gelegen.
3 De gronden van de beslissing
3.1
[A] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Conversie Team en van Seinhuis en dat de toestand van die vennootschappen nodig maakt dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen. Als toelichting heeft hij – samengevat – het volgende naar voren gebracht:
-
Conversie Team ontkent nog altijd dat [A] aandeelhouder is en negeert zijn rechten als aandeelhouder, in weerwil van het vonnis van 25 maart 2021. Zo heeft zij het verzoek van [A] een aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen afgewezen omdat [A] geen aandeelhouder zou zijn.
-
Tilko en Jekerveld hebben met de statutenwijziging en de emissie van nieuwe aandelen in Seinhuis op 16 april 2021 het lucratieve deel van het belangrijkste vermogensbestanddeel van Conversie Team – een 100% belang in Seinhuis – zonder compensatie en zonder deugdelijke waardering overgeheveld naar zichzelf. Zij hebben daarmee de belangen van Conversie Team grovelijk veronachtzaamd ten gunste van zichzelf. Ook het feit dat [A] tot 30 september 2022 over dit besluit nooit is geïnformeerd, vormt een gegronde reden.
-
Ook overigens schiet de informatieverstrekking aan [A] tekort.
-
Door de dividenduitkering in 2018, vijf dagen nadat hij om levering van de aandelen had verzocht, is [A] benadeeld. Hij was op grond van de afspraken tussen partijen gerechtigd tot zijn deel van die uitkering, maar daaraan zijn het bestuur en de overige aandeelhouders voorbijgegaan.
-
De door de algemene vergadering van 26 maart 2018 gegeven goedkeuring voor de aandelenoverdracht aan Jekerveld en de statutenwijziging van 23 april 2018 waren alleen gericht op het beperken van de positie van [A] .
-
De vaststelling van de jaarrekening 2020 door de algemene vergadering op 11 mei 2022 is buiten [A] om gegaan. Alle aandeelhoudersbesluiten genomen na 28 april 2021 zijn nietig omdat [A] daarbij telkens ten onrechte niet betrokken is.
-
De verhoudingen binnen de algemene vergadering van Conversie Team zijn ernstig verstoord met als gevolg dat dit orgaan geen geldige besluiten kan nemen.
[A] verzoekt de Ondernemingskamer met een beroep op artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gevolgen te verbinden aan de onjuiste en misleidende stellingen die Conversie Team c.s. in het verweerschrift hebben ingenomen.
3.2
Conversie Team c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.
3.3
Ondanks het feit dat Conversie Team c.s. in het petitum van hun verweerschrift noch in hun nadere verweerschrift van 4 november 2022 concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [A] , wijden zij wel een aantal pagina’s van hun verweerschrift aan de vraag of [A] al dan niet aandeelhouder van Conversie Team is geworden en uit dien hoofde al dan niet een enquêteverzoek kan doen. Ter zitting hebben zij wel geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid. De Ondernemingskamer overweegt over de ontvankelijkheid van [A] als volgt. Tilko is bij vonnis van 25 maart 2021 veroordeeld 30% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Conversie Team binnen een week na betekening van dat vonnis aan [A] te leveren. Bij dat vonnis is tevens bepaald dat als Tilko niet voldoet aan die veroordeling, het vonnis op de voet van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de voor levering benodigde akte. Het vonnis is op 22 april 2021 betekend en Tilko is, ondanks daartoe uitgenodigd te zijn, niet verschenen bij de notaris voor de overdracht van de aandelen, met als gevolg dat de leveringsakte niet kon worden verleden. In het kader van deze procedure heeft bij die stand van zaken als uitgangspunt te gelden dat de aandelen een week nadien aan [A] zijn geleverd, waarbij het vonnis van 25 maart 2021 in de plaats is getreden van de voor levering benodigde notariële akte en dat [A] per die datum aandeelhouder van Conversie Team is geworden. Hij kan daarom worden ontvangen in zijn enquêteverzoek. Uit het hierna volgende zal blijken dat de bezwaren van [A] niet puur vermogensrechtelijke geschillen betreffen; ook dat ontvankelijkheidsverweer wordt daarom verworpen.
