Huwelijksvermogensrecht. Afwikkeling tussen echtgenoten op basis van een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding. Moet het vermogen in een stichting in de verrekening worden betrokken?
als vervolg op de door het hof gewezen tussenbeschikkingen van 20 maart 2014, 18 september 2014 en 6 november 2014.
13 De tussenbeschikking van 6 november 2014
Bij genoemde beschikking heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door dhr. drs. J.C.E. van Kollenburg RA. Verder is bepaald dat van het voorschot van € 15.246,= ieder der partijen de helft zal voldoen; derhalve € 7.623,= per partij.
14 Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling
De man heeft op 20 november 2014 het voorschot op de aangegeven wijze voldaan.
De vrouw heeft op 31 december 2014 het voorschot van € 7.623,= op de aangegeven wijze voldaan.
De deskundige heeft bij brief, ingekomen op 11 februari 2016, aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige verwacht dat een aanvullend voorschot van € 7.986,= toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen.
Op 12 februari 2016 heeft de griffier van het hof de brief van de deskundige waarin hij een aanvullend voorschot vraagt, doorgezonden aan de advocaten van partijen en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
De man heeft per brief van 18 februari 2016 bezwaar gemaakt tegen de gevraagde verhoging en tevens aangegeven dat – mocht het hof voldoende aannemelijk vinden dat een extra voorschot nodig zou zijn – het voor te laten schieten door de wederpartij.
De vrouw heeft per brief van 23 februari 2016 aangegeven in te stemmen met het gevraagde aanvullende voorschot. Tevens heeft zij te kennen gegeven dat partijen ieder de helft van het voorschot dienen te voldoen.
Het hof is van oordeel dat de deskundige voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat het onderzoek meer tijd heeft gevergd. Het hof ziet in het door de vrouw gestelde geen aanleiding het nadere voorschot uitsluitend ten laste van de man te brengen. De kosten van het aanvullende voorschot dienen dan ook door beide partijen – ieder voor de helft - te worden gedragen.
Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
15 De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 7.986,= inclusief btw, waarvan € 3.993,= te voldoen door de vrouw en
€ 3.993,= door de man;
bepaalt dat genoemd voorschot binnen twee weken na heden zal worden voldaan na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
verwijst de zaak naar de rol van 12 mei 2016 voor “deskundigenbericht”;
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, M.J. van Laarhoven en A.E. van Solinge en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2016.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: