De tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 t/m 31 augustus 2022 te Harlingen en/of te Terschelling en/of op de Waddenzee, althans in het arrondissement Noord-Nederland,
in zijn hoedanigheid als eigenaar en schipper van het [vaartuig/zeilschip] en/of als verantwoordelijke voor het onderhoud van dat vaartuig/zeilschip,
grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig heeft gehandeld doordat hij
- -
heeft nagelaten de giek van dat vaartuig/zeilschip voldoende te onderhouden en/of te controleren of de giek van dat vaartuig/zeilschip nog in deugdelijke staat verkeerde en/of de giek in goede en/of deugdelijke staat te houden, door
- -
het niet tijdig vervangen van de (mede gelet op de brancherichtlijn voor rondhouten en de verrotting van het hout) ondeugdelijke giek, en/of
- -
niet te voorkomen dat er water in de windscheuren in de giek terecht zou komen en/of blijven staan, althans de windscheuren niet of onvoldoende af te dekken en/of droog te houden, en/of
- -
niet of onvoldoende te constateren dat de giek is gaan rotten en/of niet of onvoldoende te voorkomen dat de giek is gaan rotten, en/of
- -
de tuigagekeuring van dat vaartuig/zeilschip heeft laten verlopen en/of niet tijdig een tuigagekeuring heeft laten uitvoeren, en/of
- -
met dat vaartuig/zeilschip is gaan varen, terwijl de giek (mede gelet op de brancherichtlijn voor rondhouten en de verrotting van het hout) ondeugdelijk was en het bewijs van tuigagekeuring was verlopen,
waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die giek in zodanige staat verkeerde dat die giek tijdens een gijp is gebroken en boven op (het hoofd) van [slachtoffer] terecht is gekomen, waardoor zij zodanig letsel, te weten een schedelbreuk, heeft opgelopen en aan de gevolgen daarvan is overleden;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 t/m 31 augustus 2022 te Harlingen en/of te Terschelling en/of op de Waddenzee, althans in het arrondissement Noord-Nederland,
als schipper van een (groot) (zeil)schip, te weten het [vaartuig/zeilschip]
met dat schip, met aan boord een of meer passagier(s), heeft gevaren op het voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaand vaarwater, te weten de Waddenzee, en voor en/of tijdens het varen niet heeft voldaan aan de verplichting om, ook bij het ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement, alle voorzorgsmaatregelen te nemen die volgens goed zeemanschap of door de omstandigheden waarin het door haar bestuurde schip zich bevond waren geboden, teneinde met name te voorkomen dat het leven van personen in gevaar werd gebracht,
- nagelaten de giek van dat vaartuig/zeilschip voldoende te onderhouden en/of te controleren of de giek van dat vaartuig/zeilschip nog in deugdelijke staat verkeerde en/of de giek in goede en/of deugdelijke staat te houden, door
het niet tijdig vervangen van de (mede gelet op de brancherichtlijn voor rondhouten en de verrotting van het hout) ondeugdelijke giek, en/of
niet te voorkomen dat er water in de windscheuren in de giek terecht zou komen en/of blijven staan, althans de windscheuren niet of onvoldoende af te dekken en/of droog te houden, en/of
niet of onvoldoende te constateren dat de giek is gaan rotten en/of niet of onvoldoende te voorkomen dat de giek is gaan rotten, en/of
- -
de tuigagekeuring van dat vaartuig/zeilschip laten verlopen en/of niet tijdig een tuigagekeuring laten uitvoeren, en/of
- -
met dat vaartuig/zeilschip gaan varen, terwijl de giek (mede gelet op de brancherichtlijn voor rondhouten en de verrotting van het hout) ondeugdelijk was en het bewijs van tuigagekeuring was verlopen,
ten gevolge waarvan die voornoemde giek in zodanige staat verkeerde dat die giek tijdens een gijp is gebroken en boven op (het hoofd) van [slachtoffer] terecht is gekomen,
terwijl door dit feit die [slachtoffer] zodanig letsel, te weten een schedelbreuk, heeft opgelopen en aan de gevolgen daarvan is overleden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat het primair ten laste gelegde kan worden bewezen. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte als schipper verantwoordelijk was voor de veiligheid aan boord van zijn schip. Dit betekent niet alleen dat hij het schip goed moest onderhouden, maar ook dat hij de veiligheidsvoorschriften strikt moest naleven en al het materiaal aan boord van het schip regelmatig moest controleren. Dat heeft de verdachte niet gedaan. Hij heeft de giek van het schip onvoldoende onderhouden en onvoldoende gecontroleerd of deze nog in deugdelijke staat verkeerde. Uit het TNO-rapport blijkt dat de giek van binnen ernstig verrot was en dat de breuk daaraan is te wijten. Die verrotting komt door inwatering in de windscheuren. De verdachte was op de hoogte van het bestaan van deze windscheuren en van het gevaar daarvan. Verder heeft de verdachte niet tijdig een tuigagekeuring laten uitvoeren. Tot slot waren er ook nog andere gebreken aan het schip, waaruit blijkt dat de verdachte onvoldoende oog had voor de veiligheid van de opvarenden. Het is dan ook aan de grove schuld van de verdachte te wijten dat de giek is gebroken en op het hoofd van het slachtoffer is gevallen, als gevolg waarvan zij is overleden.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat het TNOrapport niet voor het bewijs kan worden gebruikt, omdat het onderzoek is uitgevoerd door personen van wie niet is gebleken dat zij op dit specifieke aspect deskundig zijn. De verdediging is niet in kennis gesteld van de beslissing van de rechter-commissaris tot benoeming van de deskundigen en heeft hierin dus geen inspraak gehad. Voorts is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat het aan de schuld van de verdachte is te wijten dat de giek is gebroken. De verdachte is niet nalatig geweest in het onderhouden en controleren van de giek. De houtrot was aan de buitenkant van de giek niet zichtbaar en betrof ook slechts een klein deel van de giek. De verdachte inspecteerde de giek dagelijks visueel en heeft daarbij geen bijzonderheden aangetroffen. Eens in de zoveel tijd controleerde hij de windscheuren in de giek door er met een schroevendraaier of een mes in te prikken. De kans dat de houtrot hierbij zou worden ontdekt is uiterst minimaal. Pas na destructief onderzoek door TNO kon dit worden vastgesteld. Een dergelijk onderzoek kon door de verdachte of een keurmeester niet worden uitgevoerd. Dat de verdachte geen kennis had van de branchenorm, kan hem niet worden verweten. Hij was niet aangesloten bij de Vereniging voor Beroepschartervaart (BBZ) en kende de door de vereniging opgestelde branchenorm niet. De omstandigheid dat de tuigagekeuring was verlopen staat niet in causaal verband tot het ongeval. Het gaat om slechts enkele weken. Bovendien zou de houtrot bij een tijdige keuring waarschijnlijk ook niet zijn ontdekt, omdat bij een dergelijke keuring niet in het hout wordt geboord en geen vochtmeting wordt uitgevoerd.
Het hof gaat op grond van de in de voetnoten vermelde wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.1
De verdachte is schipper en eigenaar van het [vaartuig/zeilschip] . Op 31 augustus 2022 voer hij met dat schip over de Waddenzee. Aan boord was een groep scholieren met hun begeleiders. Zij voeren vanaf een zandbank onder Terschelling in de richting van de Westmeep. Op een gegeven moment moest koers worden veranderd en moest een zogenaamde gijp worden gemaakt. Tijdens deze manoeuvre is de giek van het schip gebroken.2 De afgebroken giek is op het hoofd van het slachtoffer terecht gekomen.3 Het slachtoffer, de 12-jarige [slachtoffer] , is ter plekke overleden aan de gevolgen van een schedelbreuk die zij hierdoor heeft opgelopen.4
De toedracht van het ongeval
Door de politie is een onderzoek ingesteld naar de toedracht van dit scheepvaartongeval. Uit dit onderzoek is gebleken dat de houten giek van het zeilschip in twee stukken was gebroken. Het breukvlak van de gebroken giek vertoonde een donkere verkleuring. Tevens was in de kern een witte verkleuring zichtbaar. Verder vertoonde de giek diverse windscheuren. Als vermoedelijke oorzaak van het ongeval wordt aangemerkt een ernstige aantasting van de sterkte van het hout van de giek ter hoogte van het breukvlak.5
Het onderzoek aan de giek door TNO
Door TNO is een onderzoek uitgevoerd aan de giek. In het door de onderzoekers opgemaakte rapport is voor wat betreft de plaatsaanduiding van de locaties op de giek in lengterichting gebruik gemaakt van de afstand ten opzichte van de verbinding met de mast. Voor een meer specifieke plaatsaanduiding in omtreksrichting is gebruik gemaakt van de hoek ten opzichte van de horizontale middellijn van de giek. De hoek 0° is daarbij gesitueerd aan de stuurboordzijde en 180° aan de bakboordzijde. De onderzoekers hebben onder meer het volgende geconstateerd en geconcludeerd.