3.4
Verder voeren Conversie Team c.s. aan dat [A] niet-ontvankelijk is omdat hij de vennootschappen geen redelijke termijn heeft geboden te reageren op zijn bezwarenbrief. Ook dit verweer wordt verworpen. De bezwarenbrief dateert van 2 mei 2022. Het verzoekschrift is op 14 juni 2022 ingediend. De tussenliggende termijn is ruimschoots voldoende. Dat partijen in die periode nogmaals hebben getracht een minnelijke oplossing te bereiken, doet daaraan niet af. De bezwaren van [A] tegen het beleid en de gang van zaken van Conversie Team en Seinhuis waren genoegzaam bekend en de vennootschappen hebben voldoende tijd gehad die bezwaren te onderzoeken en zo nodig naar aanleiding daarvan maatregelen te nemen. Conversie Team c.s. hebben niet aangevoerd dat indien zij meer tijd hadden gehad te reageren op de bezwaren, zij daaraan – al dan niet op onderdelen – tegemoet waren gekomen. Uit het feit dat zij zich in hun verweer nog altijd op het standpunt stellen dat [A] geen aandeelhouder is, blijkt dat een nog langere periode tussen de bezwarenbrief en het verzoekschrift geen verschil zou hebben gemaakt.
3.5
Ter zitting is gedebatteerd over de vraag of [D] , pandhouder van de aandelen die [A] in Conversie Team houdt – waarbij het stem- en vergaderrecht niet mee is overgedragen – als belanghebbende moet worden aangemerkt. In artikel 282 lid 1 Rv is niet in het algemeen aangegeven wie tot de belanghebbenden in de zin van deze bepaling zijn te rekenen; dit moet worden afgeleid uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen. Bij de beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is, speelt volgens vaste jurisprudentie een rol in hoeverre deze door de uitkomst van de procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang of in hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen. Dat laatste is hier niet aan de orde: pandhouder [D] heeft daarbij geen enkele betrokkenheid gehad. In het kader van eerstgenoemd aspect heeft zij ter zitting aangevoerd dat haar belangen parallel lopen met die van pandgever [A] en dat zij zelf geen andere inhoudelijke punten heeft dan hetgeen [A] als verzoeker in deze procedure naar voren heeft gebracht. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is zodoende onvoldoende gebleken dat [D] , als pandhouder zonder stem- of vergaderrecht, een zodanig eigen belang heeft dat zij in deze procedure naast [A] zelf ook als belanghebbende moet worden aangemerkt.
3.6
De Ondernemingskamer is van oordeel dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan juist beleid en een juiste gang van zaken van Conversie Team en Seinhuis, die een onderzoek daarnaar rechtvaardigen. Dat volgt uit wat hierna in 3.7 tot en met 3.13 wordt overwogen.
3.7
De manier waarop Conversie Team sinds het vonnis van 25 maart 2021 omgaat met [A] levert een gegronde reden op te twijfelen aan een juiste gang van zaken. Het bestuur houdt – ook in deze procedure – vol dat [A] geen aandeelhouder is en is om die reden niet ingegaan op zijn verzoek een aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen (2.16). Ook informatieverzoeken van [A] worden niet voldoende gehonoreerd. Gelet op hetgeen hiervoor onder 3.3 is overwogen, neemt de Ondernemingskamer tot uitgangspunt dat het vonnis van 25 maart 2021 in de plaats is getreden van de voor levering benodigde notariële akte en dat [A] 30% van de aandelen in Conversie Team houdt. Bij die stand van zaken is irrelevant of partijen wellicht bedoeld hadden – zoals Conversie Team c.s. aanvoeren – dat [A] alleen zou delen in het project Merweplein en of hij al dan niet iets heeft gedaan voor het project Randstad. Ook de discussie die na het vonnis van 25 maart 2021 is gevolgd over de in de leveringsakte op te nemen “gebruikelijke voorwaarden” maakt niet dat de huidige positie van [A] onduidelijk is. Zijn aandeelhoudersrechten, waaronder het recht op informatie, worden momenteel, althans in elk geval tot en met 1 september 2022, onvoldoende gerespecteerd. Dit blijkt ook uit de manier waarop de algemene vergadering van Conversie Team de jaarrekening 2020 heeft vastgesteld (3.1 f): [A] is niet uitgenodigd voor de vergadering en is niet in de gelegenheid gesteld daarover mee te stemmen. Conversie Team c.s. hebben zich ook in dat kader ten onrechte op het standpunt gesteld dat [A] nog steeds geen aandeelhouder is en dat dat besluit om die reden niet gebrekkig was.
