Zaaknummer eerste aanleg: 10657429 UE VERZ 23-3072
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. H. de Jager.
Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt de thans nog minderjarige:
[minderjarige]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 december 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 15 februari 2024, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, alsnog aan haar toestemming te verlenen om een bedrag van € 1.376,82 van de ING Groei Groter Rekening [nummer] met BEM-clausule, ten name van [minderjarige] , te mogen opnemen voor de aanschaf van een busabonnement.
2.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2024. Bij die gelegenheid is de moeder, bijgestaan door mr. De Jager, gehoord.
2.2.1.
Het hof heeft [collega] , een collega van mr. De Jager en belast met de behandeling van het dossier en [oom] , oom van appellante, als toehoorders bijzondere toegang tot de mondelinge behandeling in hoger beroep verleend.
2.3.
Er zijn geen nadere stukken ingekomen.
3 De beoordeling
De feiten
3.1.
De heer [de vader] (de vader van [minderjarige] ) is, ten gevolge van een ongeval op [sterfdatum] 2012, overleden.
3.2.
Bij beschikking van 20 augustus 2018 heeft de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant aan de moeder een machtiging verleend voor het mogen aangaan van een vaststellingsovereenkomst, waarbij ten behoeve van [minderjarige] , ter zake van geleden en in de toekomst nog te lijden schade, inclusief onderhoudsschade (ex artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek (BW)), wordt uitgekeerd een bedrag van € 46.150,-.
3.2.1.
Bij die beschikking heeft de kantonrechter verder bepaald dat het aan [minderjarige] toekomende bedrag van € 46.150,- dient te worden bijgeschreven op de ten name van [minderjarige] staande ING Groei Groter Rekening [nummer] , waarop een zogenaamde BEM-clausule is geplaatst.
De procedure in eerste aanleg
3.3.
De moeder heeft, in haar hoedanigheid van moeder en gezaghebbende ouder van [minderjarige] , de kantonrechter verzocht om aan haar een machtiging te verlenen voor het opnemen van een bedrag van € 1.376,82 van de ING Groei Groter Rekening [nummer] met BEM-clausule, ten name van [minderjarige] , voor de aanschaf van een busabonnement.
3.4.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter genoemd verzoek van de moeder afgewezen, omdat de opgevraagde informatie niet tijdig zou zijn ingediend.
De procedure in hoger beroep
3.5.
De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen onder overlegging van de door de kantonrechter opgevraagde informatie.
Het standpunt
3.6.
De moeder voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling – samengevat – het volgende aan.
De vader van [minderjarige] was als inzittende betrokken bij een auto-ongeluk, waarbij hij is overleden. De bestuurder van de auto is hiervoor aansprakelijk gesteld. De moeder heeft een vaststellingsovereenkomst met de WAM-verzekeraar van de bestuurder gesloten ter zake gederfd levensonderhoud ten behoeve van [minderjarige] tot haar 20e levensjaar.
In het verleden heeft de kantonrechter meerdere keren ingestemd met een tussentijdse opname van de ING Groei Groter Rekening, ten name van [minderjarige] , voor de financiering van de kosten van haar levensonderhoud. Zo heeft de kantonrechter twee keer eerder aan de moeder een machtiging verleend voor de aanschaf van een busabonnement, voor schooljaar 2020/2021 en voor schooljaar 2021/2022.
De moeder heeft bij brief van 18 oktober 2023 met bijlagen alsnog voldaan aan het verzoek van de kantonrechter om aanvullende informatie. Genoemde brief heeft de rechtbank echter nooit bereikt, dan wel is aldaar verloren geraakt.
De kantonrechter heeft ten onrechte het verzoek van de moeder ter zake de kosten van het busabonnement van € 1.376,82 voor schooljaar 2022/2023 afgewezen. De moeder heeft de kosten van het busabonnement voorgeschoten uit haar eigen reserves. Zij vraagt – vanwege alle noodzakelijke administratieve handelingen – alleen een machtiging aan de kantonrechter voor grote bedragen. De kosten van het levensonderhoud van [minderjarige] draagt zij daardoor ten onrechte grotendeels zelf. De 6:108 BW-regeling moet daarom vereenvoudigd worden.
De motivering van de beslissing
3.7.
Het hof overweegt het volgende.
Het wettelijk kader
3.7.1.
Op grond van artikel 1:356 lid 1 BW, welk artikel ingevolge artikel 1:253k BW van overeenkomstige toepassing is op het bewind van de ouders, geeft de kantonrechter slechts een machtiging indien dit hem in het belang van de minderjarige noodzakelijk, nuttig of wenselijk blijkt te zijn.
De inhoudelijke beoordeling
3.7.2.
Het hof stelt vast dat de moeder in hoger beroep (alsnog) alle stukken ter onderbouwing van haar verzoek heeft overgelegd. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling haar verzoek nader toegelicht en de vragen van het hof hierover beantwoord. Anders dan de kantonrechter, is het hof in staat om het verzoek van de moeder te beoordelen.
3.7.3.
De kosten van het busabonnement voor schooljaar 2022/2023 van € 1.376,82 zijn naar het oordeel van het hof aan te merken als kosten van levensonderhoud van [minderjarige] , waarvoor het saldo op de ING Groei Groter Rekening met BEM-clausule blijkens de vaststellingsovereenkomst, ook bedoeld is. Het hof is derhalve van oordeel dat het verzoek van de moeder op de wet gegrond is en dat het verlenen van de gevraagde machtiging in het belang van [minderjarige] is.
De slotsom
3.8.
Op grond van het voorgaande beslist het hof zoals hierna onder 4 vermeld.
4 De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 december 2023,
en opnieuw rechtdoende:
verleent aan de moeder de gevraagde machtiging voor opname van € 1.376,82 van de ING Groei Groter Rekening [nummer] met BEM-clausule, ten name van [minderjarige] , ten behoeve van de aanschaf van het busabonnement van Arriva, voor schooljaar 2022/2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.M.J. Peters, J.C.E. Ackermans-Wijn en L.M.H. Nelissen en is op 5 september 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: