Bij die beschikking heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich binnen vier weken na de datum van die beschikking uit te laten zoals in de rov. 3.5.6 (ter zake van het in de verrekening betrekken van het vermogen van de stichting) en rov. 3.7.4 (ter zake van de waardering van de aandelen van [de holding 1] en [de vennootschap 1] ) is bepaald en iedere verdere beslissing aangehouden.
6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- het V6 formulier van de advocaat van de vrouw d.d. 16 april 2014 met daarbij gevoegd de akte uitlating;
- de brief van de advocaat van de man d.d. 16 april 2014.
7 De verdere beoordeling
7.1.
De vrouw heeft in voornoemde akte uitlating gereageerd op de door het hof in rov. 3.5.5 en rov. 3.7.3 van voornoemde beschikking van 20 maart 2014 geformuleerde vragen aan de te benoemen deskundigen. Het hof verwijst kortheidshalve naar de akte uitlating. Voorts heeft de vrouw ten aanzien van de te benoemen deskundige voor het onderzoek naar het vermogen van de stichting als deskundige de registeraccountant drs. [registeraccountant 1] van [registeraccountants] te [vestigingsplaats] of mr. [registeraccountant 2] (RA) uit [vestigingsplaats] voorgesteld. De vrouw kan er in beginsel mee instemmen dat voor het onderzoek naar de waarde van de aandelen van [de holding 1] en [de vennootschap 1] de heer R. Kooger RA opnieuw wordt benoemd.
7.2.
De man heeft bij voornoemde brief van 16 april 2014 eveneens gereageerd op de door het hof in rov. 3.5.5 en rov. 3.7.3 van voornoemde beschikking van 20 maart 2014 geformuleerde vragen aan de te benoemen deskundigen. Het hof verwijst kortheidshalve naar voornoemde brief. Voorts heeft de man ten aanzien van de te benoemen deskundige voor het onderzoek naar het vermogen van de stichting als deskundige de heer R. Kooger RA voorgesteld. De man kan er mee instemmen dat de heer R. Kooger RA opnieuw wordt benoemd voor het onderzoek naar de waarde van de aandelen van [de holding 1] en [de vennootschap 1]
7.3.
Het hof ziet gelet op voornoemde reacties van partijen geen aanleiding om de door het hof in de beschikking van 20 maart 2014 geformuleerde vragen te wijzigen. Wel zal het hof de deskundige wijzen op de opmerkingen die partijen op de vragen van het hof hebben geplaatst en de deskundige vragen die opmerkingen te betrekken in zijn onderzoek, voor zover hij die relevant acht. Partijen zijn het inzake het onderzoek naar het vermogen van de stichting niet eens geworden over de te benoemen deskundige. Het hof heeft daarom na te noemen deskundige benaderd, die zich bereid heeft verklaard het deskundigenbericht uit te voeren. Het hof zal drs. J.C.E. van Kollenburg RA van [BDO] te [vestigingsplaats] benoemen als deskundige.
Voor het onderzoek naar de waarden van de aandelen van [de holding 1] en [de vennootschap 1] heeft het hof de heer R. Kooger RA benaderd, echter deze heeft aangegeven de opdracht niet te accepteren. Het hof heeft drs. J.C.E. van Kollenburg RA bereid gevonden ook dit onderzoek voor zijn rekening te nemen. Alvorens hiertoe over te gaan zal het hof partijen in de gelegenheid geven hierop te reageren.
7.4.
Aldus wordt als volgt beslist.
8 De beslissing
Het hof:
op het principaal en incidenteel appel:
stelt partijen in de gelegenheid zich binnen vier weken na 18 september 2014 uit te laten over het voornemen van het hof om drs. J.C.E. van Kollenburg RA te benoemen tot deskundige in het onderzoek naar de waarden van de aandelen van [de holding 1] en [de vennootschap 1] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, M.J. van Laarhoven en A.E. van Solinge en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2014.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: