[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg bij wege van voorlopige voorziening, gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [de B.V.] te veroordelen tot:
A. aanpassing van de werkplek conform het rapport van 25 februari 2021 (en niet 2022
zoals in de dagvaarding vermeld), binnen twee weken na datum vonnis, op straffe van
een dwangsom van € 25.000,00 en van € 500,00 per dag;
B. wedertewerkstelling van [geïntimeerde] , binnen een week nadat aan de veroordeling onder
A is voldaan, op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 en van € 1.000,00 per dag;
C. verstrekking van het ergonomisch rapport, binnen vijf dagen na datum vonnis, op straffe
van een dwangsom van € 25.000,00 en van € 500,00 per dag;
D. het op kosten van [de B.V.] mogelijk maken dat [geïntimeerde] 16 verlopen lascertificaten
behaalt, binnen twee weken nadat aan de veroordeling onder B is voldaan, op straffe van
een dwangsom van € 35.000,00 en van € 250,00 per dag;
E. terugboeking van 91,2 en bijboeking van 247 verlofuren op het saldo van [geïntimeerde] ,
binnen vijf dagen na datum vonnis, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 en van
€ 200,00 per dag;
F. betaling van de proceskosten en de nakosten.