2.4
Op de zitting van 14 november 2022 hebben partijen de volgende afspraken gemaakt:
“Partijen hebben de rechtbank verzocht in de beschikking een termijn van acht weken te vermelden waarbinnen de man de gelegenheid krijgt om de woning over te nemen.
Indien de termijn van acht weken, die eindigt op 9 januari 2023, niet voldoende blijkt om de financiering rond te krijgen, geldt het volgende. Indien de man de volgende stukken overlegt, is de vrouw bereid de man een aanvullende termijn te gunnen:
- een verklaring van de hypotheekadviseur dan wel bank van de man dat de financiering
zoals bedoeld naar verwachting haalbaar is, alsmede op welke globale wijze die financiering naar verwachting plaats zal vinden;
- een verklaring van de bank waaruit blijkt dat de man de voor de financiering
benodigde stukken heeft overgelegd, doch dat de bank een aanvullende termijn nodig heeft om hierop te beslissen.
Daaruit moet tevens blijken welke termijn de bank nog nodig heeft.
De totale termijn waarbinnen de man de gelegenheid krijgt om de woning over te nemen zal een periode van drie maanden niet overstijgen.
Indien blijkt dat de financiering niet haalbaar is, bericht de man de vrouw hiervan onmiddellijk.
Partijen zullen over en weer hun volledige medewerking verlenen aan het zo spoedig mogelijk doch binnen zeven dagen na ontvangst van de beschikking, inschrijven van de echtscheidingsbeschikking.”
Bij het maken van deze afspraken zijn partijen uitgegaan van een waarde van de woning van € 740.000.
2.6
De rechtbank heeft bij bestreden beschikking (dus op 21 juni 2023) de verdeling vastgesteld en – voor zover hier van belang –
- bepaald dat voor zover partijen geen uitvoering hebben gegeven aan hun afspraak met betrekking tot de verdeling van de echtelijke woning, deze woning moet worden verkocht en de opbrengst daarvan, na aftrek van de hypothecaire geldlening en de verkoopkosten, tussen partijen bij helfte moet worden verdeeld en beiden hun medewerking aan verkoop en levering moeten verlenen,
- bepaald dat de vrouw € 6.451,63 (de helft van € 12.903,27) aan de man moet voldoen, zijnde de helft van het saldo van haar spaarrekening met nummer [nummer1] , en het verzoek van de man om de vrouw te veroordelen tot betaling van € 10.500 (€ 21.000/2) aan hem wegens benadeling van de gemeenschap afgewezen,
- de waarde van de cryptovaluta per de peildatum vastgesteld op € 250.000 en bepaald dat de vrouw recht heeft op de helft, te weten € 125.000 en dat van benadeling door de man niet is gebleken,
- het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen tot vergoeding van de schade aan de gemeenschap door middel van betaling van € 50.000 afgewezen,
- bepaald dat aan de vrouw vanwege benadeling van de gemeenschap € 4.500 (€ 2.500 + € 2.000) toekomt.
2.9
De bedoeling van het hoger beroep van de man is dat de bestreden beschikking voor een deel wordt vernietigd en dat het hof opnieuw rechtsprekend en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I.
- primair de cryptovaluta aan de man toedeelt tegen een waarde van € 67.022,83 onder de verplichting van de man om aan de vrouw € 33.511,42 te voldoen, subsidiair de op de peildatum aanwezige cryptovaluta bestaande uit de in de tabel onder sub 19 van het beroepschrift opgenomen cryptovaluta en aantallen, worden toegedeeld aan de man tegen de waarde van de cryptovaluta op de peildatum verdeling, te weten de datum van de te geven beschikking, onder de verplichting van de man om de helft van die waarde aan de vrouw te voldoen;
II.
- de woning onder voorbehoud van financiering aan de man toedeelt tegen de
tussen partijen op 14 november 2022 overeengekomen waarde van € 740.000, onder de verplichting van de man om de lasten uit de hypothecaire geldlening vanaf de peildatum 24 maart 2021 voor zijn rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen, aan de vrouw de helft van de waarde minus de hoogte van de hypothecaire geldlening op 24 maart 2021 te voldoen bij gelegenheid van de notariële levering aan de man, binnen twee weken na het verstrijken van de cassatietermijn aan de vrouw moet overleggen een door hem ondertekende offerte waaruit blijkt dat hij in staat is de woning te financieren,
en onder de opschortende voorwaarde dat de hypotheeknemer de vrouw ontslaat uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid ter zake van de hypothecaire geldlening;
III.
- primair bij tussenbeschikking bepaalt dat de vrouw alsnog inzage moet geven in al
haar bankafschriften over de periode 24 september 2020 tot en met 24 maart 2021 van bankrekening [nummer1] , subsidiair bepaalt dat de vrouw aan de man wegens benadeling van de gemeenschap € 10.500 moet voldoen, meer subsidiair bepaalt dat de benadelingsvordering van de man gelijk wordt gesteld aan de benadelingsvordering van de vrouw – welke door de rechtbank is vastgesteld – waardoor partijen over en weer op dit punt geen bedrag meer aan elkaar verschuldigd zijn.
2.10
De vrouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van de man. De bedoeling van het hoger beroep van de vrouw is dat de bestreden beschikking voor een deel wordt vernietigd en dat het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, opnieuw rechtsprekend:
a. bepaalt dat de vrouw € 6.238,54 aan de man moet voldoen uit hoofde van verdeling van de op haar naam staande bank- en spaarrekening;
b. bepaalt dat aan de vrouw vanwege benadeling door de man van de
huwelijksgemeenschap € 6.150 (de helft van € 12.300) toekomt;
c. de waarde van het cryptovermogen vaststelt op € 1.000.000;
d. voorwaardelijk, voor het geval het hof vaststelt dat de waarde waarvoor de cryptovaluta in de verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt betrokken minder bedraagt dan € 250.000 en onder die voorwaarde: de beslissing van de rechtbank, dat de door de man genoemde bedragen waarmee is geïnvesteerd in cryptovaluta worden betrokken bij de verdeling van deze cryptovaluta en dus geen benadeling aan de zijde van de man oplevert, te vernietigen – en opnieuw rechtsprekend te beslissen dat de man wegens benadeling van de huwelijksgemeenschap (naast een bedrag van € 4.500 uit hoofde van het bepaalde in rechtsoverweging 2.16 van de bestreden beschikking – in samenhang gelezen met grief II van de vrouw nog aan de vrouw € 27.650 moet betalen (de helft van € 55.300).
Bij wege van vermeerdering van de verzoeken:
1. voor recht verklaart dat de tussen partijen op 14 november 2022 gemaakte afspraken zijn ontbonden en dat aan deze afspraken geen rechten meer kunnen worden ontleend.
