2.1
Het verloop van de procedure is als volgt:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 17 april 2014 (met grieven) en één productie;
- de schriftelijke eis d.d. 29 april 2014;
- de memorie van antwoord zijdens de gemeente d.d. 20 mei 2014 met één productie;
- de memorie van antwoord zijdens [geïntimeerde 2] d.d. 13 mei 2014;
- het gehouden pleidooi d.d. 4 juni 2014 waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd en waarbij [appellante] nog een akte houdende producties heeft genomen.
2.3
De vordering van [appellante] luidt:
"
Primair:
1. het vonnis waarvan beroep te vernietigen; en, opnieuw recht doende,
2. de Gemeente te gebieden de gunningsbeslissing aan [geïntimeerde 2] en de beslissing tot
ongeldigverklaring van de inschrijving van [appellante] in te trekken en, indien zij ter zake
reeds een overeenkomst met [geïntimeerde 2] heeft gesloten, de Gemeente te gebieden deze
overeenkomst binnen vijf werkdagen na datum arrest op te zeggen, dan wel te
beëindigen; en
3. de Gemeente te gebieden de Opdracht, voor zover zij deze nog wenst te vergeven, te
gunnen aan geen ander dan aan [appellante].
1. het vonnis waarvan beroep te vernietigen; en, opnieuw recht doende
2. de Gemeente te gebieden de gunningsbeslissing aan [geïntimeerde 2] en de beslissing tot
ongeldigverklaring van de inschrijving van [appellante] in te trekken en, indien zij ter zake
reeds een overeenkomst met [geïntimeerde 2] heeft gesloten, de Gemeente te gebieden deze
overeenkomst binnen vijf werkdagen na datum arrest op te zeggen, dan wel te
beëindigen; en
3. de Gemeente te gebieden de Opdracht, voor zover zij die nog wensen te vergeven,
opnieuw aan te besteden;
1. [geïntimeerde 2] en de Gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure in eerste
aanleg en hoger beroep, waaronder begrepen de nakosten, met bepaling dat deze
kosten binnen twee weken na dagtekening van het arrest aan [appellante] moeten zijn
voldaan, bij gebreke waarvan [geïntimeerde 2] en de Gemeente zonder nadere aankondiging
over die kosten wettelijke rente zullen zijn verschuldigd; en
2. [geïntimeerde 2] en de Gemeente te veroordelen om [appellante] binnen veertien dagen na
dagtekening van het arrest gewezen in deze procedure terug te betalen al hetgeen
[appellante], [geïntimeerde 2] en de Gemeente op grond van het Vonnis heeft betaald, vermeerderd
met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over dat bedrag vanaf de datum van
betaling door [appellante] tot en met de dag der algehele voldoening;
3. alles op straffe van een aan [appellante] te verbeuren dwangsom van € 10.000,- dan wel
een in goede justitie te bepalen bedrag voor iedere dag dat [geïntimeerde 2] en de Gemeente
hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke zal blijven."