In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Rasenberg Vastgoed B.V. (hierna: Rasenberg Vastgoed) is in 2008 eigenaar geworden van een onroerende zaak (hierna: het registergoed). Rasenberg Vastgoed heeft de bestaande bebouwing vervangen door een nieuw kantoorgebouw.
(ii) Omtrent de financiering van de nieuwbouw heeft Rasenberg Vastgoed in 2008 met ING Lease overeenstemming bereikt over het aangaan van een zogenoemde sale-and-operational-lease-backovereenkomst (hierna ook: de SOLB-overeenkomst).
(iii) In februari 2009 heeft Rasenberg Vastgoed een recht van eerste hypotheek op het registergoed verleend aan ING Bank N.V. en ING Lease. Dit recht van hypotheek strekt tot zekerheid voor onder meer al hetgeen ING Lease nu of in de toekomst uit hoofde van de SOLB-overeenkomst van Rasenberg Vastgoed te vorderen mocht hebben, uit welken hoofde ook, voortvloeiend uit of verband houdend met de SOLB-overeenkomst.
(iv) De SOLB-overeenkomst is ondertekend in mei 2009 en bestaat uit een inleiding, een deel I met als titel “Koopovereenkomst” (waarbij ING Lease van Rasenberg Vastgoed de economische eigendom van het registergoed koopt voor een bedrag van € 3.000.000,--) en een deel II met als titel “Lease-overeenkomst” (betreffende de lease door Rasenberg Vastgoed van het registergoed van ING Lease).
(v) ING Lease heeft de koopprijs voor de economische eigendom voldaan door € 3.000.000,-- aan Rasenberg Vastgoed te betalen. Daarmee heeft Rasenberg Vastgoed een krediet van ING Bank afgelost.
(vi) In 2014 is Rasenberg Vastgoed in staat van faillissement verklaard, met benoeming van de curatoren als zodanig.
(vii) ING Lease heeft bij brief van 12 februari 2014 aan de curatoren een vordering van € 2.492.257,67 ter verificatie ingediend.
(viii) Als hypotheekhouder heeft ING Lease het registergoed in mei 2015 executoriaal verkocht. De gehele koopsom is onder een notaris als gerechtelijk bewaarder gedeponeerd.
(ix) In december 2015 heeft ING Lease verzocht om een gerechtelijke rangregeling. In het kader van deze rangregeling heeft ING Lease haar vordering begroot op een bedrag van € 3.323.150,94. Die vordering hebben de curatoren erkend tot een bedrag van € 91.231,32. Dat bedrag heeft de notaris aan ING Lease uitgekeerd. Voor het overige betwisten de curatoren de vordering van ING Lease. Onder de notaris rust thans nog een bedrag van € 1.058.768,68 in depot.
(x) De rechter-commissaris heeft het geschil op de voet van art. 486 lid 1 Rv verwezen naar onderhavige renvooiprocedure.