Met betrekking tot de echtelijke woning
2. de verdeling van de woning beveelt en bepaalt dat de woning moet worden verkocht aan een derde, waarbij de verkoopopbrengst, vermeerderd met de afkoopwaarde van de polis levensverzekering, en verminderd met de restant hypotheekschuld, tussen partijen bij helfte moet worden verdeeld, met dien verstande dat partijen, zoals opgenomen in de (tussen)beschikking van 28 november 2022 zijn overeengekomen dat de man met ingang van 24 maart 2021 de volledige eigenaarslasten zal dragen en dat bij levering van de woning aan derden aan de man toekomt het bedrag aan aflossing die hij vanaf 24 maart 2021 tot aan de datum van levering heeft voldaan;
verkoopbemiddelingsopdracht
3. de man veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van de in deze zaak af te geven beschikking aan [naam1] makelaars in [woonplaats1] , althans aan een door uw Hof te benoemen makelaar, onvoorwaardelijk opdracht te geven om als makelaar de woning te taxeren, de vraagprijs, laatprijs en bodemprijs vast te stellen en de woning in de verkoop te nemen en te houden;
4. bepaalt dat wanneer de man niet binnen 14 dagen na betekening van de te geven beschikking een opdracht tot verkoop aan [naam1] makelaars in [woonplaats1] , althans aan een door het hof te benoemen makelaar heeft verstrekt, deze beschikking in de plaats treedt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man tot het in de verkoop geven en het in de verkoop houden van de woning bij [naam1] makelaars in [woonplaats1] , althans bij een door het hof te benoemen makelaar, conform de door die makelaar vast te stellen vraagprijs en bodemprijs;
verkoopkosten
5. vaststelt dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de makelaarskosten en de man veroordeelt om aan de vrouw te betalen het bedrag dat zij meer dan haar aandeel in deze kosten, mitsdien het meerdere boven 50%, betaalt;
6. vaststelt dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de kosten die gemoeid zijn met het verkoop gereed maken van de woning, volgens de adviezen van [naam1] makelaars in [woonplaats1] , althans aan een door het hof te benoemen makelaar en de man veroordeelt om aan de vrouw te betalen het bedrag dat zij meer dan haar aandeel in deze kosten, mitsdien het meerdere boven 50%, betaalt;
verkooptraject
7. de man veroordeelt om na betekening van de af te geven beschikking de woning op eerste verzoek van de makelaar en/of de vrouw man open te stellen voor bezichtigingen, waarbij de makelaar en de vrouw gerechtigd zijn om potentiële kopers rond te leiden, één en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per keer dat de makelaar de woning wenst te betreden voor het doen van een bezichtiging door een potentiële koper en de man zijn medewerking daaraan onthoudt;
8. bepaalt dat de man met een op de woning uitgebracht bod en de voorgestelde leveringstermijn moet instemmen, indien dit bod hoger of gelijk ligt aan de door de makelaar vast te stellen bodemprijs;
9. bepaalt dat wanneer de man zou nalaten om binnen 3 dagen na het eerste verzoek van de makelaar en/of de vrouw, om het bod te accepteren dan wel de koopovereenkomst op basis van dit bod te tekenen, de beschikking in deze zaak in de plaats treedt van de voor verkoop noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man tot het verkopen van de woning, subsidiair bepaalt dat de man op eerste verzoek van de makelaar en/of de vrouw binnen 3 dagen na dit verzoek de koopovereenkomst dient te tekenen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat de man in gebreke blijft met het tekenen van de koopovereenkomst;
leveringshandelingen
10. veroordeelt de man tot het tekenen van de leveringsakte en het verrichten van alle noodzakelijke leveringshandelingen conform het koopcontract, op eerste verzoek van de man, de makelaar en/of de notaris;
11. bepaalt dat wanneer de man niet op eerste verzoek van de vrouw, de makelaar en/of de notaris overgaat tot het tekenen van de notariële leveringsakte en/of tot uitvoering van de noodzakelijke leveringshandelingen, de beschikking in deze zaak in de plaats treedt van de voor de eigendomsoverdracht noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man tot het leveren van de woning aan een koper, subsidiair bepaalt dat de man op eerste verzoek van de vrouw, de makelaar of de notaris, binnen 3 dagen na dit verzoek de leveringsakte moet tekenen en alle noodzakelijke leveringshandelingen moet verrichten, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat de man in gebreke blijft met het verlenen van zijn medewerking aan de levering;
ontruiming woning
12. veroordeelt de man de woning te ontruimen, ontruimd te houden en te verlaten en om deze leeg en schoon op te leveren, onder overhandiging van de sleutels aan de vrouw, uiterlijk 48 uur na het verstrekken van de opdracht tot verkoop aan de makelaar dan wel uiterlijk 48 uur nadat deze beschikking in de plaats is getreden van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man tot het in de verkoop geven van de woning aan de makelaar, althans na een door het hof in goede justitie te bepalen periode, bij gebreke waarvan de vrouw wordt gemachtigd de woning te doen ontruimen, met behulp van de sterke arm der wet. Alles op kosten van de man.