Nº 53 [verzoeker] koffyhuishouder wonende te [woonplaats] , verzoeker in cassatie
van een arrest van het Provinciaal Geregtshof van Holland op den 25sten January
1840, domicilie kiezende ten kantore van en comparerende by Mr. Gerrit van der
Jagt, Procureur bij den Hoogen Raad.
tegen
[verweerdster 1] , weduwe van wylen [de man] , zonder beroep, [verweerder 2]
, loodgieter, [verweerdster 3] , zonder beroep, [verweerdster 4]
, zonder beroep, allen wonende te [woonplaats] , [de man] , fourier bij de
Plattelands Schuttery zich bevindende te Gorinchem, zynde de vier laatstgenoemden
de eenige nagelatene kinderen, en met derzelver moeder, de eerste verweerdster,
de algeheele erfgenamen van wylen voornoemden [de man] , verweerders in
cassatie comparerende bij Mr. Sebou Schmolck hunnen Procureur.
De Hooge Raad der Nederlanden
Partyen gehoord; - gezien de stukken;
Gehoord het Openbaare Ministerie, en deszelfs conclusie, uitgebragt by monde van den Advocaat-Generaal Lightenvelt, strekkende tot verwerping van den eisch tot cassatie.
Overwegende, dat de eisch tot cassatie in het voorhanden geval is gegrond op twee middelen: eensdeels als of het beding by de acte van koop in verschil voorkomende, "dat de kooper en zyne successeuren, nu noch nimmer het gekochte huis tot eene schouwburg of liefhebbery-comedie zullen mogen approprieeren of daartoe laten gebruiken," zou zyn strydig met art. 686 van het Wetboek Napoleon, en dat alzoo, door dat beding geldig te verklaren, dit artikel der wet zoude zyn geschonden, en ten andere, dat by het beklaagde arrest, dat beding is toegepast niet al op den oorspronkelyken kooper, maar op den requirant als lateren verkryger, en dat zulks zoude stryden met art. 1165 van het Code Napoleon;
Overwegende, ten aanzien van eerstgemelden grond, dat het beweren des eischers in dit opzigt virtualiter daarop nederkomt, dat het beding in verschil zoude inhouden een verboden servituut of erfdienstbaarheid naardien by artikel 686 van het Wetboek Napoleon wel het vermogen is gegeven aan eigenaren om ten laste of ten voordeele van hunne eigendommen zoodanige servituten te vestigen als zy goedvinden; mits maar die dienstbaarheden niet worden opgelegd aan personen of in voordeel van personen; maar alleen op het goed en voor het goed;
Overwegende, dat de strekking van deze bepaling notoir alleen is, om te beletten, dat geen persoon werde onderworpen aan eene vaste dienstbaarheid of slaverny, ten behoeve van eenen persoon of eene zaak, noch eenige zaak of persoon aan eene vaste dienstbaarheid (service) aan eenen persoon, en dat dus geen persoon zy onderworpen aan personeele dienstpraestatien, tegen den aard van een servituut, hetgeen by artikel 637 is gedefinieerd als te zijn een last opgelegd aan een erf ten dienste en nutte van een erf aan een ander behoorende;
Overwegende, dat intusschen juist uit deze bepaling van een servituut volgt, dat in cas subject de regelen omtrent servituten niet van toepassing zyn, en dat partyen door het beding in verschil geen servituut hebben willen vestigen op een pand, ten behoeve van een pand, noch eenige dienst of slaverny op leggen aan eenen persoon, maar dat het doel des verkoopers en dat des koopers – voor zich en zyne successeuren alleen is geweest aan den ééne zyde om de eigendomsoverdragt van het verkochte pand aan eene beperkende voorwaarde van genot te onderwerpen en aan de andere zyde, om zich een bepaald genot daarvan af te snyden, doch dat daardoor niet het erf wordt onderworpen aan eene dienstpraestatie, ten behoeve van eenen persoon, noch een persoon aan eene dienstpraestatie, ten behoeve van een persoon of erf; maar aan een beperkt genot van zyn eigendom, en aan de verpligting om daarin iets na te laten in het belang des verkoopers.
Overwegende dat dusdanige voorwaarde te regt door den regter a quo is beschouwd als een geoorloofd pactum, contractui venditionis adjectum, hetgeen noch tegen de wet, noch tegen de openbare orde, noch tegen de goede zeden strydt, en dat men de heilzame bedoeling van artikel 686 van het Wetboek Napoleon om personeele servituten en slaverny af te snyden uit haar verband zoude brengen en te verre uitstrekken, indien men daaraan het doel toekende, om zoodanige op zich zelve geoorloofde overeenkomsten te verbieden, en de vrijheid der ingezetenen in het sluiten van contracten, zoo zeer te beperken;
Overwegende dat alzoo artikel 686 van het Wetboek Napoleon, ten deze deszelfs toepassing mist en mitsdien niet is geschonden;
Overwegende, ten aanzien der beweerde schending van artikel 1165 van het Wetboek Napoleon, hetgeen alleen inhoudt, dat de overeenkomsten alleen effect hebben tusschen de contracterende partyen; maar geen nadeel kunnen doen aan derden, dat in facto vaststaat, dat de oorspronkelyke kooper van het pand in verschil den beperkte eigendom van dat pand niet alleen heeft verkregen voor zich; maar zich zelven en zyne successeuren, de verdere verkrygers van dat pand aan die beperking heeft onderworpen, en dus alleen eigenaar was en alleen die eigendom konde overdragen met die beperking; en dat alsmede in facto is aangenomen, dat de tegenwoordige eigenaar de eischer in cassatie bij de koop van het pand die beperking heeft gekend, of immers heeft kunnen of behooren te kennen; - dat hy dus in de plaats en regten des eersten koopers tredende, is deszelfs verbonden successeur, en geenszins als een derde in den zin van art 1165 van het Wetboek Napoleon kan worden aangemerkt, en dat alzoo ook dit artikel niet is geschonden;
Verwerpt den eisch tot cassatie , en veroordeelt den eischer in de kosten en in de boete van cassatie.
Aldus gearresteerd by de Heeren en Mrs. Donker Curtius van Tienhoven, President, Westenberg, Ardesch, Baron van Herzeele, Gevers, Hofstede en Op den Hooff, Raadsheeren, en door den President uitgesproken in de openbare teregtzitting van Donderdag den acht en twintigsten January 1841 in tegenwoordigheid van voornoemde raadsheeren, van den Advocaat-Generaal Lightenvelt en den Substituut-griffier Arntzenius.