Artikel 6:6:6 Sv is ingevoerd bij de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet van 22 februari 2017, Stb. 2017, 82), die in werking is getreden op 1 januari 2020. De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot die wet, houdt onder meer het volgende in:
“Artikel 6:6:6 (14e, tweede lid, 38, achtste lid, 38v, vijfde lid, 77za, tweede lid Sr) - opheffen dadelijke uitvoerbaarheid
De rechter die in beroep kennisneemt van een straf of maatregel waarvoor dadelijke uitvoerbaarheid is bevolen, kan op grond van dit artikel dat bevel opheffen of schorsen. De rechter kan deze beslissing ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie nemen. Met deze bepaling wordt aangesloten bij de huidige artikelen 14e, tweede lid, 38, achtste lid, 38v, vijfde lid, en 77za, tweede lid Sr, waarin telkens de mogelijkheid van opheffen van de dadelijke uitvoerbaarheid van een specifieke straf of maatregel is bepaald. De mogelijkheid van bij kennisneming van het beroep opheffen van de dadelijke uitvoerbaarheid ziet ook op de dadelijk uitvoerbare beslissingen in het kader van de tenuitvoerlegging (zoals de dadelijk uitvoerbare tijdelijke opname van het huidige artikel 509j bis Sv). Dat de beroepsrechter de uitvoerbaarheid niet alleen kan opheffen, maar ook kan schorsen is nieuw ingevoegd ten opzichte van de genoemde bepalingen. Reden hiervoor is de rechter meer mogelijkheden te geven rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval. Deze bepaling loopt samen met het Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de dadelijke tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen (consultatie), waarin eveneens wordt voorzien in een mogelijkheid voor het gerechtshof dat kennisneemt van het hoger beroep om de dadelijke uitvoerbaarheid te schorsen. Een eventuele schorsing eindigt uiteraard op het moment dat in beroep over de zaak is beslist.
(...)
Onderdeel E
De mogelijkheid van de rechter om in eerste aanleg bevolen dadelijke uitvoerbaarheid van een straf op te heffen wordt algemeen geregeld in het voorgestelde artikel 6:6:6 Sv. Het huidige tweede van artikel 14e kan om deze reden komen te vervallen. In het restant van de bepaling – het huidige eerste lid – wordt met deze wijziging gecorrigeerd voor de verwijzing naar artikel 14d Sr, dat op grond van dit voorstel vervalt.
(...)
Onderdeel Z
(...)
De bevoegdheid van de rechter die kennisneemt van het hoger beroep om de dadelijke uitvoerbaarheid die in eerste aanleg wordt bevolen op te heffen wordt in artikel 6:6:6 Sv algemeen geregeld. Om deze reden kan het achtste lid van artikel 38 Sr komen te vervallen.
(...)
Onderdeel GG
De bevoegdheid van de rechter om een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid op te heffen op het moment dat de rechter in hoger beroep kennisneemt van de zaak, wordt algemeen geregeld in artikel 6:6:6 Sv. In artikel 38v kan daarom het vijfde lid vervallen.
(...)
Onderdeel CCC
De mogelijkheid voor de rechter die in hoger beroep kennisneemt van een zaak om het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid op te heffen wordt in artikel 6:6:6 Sv algemeen geregeld. Het tweede lid van artikel 77za Sr kan om deze reden vervallen.”
(Kamerstukken II, 2014/15, 34086, nr. 3, p. 100, 101, 113, 117, 118, 121)