De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 juni 2020 om 16:25 uur op de Cora Baltussenallee in Heteren met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. Hij voert daartoe aan dat de betrokkene en haar voertuig niet ter plaatse zijn geweest. De betrokkene was die dag bij haar broer in het verpleeghuis op bezoek. De ambtenaar moet zich hebben vergist bij het noteren van het kenteken.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, [naam1] , reed op de ingevoerde datum en tijdstip in mijn privévoertuig op de afrit van de autosnelweg A50 in de richting van de kruising met de Cora Baltussenallee oftewel de N837 te Heteren. De Cora Baltussenallee oftewel de N837 is een weg met een maximale snelheid van 80 km/h, met verkeer in beide richtingen. Ik zag dat het ingevoerde voertuig in de richting van Heteren reed, komende vanuit de autosnelweg A50. Ik naderde de kruising met verkeerslichten, nabij de kruising met de Cora Baltussenallee. Ik stond bij deze verkeerslichten stil voor de rijstrook voor rechtsafslaand verkeer en zag dat het ingevoerde voertuig ook de kruising naderde. Ik zag dat het verkeerslicht links naast de rijstrook en boven de rijstrook voor linksafslaand verkeer al zeker 3 seconden oranje (het hof begrijpt: geel) licht uitstraalde. Ik zag dat het ingevoerde voertuig met flinke snelheid aangereden kwam en dat het ingevoerde voertuig niet vol remde. Ik zag dat er geen voertuigen achter het genoemde voertuig reden. Ik zag dat het verkeerslicht inmiddels al 2 tot 3 seconden rood licht uitstraalde, het genoemde voertuig doorreed, niet vol remde en toch gewoon hierbij het rode verkeerslicht negeerde. Hierna zag ik dat het voertuig linksaf sloeg in de richting van Heteren.”
5. Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal van 23 augustus 2020. Hierin verklaart de ambtenaar, voor zover hier van belang en in aanvulling op het zaakoverzicht, het volgende:
“Ik zag dat in het voertuig twee vrouwen zaten. Ik zag dat een vrouw het voertuig bestuurde en dat de andere vrouw op de bijrijdersstoel zat.
De voertuiggegevens welke ik ter plaatse op bovengenoemde datum, tijdstip en locatie waarnam:
Kenteken: [kenteken]
Merk: Volkwagen
Type: polo
Kleur: donkergrijs of zwart.
Ik kon geen mobiel elektronisch apparaat vasthouden tijdens het rijden en kon hierdoor geen fotografische opname of video-opname van het gepleegde feit maken.”
6. De betrokkene heeft gedurende de gehele procedure consistent en vasthoudend aangevoerd, dat zij en haar voertuig niet ter plaatse zijn geweest. De betrokkene heeft aangegeven dat zij en haar echtgenoot die dag waren gaan fietsen, vroeg hebben gegeten en vervolgens om 17.30 uur naar Gouda zijn gegaan met de auto, op bezoek bij de broer van de betrokkene in het verpleeghuis in Gouda. De betrokkene heeft dit ter zitting herhaald en daaraan toegevoegd dat alleen zij en haar echtgenoot gebruik maken van de auto en dat zij zelf niet rijdt op de snelweg. De ambtenaar kan daardoor onmogelijk hebben gezien dat er twee vrouwen in het voertuig zaten. De betrokkene geeft verder aan nooit in Heteren, dat 100 km verderop ligt, te zijn geweest.
7. De ambtenaar verklaart dat zij heeft gezien dat de gedraging met het voertuig met het kenteken [kenteken] , een Volkswagen polo, donkergrijs of zwart is verricht. Ter zitting is gebleken dat de ambtenaar het kenteken van het voertuig, waarmee de gedraging is verricht, niet meteen heeft genoteerd. Zij is eerst naar huis gereden en heeft bij thuiskomst -zo'n 10 minuten later- het kenteken op een briefje genoteerd. Vervolgens heeft zij het kenteken vijf dagen later ingevoerd in MEOS en de sanctie opgelegd met behulp van uit het register van de RDW blijkende gegevens.
8. Het uiteindelijk ingevoerde kenteken kan een ander zijn dan het kenteken van het voertuig dat de ambtenaar heeft waargenomen, hetzij doordat een vergissing is gemaakt bij het noteren daarvan, hetzij bij het invoeren daarvan. Het is verder zeer wel mogelijk dat het voertuig waarvan het kenteken één cijfer of letter afwijkt van dat van de betrokkene ook een zwarte of donkergrijze Volkwagen (Polo) is. Een foto van de gedraging is niet gemaakt. De bestuurder van het voertuig is niet staandegehouden.
9. Een en ander leidt het hof tot het oordeel dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht met het voertuig met kenteken [kenteken] . Dit leidt tot de hierna volgende beslissing.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van een hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting bij het hof dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 1122,- (3 x € 748,- x 0,5).
11. Het hof acht ook termen aanwezig om een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de reiskosten die de betrokkene heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting in hoger beroep. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder d, van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden reiskosten vergoed overeenkomstig artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Ingevolge die bepaling wordt een tarief vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Dit komt neer op een bedrag van € 60,13 ( [woonplaats] - Leeuwarden v.v.).