[appellanten] heeft de Gemeente bij brief van 7 augustus 2018 (productie 4 bij inleidende dagvaarding), voor zover relevant, bericht:
“(…) [appellant 1] heeft kennis genomen van het Masterplan Didam “De samenleving verandert” (…).
Het Masterplan is buiten medeweten van [appellant 1] tot stand gekomen: [appellant 1] is daar generlei wijze bij betrokken. Dit terwijl het Masterplan onder meer beoogt dat supermarkten die buiten het centrum zijn gelegen – zoals de Albert Heijn-supermarkt van [appellant 1] – verhuizen naar het centrum.
(…)
Als een van de potentiële locaties voor verplaatsers wordt het oude gemeentehuis genoemd, een locatie die in eigendom is van de gemeente (…). In lijn met het Masterplan wil [appellant 1] zich graag vestigen in het centrum van Didam en wel op de locatie van het oude gemeentehuis (…).
[appellant 1] heeft evenwel vernomen dat de Gemeente met [geïntimeerde 2]
(…) onderhands in overleg is over de herontwikkeling van Gemeentehuislocatie. Daarbij is het streven, zo begrijpt [appellant 1] , dat de COOP-supermarkt wordt verplaatst naar de Gemeentehuislocatie; een supermarkt die reeds in het centrum gevestigd is. Net als het geval was bij de totstandkoming van het Masterplan is [appellant 1] op generlei wijze in kennis gesteld over het voornemen tot en invulling van deze herontwikkeling.
Deze procedure, die onder meer voorziet in de mogelijkheid een supermarkt te realiseren, verloopt daarmee volstrekt intransparant (…), terwijl bovendien onduidelijk is in hoeverre de prijs die [geïntimeerde 2] voor de grond betaalt, marktconform is en dus niet in strijd is met staatssteunregels. Bovendien is deze onderhandse toekenning van het recht om deze gemeentelijke gronden te gebruiken in strijd met het gelijkheids- en transparantiebeginsel. (…) Gemeenten zijn ook bij privaatrechtelijk handelen, zoals het verkopen of in gebruik geven van grond, onderworpen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuurlijk handelen, waaronder het gelijkheidsbeginsel (…).
Gelet op het voorgaande verzoek ik u en zo nodig sommeer ik u
binnen veertien dagen
na
verzending van deze brief mij te bevestigen dat ieder overleg tussen (medewerkers van) de
Gemeente met [geïntimeerde 2] of aan haar gelieerde (rechts)personen over de herontwikkeling van de Gemeentehuislocatie wordt gestaakt en dat een openbare biedprocedure wordt gestart met betrekking tot de herontwikkeling van in ieder geval de Gemeentehuislocatie.
Bij het uitblijven van de bevestiging acht [appellant 1] zich vrij om zonder voorafgaande aankondiging rechtsmaatregelen te treffen. (…)”