De giek is in totaal 12,9 meter lang. Het bezwijkvlak van de giek bevindt zich in de zone van circa 4,5 tot 5,5 meter. Over nagenoeg de volledige lengte van de giek bevinden zich scheuren in de giek. Het betreft meerdere scheuren in lengterichting met een relatief grote wijdte, die nagenoeg in elkaars verlengde liggen. Deze scheuren zijn met name in de bovenste helft van de giek gepositioneerd aan bakboordzijde. De scheuren lopen vanaf het buitenoppervlak schuin omlaag de giek in, veelal tot net voor de kern van de giek.
In het breukdeel van de giek bevinden zich de volgende relatief wijde scheuren:
• Scheur 1: begint op 330 cm en eindigt op 535 cm, net voorbij het onderste deel van het bezwijkvlak, op circa 200° in omtreksrichting.
• Scheur 1a: begint op 500 cm, net voor het onderste deel van het bezwijkvlak, op circa 200° in omtreksrichting, net boven scheur 1, en eindigt op 560 cm op circa 180° in omtreksrichting.
• Scheur 2: begint op 495 cm, net voor het onderste deel van het bezwijkvlak, op circa 150° in omtreksrichting en eindigt op 700 cm op circa 140° in omtreksrichting.
Rondom het onderste deel van het bezwijkvlak, met name in de zone waar de scheuren 1/1a en 2 bij elkaar komen, is sprake van een duidelijke kleur- en structuurverandering van het hout. Dit betreft wit- en bruinrot, die beide een vorm zijn van aantasting van het hout door schimmels. De zone met wit- en bruinrot loopt in lengterichting door langs scheur 2.
De zone waar de giek is gebroken bevindt zich aan de onderzijde van scheur 2. Het rondom deze scheur gemeten vochtgehalte duidt op inwatering van deze scheur. In scheur 2 is wit- en bruinrot aangetroffen. Dit betreft houtaantasting die is veroorzaakt door een verhoogd vochtgehalte in het hout. Voor de scheuren 1 en 1a geldt dat deze in de onderste helft van de giek zitten en daardoor niet vanaf het buitenoppervlak kunnen inwateren. Over het deel waar deze scheuren in contact staan met scheur 2 kan via scheur 2 echter wel inwatering plaatsvinden. Dat is de verklaring voor de aanwezigheid van de wit- en bruinrot die is waargenomen in het deel van scheur 1 nabij het bezwijkvlak in de giek. De combinatie van inwatering via scheur 2 en het doorlopen van water naar scheur 1/1a is vrijwel zeker de oorzaak voor de houtaantasting die rondom het onderste deel van het bezwijkvlak is waargenomen. Deze houtaantasting was in het betreffende deel van de giek aanwezig over circa 50-55% van de doorsnede van de giek, hetgeen aldaar resulteerde in een ernstige verzwakking van de giek.
Op basis van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken is de volgende reconstructie gemaakt van het bezwijken van de giek.
In de loop van de tijd zijn aan bakboordzijde van de giek langsscheuren ontstaan. Dergelijke scheuren in lengterichting van de giek worden ook wel "windscheuren" genoemd en zijn veroorzaakt door het natuurlijke drogingsproces van het hout. Het gaat om meerdere scheuren, over nagenoeg de volledige lengte van de giek. De scheuren waren tijdens de onderhoudsbeurt in de winter van 2020-2021 in ieder geval al aanwezig. Het merendeel van de scheuren bevond zich aan de bovenzijde van de giek, waardoor sprake is geweest van inwatering van regenwater. Het regenwater dat in de scheuren is gelopen, heeft niet uit de scheuren kunnen weglopen, omdat de scheuren veelal schuin omlaag de giek in liepen en net voor de kern van de giek eindigden. Dit betekent dat het regenwater deels door het hout werd opgenomen en deels verdampte uit de scheuren. Scheur 2 liep enigszins schuin omlaag. Omdat het regenwater in die scheur naar het laagste punt liep, bleef die zone het langst belast met regenwater. Het vochtgehalte in het hout ter plaatse van scheur 2 is in de loop van de tijd dusdanig hoog opgelopen dat houtaantasting is ontstaan. Op basis van de hoeveelheid waargenomen aantasting wordt geconcludeerd dat dit aantastingsproces al meerdere jaren plaatsvond. De oorzaak van de aantasting/verrotting van het hout van de giek is vrijwel zeker het inwateren van de scheuren die zich in de bovenste helft van de giek bevinden. De combinatie van inwatering via scheur 2 en het doorlopen van water naar scheur 1/1a is vrijwel zeker de oorzaak voor de houtaantasting die rondom het onderste deel van het bezwijkvlak is waargenomen. Ten tijde van het ongeval was er zeer waarschijnlijk geen sprake van een bijzondere belasting op de giek, maar alleen van reguliere belastingen die tijdens het zeilen op een giek werken. De giek was op dat moment echter dusdanig verzwakt door de aantasting van het hout dat de giek niet meer in staat was om de reguliere belastingen als gevolg van het zeilen op te nemen. Geconcludeerd wordt dat er een causaal verband bestaat tussen de aantasting van het hout van de giek en het breken van de giek. Verder wordt geconcludeerd dat als de giek van de [vaartuig/zeilschip] zou zijn beoordeeld aan de hand van de branchenorm voor inspectie en onderhoud van rondhouten, een expert had moeten worden ingeschakeld om de giek nader te beoordelen.6
Branchenorm voor inspectie en onderhoud van rondhouten
Naar aanleiding van het ongeval op het historisch zeilschip ‘Amicitia’ heeft de Vereniging voor Beroepschartervaart BBZ in 2018 een branchenorm opgesteld voor inspectie en onderhoud van rondhouten. Hierin staat onder meer beschreven welke plekken kwetsbaar zijn, hoe vaak en wanneer er moet worden gecontroleerd, hoe en met welke hulpmiddelen er moet worden gecontroleerd en wanneer een expert moet worden ingeschakeld. Windscheuren worden daarin genoemd als plekken die extra aandacht verdienen. Wanneer een windscheur dieper is dan 30% van de diameter van de mast, waarbij twee (bijna) tegenover elkaar liggende scheuren bij elkaar moeten worden opgeteld, de windscheur breder is dan 5% van de diameter van de mast of de windscheur langer is dan 20% van de lengte van de mast (het hof begrijpt telkens: of de giek), moet een expert worden ingeschakeld.7
, die in deze zaak op verzoek van de verdediging een rapportage heeft opgemaakt, verklaart dat het belangrijk is om tijdens de gehele levensduur van een massief houten giek de windscheuren te controleren.8
[getuige 1] was in het weekend van 27 en 28 augustus 2022 als passagier aanwezig aan boord van de [vaartuig/zeilschip] . Het viel hem toen op dat er scheuren in de giek zaten.9
[getuige 2] was het weekend voor het ongeval aan boord van [zeilcharter] die in de haven van Harlingen naast de [vaartuig/zeilschip] lag. Het viel haar toen op dat er in de giek van de [vaartuig/zeilschip] meerdere grote scheuren zaten. De scheur in het midden van de giek was ongeveer twee meter lang, vijf centimeter breed en tien centimeter diep.10
[getuige 3] heeft op 20 augustus 2022 tijdens een dagtocht als schipper meegevaren op de [vaartuig/zeilschip] . Zoals gebruikelijk heeft hij die dag het schip gecontroleerd. Bij de giek zag hij flinke windscheuren en donkere verkleuringen. Hij heeft toen steekproefsgewijs de eerste vier meter van de giek gecontroleerd door in de windscheuren en de donkere plekken te prikken met een platte schroevendraaier. Hij heeft hierbij niks afwijkends geconstateerd. Achteraf gezien had er volgens de branchenorm een expert moeten worden ingeschakeld.11
[getuige 4] is mastenmaker en heeft verklaard dat windscheuren zeker invloed kunnen hebben op de belastbaarheid en de sterkte van de giek. Een giek is liggend en als zich aan de bovenkant windscheuren bevinden die regelmatig vol regenen, wordt het er niet beter op. Op basis van de aan hem getoonde door TNO gemaakte foto van de gebroken giek constateert hij dat de giek voor 40 procent verrot was. Zoiets is vanaf de buitenkant nooit helemaal zichtbaar. Het verrotte stuk zat in dit geval veel dieper dan oppervlakkig. Het zat meer in de midden dan aan de zijkant, maar je kunt zien dat er iets aan de hand is. Op basis van de aan hem getoonde foto die is genomen in het weekend voorafgaand aan het ongeval constateert hij dat er iets met de giek aan de hand is, omdat hij verkleurd is. Als hij de giek op deze wijze zou hebben binnengekregen, zou hij niet meer zijn begonnen aan een reparatie, maar de giek hebben afgekeurd.12
Verklaringen van de verdachte
De verdachte heeft in de winter van het jaar 2020-2021 voor het laatst onderhoud gepleegd aan de giek. Die is toen geschuurd en gelakt. Toen zaten de windscheuren er al in.13 De verdachte wist wat het gevaar is van een windscheur aan de bovenzijde van de giek, namelijk dat daar water in kan lopen dat er niet meer goed kan uitlopen en dat als daar water in blijft staan, het hout vochtig wordt en schimmelvorming kan ontstaan.14
Op 17 januari 2020 is de tuigage van het [vaartuig/zeilschip] gekeurd. Het bewijs van tuigagekeuring was geldig tot 17 juli 2022.15
Deskundigheid van de TNO-onderzoekers
Door de verdediging is aangevoerd dat het TNO-rapport niet voor het bewijs kan worden gebezigd, omdat het onderzoek is uitgevoerd door personen van wie niet is gebleken dat zij op dit specifieke aspect deskundig zijn en de verdediging geen inspraak heeft gehad bij de benoeming van de deskundigen. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
In artikel 227, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is bepaald dat de rechter-commissaris in het belang van het onderzoek ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte, een of meer deskundigen kan benoemen. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat bij het verzoek van de verdachte om een deskundige te benoemen hij een of meer personen als deskundige kan aanbevelen. In het onderhavige geval zijn de deskundigen benoemd op vordering van de officier van justitie. De rechter-commissaris was in dit geval dus niet gehouden om de verdediging inspraak te geven bij de benoeming van de deskundigen. In artikel 228, eerste lid, Sv is bepaald dat de rechter-commissaris aan de officier van justitie en de verdachte kennis geeft van zijn beslissing tot benoeming van een deskundige en van de opdracht die aan de deskundige is verstrekt. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat de rechter-commissaris deze kennisgeving in het belang van het onderzoek kan uitstellen. Voor zover de kennisgeving aan de verdachte niet onmiddellijk heeft plaatsgevonden, is niet gebleken dat de verdediging daardoor in enig belang is geschaad. De verdediging is immers in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen aan de deskundigen en heeft daarvan ook gebruik gemaakt.
In artikel 51k, tweede lid, Sv is bepaald dat bij de benoeming van een deskundige die niet is opgenomen in het landelijk openbaar register van gerechtelijke deskundigen dient te worden gemotiveerd op grond waarvan hij als deskundige wordt aangemerkt. Het hof stelt vast dat de rechter-commissaris dat in dit geval heeft gedaan. De rechter-commissaris heeft de deskundigen op basis van hun kennis en ervaring zoals blijkend uit hun curriculum vitae aangemerkt als deskundig. Het hof is van oordeel dat deze beslissing juist is en dat de motivering van de rechter-commissaris diens beslissing kan dragen. Het hof ziet geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de deskundigheid van de door de rechter-commissaris benoemde deskundigen. Het hof zal het door hen opgestelde rapport dan ook voor het bewijs bezigen als een deskundigenverslag in de zin van artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4°, Sv.
Het hof dient de vraag te beantwoorden of het aan de schuld van de verdachte is te wijten dat het slachtoffer is overleden.
Volgens vaste rechtspraak wordt onder 'schuld' als delictsbestanddeel een grove of aanmerkelijke schuld verstaan die bestaat in verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Of daarvan sprake is wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd en is verder afhankelijk van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid. Verder verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van gedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke regels kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de hier bedoelde zin (vgl. HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1398).
De bijzondere hoedanigheid van degene aan wie het schuldverwijt wordt gemaakt kan ook meewegen bij de beoordeling van schuld. Deze zogenoemde ‘Garantenstellung’ houdt in dat op bepaalde personen in een specifieke hoedanigheid een grotere mate van verantwoordelijkheid rust, waarbij het handelen in het specifieke geval bijvoorbeeld wordt afgezet tegen dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam beroepsgenoot. Als iemand functioneel handelt met een bepaalde verantwoordelijkheid, worden de maatstaven van (on)voorzichtig gedrag mede daardoor bepaald.
De verdachte is eigenaar en schipper van een zeilschip, een oud vrachtschip dat is omgebouwd tot charterschip, waarmee hij regelmatig met passagiers (meerdaagse) reizen maakt. In die hoedanigheid rust op hem een zware zorgplicht. Als schipper in de professionele chartervaart is het zijn verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het schip in goede staat verkeert en dat zijn passagiers bij hem aan boord veilig zijn.
Nalaten de giek voldoende te controleren
Op grond van het TNO-rapport kan worden vastgesteld dat het breken van de giek is veroorzaakt door houtrot. Ten tijde van het ongeval bevonden zich al langere tijd meerdere windscheuren in de giek, waarvan het merendeel aan de bovenzijde. Hierdoor is er regenwater in de scheuren gelopen, dat er niet meer uit kon en is het hout daar vochtig geworden, waardoor houtaantasting is ontstaan. Door deze houtaantasting was de giek dusdanig verzwakt dat deze niet meer in staat was om de reguliere belastingen die tijdens het zeilen op een giek werken op te nemen en is deze tijdens een grijp gebroken.
Uit de getuigenverklaringen blijkt dat er diepe windscheuren in de giek zaten en dat deze voorafgaand aan het ongeval duidelijk zichtbaar waren. De verdachte was zelf ook op de hoogte van deze windscheuren. Tevens was hij op de hoogte van het gevaar daarvan.
Het hof is van oordeel dat deze windscheuren voor de verdachte als eigenaar en schipper van het schip aanleiding hadden moeten zijn om deze nader te controleren, dan wel een expert in te schakelen om hiernaar onderzoek te doen.
In de branchenorm voor inspectie en onderhoud van rondhouten worden windscheuren expliciet genoemd als plekken die extra aandacht verdienen. Ook wordt daarin beschreven wanneer een expert moet worden ingeschakeld. De windscheuren in de giek overschreden op meerdere punten de in de branchenorm genoemde beoordelingscriteria. Volgens de branchenorm had dan ook een expert moeten worden ingeschakeld. Of de verdachte al dan niet op de hoogte was van deze branchenorm, acht het hof niet relevant. Als professioneel schipper had hij deze behoren te kennen. In ieder geval had hij moeten handelen overeenkomstig de in deze richtlijn genoemde beoordelingscriteria, nu deze een goed inzicht geven in hoe een professioneel schipper in de chartervaart dient om te gaan met rondhouten.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, waren er voldoende aanwijzingen die de verdachte aanleiding hadden moeten geven om nader onderzoek te (laten) doen naar de staat van de giek. Dat heeft hij niet gedaan. Aldus kan worden bewezen dat de verdachte, die als eigenaar en schipper van het schip hiervoor verantwoordelijk was, heeft nagelaten voldoende te controleren of de giek van dat schip nog in deugdelijke staat verkeerde, waardoor hij niet heeft geconstateerd dat er houtrot zat in de giek.
Nalaten de giek voldoende te onderhouden
Het hof acht niet bewezen dat de verdachte heeft nagelaten de giek voldoende te onderhouden. Op basis van het dossier kan dit niet worden vastgesteld. Het bestaan van windscheuren in een giek is een normaal verschijnsel. Dat er water in de windscheuren terecht is gekomen, kon door de verdachte niet worden voorkomen. Er is geen rechtsregel die een schipper ertoe verplicht de giek van een schip af te dekken of op andere wijze droog te houden. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal de verdachte dan ook worden vrijgesproken.
Niet tijdig een tuigagekeuring laten uitvoeren
Het hof acht bewezen dat de tuigagekeuring van het schip was verlopen. Een dergelijke keuring is erop gericht de deugdelijkheid van de tuigage te waarborgen en ongevallen te voorkomen. Juist wanneer sprake is van diepe windscheuren is het tijdig laten uitvoeren van een tuigagekeuring extra belangrijk. Dat achteraf niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de houtrot in de giek bij een tijdige keuring zou zijn ontdekt, maakt niet dat geen sprake is van een causaal verband zoals aangevoerd door de verdediging. De kans is immers aanwezig dat de houtrot bij de keuring wel zou zijn ontdekt dan wel dat er tijdens de keuring aanleiding zou worden gezien voor het instellen van een nader onderzoek. Door niet tijdig een tuigagekeuring te laten uitvoeren heeft de verdachte de kans op een ongeval vergroot.
Door met het schip te gaan varen, terwijl de giek ondeugdelijk was en het bewijs van tuigagekeuring was verlopen, heeft de verdachte naar het oordeel van het hof zodanig onvoorzichtig gehandeld dat het aan zijn schuld te wijten is dat die giek is gebroken en boven op het hoofd van het slachtoffer terecht is gekomen, als gevolg waarvan zij is overleden. Het primair tenlastegelegde kan dan ook worden bewezen.
Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat het handelen van de verdachte moet worden aangemerkt als aanmerkelijk onvoorzichtig. Hiermee wijkt het hof af van het standpunt van de advocaat-generaal die zich op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van grove schuld. De advocaat-generaal heeft in dat verband gewezen op enkele andere gebreken aan boord van het schip.
Omstandigheden die niet in de tenlastelegging zijn opgenomen kunnen worden meegewogen bij het bepalen van de mate van de schuld. Deze moeten dan wel op basis van het dossier kunnen worden vastgesteld en een relevante bijdrage hebben kunnen leveren aan het intreden van het gevolg. Daarvan is in dit geval geen sprake. De door de advocaat-generaal in dit verband genoemde omstandigheden kunnen niet worden meegewogen bij het bepalen van de mate van schuld, nu de verdediging zowel de feitelijke juistheid als het gevaarzettende karakter daarvan gemotiveerd heeft betwist en het dossier in het licht daarvan onvoldoende handvatten biedt voor een andere waardering.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 januari 2021 t/m 31 augustus 2022 in het arrondissement NoordNederland, in zijn hoedanigheid als eigenaar en schipper van het [vaartuig/zeilschip] en als verantwoordelijke voor het onderhoud van dat zeilschip, aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig heeft gehandeld doordat hij
- -
heeft nagelaten voldoende te controleren of de giek van dat zeilschip nog in deugdelijke staat verkeerde, door niet te constateren dat de giek is gaan rotten, en
- -
de tuigagekeuring van dat zeilschip heeft laten verlopen en niet tijdig een tuigagekeuring heeft laten uitvoeren, en
- -
met dat zeilschip is gaan varen, terwijl de giek ondeugdelijk was en het bewijs van tuigagekeuring was verlopen,
waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die giek in zodanige staat verkeerde dat die giek tijdens een gijp is gebroken en boven op het hoofd van [slachtoffer] terecht is gekomen, waardoor zij zodanig letsel, te weten een schedelbreuk, heeft opgelopen en aan de gevolgen daarvan is overleden.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Strafoplegging
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan dood door schuld. Hij heeft als eigenaar en schipper van een tot charterschip omgebouwd zeilschip onvoldoende gecontroleerd of de giek van dat schip nog in deugdelijke staat verkeerde. Zodoende heeft hij niet geconstateerd dat de giek ernstig was aangetast door houtrot. Verder heeft hij nagelaten de tuigage van dat schip tijdig te laten keuren. Onder die omstandigheden is de verdachte met dat schip gaan varen over de Waddenzee met aan boord twaalf scholieren en hun begeleiders. Wat een leuk zeilkamp had moeten worden, is geëindigd in een afschuwelijk drama. Tijdens het zeilen is de giek van het schip gebroken en terecht gekomen op het hoofd van het 12-jarige slachtoffer, dat daardoor ter plekke is overleden. De verdachte had als eigenaar en schipper een zeer grote verantwoordelijkheid. Het was zijn taak om ervoor te zorgen dat zijn passagiers aan boord van zijn schip veilig zouden zijn. Daarin is hij tekort geschoten. Dit rekent het hof de verdachte aan.
Door toedoen van de verdachte is een jong meisje overleden. Een meisje dat nog een heel leven voor zich had. Met haar overlijden is een groot en onherstelbaar leed toegebracht aan haar nabestaanden, die hiermee hun leven lang geconfronteerd zullen blijven. Dit blijkt ook uit de indringende verklaring die door de ouders van het slachtoffer ter terechtzitting in hoger beroep is voorgelezen. Zij missen haar nog iedere dag en zullen het verlies van hun dochter en zusje de rest van hun leven moeten dragen. Hun gezin zal nooit meer compleet zijn. Het hof begrijpt dat geen enkele straf recht zal doen aan het verdriet dat hen is aangedaan. Ook in het leven van haar overige familie en vriendinnen is een grote leegte ontstaan. Voor de schoolkinderen en hun begeleiders die tijdens het ongeluk aan boord van het schip waren en hiervan getuige zijn geweest, moet dit eveneens een traumatische ervaring zijn geweest. Ten slotte is ook de samenleving ernstig geschokt door dit ongeval.
Het hof neemt in aanmerking dat de verdachte dit vreselijke gevolg nooit heeft gewild. Ook op hem heeft dit ongeluk een grote impact gehad. Hij moet verder leven met het besef dat door zijn schuld een jong meisje is overleden. Hiervan ondervindt hij nog steeds de psychische gevolgen, waarvoor hij professionele hulp heeft ingeschakeld.
Verder neemt het hof in aanmerking dat de verdachte blijkens het hem betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 2 februari 2025 niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
Nu voor strafoplegging voor het onderhavige feit geen oriëntatiepunten zijn vastgesteld, heeft het hof bij de strafoplegging aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) met betrekking tot het veroorzaken van een verkeersongeval op de weg. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval met dodelijke afloop, waarbij eveneens sprake is van aanmerkelijke schuld, geldt als oriëntatiepunt een taakstraf voor de duur van 240 uren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 1 jaar. Verder heeft het hof gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd.
Het hof is van oordeel dat aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de advocaat-generaal is gevorderd, met name omdat het hof een lagere mate van schuld bewezen acht dan door de advocaat-generaal is gevorderd.
Het hof acht in dit geval een taakstraf een passende straf. Om de ernst van het feit uit te drukken zal het hof de verdachte daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.
Anders dan door de advocaat-generaal is gevorderd, zal het hof de verdachte geen beroepsverbod opleggen. Dit betreft een bijkomende straf met een zeer ingrijpend karakter die ertoe strekt herhaling te voorkomen. Een dergelijke straf wordt slechts in uitzonderlijke gevallen opgelegd. Het hof ziet hiervoor in deze zaak geen aanleiding. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit en niet is gebleken dat zich eerder gevaarlijke situaties hebben voorgedaan aan boord van zijn schip. Bij het hof is niet de indruk ontstaan dat de verdachte zijn verantwoordelijkheid als schipper doorgaans niet serieus neemt. Zoals hiervoor is overwogen, biedt het dossier voor dat oordeel onvoldoende aanknopingspunten. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om te veronderstellen dat de verdachte zich als schipper van een charterschip nogmaals schuldig zal maken aan een soortgelijk strafbaar feit.
Alles afwegende acht het hof, evenals de rechtbank, een taakstraf voor de duur van
150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van
2 jaren, passend en geboden.