Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:GHARL:2020:9304

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
11-11-2020
14-12-2020
Wahv 200.240.408/01
Strafrecht, Bestuursstrafrecht
Hoger beroep

Artikel 5 Wahv. De enkele opmerking ‘drukte’ is onvoldoende om te kunnen concluderen dat er geen reële mogelijkheid was voor staandehouding.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.240.408/01

CJIB-nummer

: 200763257

Uitspraak d.d.

: 11 november 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 28 oktober 2020. De gemachtigde van de betrokkene is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft in diens beslissing overwogen dat het tegen de inleidende beschikking ingestelde beroep door de officier van justitie ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Vervolgens heeft de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking beoordeeld en het beroep daartegen ongegrond verklaard. Gelet hierop kon de kantonrechter niet volstaan met het beroep ongegrond te verklaren. Het hof leest voormelde beslissing van de kantonrechter zo dat daarbij het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is verklaard en die beslissing is vernietigd.

2. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd voor: “rijden in strijd met gebod tot het volgen van aangegeven rijrichting D4”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 augustus 2016 om 23:44 uur op de Stadhouderskade (thv Rijksmuseum linksaf Museumbrug op) te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

3. De gemachtigde voert aan dat er geen feiten of omstandigheden in het geding zijn gebracht waaruit met zekerheid blijkt dat de gedraging door de betrokkene, althans met genoemd voertuig, is verricht. Het dossier bevat eveneens geen ambtsedige verklaring van een ambtenaar zodat de sanctiebeschikking niet in stand kan blijven. Verder heeft de ambtenaar verklaard dat in verband met drukte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. De gemachtigde vraagt zich af of de ambtenaar het druk had, of was er anderszins sprake van drukte? In beginsel is “drukte” geen reden om de beginselplicht tot staandehouding te schenden. De stelling van de advocaat-generaal dat sprake was van verkeersdrukte volgt niet uit de stukken en is slechts een teleologische interpretatie van die verklaring.

4. Het hof stelt voorop dat de Wahv niet de eis stelt dat aan een krachtens die wet opgelegde administratieve sanctie een ambtsedig proces-verbaal van een opsporingsambtenaar ten grondslag ligt. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik, verbalisant, zag dat betrokkene reed over de Stadhouderskade en kwam uit de richting van de Overtoom. Ik zag dat hij op de kruising over een op de weg aangebrachte pijl reed, welke rechtdoor wees. Tevens zag ik dat er een verkeersbord D4, met als gebods rijrichting rechtdoor aanwezig was welke bevestigd was aan een paal en goed zichtbaar was. Ik zag dat betrokkene dit gebodsbord negeerde en linksaf sloeg richting de museumbrug. (…)

Reden geen staandehouding: i.v.m. drukte.”

6. Dat wat namens de betrokkene is aangevoerd leidt niet tot twijfel aan de juistheid van de gegevens in het dossier. Anders dan de gemachtigde stelt, is het hof van oordeel dat de ambtenaar zijn waarneming voldoende heeft onderbouwd. Nu het dossier evenmin aanwijzingen bevat dat de gegevens niet juist zijn, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

7. Artikel 5 van de Wahv bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd.

8. De gemachtigde kan worden toegegeven dat de enkele mededeling van de ambtenaar dat geen staandehouding heeft kunnen plaatsvinden in verband met drukte vragen oproept die door het openbaar ministerie niet afdoende zijn beantwoord. Het hof ziet, in aanmerking genomen het tijdsverloop na de pleegdatum en het feit dat de advocaat-generaal in de gelegenheid is geweest om aanvullende informatie in het geding te brengen, ervan af om de advocaat-generaal nu nog te verzoeken om een aanvullend proces-verbaal over te leggen. Op basis van het huidige dossier is het hof van oordeel dat onvoldoende duidelijk is waarom zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. De sanctie is daarom ten onrechte met toepassing van artikel 5 van de Wahv opgelegd aan de betrokkene als kentekenhouder. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter en de inleidende beschikking vernietigen.

9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen verricht: het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en een nadere toelichting daarop. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend, aan het indienen van een nadere toelichting een halve punt. De waarde per punt bedraagt € 525,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van in totaal € 918,75 (3,5 x € 525,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 918,75, over te maken naar het rekeningnummer van Zaakrecht te Heerenveen.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.