3.8
Ten aanzien van het bezwaar van [A] verwoord onder 3.1 b) geldt het volgende. Terecht wijst [A] erop dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren (artikel 21 Rv) en dat Conversie Team c.s. dat gebod in hun verweerschrift en ter zitting niet hebben nageleefd. Terwijl [A] in zijn verzoekschrift het vermoeden uitte dat het project Randstad buiten het Conversie Team concern zou worden gebracht, ontkenden Conversie Team c.s. dat – in strijd met de waarheid – in hun verweerschrift, noemden zij het een verzinsel van [A] “om Conversie Team c.s. in een kwaad daglicht te stellen”, spraken zij van “geveinsde achterdocht en wantrouwen” en achtten zij het “ronduit kwalijk” dat hiervoor het enquêterecht werd misbruikt. Ter zitting werd door [C] en [B] desgevraagd uitdrukkelijk ontkend dat het voornemen bestond (de opbrengsten van) het project Randstad buiten Conversie Team te brengen. Zij hebben daarbij verzwegen dat Conversie Team al sinds de emissie van 16 april 2021 niet langer enig aandeelhouder van Seinhuis was en dat de aandelen die zij nog hield waren verworden tot soortaandelen A, slechts rechtgevend op dividend uit een deel van de activiteiten van Seinhuis – volgens [A] het uiteindelijk minst renderende deel. De Ondernemingskamer is van oordeel dat dit al in het verweerschrift aangevoerd had kunnen en moeten worden opdat het debat daarover ter zitting had kunnen worden gevoerd. Ten onrechte hebben Conversie Team c.s. dat nagelaten. In plaats daarvan hebben zij hoog van de toren geblazen met hun verzoek [A] in de werkelijke proceskosten te veroordelen wegens misbruik van recht. Dat verzoek hebben zij bij nader verweerschrift herhaald. De Ondernemingskamer zal dat verzoek niet toewijzen, omdat niet is gebleken van misbruik van recht; integendeel, de in het verzoekschrift geuite vrees van [A] is feitelijk, zoals hierna wordt overwogen, terecht gebleken.
3.9
De Ondernemingskamer stelt in het licht van het voorgaande vast dat Conversie Team c.s. in strijd met het bepaalde in artikel 21 Rv heeft nagelaten alle voor de te nemen beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De Ondernemingskamer zal daaraan de gevolgtrekking verbinden dat Conversie Team c.s. daarmee bewust hebben geprobeerd het debat ter zitting te vertroebelen en hun eigen handelen te maskeren. Ook hebben zij daarmee een extra schriftelijke uitwisseling van standpunten noodzakelijk gemaakt. De Ondernemingskamer zal om die reden aan Conversie Team c.s. hoofdelijk een hogere proceskostenveroordeling opleggen dan gebruikelijk.
3.10
De Ondernemingskamer stelt vast dat Tilko en Jekerveld als bestuurders van Conversie Team en indirect bestuurders van Seinhuis met de statutenwijziging en de emissie van nieuwe aandelen in Seinhuis op 16 april 2021 een deel van het belangrijkste vermogensbestanddeel van Conversie Team – het 100% belang in Seinhuis – naar eigen zeggen zonder compensatie en zonder deugdelijke waardering (2.20), feitelijk hebben overgeheveld naar zichzelf. [B] en [C] hadden daarbij, als bestuurders en aandeelhouders van Tilko en Jekerveld, een persoonlijk belang dat tegengesteld was aan dat van Conversie Team. Hoe de belangen van Conversie Team en haar aandeelhouders bij de emissie gewogen zijn, is niet duidelijk. Terecht klaagt [A] daarover; deze gang van zaken vormt een gegronde reden te twijfelen aan een juist beleid van Conversie Team (in haar hoedanigheid van destijds enig aandeelhouder van Seinhuis) en van Seinhuis.
