Het hof1 heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en – kort gezegd – (i) voor recht verklaard dat [eisers] toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen tegenover Hibma Zuivel c.s. door niet de vereiste zorg te betrachten die van een financieel adviseur mag worden verwacht en (ii) [eisers] hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van de door Hibma Zuivel c.s. geleden en te lijden schade, op te maken bij staat. Het hof heeft daartoe onder meer het volgende overwogen.
[eiser 1] heeft op 21 oktober 2005 groen licht gegeven voor de betaling door Hibma Zuivel aan Tehno-Pek, terwijl hij geen bankgarantie had gezien en wist dat er nog geen hypotheek was gevestigd. [eiser 1] had moeten begrijpen dat [verweerder 3] volledig vertrouwde op zijn adviezen. [eiser 1] presenteerde zich ook als deskundig en ervaren op het terrein van het tot stand brengen van overeenkomsten in het buitenland, ook in verband met financiële producten en diensten. (rov. 3.6)
Uit [eiser 1] opdracht als financieel adviseur vloeide voort dat hij nu juist moest bewaken dat er tijdig en voldoende zekerheden werden gesteld. Hij had in verband met de risico’s aan [verweerder 3] de kredietverlening moeten ontraden zolang er niet daadwerkelijk, tevoren door [eiser 1] te controleren, zekerheden in de vorm van een bankgarantie en/of een hypotheek waren gevestigd. (rov. 3.7)
Voldoende aannemelijk is dat, indien [eiser 1] zijn zorgplicht zou zijn nagekomen, [verweerder 3] het geld niet zou hebben uitgeleend, of in ieder geval niet totdat er daadwerkelijk voldoende stevige en omvangrijke zekerheden zouden zijn gesteld. (rov. 3.9)
De vorderingsrechten uit de opdracht berusten bij Hibma Zuivel en het echtpaar [verweerders] als haar vennoten. De tekortkoming moet worden toegerekend aan [eiseres 2] als eigenaresse van [de eenmanszaak] en tevens aan [eiser 1] als hoofdelijk mede verbonden opdrachtnemer. (rov. 3.11)
Hibma c.s. hebben art. 11 lid 1 van de algemene voorwaarden van [de eenmanszaak] terecht op grond van art. 6:233, aanhef en onder a, BW als onredelijk bezwarend vernietigd. Het gaat hier om een subsidieverwervingsovereenkomst met financiële begeleiding. Het beding van art. 11 lid 1 valt ten opzichte van een consument onder de zwarte lijst van art. 6:236, onder g, BW. Hibma c.s. waren geen consument, maar hadden met hun kaas- en zuivelbedrijf geen kennis van of ervaring met zo’n ingewikkelde financiële materie, waarvoor zij nu juist [eiser 1] van [de eenmanszaak] hadden ingeschakeld en waaronder ook was begrepen het tijdig afdoende zekerheden stellen in Bosnië, althans het adviseren daarover. (rov. 3.14)
Het beroep op schending van de wettelijke klachtplicht van art. 6:89 BW wordt, evenals het beroep op verjaring, verworpen. (rov. 3.16-3.17)