3.11
Ten aanzien van Seinhuis geldt dat haar bestuurder Conversie Team de emissie zonder deugdelijke waardering heeft voorbereid en dat haar indirecte bestuurders Tilko en Jekerveld daarbij een eigen belang hadden en profiteerden van de emissie, ten koste van Conversie Team, de vennootschap die ten tijde van de emissie was veroordeeld mee te werken aan de levering van aandelen van Tilko aan [A] . De stelling van Conversie Team c.s. dat het zonneklaar is dat [A] enkel recht had op 30% van de opbrengsten uit project Merweplein – wat daar verder ook van zij – rechtvaardigt niet dat een belangrijk vermogensbestanddeel dat aanvankelijk volledig was ondergebracht in Conversie Team tegen een symbolisch bedrag wordt overgeheveld naar de beide andere aandeelhouders.
3.12
[A] is ontvankelijk in zijn verzoek een concernenquête te gelasten bij Conversie Team en Seinhuis. Conversie Team en Seinhuis waren voorafgaand aan de emissie in een groep in de zin van art. 2:24b BW met elkaar verbonden, waarbij Conversie Team het beleid en de gang van zaken van Seinhuis ten aanzien van de onderwerpen die aan het enquêteverzoek ten grondslag zijn gelegd, waaronder de emissie, mede heeft bepaald.
3.13
Ook het feit dat [A] sinds zijn aandeelhouderschap tot 30 september 2022 over de daaraan voorafgaande besluiten van 9 juni 2020 (2.10) en over de uitvoering daarvan op 16 april 2021 – toen het vonnis van 25 maart 2021 al was gewezen – nooit is geïnformeerd, vormt een gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken. Dat die besluiten wellicht onbedoeld pas bijna een jaar na goedkeuring door de algemene vergadering zijn geëffectueerd, doet daaraan niet af. Het beroep van Conversie Team c.s. op de belangenafweging, gebaseerd op de stelling dat een onderzoek zinloos is omdat alles al in de procedure bij het gerechtshof Den Haag voorligt, wordt bij deze stand van zaken eveneens afgewezen, alleen al omdat de gang van zaken rondom de emissie en de statutenwijziging geen deel uitmaken van die procedure.
3.14
De dividenduitkering in 2018 (3.1 d) vormt naar het oordeel van de Ondernemingskamer in dit geval geen gegronde reden. [A] was destijds geen aandeelhouder van Conversie Team. Het vermogensrechtelijke debat over de vraag of hij desondanks recht heeft op een deel van dat dividend, wordt gevoerd in de procedure bij het gerechtshof Den Haag. Ook de goedkeuring door de algemene vergadering van Conversie Team van 26 maart 2018 tot aandelenoverdracht en de statutenwijziging (3.1 e) leveren geen zelfstandige gegronde reden op en dragen evenmin bij aan het oordeel dat getwijfeld moet worden aan het beleid van Conversie Team. Ook toen was [A] nog geen aandeelhouder en zijn positie is ten gevolge van die aandelenoverdracht niet noemenswaardig anders geworden, uitgaande van zijn veronderstelling dat Tilko en Jekerveld samen één front vormen. De wijzigingen in de statuten zijn evenmin van dien aard dat zij de suggestie van [A] ondersteunen dat die zijn gericht op marginalisering van zijn (toen toekomstige) zeggenschap.
3.15
Verstoorde verhoudingen tussen [A] enerzijds en [B] en [C] anderzijds (3.1 g) vormen evenmin een gegronde reden. Er is namelijk geen sprake van een impasse in de algemene vergadering van Conversie Team. Besluiten kunnen rechtsgeldig worden genomen, tenminste wanneer [A] wordt uitgenodigd voor aandeelhoudersvergaderingen.
3.16
De Ondernemingskamer is van oordeel dat de toestand van Conversie Team en Seinhuis, zoals die blijkt uit 3.7 tot en met 3.13 het nodig maakt de navolgende onmiddellijke voorzieningen te treffen. Zij zal Tilko en Jekerveld schorsen als bestuurder van Conversie Team en in hun plaats een nader aan te wijzen persoon tot bestuurder benoemen, die bevoegd is om Conversie Team zelfstandig te vertegenwoordigen. Deze bestuurder zal zich bij de uitoefening van zijn/haar bestuurstaak naar eigen inzicht kunnen doen bijstaan door Tilko of Jekerveld op door hem/haar te bepalen, nader te stellen voorwaarden. De Ondernemingskamer ziet ook aanleiding om de aandelen in Conversie Team en de aandelen B in Seinhuis met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders ten titel van beheer over te dragen aan een door haar te benoemen beheerder. De Ondernemingskamer zal de kosten van het onderzoek en de te benoemen bestuurder en beheerder voor rekening brengen van Conversie Team en Seinhuis.
3.17
Voor het treffen van andere onmiddellijke voorzieningen ziet de Ondernemingskamer voorlopig geen aanleiding. De te benoemen bestuurder mag het ook tot zijn/haar taak rekenen te bezien of een minnelijke regeling tussen partijen kan worden bereikt.
3.18
De Ondernemingskamer zal de aanwijzing van een onderzoeker voorlopig aanhouden om te bezien of al door de te treffen onmiddellijke voorzieningen een oplossing van het geschil kan worden bereikt. Ieder van partijen of de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder of beheerder kan op elk moment de Ondernemingskamer verzoeken de onderzoeker aan te wijzen. De Ondernemingskamer zal het bedrag dat het onderzoek maximaal mag kosten niet meteen vaststellen. In het geval het komt tot aanwijzing van een onderzoeker, zal de Ondernemingskamer de onderzoeker vragen om binnen zes weken een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen. De Ondernemingskamer zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens het onderzoeksbudget vaststellen.
3.19
De Ondernemingskamer zal Conversie Team c.s. als de overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van de procedure. Deze kosten worden hoger begroot dan gebruikelijk, gelet op wat in 3.9 is overwogen.
4 De beslissing
beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Conversie Team B.V. en van Seinhuis B.V. over de periode vanaf 1 juni 2020, zoals omschreven in rechtsoverweging 3.7 tot en met 3.13 van deze beschikking;
benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon om het onderzoek te verrichten;
houdt in verband met het bepaalde in 3.18 de vaststelling van het onderzoeksbudget aan en verzoekt de onderzoeker binnen zes weken na de beschikking waarbij hij/zij als onderzoeker wordt aangewezen een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Conversie Team B.V. en Seinhuis B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor het begin van zijn/haar werkzaamheden zekerheid moeten stellen;
benoemt mr. J.M. de Jongh tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;
schorst, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van de procedure, met ingang van heden Tilko Holding B.V. en Jekerveld B.V. als bestuurders van Conversie Team B.V.;
benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Conversie Team B.V. en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Conversie Team B.V. te vertegenwoordigen;
bepaalt vooralsnog voor de duur van het geding dat de aandelen in Conversie Team B.V. en de aandelen B in Seinhuis B.V. – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – met ingang van heden ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;
bepaalt dat het salaris en de kosten van de bestuurder en van de beheerder van aandelen voor rekening komen van Conversie Team B.V. en van Seinhuis B.V. en bepaalt dat deze vennootschappen voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder en beheerder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van hun werkzaamheden;
veroordeelt Conversie Team c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure tot op heden aan de kant van [A] begroot op € 30.000 exclusief btw;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en mr. drs. G. Boon RA en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Frans, griffier, op 26 januari 2023.